Voormalig wethouder van gemeente Westland Arne Weverling (VVD) staat te boek als een ‘tuinbouwfan’ en warm pleitbezorger van de sector. Die rol nam hij ook op zich als Tweede Kamerlid. Hij keert niet terug na de verkiezingen. Wat heeft hij in vier jaar kunnen doen voor de glastuinders van Nederland? “Haagse besluitvorming is complex, je hebt als Kamerlid van een coalitiepartij met vele belangen te maken.”

Arne Weverling liet in september in het AD Westland enthousiast weten graag nog vier jaar door te gaan. Inmiddels heeft hij toch besloten om er geen tweede termijn aan vast te knopen. “Ik heb geconcludeerd dat ik, als ondernemer van huis uit, meer een doener ben en dat kan ik in deze rol niet helemaal kwijt. Het waren fantastische jaren, maar als Kamerlid zit je ook in een complex krachtenveld en heb je te maken met vele belangen.”

ODE-verhoging

Dat ondervond hij bijvoorbeeld bij de benadering van de ODE-verhoging, die veel glastuinbouwbedrijven zwaar treft. Daartegen heeft hij vanaf het begin fel geageerd, ook legde hij menig bedrijfsbezoek af om aandacht op het probleem te vestigen.
Dat de VVD-fractie tijdens de recente behandeling van het belastingplan niet stemde voor een SGP-motie om de tarieven in de derde schijf te verlagen, krijgt in tuinbouwkringen geen waardering. Weverling vindt het lastig om hierop te reageren. “Ik ben binnen de VVD wel tuinbouw-woordvoerder, maar niet voor energie en belastingzaken. Dat was best frustrerend. Bovendien zaten de VVD en het CDA vast aan het coalitieakkoord”, stelt het VVD-Kamerlid.
“Maar de strijd is nog niet gestreden. Met de compensatieregeling die is aangeboden moet je als sector geen genoegen nemen. Het moet nog duidelijker worden in politiek Den Haag dat de huidige tariefstructuur contraproductief werkt voor de verduurzaming. Het idee om bedrijven zwaarder te belasten was op zich niet onlogisch. Maar de last moet beter verdeeld worden.”

Complex als een kaartenhuis

Weverling zegt dat hij zijn best gaat doen voor een andere oplossing, voor zover hij daar als Tweede Kamerlid nog tijd voor heeft. In februari start al het verkiezingsreces. “Ik begrijp dat dit dossier bij ondernemers verontwaardiging oproept over de overheid. Het is de complexiteit van de landelijke politiek die het moeilijk maakt. Zo’n belastingstelsel is als een kaartenhuis, als je er één kaart uithaalt raakt dat vele partijen.”
De scheve ODE-verdeling had in het beginstadium getackeld moeten worden, vindt hij. “Al tijdens het ambtelijk proces had iemand moeten begrijpen dat dit verkeerd zou uitpakken. Maar als het eenmaal op papier staat, gaat het een eigen leven leiden.”

Wapenfeiten

Veel werk van een Kamerlid vindt plaats achter de schermen, wat het voor Weverling moeilijk maakt om wapenfeiten te noemen. Een zetje hier, een pleidooi daar, de minister informeren over tuinbouw, maar bovenal veel inzet om het belang van de sector in de Haagse politiek goed tussen de oren krijgen. Zo kijkt de Westlandse politicus terug op zijn vier Haagse jaren.
“Tegen minister Carola Schouten van LNV heb ik gezegd: Omarm die tuinbouw, het is een maatschappelijk belangrijke sector die geluk en gezondheid produceert.” Het ontbrak aan de nodige tuinbouwkennis bij het ministerie van LNV, dat in 2017 weer terug op het toneel kwam. “Ik heb Schouten bijgepraat over de Greenports, veel collega’s rondgeleid langs bedrijven en de sector naar de Tweede Kamer gebracht. Dat is niet verkeerd geweest. De tuinbouw staat er goed op, met een prima imago.”
Verder maakte hij zich afgelopen voorjaar sterk voor het coronasteunpakket binnen zijn partij. Ook noemt hij het Tuinbouwakkoord als een hoogtepunt voor de sector waar hij op de achtergrond aan heeft meegewerkt. Weverling oriënteert zich nog op wat hij gaat doen na de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart.

Tekst: Koen van Wijk, beeld: Studio G.J. Vlekke