Planten die dicht op elkaar staan, beconcurreren elkaar om het licht. Ze investeren in extra snelle groei om boven hun concurrenten uit te komen. Maar dit gaan ten koste van hun weerbaarheid tegen insecten. Hoe bepaal je dan een optimale plantdichtheid? 3D-computermodellen zijn voldoende ontwikkeld om dit soort vragen te beantwoorden, concludeert Jorad de Vries in zijn proefschrift voor Wageningen Universiteit.

Een plant, of hij nu in het wild staat of in een kas, is in een voortdurende slag verwikkeld met belagers en concurrenten. Hij verdedigt zich met hand en tand. Om insecten of schimmels af te weren maakt hij gifstoffen aan. Dat is echter nogal een kostbaar proces en de energie en voedingsstoffen die de plant in afweerstoffen stopt, kan hij niet gebruiken voor groei. En groei in de hoogte is mede nodig om buurplanten te overstijgen en zo het beste van het aanwezige licht te kunnen profiteren.

Optimale balans

Er vindt dus een voortdurende match plaats tussen verdediging en groei. Wetenschappers denken dat het winnen van de concurrentie om licht belangrijker is dan het verdedigen tegen plagen. Met een dichte plantafstand maak je dus zwakke planten.
Met lichtgevoelige pigmenten (fotoreceptoren) ziet de plant hoe dichtbij de buurplant staat. De verhouding tussen rood en verrood licht is daarbij bepalend. In de diepe schaduw – dit betekent dat de buurplant te dichtbij staat – is het aandeel verrood groot. Dat is het signaal om snel omhoog te groeien. De optimale balans tussen competitieve groei en verdediging is echter nog van meer factoren afhankelijk: welke soort buurplant aanwezig is, welke vorm die heeft en welke belagers er zijn.
De oude manier is: experimenteren met verschillende soorten plantafstand en plantvorm en dan bekijken of dat een effect heeft op de weerstand tegen ziekten en plagen. Te dicht op elkaar leidt zeker tot problemen, maar te ver van elkaar is niet economisch.

Stresstest

Driedimensionale computermodellen zijn zo ver ontwikkeld, dat ze een rol kunnen spelen bij zulke analyses. Jorad de Vries heeft met behulp van zulke modellen doorgerekend wat het effect is van verschillende maatregelen. Niet zozeer om die maatregelen uit te testen, maar om de computermodellen aan een soort ‘stresstest’ te onderwerpen. Zijn conclusie: de modellen zijn robuust genoeg om complexe interacties tussen plant en omgeving te kunnen bestuderen. Ze worden langzamerhand onmisbaar als vervanging of voorsortering bij proeven, veredeling en teeltsystemen.

Tekst: Tijs Kierkels.

Gerelateerd