Tomatenbloem Op termijn uitstraling naar cultuurgewassen

Op zoek naar hitte-tolerant tomatenstuifmeel

Radboud Universiteit in Nijmegen doet samen met veredelaars Nunhems en Enza Zaden onderzoek om de hitte-tolerantie van tomatenstuifmeel te verbeteren. De universiteit herbergt de grootste collectie (niet-knolvormende) Solanaceae ter wereld. Het gaat bijvoorbeeld om de wilde varianten van tomaat, paprika, aubergine. De selectie van wilde tomatensoorten in de collectiekas in Nijmegen die beter tegen hitte kunnen, vormt de basis voor moleculair onderzoek.

Bij dat onderzoek wordt de reactie van de genen op de hittestress onderzocht. Hoge temperaturen kunnen de vorming en het vrijkomen van stuifmeel belemmeren. Dat is in Nederlandse kassen soms een probleem, maar in warme landen nog veel meer. “Alle organismen hebben een hittestress respons. Er worden genen aangeschakeld die zorgen voor processen die de cellulaire functies beschermen”, vertelt professor Titti Mariani, hoofd van de onderzoeksgroep Molecular Plant Physiology. “De vraag is dan welke van die mechanismen het stuifmeel kan beschermen. Als je dat weet, kun je daarop selecteren.”
Dit onderzoek sluit nauw aan bij eerder onderzoek op het gebied van voortplantingsbiologie van Solanaceae, waarmee haar onderzoeksgroep het gerenommeerde tijdschrift Nature heeft gehaald.
De stressrespons van planten op omgevingsfactoren is een rode lijn in het onderzoek. Een ander belangrijk onderdeel daarvan is onderzoek met de wilde inheemse plant bitterzoet (Solanum dulcamara). “Die heeft een hoge tolerantie tegenover overstroming. Waterstress leidt al heel snel tot veranderingen in de genexpressie, waardoor er adventief wortels worden gevormd”, vertelt ze. “We bestuderen het mechanisme hoe zo’n stressfactor leidt tot de uiteindelijke expressie.”
Het inzicht in de snelle aanpassing aan stress kan op termijn zijn uitstraling krijgen naar cultuurgewassen, zoals tomaat.

Tijs Kierkels