De regelgeving voor lozingen dwingt iedereen om zoveel mogelijk te (gaan) recirculeren. Dat lukt alleen bij bemesting op maat. Telers blijken dit soms een lastig onderwerp te vinden, maar er zijn hulpmiddelen voorhanden: een rekenprogramma geeft aan wat er moet gebeuren en zorgt voor meer inzicht. Verder is het nodig bemestingsadviezen te actualiseren; daar wordt aan gewerkt.

De schroom om actiever met de bemesting bezig te zijn, neemt af, constateert Dick Breugem, bemestingsspecialist bij Van Iperen. Het is er ook de tijd naar: de zuiveringsplicht en de aanscherping van de mineralenregels werken nogal dwingend op dit terrein.

Zijn bedrijf hanteert al sinds tijden een meststoffenrekenprogramma en inmiddels hebben alle meststoffenleveranciers zo’n (gratis) programma. Ze worden op ruime schaal toegepast, door de toeleveranciers, teeltvoorlichters en de telers zelf. “Als je het zelf doet, ben je veel meer met de bemesting bezig; je leert ervan en je kunt het met collega’s vergelijken. Je hoeft het niet allemaal scheikundig te begrijpen, maar het vergroot je feeling met het onderwerp. Dan kun je scherper sturen”, zegt hij.

Geen water en meststoffen weggooien

Het programma gaat uit van een standaardvoeding. Aanpassingen zijn mogelijk op grond van plantstadium, seizoen, watergift, drainsamenstelling en gewenste EC, legt hij uit. “Die standaardvoeding is gebaseerd op inzichten uit de praktijk hoe je het beste aansluit bij de behoeften van de plant. De officiële adviesbasis is namelijk wat verouderd.”

Het doel van de berekeningen is om de bemesting zo goed mogelijk op het gewas af te stemmen en om het drainwater volledig te hergebruiken. Dat is het meest economisch, omdat je geen water en meststoffen weggooit en aan lozingsregels voldoet. “Je voorkomt hiermee dat je moet lozen vanwege een onbalans in de mineralen. Dan nog kan het nodig zijn om te lozen vanwege het oplopen van het natriumgehalte. Dat moet je op een andere manier oplossen; de kwaliteit van het uitgangswater verbeteren en natriumarme meststoffen gebruiken”, geeft hij aan.

Continue meting

De gebruiker kan in het programma zelf bepalen hoeveel drainwater hij bijmengt, op basis van de samenstelling of EC-voorregeling. “Als het drainwater in de silo bijvoorbeeld een EC van 4 heeft, en je mengt 30% bij, dan heb je dus al een EC van 1,2. De rest moet uit de ‘verse’ voeding komen”, legt hij uit.

Een belangrijk onderdeel is het meenemen van de drainsamenstelling, gebaseerd op reële bemonsteringscijfers. “Maar de samenstelling kan natuurlijk tussen de monsters door veranderen. Daarom zijn we nu, samen met The Sensor Factory en Wageningen University & Research, bezig met een proefopzet voor continue meting van de samenstelling van het gietwater, voordat dit bij het gewas komt. Ook het drainwater wordt meerdere keren per dag geanalyseerd. Dan zou je zelfs op uurbasis kunnen optimaliseren”, vertelt Breugem.

Inspelen op verandering

Zoals gezegd is met de ogen dicht bijmengen niet zo’n goed idee. “De kalium/calcium-verhouding in de gift is vaak heel anders dan in de drain, zeker bij vruchtgroenten die veel kalium opnemen. Daar moet je rekening mee houden; deels zit dat overigens al in de standaard die is aangepast aan het gewasstadium.”

Een ander voorbeeld: bij de start van de teelt kun je relatief veel chloride geven voor compacte planten. “Als je dan later, met een hogere plantbelasting, een royalere groei nodig hebt, zit er al zoveel chloride in de drain, en neemt de plant het bovendien zo weinig op, dat het gehalte lastig weer te verlagen is. Dat kun je voorkomen door op tijd in te spelen op de verandering”, zegt hij.

