Vermindering aardgasverbruik leidt tot grotere externe CO2-behoefte

Vermindering aardgasverbruik leidt tot grotere externe CO2-behoefte

De Nederlandse glastuinbouw heeft doelen afgesproken met de overheid voor het terugdringen van de CO2-emissie in 2020. Door vermindering van het aardgasverbruik ontstaat echter een externe CO2-behoefte bij de glastuinbouw. Prognoses voor de situatie zonder aardgas in 2030 lopen uiteen van 1,8 tot 3,0 Mton. Dit blijkt uit onderzoek door Wageningen Economic Research in opdracht van Kas als Energiebron (KAE).

De prognoses zijn gemaakt op basis van drie vooral economische toekomstscenario’s. In het optimistische scenario blijft het areaal gelijk op het niveau van 2017 en is er meer toekomstvertrouwen, nieuwbouw en intensivering; de sector heeft economisch de wind in de rug. In het gematigde scenario daalt het areaal met 1.000 ha en in het pessimistische scenario daalt het areaal met circa 2.000 ha.
De CO2-emissie voor 2030 bedraagt in het optimistische scenario 3,3 Mton, in het gematigde scenario 3,0 Mton en in het pessimistische scenario 2,7 Mton. De gemiddelde CO2-behoefte per m2 kas bedraagt in het optimistische scenario 34 kg, in het gematigde scenario 30 kg en in het pessimistische scenario 26 kg.

Meer inzicht

Zowel de absolute CO2-behoefte als de behoefte per m2 is in het optimistische scenario het hoogst. Bij de absolute behoefte komt dat vooral door het grotere areaal glastuinbouw in het optimistische scenario. Bij de CO2-behoefte per m2 komt dat doordat de intensivering van de CO2-behoefte groter is dan de besparing en de extensivering. In het pessimistische scenario is het tegengestelde het geval.
Om meer inzicht te krijgen in de mogelijke besparing is kennisontwikkeling nodig over de relatie tussen CO2-dosering, de productie en de opbrengstprijzen. Bij CO2-behoefte gaat het om zowel de hoeveelheid (kg/m2/jaar) als de capaciteit (kg/ha/uur). Bovendien zijn de kosten en de tariefstructuur voor het aankopen van de externe CO2 en opbrengstprijzen van de glastuinbouwproducten van belang. Voor het realiseren van besparing is het belangrijk te komen tot een tariefstructuur die minder leunt op vaste kosten en meer op variabele c.q. marginale kosten.

Wageningen Economic Research voerde dit onderzoek uit op verzoek van Kas als Energiebron en in opdracht van het ministerie van LNV.

Gerelateerd

Eerste CO2-afvanginstallatie voor toepassing in glastuinbouw

Eerste CO2-afvanginstallatie voor toepassing in glastuinbouw

De eerste commerciële afvanginstallatie voor CO2 voor gebruik in de glastuinbouw is een feit. De Frames Group uit Alphen aan de Rijn ontwikkelde een CO2-neutraal systeem dat kassen verwarmt en CO2 levert aan grootschalige glastuinbouwbedrijven. Het systeem is momenteel al in gebruik bij telerscoöperatie DES, waar onder andere VOF Prominent Grevelingen, DT van Noord tomaten en Van Duijn aubergines deel van uitmaken. Hier zorgt het biomassasysteem voor een jaarlijkse besparing van ruim 6,5 miljoen m3 aardgas en 12 miljoen kilo fossiele CO2-uitstoot.

Het biomassasysteem maakt gebruik van een geavanceerde afvang- en reinigingstechnologie om kooldioxide te verzamelen en om te zetten in hoogwaardige CO2 die de plantengroei bevordert. Tijdens dit proces komt ook warmte vrij, die weer kan worden gebruikt voor de verwarming van de kas. De kweekbedrijven van teeltcoöperatie DES gebruiken zowel de opgewekte CO2 als de warmte in het productieproces.

CO2-filtering

Het CO2-systeem van Frames bestaat uit een installatie die CO2 opvangt uit rookgassen die afkomstig zijn het verbrandingsproces van verspaand natuurlijk hout in een biomassaketel. Bij de verbranding van het hout gaan de CO2-rijke rookgassen door een absorptietoren waar ze worden opgelost in Galloxol®; een milieuvriendelijk oplosmiddel dat speciaal is ontworpen om selectief CO2 uit rookgassen te halen. De gepolijste CO2 wordt opgeslagen in gastanks voor later gebruik en de andere rookgassen verlaten het systeem naar de atmosfeer.

