Oud spintmiddel dwingt respect af in spintproef komkommer

Oud spintmiddel dwingt respect af in spintproef komkommer

Zo’n 80 adviseurs en 100 telers bezochten de afgelopen twee dagen de Demodagen van Certis in het World Horti Center. Technisch specialisten van het bedrijf leidden de geïnteresseerden langs gewasbeschermingsproeven in de Demokas van het complex. Spintbestrijding en ontsmetting vormden de hoofdthema’s. Er wachtte de bezoekers in elk geval één leuke verrassing.

“We hebben in onze proefkas meerdere objecten in een komkommergewas voor een spintproef”, zegt technisch adviseur Irma Lukassen namens Certis. “Drie daarvan hebben betrekking op twee nieuwe biorationals en op een etiketuitbreiding van een biorational die al op de markt is. Omdat het hier gaat om nieuwe toelatingen die nog niet rond zijn, kan ik die middelen nog niet met naam benoemen. Dat mag ik wel voor een oud chemisch middel dat een beetje in de vergetelheid is geraakt, namelijk Nissorun. Dat liet verbluffende resultaten zien.”

50% eidoding in drie dagen

Drie dagen na toepassing van de oudgediende werd al 50% eidoding vastgesteld en dat percentage liep daarna gestaag op. Dat snelle en grote succes verbaasde zowel de bezoekers als Lukassen en haar collega’s. “Het is al tientallen jaren op de markt, maar wordt nog weinig gebruikt”, licht zij toe. “Niet eens vanwege verminderde gevoeligheid voor de werkzame stof, maar eerder omdat er veel nieuwe middelen op de markt zijn gekomen en er dankzij de nadruk op biologie sowieso minder chemie wordt ingezet. Wat ook mee kan spelen, is dat Nissorun alleen werkt op eieren en larven en niet op volwassen spint.”

Dankbaar correctiemiddel

Vanwege het onverwacht snelle en goede bestrijdingsresultaat, in combinatie met de goede integreerbaarheid met biologie, lijkt het ooit zo belangrijke spintmiddel iets van zijn oude glans te hebben herwonnen. “Nee, ik zou het zeker niet afserveren”, zegt Lukassen resoluut. “Met zulke resultaten is het een dankbaar correctiemiddel, zelfs wanneer het maar twee ontwikkelingsstadia effectief bestrijdt. Afgaande op de reacties onder de bezoekers, denk ik dat er de komende weken nog veel over wordt gesproken.”

Snel en volledig ontsmetten

Het tweede thema, ontsmetting, is vanwege de virusproblematiek in onder andere tomaat zeer actueel. Ondanks hun terechte vrees voor virusoverdracht, bezochten ook enkele tomatentelers het jaarlijkse evenement. “Er zijn maar twee ontsmettingsmiddelen die je in een kas met gewas mag gebruiken, en dat zijn Menno Florades en Jet 5”, vervolgt de technisch specialist. “Jet 5 doodt als enige zowel algen, bacteriën, schimmels als virussen en is bovendien het snelst werkende middel.”

Tekst: Jan van Staalduinen. Foto: Studio G.J. Vlekke.

Gerelateerd

Breed werkende biorationals verdienen meer aandacht

Breed werkende biorationals verdienen meer aandacht

Dankzij de ruime keuze in roofmijten en bijvoeren verloopt de biologische bestrijding trips en spint steeds beter. Zo goed zelfs, dat telers minder vaak ondersteunend spuiten. Niet zelden leidt dat tot problemen met andere plagen. BotaniGard en Azatin kunnen met hun brede werking assisteren, zonder de biologie te verstoren. Zij verdienen in tal van gewassen en schema’s een plaats.

Azatin en BotaniGard zijn allebei gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong (GNO’s) én biorationals. Azatin bevat de werkzame stof azadirachtine-A, afkomstig uit de neemboom. Deze insectengroeiregulator werkt in op alle ontwikkelingsstadia van trips, mineervlieg, wittevlieg en rupsen. Er is ook een nevenwerking vastgesteld tegen luizen en rupsen. Minstens zo belangrijk is de afstotende (repellent) werking, die het gewas minder aantrekkelijk maakt voor plaaginsecten.
Het speciaal geformuleerde product heeft een toelating in bedekte sierteelten, is zacht voor het gewas en komt het beste tot zijn recht in preventieve afwisselschema’s. Gebruik het bij voorkeur in blokbehandelingen van vier opeenvolgende bespuitingen met intervallen van zeven dagen.

