Warmte Samenwerking Oostland heeft onlangs een verkenning gedaan naar een duurzame warmte-infrastructuur in Oostland-Lansingerland. Uit de resultaten blijkt dat de glastuinbouw en gebouwde omgeving in het gebied grotendeels CO2-emissievrij te maken is met behulp van warmte uit lokale bronnen en restwarmte uit de haven. Hiervoor is wel meer financiële ondersteuning nodig.

Het gaat in het Oostland om 1.200 ha glastuinbouw en circa 110.000 woningen. Al geruime tijd wordt in het gebied gewerkt aan het verduurzamen van de warmtevraag. Er ligt al een warmtenet, geothermie wordt volop ingezet in de glastuinbouw en ook zijn de eerste aardgasvrije wijken gerealiseerd. Om de verduurzaming te versnellen en integreren met de gebouwde omgeving hebben de gemeenten Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Waddinxveen en Zuidplas met de glastuinbouw ‘Warmte Samenwerking Oostland’ (WSO) opgericht. WSO heeft de verkenning naar de warmte-infrastructuur uitgevoerd met andere direct betrokken partijen: Uniper, Eneco, AgroEnergy, warmtecoöperaties in de tuinbouw, Provincie Zuid-Holland en gemeente Zoetermeer.

Warmtevraag en -aanbod

De verkenning brengt de ontwikkeling van de warmtevraag richting 2030 in beeld. Ook wordt gekeken hoe groot het potentieel is van duurzame warmte uit geothermie. Hieruit blijkt dat lokale duurzame bronnen maximaal een derde van de warmtevraag kunnen dekken. Het resterende deel van de warmtevraag zal daarom met CO2-vrije restwarmte uit de Rotterdamse haven worden voorzien.

Netverzwaring Rotterdam nodig

Om vraag en aanbod aan elkaar te koppelen is een gebiedsdekkende warmte-infrastructuur nodig, die zoveel mogelijk aansluit bij de bestaande infrastructuur, zoals het warmtenet voor de glastuinbouw in Lansingerland. Uit het onderzoek blijkt dat de bestaande leidingen in Rotterdam net te weinig capaciteit hebben om de benodigde warmte vanuit de haven naar Oostland te transporteren. Een verzwaring van dat net is dus nodig.

Financiële ondersteuning

Oostland kan bij implementatie ongeveer een miljoen ton CO2-reductie realiseren. Het gebruik van Gronings gas kan daardoor met circa 500 miljoen m3 gas per jaar omlaag. Met de huidige gasprijzen en zonder verdere subsidie is het aanleggen van een dergelijk warmtenet echter onrendabel. Financiële ondersteuning in enige vorm is dus noodzakelijk om deze energietransitie op gang te brengen, aldus WSO, dat de komst van een gebiedsdekkende warmte-infrastructuur verder wil faciliteren.

Tekst: Mario Bentvelsen. Beeld: Vidiphoto.

Gerelateerd