Hoe zien Californische trips en de behaarde wants hun omgeving en hoe kan deze kennis worden ingezet om een beter zichtbare en aantrekkelijkere val te creëren? Die vraag staat centraal in een onderzoek door Wageningen Plant Research, met als doel de monitoring te verbeteren en meer plaaginsecten te kunnen wegvangen. De eerste onderzoeksresultaten tonen aan dat meer kennis over wat plaaginsecten daadwerkelijk zien inderdaad mogelijkheden biedt om efficiëntere vallen te ontwikkelen.

Er verandert veel in de kas de komende jaren. Onder meer op het gebied van energie en belichting, maar ook als het gaat om gewasbescherming. Geïntegreerde gewasbescherming wint terrein en monitoring is daar een cruciaal onderdeel van.
Wat dit laatste betreft kunnen nog flinke stappen voorwaarts worden gezet, zegt entomoloog Rob van Tol van Wageningen University & Research. “De gele en blauwe vangplaten die nu worden ingezet, functioneren niet optimaal. Ze voldoen voor monitoring, maar niet om insecten weg te vangen. Je vangt in feite alleen insecten die toevallig ‘crashen’. Om de monitoring te verbeteren en ook meer insecten te kunnen wegvangen, is het belangrijk dat we meer te weten komen over hoe insecten zien. Deze kennis kunnen we vervolgens inzetten om betere en efficiëntere vallen te ontwikkelen.”

Trips en wants

Van Tol deed de afgelopen twee jaar onderzoek op dit vlak en nam hierbij twee plagen onder de loep: Californische trips en de behaarde wants. “We kozen voor Californische trips omdat dit een lastig te beheersen plaag is in de kas”, zegt Van Tol. “De teler moet de plaagdruk continu meten met blauwe of gele vangplaten en de inzet van natuurlijke vijanden hierop afstemmen. Desondanks gaat het nog af en toe mis en is chemische correctie noodzakelijk. Maar omdat het palet aan chemische correctiemiddelen verder inkrimpt, wordt dat steeds lastiger. De ontwikkeling van een beter valsysteem kan helpen om meer tripsen weg te vangen, waardoor je de plaagopbouw wellicht kunt vertragen. De biologische bestrijders kunnen de situatie dan beter onder controle houden, wat ervoor zorgt dat chemisch ingrijpen minder snel nodig is.”
De problematiek rondom de behaarde wants is volgens de entomoloog van een heel andere orde. De wantsen vliegen in het voorjaar en de zomer de kas binnen en prikken direct aan de bloemsteel en het vruchtbeginsel van onder meer aubergine en andere vruchtgewassen. “Dit leidt tot vruchtval of misvorming van vruchten. Het inzetten van biologische bestrijders heeft weinig zin omdat deze niet de tijd krijgen om de invliegers aan te pakken. Toepassing van systemische insecticiden is een optie, maar de toelating van die middelen staat sterk onder druk. Het wegvangen of tegenhouden van de invliegende wantsen is dan het enige alternatief voor chemische bestrijding. Maar daarvoor heb je wel de juiste vallen nodig.”

Reageren op lichtkleuren

Betere vallen kunnen volgens Van Tol dus een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de geschetste problemen: deze kunnen helpen de plaagopbouw van trips te vertragen, zodat biologische bestrijders beter hun werk kunnen doen en de behaarde wants wegvangen voordat deze schade kan geven.
Om informatie te vergaren voor het verbeteren van de valsystemen werd in het onderzoek dat Wageningen Plant Research de afgelopen twee jaar uitvoerde gekeken hoe tripsen en behaarde wantsen hun omgeving zien. Dit onderzoek wordt gefinancierd door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen (TTU), Glastuinbouw Nederland, Koppert en de Nieuw-Zeelandse Lincoln University in samenwerking met Bristol University (UK). “Concreet observeerden we in het onderzoek de oriëntatie van trips en andere insecten bij meerdere LED-lichtkleuren”, zegt Van Tol. “Bij trips en behaarde wants hebben we inmiddels het hele lichtspectrum – van UV tot infrarood – getest en weten we precies welke kleuren al dan niet aantrekkelijk zijn voor de plaaginsecten.”
Het onderzoek toont aan dat de behaarde wants sterk wordt aangetrokken door één specifieke kleur. Californische trips blijkt goed te reageren op meerdere kleuren LED-licht. “In onze opstelling komt met name geel LED-licht en UV-A-licht goed uit de verf, blauw LED-licht scoort wat minder goed. Dat staat haaks op wat men in de praktijk ziet. Waardoor dit precies komt, weten we nog niet. Onder meer de genetische achtergrond van tripsen lijkt bepalend voor de voorkeur voor blauw of geel LED-licht, net zoals het feit of een trips al dan niet hongerig is. Daar willen we nog verder onderzoek naar doen.”

