Een aantal teelten ondervindt veel schade door rupsenvraat van (onder andere) Turkse mot. Dichte gewassen met goede schuilmogelijkheden (zoals gerbera) en beperkingen van beschikbare middelen maken de bestrijding soms erg lastig. Gerberakwekerij Batist Oranjepolder beproefde een verbeterde strooioplossing voor de sluipwesp Trichogramma. Teeltmanager Paul Mulder is zeer content met de resultaten.

Zoals veel gerberakwekerijen had Batist Oranjepolder uit Maasdijk jarenlang last van rupsen van Turkse motten (Chrysodeixis chalcites). “Eén mot kan wel 500 eitjes leggen”, vertelt bedrijfsleider Paul Mulder. “De rupsen die daar uitkomen vreten van de bladeren en tasten bloemknoppen aan. Daardoor veroorzaken ze veel schade.”

Biologische oplossing wenselijk

Chemische bestrijding is weliswaar mogelijk, maar schaadt de biologische bestrijders van andere plagen. Het bedrijf ging daarom op zoek naar een effectieve biologische oplossing. De sluipwesp Trichogramma achaeae parasiteert eitjes van diverse vlinders, waaronder de Turkse mot. Navraag wees uit dat toepassing in de tuinbouw nog niet tot het gewenste succes had geleid.
“In de gerberateelt was het nog niet gelukt om een goede parasitering van motteneieren te realiseren”, vertelt Kees Kouwenhoven van leverancier Royal Brinkman. “De ervaringen met los strooimateriaal waren ronduit teleurstellend. Daardoor haakten telers af en bleven rupsen een groot knelpunt in deze teelt. Omdat de behoefte aan een biologische oplossing breed wordt gedeeld, zijn we opnieuw in gesprek gegaan met Agrobío, onze Spaanse partner voor biologische bestrijding. Dat heeft geresulteerd in twee nieuwe verdeelsystemen voor Trichogramma.”

Balletjes en strooibussen

De TRICHOcontrol verdeelsystemen zijn balletjes en kartonnen strooibusjes met poppen. Volgens Kouwenhoven is het grote voordeel van dit nieuwe strooimateriaal dat de poppen al na drie tot vijf dagen uitkomen, terwijl dat in het verleden wel tien tot veertien dagen kon duren. “Omdat de poppen gevoelig zijn voor schimmelinfecties, maakt dat een groot verschil. Bij wekelijks strooien konden we bij Batist een vrijwel volledige parasitering realiseren.”

Succesvolle introductie

In februari 2022 vond de eerste toepassing plaats. Vrijwel direct nadat de eerste motten waren gesignaleerd in de feromoonvallen en met de PATS-C camera, werd het strooimiddel bedrijfsbreed over de planten verdeeld. “Voor de zekerheid hebben we ook een Bt-middel ingezet”, licht Mulder toe. “Op jonge rupsjes kan dat goed werken. Op het hele bedrijf hebben we deze behandelingen enkele weken op rij herhaald.”
Het bestrijdingsresultaat, vooral de parasitering van motteneieren, was beter dan verwacht. Mulder: “Dat had drie grote voordelen”, vervolgt hij. “Er kwamen geen nieuwe rupsen bij, waardoor de schade snel verminderde. Bovendien hoefden we tegen de rupsen geen chemische middelen in te zetten en konden de biologische bestrijders die we al langer gebruiken hun werk ongestoord blijven doen. Dit was precies wat we wilden.”

Rupsen geen spelbreker meer

Leverancier en klant zijn tevreden over het verloop van de proef. Omdat het oude gewas zeer binnenkort wordt vervangen, is er dit voorjaar geen nieuw biologisch schema opgezet. “Op onze locatie aan de Tuindersweg is dat uiteraard wel gebeurd”, benadrukt de teeltmanager. “Vier weken geleden hebben we het strooiproduct over de planten verblazen. Dat blijven we preventief eens per week doen in een dichtheid van 25 poppen per vierkante meter. Zodra de eerste motten verschijnen, zetten we er een Bt-middel naast. Als de resultaten net zo goed zijn als vorig jaar, zullen we heel weinig rupsenvraat zien en zijn rupsen geen spelbreker meer voor ons biologische systeem. Hopelijk geldt dat straks voor de hele gerberawereld.”
Tot besluit merkt Mulder op dat de sluipwespen gedegen scouten niet overbodig maken. “Dat blijft voor ons prioriteit, dus we lopen wekelijks de deltavallen na en houden via PATS-C een extra oogje in het zeil.”

Tekst: Jan van Staalduinen