Het aantal deelnemers dat de cursussen Het Nieuwe Telen heeft gevolgd, ligt inmiddels ver boven de 500. In de praktijk evolueert de benadering op elk bedrijf tot een eigen aanpak. De gezamenlijke noemer is: meer durf, gesteund door kennis van plant en kasklimaat. Drie innovatieve ondernemers geven een update van hun ervaringen.

De teler met de meeste ervaring is Roy Steegh van Kwekerij de Grenspaal in Wellerlooi. Tien jaar geleden investeerden ze in een ventilatie- en ontvochtigingssysteem van Climeco dat toen nog alleen bij stallen in gebruik was. Het sloot precies aan bij zijn idee over ontvochtigen en meer schermen, maar geen enkele teler had er ervaring mee.
De installatie is sindsdien onveranderd gebleven en bij het vijfjarig bestaan gaf Steegh aan dat hij het weer precies zo zou aanleggen. Het gasverbruik daalde met een kwart ten opzichte van vergelijkbare bedrijven zonder dit systeem. In het begin waren collega’s vooral benieuwd naar de kwaliteit van de tomaten. Al snel bleek dat die niet alleen op peil bleef, maar dat de uniformiteit zelfs steeg door het gelijkmatige klimaat en dat er minder gewasbescherming nodig was.

Schermuren

“Een kuub gas is nu veel goedkoper dan tien jaar geleden. Dat heeft tot gevolg gehad dat we de teeltresultaten nu voorop stellen”, vertelt de teler. Evenals veel collega’s gebruikt hij de principes van HNT in de eerste plaats om tot een betere kwaliteit en een gezonder gewas te komen, met energiebesparing als bijkomend voordeel. In de nieuwe kas die nu een jaar in gebruik is, zijn geen luchtbehandelingskasten meer aangelegd, maar hanteert hij wel HNT-principes, zoals veel schermen.
Inmiddels is de andere kas met de luchtbehandelingskasten (LBK) volledig voorzien van assimilatiebelichting. De komst van de lampen heeft de manier van telen veranderd. Steegh: “Grofweg is de tactiek om eerst met de LBK’s het vocht onder controle te krijgen. Wordt dat toch te hoog, dan ga ik 100% schermen en daarboven sterk luchten, tot wel 100%. Ik trek geen vochtkier in het scherm, want dat zou een ongelijk klimaat geven. Tevens breng ik met de installatie de warme lucht die onder de lampen ontstaat, naar onder in de kas. Dat heeft als voordeel dat er minder minimumbuis nodig is.” Omgerekend kost de warmte die ze met de buizen in de kas brengen zo’n 25 m3/m2, nagenoeg hetzelfde als voor de komst van de lampen.
Opvallend is het hoge aantal schermuren, namelijk zo’n 3.300 uur. “Met helder weer ligt er altijd een scherm om te hoge uitstraling te voorkomen, ook bij hoge buitentemperaturen.”

Vochtdeficiet

In de beginjaren betekende Het Nieuwe Telen investeren in luchtbehandelingstechniek, maar inmiddels is er een grote groep telers die het toepast zonder enige investering. Chrysantenkwekerij Janssen Flowers in Maasbree doet het op zo’n manier. De cursus was voor Peter Janssen op twee manieren een eye-opener: “We hoorden dat HNT toe te passen is zonder investering. En verder dat het eigenlijk niets nieuws is. Meer dan 25 jaar geleden leerden we op de tuinbouwschool bij de klimaatcursus ook over vochtdeficiet en dergelijke. Eigenlijk hebben we als telers zitten slapen, door die kennis niet toen al toe te passen. Nu zijn we met zijn allen wakker geworden.”
Het bedrijf had al horizontale ventilatoren. Het viel hem op dat de meetbox boven het gewas een hogere luchtvochtigheid meet als ze gaan draaien. “Dat komt omdat je het vocht uit het gewas trekt en daar zijn we meer gebruik van gaan maken. De vochtige lucht gaat meer circuleren en daardoor condenseert er meer tegen koude delen. Ook zijn er minder koude plekken in de kas. Je krijgt dus minder problemen met vocht en zo kunnen we telen bij een hogere luchtvochtigheid dan voorheen. We hebben een gelijkmatiger klimaat en hoeven ’s nachts minder te stoken”, vertelt hij.

Kwetsbaarheid

Omdat de WKK toch draait voor de belichting, is energiebesparing niet de eerste focus. Maar besparing is wel degelijk het resultaat van een homogener klimaat met een hogere vochtigheid: er wordt minder gelucht en gestookt (ook de minimumbuis hoeft minder te worden ingezet). Verder ventileert hij meer met gesloten scherm, zodat het vocht wordt afgevoerd door het scherm heen.
Resultaat van de veranderde aanpak is een verminderde kwetsbaarheid. “Bij zwaardere gewassen kun je onderin wel bladproblemen krijgen. Door de luchtcirculatie verminder je dat risico. Een stabiel en gelijkmatig klimaat geeft kwaliteitsverbetering en dat is in feite ook energiebesparing”, zegt hij.

Gasverbruik

Komkommerteler Hans Houben heeft sinds het verkassen naar Sevenum constant naar optimalisatie van de teelt gezocht. Dat heeft geleid tot meer schermen, meer met het licht meetelen, sneller telen (door een hogere etmaaltemperatuur) en goed letten op de uitstraling. Nu gaat het vooral om fine-tunen. “Er is een grens bereikt; het gaat niet meer om grote veranderingen. De plantbelasting is nu leidend: 6 à 7 vruchten is het streven. We tellen constant de vruchten en houden rekening met de lichtsom. Vooral in het voor- en najaar is dat belangrijk”, zegt hij.
Inmiddels is ook een nadeel van het lage gasverbruik (28-29 m3/m2) als gevolg van HNT aan het licht gekomen. In de zomer kan de CO2 de beperkende factor vormen. Dat krijgt nu meer aandacht. Bij grote uitstraling wordt de kop van de plant te koud. Om dat te voorkomen gaat dan het scherm dicht. Maar inmiddels ligt dat genuanceerder. “Ook in de zomer koelt de kop af. Maar het is de vraag of dat zo erg is, als hij overdag heel warm is geweest. Misschien moet hij dan in de nacht juist wel afkoelen en hoeft het scherm niet dicht”, vertelt hij.

Verneveling

Verder is het oplopen van de koptemperatuur bij de hogedraadteelt op warme dagen een aandachtspunt. Hij kan dan wel 5-7oC boven de ruimtetemperatuur liggen, een ongewenste situatie. “Daarom zie ik nog duidelijk toegevoegde waarde in verneveling in de zomer. De kop wordt door de afkoeling veel sterker, zie ik bij een collega. HNT blijft een proces, dat nog niet meteen is uitontwikkeld.”
“In de praktijk zie je dat het aan het vervagen is wat wel of niet HNT is. Eigenlijk is het de standaard geworden. De basisprincipes zijn heel breed opgepakt: meer schermen op basis van kennis van gewas en natuurkunde en minder inzet van de minimumbuis. Het gaat allang niet meer om alleen voorlopers. De belangstelling voor de cursussen blijft maar doorgaan; opvallend is de deelname van veel chrysantentelers”, ziet Aat Dijkshoorn, projectleider Kas als Energiebron. “Dat is te danken aan de samenwerking met de teeltadviseurs van Delphy.”

Tekst: Tijs Kierkels, foto’s: Wilma Slegers