Op 31 maart is de standaardmethode voor het maken van een footprintberekening voor de glastuinbouw sector officieel gereed. “Wij verwachten dat dit een extra boost zal geven aan het berekenen van footprints in de tuinbouw”, zegt Rick van der Linden, onderzoeker van Greenhouse Marketeers, een bedrijf dat dit voor glastuinbouwbedrijven berekent.

Wat betekenen de nieuwe ‘category rules’ voor telers?

Vijf jaar geleden is Benefits of Nature begonnen met het maken van footprint berekeningen. Het bood bedrijven inzicht in hun milieu-impact om die vervolgens te kunnen verlagen. Dat gaat om meer dan alleen CO2. Denk ook aan toxiciteiten, bodemverzuring, vermesting, waterverbruik et cetera. Daar heb je echter een bepaalde standaard voor nodig. De ontwikkeling daarvan is later door de sector opgepikt, door een consortium van tien organisaties, waaronder Benefits of Nature.

Waar gaat die standaard over?

Vanuit de Europese Commissie is zo’n 4 tot 5 jaar geleden de PEF (Product Environment Footprint) in het leven geroepen; het is de bedoeling dat er voor alle sectoren zo’n PEF (oftewel standaard) wordt opgesteld. Een aantal daarvan is inmiddels af, zoals bijvoorbeeld verf, wasmiddelen, leer, zuivel, pasta en bier. Ons doel is om die regels in de Europese Unie toe te passen, zowel voor de sierteelt als de groenteteelt. De standaard gaat over: wat gaan we meten en hoe gaan we het meten.

Wat wordt er dan precies berekend?

Als je kijkt naar de standaard is daarin de hele levenscyclus van een product verwerkt. Van grondstof tot afvalverwerking. Wat neem je wel en wat niet mee en hoe moet je dat doen: dat staat in die standaard.

Uiteindelijk komt er per bedrijf en per product een getal uit?

Ja, bij de impactberekening op klimaat bijvoorbeeld, komt er uit wat de impact op het klimaat is per stuk, bij groenten en fruit zal dat op kilobasis zijn. Uiteindelijk komt er een lijstje uit, met de verschillende categorieën, denk bijvoorbeeld aan klimaatimpact, met daarachter een waarde. Niet: dit is goed of slecht, maar een getal. Een waarde, geen waardeoordeel. Het doel is om inzicht te krijgen in de milieu-impact van tuinbouwproducten, niet om tuinbouwproducten met elkaar te vergelijken. Maar dat gaat natuurlijk wel gebeuren.

Wat kun je daar als teler dan mee?

Bedrijven die al eerder een dergelijke berekening door ons hebben laten doen deden dat omdat ze wilden weten: waar staan we nu en waar kunnen we nog iets verbeteren. Als er straks een algemeen geaccepteerde standaard is kun je ook op productniveau gaan benchmarken met collega’s. Dan wordt het echt interessant, omdat je dan kunt zien waar je staat ten opzichte van vergelijkbare bedrijven.

Zijn er al telers die dit gebruiken in hun marketing?

Een van onze klanten is Fair Flora, een duurzaam plantenlabel. Op hun website kun je per plantensoort zien hoe duurzaam het is. Er zijn ook bedrijven die puur laten zien: dit is de verbetering die we in een jaar hebben gemaakt, bijvoorbeeld in hun jaarverslag. Zo’n berekening doe je in principe 1x per jaar. Er zijn bedrijven die zo’n update zelf doen, maar de meeste bedrijven laten het liever uitvoeren.

Wat zijn jullie verwachtingen?

We verwachten dat de Hortifootprint een extra boost zal geven aan het berekenen van footprints in de tuinbouw. Wat je waarschijnlijk gaat zien is dat je verschillende aanbieders krijgt. Dat verwelkomen wij zeer, zodat telers uit meerdere uitvoerders kunnen kiezen.

Moeten we importproducten dan ook volgens de Europese standaard meten, voor een eerlijke vergelijking?

Klopt. We lopen nu voorop, maar ik kan me voorstellen dat als dit eenmaal de Europese standaard is, andere delen van de wereld dit ook overnemen. Het zou natuurlijk mooi zijn als het een wereldwijde standaard wordt. Maar dan zijn we waarschijnlijk nog een paar jaartjes verder.

Tekst: Mario Bentvelsen