Ingegeven door de wens om te komen tot een kwaliteitsverbetering, gingen Tom en Marjanne van den Berg al in 2011 aan de slag met de principes van Het Nieuwe Telen. Als eerste werd de klimaatstrategie aangepast en in de jaren daarna voerden zij nog meer veranderingen door. Zo investeerden ze in sensoren en pasten hun schermstrategie aan. Met nieuwe algoritmes op de klimaatcomputer zetten zij nu verdere stappen richting autonoom telen.

De teelt van kamerhortensia’s vormt de belangrijkste pijler onder het bedrijf van de familie Van den Berg, in het dorpje Est in de Betuwe. Maar als het aan Tom en Marjanne van den Berg had gelegen, waren zij in 1997 − toen ze hun eigen bedrijf startten − aan de slag gegaan met de teelt van snijchrysanten.
“Ik ben opgegroeid op een groentebedrijf, maar de sierteelt trok me veel meer. De afzet in de groenten verliep veelal via de veiling, terwijl ik meer direct contact met klanten wilde”, vertelt Tom van den Berg. “Daarom kochten Marjanne en ik in 1997 drie hectare grond, met het plan om hier snijchrysanten te gaan telen. Maar de bank raadde ons dat af: zij voorzagen toen al dat die oppervlakte op termijn te klein zou zijn om een rendabel chrysantenbedrijf te kunnen telen. Daarop begonnen we met bolchrysanten, daarnaast teelden we nog wat aardbeien.”

Kamerhortensia als hoofdteelt

In 2003 bouwden de ondernemers de eerste kas en maakten ze de keuze voor kamerhortensia’s als hoofdteelt. “Deze worden buiten op een containerveld opgekweekt, gaan daarna de koeling in, waarna we ze in de kas afkweken”, zegt Marjanne van den Berg. “Naast de kamerhortensia’s telen we een breed assortiment eenjarige hangplanten en poinsettia’s.”
Het bedrijf omvat nu 2,5 ha kas en 17,5 ha containerveld. “De afzet loopt via FloraHolland, maar de meeste klanten beleveren we rechtstreeks. Daarnaast hebben we nog particuliere verkoop, maar die is beperkt. Wel is dit een goede manier om te testen of nieuwe soorten aanslaan bij de consument; we leren er veel van.”

Kwaliteitsproblemen

Uit het verhaal van de ondernemers blijkt dat zij continu streven naar verbetering, ze leggen de lat steeds een beetje hoger. “We willen topkwaliteit afleveren”, benadrukt Tom van den Berg. “In 2011 waren we echter niet tevreden over de productkwaliteit van de hortensia’s in de wintermaanden. Er was sprake van bladpunten en -randen en het blad was onvoldoende dik en hard. We gingen daarop met René Beerkens van Hoogendoorn Growth Management, de leverancier van onze klimaatcomputer, in overleg over hoe we dit konden aanpakken.”
De hypothese was dat de kwaliteitsproblemen werden veroorzaakt door een onjuiste licht-temperatuurbalans. Om die veronderstelling te toetsen, werd in de kas een soort van tent gebouwd, waar het gehanteerde klimaat gedurende de wintermaanden met veel warmte, weinig licht en veel vocht werd gesimuleerd. Ook werden diverse sensoren opgehangen.
“Hier bleek inderdaad de oorzaak van de kwaliteitsproblemen te liggen: de gehanteerde temperatuur in de wintermaanden was te hoog, terwijl het lichtniveau te laag lag”, vertelt de consultant. “Daarop zijn we lichtafhankelijk meer op de etmaaltemperatuur gaan sturen. In het voorjaar en de zomer gingen we vervolgens meer sturen op de vochtbalans in de kas, door de inzet van verneveling. Hierdoor kan het gewas meer licht hebben en blijven de huidmondjes meer openstaan, wat de fotosynthese ten goede komt. Daarnaast hingen de ondernemers verticale ventilatoren op, om 24 uur per dag luchtcirculatie en daarmee gewasactiviteit te creëren.”

Meetboxen en sensoren

De aangepaste klimaatstrategie wierp zijn vruchten af: de productkwaliteit verbeterde significant. In de jaren daarna zetten de ondernemers verdere stappen om het klimaat en daarmee de kwaliteit te optimaliseren. “We hadden een soort Sinterklaaslijstje met wensen opgesteld”, lacht Van den Berg. “Die hebben we één voor één afgevinkt. Zo investeerden we in een meetbox voor boven de klimaatschermen, die inzicht gaf in de temperatuur en de RV. Voorheen trokken we de schermen vaker open, terwijl het nog behoorlijk koud was boven de doeken. Dit resulteerde in een temperatuurschok voor het gewas, wat logischerwijs niet goed is voor de ontwikkeling en voor het energieverbruik. De data van de meetbox stelde ons in staat om onze schermstrategie aan te passen, temperatuurschokken te voorkomen en energie te besparen. Dit laatste was niet ons hoofddoel bij alle maatregelen die we namen, maar wel mooi meegenomen.”