Contrast van kleuren belangrijk

Het onderzoek toont tevens aan dat UV-licht van cruciaal belang is voor trips en andere plaaginsecten. “De plaaginsecten hebben UV-A-licht nodig om zich te oriënteren en om een bloem of een vangplaat te kunnen vinden. Verder is het contrast van kleuren belangrijk; dit is zelfs nog essentiëler dan de kleur van de val zelf. Een gele vangplaat tegen een groene achtergrond kan bijvoorbeeld beter werken dan een gele vangplaat met een blauwe achtergrond. Hierin, en met name in de juiste kleurcombinaties en -patronen, willen we nog meer inzicht krijgen. Dit is dan ook een centraal thema in het vervolgonderzoek dat tot 2021 loopt.

Voorkeuren

In het kader van het vervolgonderzoek wordt daarnaast, samen met Engelse en Zweedse onderzoekers, het oog van de trips en behaarde wants tot in detail bestudeerd. “Het insectenoog bestaat uit meerdere kleine oogjes. In het onderzoek bepalen we de kleuren die de verschillende oogjes kunnen zien en in welke richting elk oogje kan kijken. Die gegevens gebruiken we om een model te maken van hoe de insecten hun omgeving en dus ook vallen zien. Met deze kennis kunnen we het ontwerp van nieuwe vallen nog verder verfijnen, zodat de insecten deze optimaal herkennen en dus meer efficiënt zijn.”

Opschalen naar andere plagen

Hoewel het onderzoek nog niet is afgerond, is volgens Van Tol al een schat aan informatie vergaard over het zicht van Californische trips en de behaarde wants en over wat nodig is om een beter zichtbare val te maken. “Op basis daarvan hebben we inmiddels een eerste ontwerp gemaakt voor een val die de behaarde wants moet wegvangen. Deze val, die is voorzien van de specifieke LED-kleur die wantsen aantrekt, vangt meer dan 75% van de wantsen weg. De val wordt nu in mini-kasjes getest, later gaan we deze eventueel uitrollen in de praktijk. Ook voor trips testen we inmiddels een aantal nieuwe LED-lichtvallen.”

Aantrekkelijke vallen

Volgens de entomoloog kan, op basis van de onderzoeksresultaten tot nu toe, worden geconcludeerd dat meer kennis over wat plaaginsecten daadwerkelijk zien handvatten biedt om vallen op maat te ontwikkelen. Vallen die aantrekkelijk en goed zichtbaar zijn voor bepaalde plagen. Het gaat dan om vallen die ook in nieuwe kassen met andere soorten belichting een grote bijdrage kunnen leveren aan het effectief waarnemen en mogelijk wegvangen van plaaginsecten als trips en de behaarde wants. “En met de opgedane kennis en de ontwikkelde onderzoeksopstelling kunnen we bovendien snel en eenvoudig de kleurvoorkeuren van andere plaaginsecten toetsen. Een voordeel van efficiëntere valsystemen is bovendien dat telers straks wellicht minder vallen nodig hebben en de hoeveelheid plastic afval afneemt. Ook bespaart het arbeid. Een uitdaging is nog wel om de nieuw ontwikkelde vallen praktisch en betaalbaar te maken voor telers”, besluit Van Tol.

Tekst: Ank van Lier, beeld: Rob van Tol