Verbetering

De CO2-rijke Galloxol gaat door een condensor, waar het de zuivere CO2 afgeeft. De Galloxol zelf wordt daarna gerecycled naar de absorptietoren. Het systeem geeft alleen de gezuiverde CO2 af voor het groeiproces van de gewassen, waardoor het aanzienlijk beter is voor de planten ten opzichte van de typische gasgestookte ketel of warmtekrachtkoppeling (WKK) bemestingssystemen. Bij het gebruik van de gasgestookte ketel of WKK komen namelijk ook de rookgassen in de kas, die bij het nieuwe systeem worden weggezuiverd.

Veiligheidsmechanisme

De CO2-installatie genereert 2,2 ton CO2 per uur en bevat een gasanalysator om de kwaliteit van de CO2 te controleren op NOx en ethyleengehaltes. Deze stoffen zijn bijproducten van het verbrandingsproces waarbij de CO2 vrijkomt en zijn een bekende zorg voor kwekers. De analyse is ingebouwd als laatste kwaliteitscontrole om de telers extra zekerheid te bieden. Als de CO2-kwaliteit buiten de gebruikelijke specificaties valt, wordt deze niet in de kas afgegeven.

Galloxol-technologie

Frames – het bedrijf achter het nieuwe biomassasysteem – heeft al een aantal jaren ervaring met CO2. Het bedrijf ligt op de campus van de Universiteit Twente en ontwierp eerder CO2-afvanginstallaties voor de olie- en gasindustrie door de oorspronkelijk in Nederland ontwikkelde Galloxol-technologie toe te passen op de behoeften van een proces op industriële schaal. Vijf jaar geleden begon het bedrijf met het aanpassen van de Galloxol-technologie voor CO2-verwijdering in de biogasmarkt. Later startte het bedrijf ook CO2-terugwinning voor de glastuinbouw.

Bron en foto: Frames Group.

Gerelateerd

‘Zon- en windenergie kost kapitalen en daarmee gaan we het niet redden’

‘Zon- en windenergie kost kapitalen en daarmee gaan we het niet redden’

Aardgas moet wijken voor elektriciteit, vindt de politiek. Bij voorkeur groen en liever vandaag dan morgen. Hoogleraar Jepma van Rijksuniversiteit Groningen stelt dat we voorlopig niet zonder koolwaterstoffen kunnen en aardgas is daarvan de schoonste vorm. “Voor een realistische én betaalbare transitie zijn twee zaken cruciaal: investeren in waterstof en in de ondergrondse opslag of hergebruik van CO2. Daarmee kun je de belangrijkste slagen maken.”

Wekelijks worden er in ons land windmolens bijgeplaatst, de oppervlakte zonnepanelen groeit en dat geldt ook voor het aantal geothermische bronnen. Toch gaat het niet hard genoeg met de vergroening van ons energiesysteem. De CO2-emissie moet worden teruggedrongen en dat dient te gebeuren bij een slechts langzaam afnemend energieverbruik. Een inhaalslag vergt drastische maatregelen en het versneld uitfaseren van aardgas lijkt daarvan een voorbode. Is dat nu wel zo’n goed plan?

“Het is noodzakelijk om ons energiesysteem anders en duurzamer in te richten”, erkent Catrinus Jepma. “De Europese Unie wil dat de CO2-uitstoot in 2050 zo’n 80 tot 95% lager is dan in 1990. Dat is haalbaar, mits overheden de juiste accenten plaatsen. Mijn zorg is de tot nu toe onevenredige aandacht voor de opwekking van groene elektronen uit vooral zon- en windenergie. Daarmee gaan we het niet redden en het kost bovendien kapitalen. Er moet snel meer aandacht en geld komen voor de vergroening van energiemoleculen. Waterstof is daarbij de belangrijkste optie. Tegelijkertijd moet de energietransitie vanuit internationaal perspectief worden benaderd én opgelost.”

Aardgasdiscussie ontspoord

Jepma verontschuldigt zich dat hij geen scherp beeld heeft van de transitie binnen de glastuinbouw, al weet hij dat de sector hard werkt aan vergroening. Wie zicht wil krijgen op het grote geheel kan echter goed bij hem terecht.

De hoogleraar erkent dat de aardgasproductie in Groningen drastisch moet worden beperkt. Uitgesproken onverstandig vindt hij het versneld afschaffen van het gebruik. “Het is slecht doordacht”, vat hij samen. “Aardgas vindt wereldwijd toepassing en ik kan niet bedenken waarom dat in Nederland binnen de marges van de emissiereductie niet zou kunnen. Het is een veel schonere brandstof dan steenkool, bruinkool en aardolie, die ook nog steeds in gebruik zijn. Bovendien ligt er een fijnmazig en efficiënt transmissie- en distributienet en zijn miljoenen huizen uitgerust om op aardgas te koken en te stoken. Het is efficiënter en effectiever om het accent te leggen op de vergroening van gassen en aardgas verstandig te blijven gebruiken zolang het kan.”