Langer schermen

Ook schaften de telers in de loop der jaren diverse sensoren en meetapparatuur aan, om onder meer de hoeveelheid PAR-licht, de RV en de uitstraling te meten. Op basis van deze info werd de schermstrategie verder aangepast. De teler: “Concreet zijn we vooral méér gaan schermen in de vooravond, om uitstraling tegen te gaan en een te snelle afkoeling van het gewas te voorkomen. Dit draagt weer bij aan een betere opname van water en nutriënten, waardoor de plantweerbaarheid verbetert. Alle genoemde maatregelen, die je in feite kunt scharen onder Het Nieuwe telen, zorgden ervoor dat de kwaliteit en houdbaarheid van onze hortensia’s flink verbeterde. Er was bijvoorbeeld sprake van dikker blad en sterke en gezondere wortels.”

LED’s en nieuwe schermen

In 2021 volgde nog een range aan investeringen. Zo werd in een kwart van de kas LED-belichting opgehangen, met als doel de productie in de wintermaanden te optimaliseren. Van den Berg: “We hadden op driekwart van ons bedrijf SON-T-lampen hangen, de rest was nog niet voorzien van belichting. Daar kozen we dus voor LED. We waren destijds één van de eerste hortensiatelers die hiermee aan de slag gingen en daarmee namen we dus best wel een risico. Telen onder LED is echt een zoektocht, en nog steeds. De planten reageren hier heel anders op en het is bijvoorbeeld zaak niet té veel licht in één keer te geven. Ook de watergift en de inzet van gewasbeschermingsmiddelen is anders bij de teelt onder LED. Wel zien we dat de teelt wat sneller verloopt en dat het gewas een mooiere, fellere kleur heeft.”

Nieuwe schermen

Daarnaast investeerden de ondernemers in 2021 in nieuwe schermdoeken; de oude waren aan vervanging toe. Eerst hadden ze een zonnedoek hangen om licht weg te schermen en daarnaast een verduisteringsdoek voor de poinsettia’s plus een energiedoek. “Het aanpassen van de licht-temperatuurbalans had echter aangetoond dat de hortensia’s prima meer licht kunnen hebben. Daarom lieten we het zonnedoek vervallen en investeerden we alleen in een helder energiedoek en een verduisteringsdoek. De nieuwe schermen waren veel dichter en hadden een grotere isolatiewaarde dan de oude. Hierdoor veranderde ook de vochthuishouding, als gevolg waarvan de scherminstellingen moesten worden aangepast.”

Autonome schermregeling

De schermregeling hoeft Van den Berg nu echter niet meer zelf in te stellen. In 2021 kwam er namelijk een nieuwe klimaatcomputer op het bedrijf; de IIVO van Hoogendoorn. Deze werd voorzien van ‘Intelligent Algorithms’. “Dit product bestaat nieuwe, intelligente algoritmes, die een autonome klimaat- en schermregeling mogelijk maken”, legt Beerkens uit. “Een teler hoeft, in tegenstelling tot bij een reguliere klimaatcomputer, niet meer alles zelf in te stellen. Er zijn in de basis slechts vier parameters die hij moet ingeven: de gewenste hoeveelheid licht, het aantal uren licht, de licht-temperatuurverhouding en de onder- en bovengrens qua temperatuur. Op basis hiervan − en de info van de diverse sensoren en de meetbox − past de klimaatcomputer automatisch de klimaat- en schermregeling aan, deze functioneert volledig autonoom. Dit is dus echt een grote stap richting autonoom telen.”

Veel winst

Van den Berg geeft aan dat de autonome klimaat- en schermsturing hem vooral meer rust geeft. “Het kost minder werk en je kunt met een gerust hart van huis gaan. Telen op basis van data en plantfysiologische inzichten heeft naar mijn mening de toekomst. Maar je moet het wel durven als teler, het kunnen loslaten. Veel telers staan in de kas en denken ‘oh, ik moet even luchten’. Daar moet je vanaf. Persoonlijk heb ik er geen moeite mee om zaken over te laten aan de computer. Ik ben hier, mede door het intensieve contact met René, in de loop der jaren, ook ingegroeid. Daarbij zie ik dat het klimaat goed is en de kwaliteit van de planten optimaal; dat geeft vertrouwen.”
Alle investeringen in het kader van HNT en autonoom telen hebben de ondernemers volgens eigen zeggen veel opgeleverd. Van den Berg: “Zoals gezegd: de productkwaliteit is verbeterd, we hebben meer grip op het klimaat en de inzet van energie wordt efficiënter gewogen. Maar er is ook nog veel te winnen en te leren. Zo zijn we volop aan het kijken wat het optimale aantal lichturen is, en hoe we daarbij dynamisch kunnen belichten afhankelijk van de elektriciteitsprijzen. Dat is nog wel een puzzel.”

Tekst en beeld: Ank van Lier