Richard Immink Streefdoel is een snelle bloeibare tulp

Impuls voor fysiologisch inzicht in de bloembol

Onderzoeksgeld kan maar één keer worden uitgegeven en bij een beperkt budget krijgt de oplossing van actuele problemen dan meestal de voorkeur. “Zeer begrijpelijk, maar het resultaat is wel dat we nog steeds onvoldoende weten van fysiologisch processen in de bol zelf. Het blijft een black box”, zegt Richard Immink, bijzonder hoogleraar Fysiologie van Bloembollen aan Wageningen Universiteit. “We gaan daar nu meer aandacht aan besteden.”

“Prioriteit nummer één is de versnelling van de veredeling. De sleutel tot de oplossing van problemen op het gebied van ziektes, resistenties en kwaliteit ligt uiteindelijk toch bij de veredeling”, vertelt Immink. Bij gewassen als tomaat is het inzicht in de genetische aansturing van gewenste eigenschappen de laatste jaren zeer sterk gegroeid. “Bij bolgewassen als tulp en lelie is dat nog niet zo. Het is al niet eenvoudig om het genoom (genenpakket) van tulpen in kaart te brengen. En als je de volgorde kent, weet je nog niet wat die genen aansturen.”
Gevolg is dat de bollenveredeling nog op een meer klassieke manier werkt, met minder gebruikmaking van DNA-technieken dan de groenteveredeling. Het onderzoek onder leiding van Immink moet daar verandering in brengen. Streefdoelen zijn bijvoorbeeld een sneller bloeibare tulp (nu duurt het vijf jaar van zaad tot bloem) en een snellere vermeerdering. Dat is, naast de al genoemde ziekteproblemen en bijbehorend middelengebruik, de achilleshiel van de sector.

Tijs Kierkels