‘All electric’ is een utopie

Om zijn stelling te onderbouwen, zet de Groningse hoogleraar wat feiten op een rij. Het aandeel van elektriciteit in het Europese energiesysteem is nu 20%. In 1980 was dat 12%. Verdere groei vereist een zwaarder elektriciteitsnet en extra productie van groene stroom. Naast windmolens en zonnepanelen zijn er als back-up nog steeds elektriciteitscentrales en opslagsystemen nodig om het aandeel van stroom de komende dertig jaar te verdubbelen.

“Waterstof vormt de sleutel.”

Meer dan dat acht Jepma niet realistisch. “Een ‘all electric society’ is een utopie”, zegt hij beslist. “Het toekomstige groene energiesysteem zal op technische en economische gronden voor een belangrijk deel moleculair blijven. Met andere woorden: groene stroom helpt, maar waterstof vormt de sleutel.”

Duurzaamheidsgrenzen bereikt

Van de totale stroomproductie in de EU is nu zo’n 30% ‘groen’. In Nederland is dit slechts een fractie. Die vergroening heeft de Europese energieverbruikers en belastingbetalers sinds 2000 zo’n 1.000 miljard euro aan subsidies gekost. “Dat komt neer op 100 euro per hoofd per jaar”, rekent de wetenschapper voor. “Dit dure systeem wordt nu overigens versoberd. De prognoses zijn dat de vergroening van stroom doorgaat naar zo’n 55-60% van het finale verbruik in 2030 en daarna naar 100%.”

Vergroening van stroom is echter niet genoeg. Dat geldt ook voor een aantal andere duurzame bronnen, zoals biomassa, waterkracht, geothermie en restwarmte van elektriciteitscentrales en industrie. Zonder de inspanningen op die vlakken teniet te doen (“Ga daar vooral mee door”), stelt de energiedeskundige dat hun gezamenlijke bijdragen aan de vergroening te beperkt zullen blijven, mede omdat biomassa snel zijn duurzaamheidsgrenzen bereikt.

Aardgas brengt emissie omlaag

De bulk van ons energiesysteem draait nu nog op koolwaterstoffen, zoals steenkool, bruinkool, aardolie en aardgas. Dat is goed te verklaren door hun lage kostprijs, hoge energie-inhoud en flexibele en goedkope transport- en opslagmogelijkheden. Bij verbranding van kolen komt per eenheid energie meer dan twee keer zoveel CO2vrij dan bij de verbranding van aardgas.

Jepma: “Vervanging van kolen en daarna olie door gas zou de emissies ruwweg halveren. Noordwest-Europa is daar binnen de EU al mee bezig en Oost-Europa moet aanhaken. De volgende vraag is hoe we het gasverbruik kunnen vergroenen.”

Biogas alleen is niet toereikend. Ten opzichte van de circa 450 miljard m3 aardgas die de EU jaarlijks verbruikt, leveren de 15.000 vergisters die momenteel biogas produceren een aandeel van 4%. “Volgens optimistische prognoses kan dat 10% zijn in 2030, maar ik reken eerder op 5-6%”, vervolgt de Groninger. “Bovendien is biomassa niet per se 100% groen. We zien dus een paradox: gas is de enige oplossing om de totale emissies vrij snel te verlagen, maar is zelf lastig te vergroenen. Tenzij we overstappen op waterstof.”

Uiteindelijke optie: Power to Gas

De energiedeskundige noemt twee opties voor de grootschalige productie van waterstof:
1. Koolstof uit aardgas halen en opslaan, waarna waterstof overblijft.
2. Elektrolyse van water: het splitsen van water in waterstof en zuurstof met behulp van duurzaam opgewekte stroom. Deze tweede optie, die Jepma op langere termijn als de meest kansrijke ziet, staat bekend als Power to Gas.

“Waterstof is een uitstekende energiedrager en is desgewenst samen met CO2 om te werken tot bijvoorbeeld methaan of methanol, of samen met stikstof tot ammonia”, stelt hij. “Het is breed toepasbaar en eenvoudig op te slaan en te transporteren.”

