Groentetop GroenteTop en -congres mogen blijven

Noodzaak hogere groenteconsumptie breed onderkend

De recente, bij Koppert Cress gehouden GroenteTop trok niet de verwachte zeventig deelnemers, maar zelfs een dikke honderd. Het succes van het Groentecongres een jaar eerder in Rotterdam lijkt dus geen toevalstreffer. Dit wekt de verwachting dat beide evenementen de komende jaren vruchtbare platforms blijven om interdisciplinair van gedachten te wisselen over manieren om de consumptie van groenten en fruit een flinke boost te geven.

Het Groentecongres in 2015 was de eerste, groots opgezette bijeenkomst waar de voedingstuinbouw en de medische wereld serieus met elkaar in gesprek gingen. De GroenteTop op 5 april was het beloofde vervolg voor een wat breder en selecter gezelschap. Dat er uiteindelijk zo’n 120 deelnemers kwamen opdagen, overtrof de verwachtingen ruimschoots. Het was een mooie opsteker voor de congrespioniers Rob Baan (dit keer gastheer), kinderarts Koen Joosten (Erasmus MC/Sophia Kinderziekenhuis) en GroentenFruit Huis, dat tekende voor de organisatie.
Naast vertrouwde gezichten uit de beide, reeds genoemde sectoren legden tientallen beleidsmakers, beslissers, opiniemakers, consultants en communicatie-experts van ministeries en brancheorganisaties, zorg- en onderwijsinstellingen hun oren te luisteren. Het publiek kreeg een gevarieerd programma voorgeschoteld met stellingen, presentaties over gezonde foodinnovaties (door studenten van hogescholen en universiteiten) en best practices (o.a. Tommies). Last but not least werd er in kleine, gemêleerde groepen verder gediscussieerd en gebrainstormd.
Tot welke concrete initiatieven en resultaten dit alles zal leiden, moet nog blijken. Duidelijk is in elk geval wel dat niet alleen het nut, maar ook de noodzaak van een hogere consumptie van groenten en fruit tot ver buiten de tuinbouwsector wordt onderkend. Duidelijk is ook dat het Groentecongres en de GroenteTop prima platforms zijn om die verschillende werelden met elkaar in contact te brengen. Wordt vervolgd dus, al moeten we daar wellicht nog een klein jaartje geduld voor hebben.

Jan van Staalduinen