Sterke troeven

BotaniGard vloeibaar (chrysant) en BotaniGard WP (siergewassen en vruchtgroenten) zijn sterke troeven in de strijd tegen trips, witte vlieg, wantsen en slawortelboorder. Beide formuleringen bevatten de voor insecten parasitaire schimmel Beauveria bassiana, stam GHA.
Na een bespuiting hechten de sporen op insecten en kiemt de werkzame schimmel de huid van het insect binnen. De kiembuis boort zich in het insect, waar de schimmel zich verder ontwikkelt. Geïnfecteerde insecten sterven doorgaans na vijf tot zeven dagen. Een hoge luchtvochtigheid (minstens 60%) is belangrijk voor een goede werking.
Om de generatiecyclus van de meeste insecten te doorbreken, wordt ook voor dit product een blokbehandeling van tenminste vier opeenvolgende bespuitingen geadviseerd bij intervallen van een week.


Biorationals veilig voor roofmijten

In het Certis Innovation Center is een proef uitgevoerd op de roofmijt Transeius montdorensis. Deze roofmijt wordt de laatste jaren vaker ingezet in diverse teelten. De vraag is of de diverse biorationals veilig toepasbaar zijn in combinatie met deze roofmijt.

In een chrysantengewas zijn twee keer achtereen roofmijten uitgezet, die werden bijgevoerd met stuifmeel. De diverse middelen zijn vier keer achter elkaar met een week interval gespoten en op een aantal momenten zijn er takspoelingen uitgevoerd om het aantal aanwezige roofmijten vast te stellen.
De bespuitingen vonden op twee manierenplaats: alleen bovenover gespoten en zowel bovenover als onderdoor gespoten. Voor beide toepassingen is bepaald of de middelen wel of niet veilig zijn voor de roofmijten.

Geheel veilig

BotaniGard WP, BotaniGard vloeibaar en Azatin waren geheel veilig voor T. montdorensis. Ook een combinatie van BotaniGard WP en Azatin was geheel veilig. Deze bespuitingen waren vergelijkbaar met water en onbehandeld. Er was geen verschil te zien tussen de beide spuitmethoden.

 





Gerelateerd

Systeemaanpak biologie en BotaniGard werkt ook goed in lastig jaar

Systeemaanpak biologie en BotaniGard werkt ook goed in lastig jaar

Als het om duurzaam telen gaat, behoort Kiepflower uit Nieuwaal tot de voorlopers in de chrysantenwereld. Drie jaar geleden koos het voor een biologisch systeem dat trips en wantsen consequent onder druk zet. “Het lijkt heel goed te werken”, stelt teeltspecialist Roland van Hemert vast.

Door de lange, hete zomer gaat 2018 de boeken in als een lastig jaar voor plaagbestrijding. Ook in de Bommelerwaard, waar chrysantenkassen de horizon vormen. Hoewel de biologische bestrijding tegenwoordig bij elk bedrijf voorop staat, moesten veel bedrijven vroeg of laat toch aan de chemische noodrem trekken. Bij Kiepflower was dat niet nodig, hoort technisch adviseur Lianne van Wijk tijdens een bezoek aan het bedrijf.

Eigen aanpak

“Ook hier was de tripsdruk hoger dan in voorgaande jaren, maar we hebben het goed in de hand kunnen houden”, zegt teeltspecialist Roland van Hemert. “Van wantsen hebben we überhaupt geen last. We volgen al enkele jaren een eigen aanpak en die houden we consequent vol. Dat lijkt heel goed te werken.”
Adviseur Mark Kolbach van Vos Capelle kent veel kwekerijen in het gebied. “Kiepflower springt er dit jaar echt uit. Het is zeldzaam schoon in vergelijking met andere bedrijven. Ik ken geen ander bedrijf dat consequent BotaniGard en aaltjes toepast. Waarschijnlijk maakt dat het verschil. Bij vrijwel al mijn klanten telde ik in de piekperiode 200 tot 300 tripsen per vangplaat. Op de twee tuinen van Kiep zijn de aantallen altijd beneden de 100 gebleven. Wantsen heb ik hier vrijwel niet gezien.”

