In tal van potgrondteelten wordt moeite gedaan om veen te vervangen door duurzame alternatieven, al was het maar voor een deel. In de kistenbroei van lelies is veen inmiddels goeddeels verdrongen door kokos. Hoewel duurzaamheid zeker een rol speelt, is dat volgens André Imanse van Dutch Lily Masters niet het voornaamste motief.

Imanse is één van de drie partners achter Dutch Lily Masters, dat jaarlijks zo’n twintig miljoen Oriëntals en OT-hybriden in bloei trekt op kokos. Hij was een van de eersten die afscheid nam van het vertrouwde veen. Viel er op kokos soms beter te telen?
“Nee, ik heb nooit een duidelijk verschil ervaren”, zegt hij desgevraagd. “De voornaamste reden betreft het hergebruik van het substraat. Wij zijn gewend om het substraat met de aanwezige plantenresten na iedere teeltronde te hakselen en te stomen. Aangevuld met een klein percentage vers substraat kun je dat vervolgens opnieuw gebruiken. Kokos lijkt zijn structuur wat beter te behouden dan veen, wat op termijn een verschil kan maken in de teelt. En het breekt minder snel af, waardoor je minder hoeft aan te vullen met vers substraat.”

Tweedeling

Volgens de ervaren leliebroeier zijn het vooral die kleine plusjes die de balans laten doorslaan ten gunste van kokos. Hij schat dat op twee derde van het areaal kistenbroei het veensubstraat inmiddels heeft plaatsgemaakt voor kokos. Wie nog wel in traditionele potgrond teelt, doet dat hoofdzakelijk omdat hij dat nu eenmaal gewend is, vermoedt hij. “Het is ook geen wereld van verschil, je kunt in beide substraten uitstekend lelies telen”, merkt hij op. “Afgezien van LA-hybriden zijn alle lelietypen voor deze teeltwijze geschikt.”

Duurzaamheid

De laatste jaren is duurzaamheid een belangrijk motief om veen geheel of gedeeltelijk te vervangen door alternatieven die natuur en milieu minder belasten. Speelt dat ook een rol in de lelieteelt? Imanse: “Voor mij was dat destijds geen argument, maar je merkt wel dat afnemers en retailers kritischer zijn geworden. Zij stellen meer vragen over de manier waarop onze bloemen worden geteeld. Het is prettig dat wij ze op dat vlak gerust kunnen stellen. Ik kan me ook voorstellen dat het voor telers die recenter zijn omgeschakeld wel degelijk een argument was dat meewoog.”

Handel loopt goed

De teler zegt tevreden te zijn over de vraag en prijzen voor zijn producten. Van terughoudendheid op de Britse markt, waar veel lelies naar toe gaan, valt volgens hem tot nu toe weinig te merken. “De exporteurs krijgen door de Brexit wel te maken met meer papierwerk en regels, maar de bloemen worden gemakkelijk verkocht. De productie staat in deze periode wel op een lager pitje, dus het is de vraag hoe het gaat wanneer de aantallen weer toenemen. Dat merken we vanzelf in het voorjaar.”

Tekst: Jan van Staalduinen