Buiten het normale oogstseizoen is er bij consumenten ook vraag naar kwalitatief goede frambozen. In vergelijking met andere gewassen is er over de optimale teeltomstandigheden van frambozen onder glas nog weinig bekend.

Daarom is bij Wageningen Universiteit & Research een onderzoek gestart, waarin het effect van de belichtingsintensiteit en CO2-gehalte bij twee frambozenrassen wordt onderzocht. Half november zijn de planten ofwel canes de kas in gegaan. Een deel van de planten waren daarvoor circa elf maanden onder nul bewaard en een ander gedeelte van de planten waren dit seizoen gegroeid en slechts kort boven nul bewaard.

In één afdeling houden we het CO2-niveau minimaal net boven de buiten-waarde tot maximaal 600 ppm afhankelijk van de ventilatie en een maximum doseercapaciteit van 50 kg/ha/uur. In de andere kas streven we naar een CO2-niveau van 800 ppm met een maximum doseercapaciteit van 100 kg/ha/uur. Per kas is er een lichtintensiteit van de LED’s van 100 en 145 µmol/m2/s en we belichten maximaal 18 uur. We doen veel metingen onder meer aan drogestof, fotosynthese, lichtonderschepping, aantal huidmondjes, productie, houdbaarheid en refractie. Kas als Energiebron financiert het grootste deel van dit onderzoek.

Tekst: Jan Janse