BotaniGard en aaltjes

Aan de basis van de biologische aanpak tegen trips staat de roofmijt Transeius montdorensis, die ook wordt bijgevoerd. “Het systeem is zodanig dat we de roofmijten zoveel mogelijk in stand kunnen houden”, legt Van Hemert uit. “Meestal beginnen we al in februari met het wekelijks verspuiten van BotaniGard in combinaties met aaltjes. Dat houden we vol tot de Kerst. Hartje winter is de plaagdruk zo laag, dat spuiten achterwege kan blijven. We spuiten altijd in de vroege ochtend, zodat het gewas langere tijd vochtig blijft en de aaltjes en schimmelsporen hun werk kunnen doen. Wanneer de tripsdruk ondanks alles iets oploopt, spuiten we soms een keer extra aaltjes over het gewas. En schoonspuiten aan het einde van de teelt is ook bij ons vaste prik.”

Twee formuleringen

“BotaniGard is een van de weinige middelen die je bijna jaarrond kunt inzetten”, voegt Lianne van Wijk toe. “In chrysant kun je beide formuleringen – spuitpoeder en vloeibaar – 25 keer per jaar toepassen en daarmee zet je zowel trips als wantsen permanent onder druk.”
Eigenaar Nico Kiep knikt instemmend. “Dat is inderdaad een voordeel”, zegt hij. “Een robuuste biologische basis wordt steeds belangrijker, want door strengere eisen van afnemers mag je sommige toegelaten middelen simpelweg niet gebruiken.”

Consequent toepassen

“Een degelijke systeemaanpak werpt duidelijk vruchten af”, concludeert Kolbach. “Uit onze cijfers blijkt duidelijk dat er dit jaar over de hele linie minder aaltjes zijn ingezet en dat er op een smallere basis biologisch is bestreden. Veel bedrijven vertrouwden dit jaar vooral op roofmijten. Dat is in dit lastige jaar niet toereikend gebleken. Kiep laat nu voor het derde jaar zien dat je ook onder hoge plaagdruk biologisch kunt werken, zolang je producten combineert en ze consequent toe blijft passen.”

 

Zacht voor het gewas, hard tegen schimmels

Zacht voor het gewas, hard tegen schimmels

Sinds april is de toelating van het breedwerkende fungicide Frupica uitgebreid naar vruchtgroenten. Adviseurs in een veelheid van teelten zijn uitgesproken positief over de meerwaarde van dit preventieve middel: zacht voor het gewas, werkzaam tegen veel schimmels, ook bij een lage temperatuur.

De inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen is altijd een afweging tussen de voordelen en allerlei mitsen en maren. Daarom is het opvallend hoe positief adviseurs in de diverse teelten zijn over Frupica. Vriendelijk voor het gewas, geen zichtbaar residu en een brede werkzaamheid, al vanaf 8°C. En jammer genoeg maar twee keer per teelt toegelaten.
Lowie Smolders van Royal Brinkman noemt het een goed preventief middel voor buiten- en binnenplanten in potten en containers. “Het is zo’n zacht middel dat je zelfs bij open bloemen geen verbranding ziet, ook niet als je het in cocktails mengt met bijvoorbeeld insecticiden. Die mildheid is een grote toegevoegde waarde. Meestal zijn fungiciden juist redelijk scherp en bovendien temperatuurgevoelig. Frupica werkt al goed bij lage temperaturen, een groot voordeel bij buitenteelten. Het heeft zich bewezen bij Botrytis en echte meeldauw. Belangrijk is dat je het middel inzet op een beginnende aantasting en dat je het maar twee keer mag gebruiken per teeltcyclus”, zegt hij.