Omdat transport van elektriciteit over grotere afstanden tien tot twintig keer duurder is dan van gassen, zouden Power-to-Gas fabrieken bij voorkeur daar moeten staan waar duurzame stroom en water voor het oprapen liggen, zoals de kustgebieden van Noord-Afrika, Australië en het Midden-Oosten. “Een aantal landen anticipeert hier al op”, weet de hoogleraar. “Nederland kan vanwege zijn uitstekende infrastructuur, hoogwaardige technologie en windrijke condities op de Noordzee ook een interessante speler worden in deze markt, maar dat moet nog worden ontwikkeld.”

Offshore opslaan van CO2

Opslag van CO2 in de ondergrond kan de emissiereductie aanzienlijk versnellen. “Veel fabrieken en centrales stoten enorme volumes aan CO2 uit”, vervolgt de wetenschapper. “Het kost betrekkelijk weinig om dat af te vangen, naar lege aardgasvelden op de Noordzee te transporteren en daar op te slaan. De leidingen liggen er al en dan kun je voor drie tot vijf tientjes per ton CO2 heel ver komen. Waarom zou je die infrastructuur niet benutten? Waar CO2 nuttig kan worden aangewend – zoals in de glastuinbouw – moet je dat vooral doen, maar dat levert slechts een klein deel van de vereiste oplossing.”

De visie van wetenschappers klinkt nog onvoldoende door in het publieke debat en het beleid. Jepma rekent echter op beterschap. “De politiek begint te beseffen dat het grote subsidiegebeuren haar grenzen qua effectiviteit begint te bereiken”, zegt hij. “Bovendien staat vast dat de energiekosten oplopen. Natuurlijk is beleidsontwikkeling een zaak van de politiek en niet van de wetenschap. Ik snap ook dat het meer moeite kost om wetenschappers aan tafel te krijgen dan lobbyisten, maar je hebt beiden nodig voor een zuivere discussie. De energietransitie is een gigantische uitdaging en je kunt het geld maar één keer uitgeven. Het is dus cruciaal om goed onderbouwde keuzes te maken en door te pakken. Wetenschappelijke kennis en inzichten kunnen daar echt bij helpen.”

Samenvatting

Voor een vlotte en effectieve energietransitie is het noodzakelijk om andere keuzes te maken, menen wetenschappers. Er ligt te veel nadruk op groene stroom en elektrificatie. Het versneld uitfaseren van aardgas in ons energiesysteem is – in tegenstelling tot kolen en aardolie – een ronduit verkeerde keuze. Waterstof heeft als schone en flexibele energiedrager een glansrijke toekomst en kan vrij snel aan belang winnen wanneer de politiek daarop inzet.

Tekst: Jan van Staalduinen.
Beeld: Geert Job Sevink.
Afvalbranche en glastuinbouw kijken naar mogelijkheden verduurzaming

Afvalbranche en glastuinbouw kijken naar mogelijkheden verduurzaming

In de transitie naar een fossielvrije glastuinbouw is de toekomstige beschikbaarheid van CO2 een belangrijk dossier. Koolstofdioxide uit afvalverbranding is een belangrijke en realistische kijkrichting als het gaat om alternatieve bronnen voor de glastuinbouw. In Alkmaar staat de eerste bio-energiecentrale die een pilot is gestart in samenwerking met de glastuinbouw.

De vijf verdiepingen hoge installatie past niet op de foto. Zelfs in panoramamodus is het niet in beeld te vangen. “Dit is nog maar een kleinschalig project”, zegt Jan Peter Born van HVC Alkmaar. “Hiermee vangen we 4 kiloton CO2 per jaar af; we zuiveren en vervloeien het en leveren het aan de glastuinbouw. Aan Agriport A7 in dit geval.”

Meer bronnen

“Duurzaamheid staat bij ons hoog in het vaandel. Vorig jaar april publiceerde De Groene Amsterdammer een lijstje met de grootste luchtvervuilers. Wij stonden op de tiende plek met 1,4 miljoen ton uitstoot van CO2, naast Shell. Dat is een lijstje waar je niet op wilt staan”, zegt Born. “We willen een duurzaam bedrijf zijn. Koolstofdioxide beïnvloedt het klimaat en het milieu. Dat is op de langere termijn niet houdbaar. Daarnaast zien we ook kansen voor ons zelf. Onze klanten zijn onder andere gemeenten. Het wordt aantrekkelijker voor hen om zich bij ons aan te sluiten, als we de goede dingen doen.”

