Biobased Biobased applicaties:

Leuke bijvangst of nieuwe groeibriljant?

De zoektocht naar gewassen en rassen met extra toegevoegde waarde draait niet meer alleen om sierwaarde, voedingswaarde, uitwendige kwaliteit of weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Wetenschap en bedrijfsleven realiseren zich dat planten tal van stoffen bevatten die ook anderszins waarde vertegenwoordigen. De glastuinbouw participeert nu in diverse projecten om de mogelijkheden van deze zogeheten biobased applicaties te verkennen.

Biobased applicaties vormen strikt genomen geen nieuw fenomeen. Al talloze eeuwen worden planten, plantendelen of extracten daarvan ingezet als natuurlijke geneesmiddelen, parfums, kleurstoffen, insectenwerende producten en verpakkingsmaterialen, om maar enkele mogelijke toepassingsgebieden te noemen.
Wat wel tamelijk nieuw is, zijn de (technologische) mogelijkheden om waardevolle stoffen te determineren, hun precieze werking vast te stellen en hun gehaltes via veredeling en teeltmaatregelen gunstig te beïnvloeden. Eveneens nieuw is het besef dat biobased applicaties van land- en tuinbouwgewassen kunnen helpen om productiemethoden te verduurzamen en ons milieu minder te belasten.

De Nederlandse glastuinbouw zou zichzelf niet zijn, als het de kansen voor biobased applicaties niet serieus zou onderzoeken. Sinds enkele jaren gebeurt dat ook en de eerste bescheiden succesjes lijken al zichtbaar te worden. Zo is er de afgelopen jaren een biologisch afbreekbare verpakking ontwikkeld uit gewasresten van tomaat. Leuk, nuttig en voor veel producten, zoals tomaatjes, een charmant en ‘groen’ alternatief voor de uit aardolie vervaardigde plastic schaaltjes die we al kenden.
Ook de sierteeltsector heeft de handschoen opgepakt, valt in het eerstvolgende nummer van Onder Glas te lezen. In een breed opgezet, door veiling FloraHolland geïnitieerd project zoeken wetenschappers naar gewasbeschermingsmiddelen die uit commercieel geteelde siergewassen kunnen worden geëxtraheerd. Net zoals bij tomaat zou dat doorgedraaide producten en gewasresten meer tot waarde kunnen brengen dan compostering. Zelfs puur op biobased applicaties gerichte teelten zijn denkbaar.
Of veredelaars en telers dankzij biobased applicaties zullen profiteren van leuke bijvangsten of regelrechte groeibriljanten, valt nu nog niet te voorspellen. Positief is in elk geval dat zich een nieuw en multidisciplinair onderzoeksveld aftekent waarvoor ons land de juiste disciplines en faciliteiten in huis heeft. Positief is ook dat het bedrijfsleven bereid is om in die nieuwe zoektocht te participeren.

Jan van Staalduinen