Robert Ammerlaan Phalaenopsisteler Robert Ammerlaan over belichtingsonderzoek:

'Ook onderzoek Kas als Energiebron moet steun telers hebben'

Telers van phalaenopsis belichten steeds meer, vooral in de afkweekfase. Onderzoek wijst uit dat een hogere lichtsom in dit teeltstadium in vergelijking met de opkweekfase geen extra assimilatieproductie oplevert. Bovendien kan de belichting in de ochtend en late middag zonder negatieve effecten worden gedimd. Die conclusies trekken lichtspecialisten Sander Hogewoning en Govert Trouwborst in Onder Glas van augustus. Teler Robert Ammerlaan pleit voor een bredere praktijkproef.

Ammerlaan staat positief tegenover elk onderzoek waar waarde tegenover staat. "Als een project aantoont dat ik drie weken sneller kan telen, dan levert dat geld op. Dat geldt ook voor elke aantoonbare manier om energie te besparen."
De teler uit Schipluiden benadrukt het belang van zoveel mogelijk gerichte informatie. "Als je nooit hard loopt, dan ben je na een sprintje van 10 meter al moe. Train je meerdere keren per week, dan kun je dat veel langer volhouden. Met andere woorden, voor harde conclusies moet je ook wat weten over de condities van de planten."
Over het onderzoek van Plant Lighting en Plant Dynamics zegt Ammerlaan: "Zij geven aan dat het zinvol is om lichten te dimmen aan het begin en eind van de dag. Een interessante conclusie. De praktijk is echter dat telers nog het beste gevoel hebben bij meer licht geven. Het vereist een goede, representatieve praktijkproef voordat telers hun belichtingsstrategie veranderen, zo leert de ervaring. Maar daar moeten we zeker naar kijken."
Het genoemde onderzoek is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron. "Als telers van potorchideeën zijn we daar natuurlijk erg blij mee. Ik vind wel dat ook de telers, via de landelijke commissie Potorchidee, groen licht moeten geven voor deze projecten. We moeten immers steeds beter ons best doen om met elkaar gericht onderzoek te kunnen initiëren en financieren."
Dat wordt ook de insteek van de gewascoöperatie Potorchidee, waarvan Ammerlaan als voorzitter van de landelijke commissie een van de voortrekkers is. "Als groep telers moeten we met elkaar draagvlak creëren en houden. Dat vereist een goede interactie tussen leden, coöperatiebestuur en onderzoekers."
Het streven van de gewascoöperatie in oprichting was een draagvlak van 70% van de telers. Inmiddels heeft 60% zich aangesloten, voldoende om van start te gaan. "Maar dat vereist wel een nieuwe rondgang langs de telers, omdat het percentage lager is dan in eerste instantie gesteld. Ik vertrouw erop dat we een gezonde basis hebben voor gericht onderzoek."

Roger Abbenhuijs