Gewasveiligheid hoog

Bij boomkwekerijgewassen is het elk seizoen weer een uitdaging om kwaliteitsmateriaal af te leveren, geeft Dirand van Wijk van Cultus Agro Advies aan. Starten met gezond materiaal, een goede voeding en de weerbaarheid proberen te verhogen. En dan een stuk of acht behandelingen per seizoen. “Frupica past goed in dat schema. Het heeft een hoge gewasveiligheid, is goed combineerbaar met bladvoeding of insecticiden en niet zo afhankelijk van het weer. Je ziet dat telers het daarom vaak aan het begin van het seizoen inzetten”, vertelt hij. “Een ander voordeel is dat het geen residu laat zien, en in de hogere marktsegmenten is dat een pré.”
Juist dat zou dan pleiten voor gebruik dichter tegen het aflevertijdstip aan. Herhaling van de toepassing vergroot het effect.

Oude bekende in aardbei

Voor Paul van de Ven van Vos Capelle is het middel een oude bekende. Hij adviseert vooral in de aardbeienteelt en daar is het al vele jaren toegelaten, zowel voor de buiten- als de bedekte teelt. “Groot voordeel is dat het werkzaam is tegen Botrytis én echte meeldauw. Dus twee vliegen in één klap; prima om het aantal MRL’s te beperken. In al die jaren ben ik nooit negatieve ervaringen met Frupica tegengekomen. Daarom is het mooi dat de toelating uitgebreid is naar glasgroenten. Daar zal het zijn plek wel vinden in de schema’s die telers toepassen.”
Het is wel eens anders geweest, maar tegenwoordig zit de aardbeienteelt goed in de antischimmelmiddelen. Van de Ven ziet dat het middel zich toch handhaaft in het veld en vaker aan het eind van de teelt wordt ingezet, waarbij de brede werkzaamheid in zijn voordeel pleit.

Mycosphaerella aanpakken

Bij komkommer is behalve de genoemde schimmelziekten ook Mycosphaerella een uitdaging. “De kans daarop doet zich al vrij vroeg in het voorjaar voor. Als het buiten koud is, maar de zon wel krachtig schijnt, loopt de temperatuur in de kas snel op. Je kunt maar mondjesmaat luchten en de planttemperatuur ijlt na. Dan ontstaat er gemakkelijk condens in de komkommerbloem en daarmee Mycosphaerella. Frupica is vanwege zijn brede werking een welkome aanvulling in het pakket. Het heeft een nevenwerking tegen Mycosphaerella maar ook op Botrytis”, vertelt Berend Vleems van Horticoop.
Ook al is het pas sinds april toegelaten in vruchtgroenten, toch zijn er al goede ervaringen opgebouwd, geeft hij aan. “Een zacht middel is in de komkommerteelt zeer welkom. Het dunne blad is nogal gevoelig en je ziet bij een gewasbespuiting wel eens dat de groei even stil blijft staan. Dat is hierbij niet het geval. Het middel is een aanwinst, maar je moet het wel preventief inzetten. Dat luistert nogal nauw. Een komkommer groeit wel 20 tot 30 cm per week. Je moet de nieuwe jonge delen ook weer beschermen en dat vergt een goede afwisseling van middelen”, zegt Vleems.
Daarom is de beperking van het aantal MRL’s waar afnemers om vragen, een echte uitdaging bij komkommer. De snelle groei, voorkomen of beperken van residuen en de noodzakelijke afwisseling van middelen om resistenties te voorkomen vormen de elementen van een lastige puzzel. Frupica maakt die soms wat gemakkelijker vanwege de meervoudige werking.

Welkome afwisseling

Bij tomaat is er nog nauwelijks ervaring, constateert Edwin Datthijn van Van Iperen. Dat komt omdat veel telers preventief zwavel toepassen tegen de tomatengalmijt. “Dan neem je Botrytis en echte meeldauw ook meteen mee”, ziet hij. Bovendien waren er dit jaar weinig meeldauwproblemen. Toch is een nieuw fungicide heel welkom voor de afwisseling: “Het is een zacht middel zonder nadelen. Voordeel is dat je in één keer – dus met één werkzame stof – twee problemen kunt aanpakken.”

