Teeltadvies Cymbidium Teeltadvies gewasopbouw cymbidium

Goede ervaringen met ruimer telen

Snijcymbidium is een meerjarige teelt, waarbij planten steeds groter worden. Elk jaar is er na de bloei discussie over hoeveel ruimer de planten moeten staan. Aan de ene kant is het belangrijk dat de nieuwe scheuten voldoende licht krijgen en voldoende zwaar kunnen uitgroeien, aan de andere kant is er de angst dat te ruim telen productie kost. Er staan dan immers minder planten per m2, waardoor per plant meer takken nodig zijn om de gewenste productie te realiseren.

In de afgelopen jaren zijn er goede ervaringen opgedaan met ruimer telen. Op die manier groeien de scheuten zwaarder uit, waardoor ze gemakkelijker aan twee kanten bloeien. Tevens geven zware scheuten langere takken. Daarnaast zien we ook dat door ruimer telen het aantal scheuten per plant toeneemt.
Ook bij potcymbidium zijn goede ervaringen opgedaan met ruimer telen. Aan de ene kant wil de teler natuurlijk zoveel mogelijk planten per m2 voor een beter rendement, aan de andere kant is een goede bloei, met minimaal 2 tot 4 takken per plant, van het grootste belang. Praktijkproeven, waarbij van de zelfde cultivar in de afkweekfase respectievelijk 10 of 12 planten per m2 werden geteeld, gaven een duidelijk beeld: op de tafels waar 10 planten/m2 werden geteeld, bloeiden vrijwel alle planten (meer dan 99 %), waarbij de meeste planten bloeiden met 3 tot 5 takken per plant. Op de tafels waar 12 planten/m2 werden geteeld, bloeide maar 80 tot 85% van de planten en was het percentage 1 en 2 takkers veel hoger. Per saldo werden er bij dikker telen dus niet of nauwelijks meer planten per m2 afgezet en was de plantkwaliteit aanzienlijk slechter.
Er zijn natuurlijk wel enkele randvoorwaarden om ruimer telen werkelijk tot een succes te brengen.
Ten eerste is het zeer belangrijk dat de planten zo snel mogelijk na de bloei worden uitgezet. Immers door de planten vroeg uit te zetten, krijgen ze direct meer licht, waardoor de scheuten voldoende zwaar uit kunnen groeien. Als planten te laat worden uitgezet, heeft een groot deel van de scheutuitgroei al plaatsgevonden voor het uitzetten, waardoor de scheuten (door gebrek aan licht) dunner blijven en minder rijk bloeien.
De planten moeten voldoende water en voeding krijgen. Voor de groei van de plant en het voldoende zwaar uitgroeien van de nieuwe scheuten, is immers niet alleen licht van belang. Ook de overige groeifactoren, zoals water- en mestgift en CO2, zijn belangrijk.

Naast de bovengenoemde groeifactoren is met name de verhouding tussen lucht en temperatuur bepalend voor de (zwaarte van de) scheutuitgroei. Dit is ook waarom de bloei in extreem vroege afdelingen altijd achterblijft bij afdelingen die koeler worden geteeld. Immers om in augustus/ september bloei te krijgen, moet een teler al in de loop van januari beginnen met opstoken, waardoor hij hoge etmaaltemperaturen (20-21ÂșC) moet aanhouden, terwijl er nog maar weinig groeilicht is. Later opstoken leidt weliswaar tot latere bloei, maar omdat de scheutuitgroei plaatsvindt bij meer licht, groeien de scheuten zwaarder uit, met een betere bloei en zwaardere takken als resultaat.
Het tijdstip van opstoken is een economische afweging die iedere teler zelf moet maken. Voldoende ruim telen (en vroeg uitzetten) is een voorwaarde voor een optimaal resultaat.

Gert Benders
Tuinbouwadviesbureau Van der Ende