Dit jaar is het komkommerbontvirus op 50 tot 75% van de bedrijven aangetroffen. Er is echter nog geen goede methode om aantasting geheel te voorkomen, zeggen Ewoud van der Ven en Rens Smith, adviseurs van Delphy. “Nu geven telers soms enkele euro’s per vierkante meter uit aan protocollen en ontsmettingsmiddelen. Daar moet je in sommige gevallen een paar euro’s bij optellen voor het verlies aan opbrengst. Als we met zijn allen een deel daarvan zouden investeren in onderzoek, zijn we op termijn misschien wel goedkoper uit.”

Het komkommerbontvirus (CGMMV) is een wereldwijd probleem. Het is niet alleen zeer besmettelijk, maar ook zeer persistent. Het kan worden overgedragen via plantsap (via gereedschap, handen en/of kleding), zaad en water. Het virus is familie van het eveneens zeer virulente ToBRFV-virus, dat tot grote schade kan leiden in tomaat. In perioden van grote droogte of stress, zoals de afgelopen zomer, is een CGMMV-aantasting nog desastreuzer. De plant kan stoppen met de productie van komkommers, maar zich ook weer (gedeeltelijk) herstellen als de omstandigheden zich wijzigen.

Virustolerante rassen niet afdoende

Virustolerante komkommerrassen geven tot nu toe wisselende resultaten. “In sommige gevallen zeg je: het lijkt goed te werken. Maar het is niet zo dat je dan geen last meer hebt van virus. In de hogedraadteelt is het lastiger dan in de traditionele teelt, omdat die langer duurt en je vaker door het gewas heen gaat”, zegt Van der Ven. Volgens zijn collega Rens Smith was er in de hogedraadteelt dit jaar al vroeg sprake van schade en is er van de tweede teelt weinig terecht gekomen. “Ik hoorde dat er dit jaar in het zuiden circa 30 hectare herfsttomaat is bijgekomen, omdat de ervaring leert dat de kans op een nieuwe aantasting dan kleiner is. Maar het virus kan wel duizend dagen in een kas overleven. Grondig ontsmetten blijft het advies, al geeft dat geen garantie op een virusvrije teelt.”

Protocollen en ontsmettingsmiddelen

Van der Ven adviseert om besmette planten zo snel mogelijk te ruimen. “En gooi dan meteen het hele pad eruit. En volg tijdens de teeltwisseling een goed protocol. Delphy heeft in de loop van de jaren een protocol ontwikkeld, dat bewezen heeft de kas goed schoon te maken. Er zijn genoeg bedrijven die ons protocol gebruiken en daarna geen virus meer hebben. Er zijn er ook die ondanks het protocol toch virus hebben, maar dat geldt ook voor andere protocollen”, zegt de adviseur. “Dat heeft vooral te maken met de vraag: hoe doe je het? Een protocol is een kwestie van secuur werken, maar ook of de juiste middelen worden ingezet. Soms worden middelen geadviseerd, die in de volgende teelt schade geven. Wij adviseren uitsluitend middelen, die geen nawerking in de teelt hebben.”

Besmettingsbronnen onduidelijk

Ondanks protocollen, ontsmettingsmiddelen en virustolerante rassen blijft het komkommerbontvirus oprukken en dat vraagt om een fundamentelere aanpak, vervolgt Van der Ven. “We weten eigenlijk nog steeds niet goed hoe het in de kas komt. Via bezoekers is geen logische verklaring gezien de plaats waar het virus eerst wordt gevonden. Via vogels is besmetting mogelijk, maar soms lijken plantmateriaal of bakken toch ook niet helemaal uit te sluiten. Al is het onmogelijk om dit aan te tonen en zijn wij ervan overtuigd dat zaadbedrijven en plantenkwekers hun uiterste best doen.”

Onderzoek naar echte oplossing nodig

Om besmetting via vogels uit te sluiten denken sommige telers erover om insectengaas te installeren. Maar dat heeft weer een negatief effect op de luchtingscapaciteit. Bij nieuwbouw zou je kunnen denken aan kassen met grotere ramen. In bestaande kassen zou buitenluchtaanzuiging met slurven, in combinatie met insectengaas, wellicht een oplossing zijn, maar daar staat natuurlijk een behoorlijk kostenplaatje tegenover, zegt de adviseur. Het is ook de vraag of dit het virusprobleem oplost. Hij en zijn collega pleiten daarom voor meer onderzoek.

Tekst: Mario Bentvelsen