Doorwerking in de keten

Collega Henk van der Meer ziet dat het middel bij snijhortensia veel wordt toegepast. “In het najaar, bij koudere nachten, kan het gewas regelmatig nat slaan. Daardoor krijgt Botrytis alle kans om de bloemen aan te tasten. Voordeel van Frupica is dat het op open bloemen kan worden toegepast zonder enige schade – en bovendien zonder zichtbaar residu. Het werkt goed, mits je op tijd begint”, zegt hij.
De telers, ook van andere snijbloemen zoals gerbera, zetten het bij voorkeur tegen het eind van de teelt in. In de regel twee keer, met een tussentijd van twee weken. “Dat heeft als voordeel dat je in de teelt de rijpende bloemen beschermt, en tevens nog geruime tijd een werking in de keten hebt. Die bescherming in de keten is ook een duidelijke meerwaarde”, besluit hij.

 

Biologie en Applaud houden wolluis beheersbaar

Biologie en Applaud houden wolluis beheersbaar

In tal van sierteeltgewassen vormt wolluis een van de lastigste plagen. Wanneer het zich eenmaal heeft gevestigd, kom je er zelden volledig van af, leert de ervaring. Met gerichte hygiënemaatregelen, zorgvuldig scouten en alert ingrijpen heeft phalaenopsiskwekerij BS Plants uit Waddinxveen de plaag desondanks onder controle gekregen.

“Wolluis – in ons geval de langstaart wolluis – vormt vooral een probleem in de afkweek van phalaenopsis”, zegt teler Erik-Jan Sonneveld. “Zodra de knoppen loskomen, zie je de beestjes verschijnen. In de eerdere teeltfasen zien we nauwelijks volwassen luis in de planten, al moeten ze er wel degelijk zijn.”
Gewasbeschermingsadviseur Wim van der Meer van Horticoop en particulier adviseur Piet Koning ondersteunen Sonneveld bij de gewasbescherming. Voormalig teler Koning leidt het scouten en voert proeven uit om de strategie te optimaliseren. Mede daardoor is de wolluisdruk bij BS Plants de afgelopen jaren gestaag afgenomen.

Hygiëneplan

“Een effectieve bestrijding van wolluis begint met een goede bedrijfshygiëne en goed scouten”, zegt Van der Meer. “Alleen dan kun je de interne verspreiding beperken en snel reageren op haardjes. Twee jaar geleden is daarvoor een hygiëneplan opgesteld.”
Koning: “Alle interne fust behandelen we met een superuitvloeier die de waslaag van wolluizen aantast. Je ziet de luizen binnen een aantal dagen verkleuren en uiteindelijk gaan ze kapot. De rolcontainers voor de opkweek behandelen we ook op die manier. Dat gebeurt van onderaf.
Zodra er in de afkweekfase dikke knoppen verschijnen, zet Sonneveld wekelijks larven van Cryptolaemus (lieveheersbeestjes) uit tegen wolluis.

Proeven

Binnenkort hoopt de teler ook Applaud een vaste plaats te kunnen geven. “Piet heeft verschillende middelen getest en Applaud komt steeds als beste naar voren”, licht Sonneveld toe. “Op basis daarvan hebben we besloten om het middel een plaats te geven in het schema, rekening houdend met de gebruiksvoorschriften, de biologie en de logistiek binnen het bedrijf.”
“Voor de proeven gebruik ik rassen die relatief gevoelig zijn voor knopbeschadiging of knopval, zodat je eventuele schade snel signaleert”, legt de adviseur uit. “In de proefvakken zetten we planten met wolluis, die zich een aantal weken ongestoord mogen ontwikkelen. Daarna pas ik met een kleine hogedrukspuit op ieder vak een specifiek middel toe volgens het gebruiksadvies en volgen we de effecten.”

Zacht voor biologie

Van andere middelen tegen wolluis kreeg de biologie vaak een tik of was het bestrijdingsresultaat onvoldoende, aldus Koning. “Applaud werkt het beste en het laat de biologische bestrijders met rust. Wij vinden het een goede aanvulling op de biologie.”
Van der Meer is erg gecharmeerd van het middel. “Het grijpt in op de vervelling in alle stadia, waardoor er geen volwassen luizen bijkomen en de populatie snel uitdunt”, zegt hij. “Het is wel belangrijk om de hygiëne en biologische bestrijding goed op orde te houden, want je mag het middel maar twee keer per jaar inzetten. Door de brede aanpak en nette werkwijze is dat op dit bedrijf geen onoverkomelijke beperking.”