Bemestingsmethoden

De toeleverancier is bezig met een actualisatie van het rekenprogramma. Nu staat het nog op de computer zelf, maar in de toekomst wordt het een online-programma. Dat maakt het mogelijk om sneller in te spelen op veranderingen en nieuwe meststoffen meteen mee te nemen, bijvoorbeeld het ijzerchelaat HBED. Of om rekening te houden met veranderende bemestingsmethoden. “Ook krijgen elementen in de loop van de tijd een andere rol, zoals chloride en silicium bij de plantweerbaarheid. In een web-versie kun je dat allemaal aanpassen, zonder dat er bij de teler iets hoeft te gebeuren”, besluit hij.


Rienk van den Berg, paprikakwekerij Dalipa:

‘Meer uit bemestingscijfers te leren dan we nu doen’

Bedrijfsleider Rienk van den Berg van paprikakwekerij Dalipa in Bleiswijk heeft op school nog geleerd om zelf de bemesting uit te rekenen. Maar het rekenprogramma is toch een gemakkelijkere manier. “Als je bijvoorbeeld kali verandert, moet de rest ook veranderen. Dat is best ingewikkeld”, zegt hij.

De paprikateelt start met een ‘baby-schema’, daar zit minder kalium, meer nitraat én kalk in dan in het standaardschema. Zodra de zetting aan de orde is, gaat het kalicijfer omhoog. “Het programma rekent dat allemaal uit en we nemen wekelijks monsters uit de mat – met een monsterspuit – om te kijken of alles goed gaat. Steeds op dezelfde plek, dan krijg je gevoel voor het verloop”, vertelt hij.

Hij vult de mestbakken eens per vijf à zes dagen. Eén of twee keer per jaar wordt het uitgangswater gecontroleerd. Het opgevangen regenwater wordt ondergronds opgeslagen. Omdat daardoor het natriumcijfer wat oploopt, gebruikt hij omgekeerde osmose om het weer schoon te krijgen. Af en toe neemt hij ook drainmonsters. “Wij doen dat niet elke week, want de dag na de meting kan het alweer anders zijn. Permanente meting van de samenstelling van de mestgift in de buis zou wel een vooruitgang kunnen zijn. Maar op veel bedrijven zou het dan een extra investering vergen om de consequenties daaruit te trekken: je hebt dan een directe injectie-unit nodig”, zegt hij.

Controle op cijfers

Ook Van den Berg ziet dat de bemesting aan het veranderen is: “De oudere generatie keek vooral naar de plant; nu kijk je naar de cijfers. Als gebruiker zou je wel nog meer uit zo’n rekenprogramma kunnen halen. Bijvoorbeeld de cijfers opslaan en over de jaren heen vergelijken. Dan gaan je dingen opvallen, die je wellicht kunt herleiden tot het weer. En je zou beter kunnen terugzoeken hoe je een bepaald probleem jaren geleden via de bemesting hebt opgelost. Feit blijft wel dat we telers zijn en geen data-analisten. En het zal altijd zo blijven dat je het gewas moet beoordelen, ter controle op de cijfers.”


Samenvatting

Bemesten op maat wordt steeds meer een noodzaak. Een meststoffenrekenprogramma helpt daarbij. Je kunt daarmee de standaardvoeding aanpassen aan de bedrijfsomstandigheden. Nu gebeurt dat nog op de computer, maar binnenkort wordt het een online-programma. Rienk van den Berg van paprikabedrijf Dalipa kan het mestschema nog met de hand berekenen, maar zo’n programma is toch gemakkelijker. Je zou er nog meer informatie uit kunnen halen, dan nu gebeurt, denkt hij.

Tekst: Tijs Kierkels.
Beeld: Wilma Slegers.