Een tomatengewas kan goed omgaan met wisselende lichtomstandigheden als er wel een minimale lichtintensiteit aangehouden wordt. Dimmen kan, maar uitschakelen als er al een aantal uren belicht is, is niet verstandig.

In de afgelopen jaren is er in de glastuinbouw veel aandacht voor LED-belichting. Onderzoek naar de effecten van het lichtspectrum heeft voor de meeste gewassen geleid tot een lichtspectrum waar ze goed bij geteeld kunnen worden. In de eerste maanden van 2022 zijn de energieprijzen sterk gestegen, met als gevolg dat telers anders met hun belichting om zijn gegaan. De manier waarop verschilde sterk per bedrijf en liep uiteen van later planten, niet belichten, SON-T vervangen door LED, op dure uren de lampen uitschakelen, etc.

Consequenties wisselende lichtomstandigheden

Er blijken nog veel vragen te zijn over wat de consequenties hiervan zijn op het gewas: hoe problematisch is het om een deel van de dag de lampen uit te doen, tot welk lichtniveau mag er gedimd worden, moet het gewas hiervan herstellen en wat zijn de effecten op plantweerbaarheid? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, zijn proeven uitgevoerd met jonge tomatenplanten die onder wisselende lichtomstandigheden werden geteeld.
Deze proeven werden uitgevoerd in het IDC LED, een onderzoeksfaciliteit van de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research en Signify, waarin op 14 tafels planten geteeld kunnen worden onder ieder gewenst lichtrecept. Jonge tomatenplanten werden hierin geplaatst als ze 3-4 bladeren hadden, en gedurende 26 dagen blootgesteld aan continu licht of wisselingen in lichtintensiteit per minuut, per half uur of in blokken van meerdere uren per dag. De lichtintensiteit wisselde niet (continu licht) of wisselde tussen 0-200 µmol/m².s (aan/uit), 25-175 µmol/m².s en 75-125 µmol/m².s.

Extreme effecten

De resultaten laten zien dat de behandeling waarbij het licht iedere minuut aan- en uitgeschakeld werd extreme effecten had: de planten waren kleiner, met minder en gele bladeren, een zeer laag plantgewicht en een negatieve fotosynthese (na drie weken). De fotosynthese en het totale plantgewicht waren ook lager dan in de behandeling met continu licht wanneer het licht ieder half uur aan- en uitgeschakeld werd. Wanneer het licht niet aan- en uitging maar gedimd werd (125-75 µmol/m².s en 175-25 µmol/m².s), was er geen effect op het totale plantgewicht en de fotosynthese in vergelijking met continu licht (100 µmol/m².s). Wel was het zo dat de plantweerbaarheid minder hoog was bij lichtwisselingen dan onder continu licht.

Minimale hoeveelheid licht is voldoende

Dat geeft aan dat fluctuerende lichtomstandigheden effecten kunnen hebben op plantgewicht, fotosynthese, chlorofylgehalte en de plantweerbaarheid van jonge tomatenplanten. Deze effecten worden veroorzaakt door een lagere fotosynthesesnelheid en mogelijk door een verstoring van het dagritme van de plant (de circadiaanse klok).
Niet elke wisseling in lichtintensiteit had een negatief effect op groei en morfologie van de planten. Alleen lichtwisselingen waarbij het licht helemaal afgeschakeld werd, resulteerde in een afname van chlorofylgehalte, netto fotosynthesesnelheid en drooggewicht. Dit effect werd sterker naarmate de frequentie van lichtwisselingen toenam, van uren, naar halve uren, naar minuten.
Op basis van deze resultaten kan geconcludeerd worden dat een minimale hoeveelheid licht voldoende is voor een plant om flexibel om te gaan met deze lichtwisselingen, met behoud van ontwikkelingssnelheid en groei.
Het project is gefinancierd door het programma Kas als Energiebron, dit is het innovatie- en actieprogramma van Glastuinbouw Nederland en Ministerie van LNV. Ook Signify draagt bij aan dit project.

Tekst: Anja Dieleman en Guido van Steekelenburg, Wageningen University & Research, business unit Glastuinbouw