Bruinrot Inspecties bij veertig rozentelers

Q-organisme bruinrot mag niet verder verspreiden

Nog steeds zijn er veel zorgen om de bruinrotbesmetting (Ralstonia solanacearum) die in augustus is aangetroffen bij rozentelers in Zuid-Holland. Voor deze bedrijven is de impact groot, want zij hebben besmette planten en partijen moeten vernietigen De schrik zit er flink in, omdat dit quarantaine organisme jaren geleden in aardappelen miljoenenschades gaf. Tot nu toe is bij twee rozenplantenkwekers en vier rozentelers daadwerkelijk een besmetting vastgesteld.

Volgens Fytorichtlijn 2000/29/EG moesten de vermeerderingsbedrijven alle rozenplanten ruimen in het compartiment waarbinnen een besmetting is gevonden en snijbloementelers kregen opdracht de besmette partijen te ruimen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft de afgelopen weken inspecties uitgevoerd bij veertig rozentelers die planten hebben gekocht van de twee besmette vermeerderingsbedrijven. Daarmee wil de dienst de verspreiding van dit Q-organisme in kaart brengen en erop toezien dat telers voldoende maatregelen nemen om verspreiding te voorkomen.

De bacterie Ralstonia solanacearum is een andere variant dan die bij aardappelen is aangetroffen. Roos was tot nu toe niet bekend als waardplant van bruinrot. De bacterie kan zich bij hoge kastemperaturen razendsnel ontwikkelen en zich makkelijk via water verspreiden, maar ook via grond, water, gereedschap (snoeimessen) en mensen.
Meerdere symptomen kunnen wijzen in de richting van deze bacterieziekte. In de jonge scheuten treedt verwelking op. De koppen van de scheuten kunnen slap worden en ombuigen. Oudere planten en houtige delen vergelen en hebben bruin verkleurde, dode bladeren. Stengeldelen kunnen zwart worden en afsterven. Met name op beschadigde plekken in de stengel is bij hoge RV soms crèmekleurig slijm te zien. Bij een vergevorderde infectie is het houtvaatweefstel crème tot bruinig verkleurd.

Pieternel van Velden