Ook de glastuinbouw wil goede dingen doen. LTO Glaskracht Nederland heeft in haar Energievisie de ambitie uitgesproken dat de sector in 2040 klimaatneutraal opereert. CO2 uit afvalverbranding biedt kansen, stelde Dennis Medema, Innovatiespecialist Kas als Energiebron bij LTO Glaskracht, al eerder. “Er is krapte op de markt. Momenteel wordt er circa 450 kiloton via OCAP en 100 kiloton vloeibare CO2 geleverd. De uiteindelijke vraag, op het moment dat de sector geen aardgas meer stookt, ligt op zo’n 2.000 kiloton. Nu vult aardgas dat gat op, maar het zal duidelijk zijn dat dit geen duurzame oplossing is. Meer bronnen zijn dus noodzakelijk.”

Steun overheid

De afvalbranche past goed in dat plaatje. De vraag vanuit de sector matcht het aanbod. Daarnaast liggen afvalbedrijven mooi verspreid over Nederland ten opzichte van glastuinbouwgebieden. AVR uit Rotterdam en AEB uit Amsterdam zijn daarbij relatief eenvoudig op het bestaande OCAP-netwerk aan te sluiten. Ook kunnen de afvalbedrijven 365 dagen per jaar leveren, wat zorgt voor continuïteit. Koolstofdioxide uit de afvalverbrandingsinstallaties is bovendien voor meer dan 60% van biogene oorsprong.

Hoewel de techniek zich al heeft bewezen, zitten er nog wel haken en ogen aan het verhaal. Zo is er een onrendabele top. “Met het huidige beeld is deze voorziening zonder subsidie te duur voor de glastuinbouw”, zegt Medema. “CO2 uit aardgas via de WKK is goedkoper, dus de overheid moet bijspringen om dit alternatief tot een succes te maken en zo de verduurzaming van de glastuinbouw verder te helpen.”

Daarnaast is de status van de koolstofdioxide uit rookgassen nog onduidelijk. “In maart beginnen we met leveren van CO2 aan een intermediair, die het op haar beurt weer per tankauto levert aan omliggende telers. Als de status ervan dan nog steeds onduidelijk is, hebben we een probleem”, zegt Born. “Op politiek vlak zijn we dus druk bezig om dit op tijd voor elkaar te krijgen.”

Haalbaarheidsstudies

Niet alleen HVC is bezig met een pilot (zie kader). In Duiven bouwt AVR momenteel een installatie waar 60 kiloton CO2 per jaar zal worden afgevangen en geleverd aan de glastuinbouw. Daarnaast zijn er bij diverse afvalenergiecentrales haalbaarheidsstudies gaande. “Zo ook bij ons. Wij willen een grootschaligere afvang opzetten”, legt Born uit. “We hopen dat de haalbaarheidsstudie als onderbouwing kan dienen voor een subsidieaanvraag voor een grotere businesscase.” Die zal dertig keer zo groot worden als de huidige en 15 ton per uur afvangen. De installatie levert in totaal 75.000 ton CO2 per jaar aan omliggende glastuinbouwgebieden.

In de betreffende haalbaarheidsstudie nemen de bedrijven vooral de kwaliteit en de financiële haalbaarheid van het hele project onder de loep. “De concentratie en kwaliteit uit rookgassen is niet voldoende”, legt Born uit. “Het gas moet eerst worden geconcentreerd en gereinigd, voordat toepassing in de glastuinbouw mogelijk is. We gebruiken hiervoor de zogeheten aminemethode. In een absorptiekolom worden de rookgassen van beneden naar boven gedoucht in een mengsel van water en amines. De CO2 lost hierin op, zodat de rookgassen vrij worden van koolstofdioxide. Door vervolgens de amine-oplossing te verhitten, ontstaat een puur gas. Als we dat laten afkoelen en vervloeien, krijgen we bruikbare CO2.”

Nog veel vragen

Maar dan zijn we er nog niet, gaat hij verder. “We moeten onderzoeken wat de invloed is van deze amines. Technische oplossingen hebben vaak een keerzijde, die zich pas vele jaren later kunnen openbaren. Denk aan asbest. Amines verdampen deels in de schoorsteen, dus wat is het effect ervan op het milieu? Daar komt bij dat een amine ook weer verbindingen aangaat met andere stoffen in het rookgas. In welke mate worden deze verbindingen gevormd en welke invloed hebben die stoffen op het milieu? Dat zijn vragen die we eerst moeten beantwoorden. We willen natuurlijk voorkomen dat over tien jaar een wethouder hakkelend moet gaan uitleggen dat CO2-afvangst uit afvalverbranding gevaar voor de volksgezondheid oplevert doordat er bijproducten vrijkomen.”

Er zitten dus nog haken en ogen aan het verhaal, maar volgens beiden is de afvalverbranding een belangrijke en realistische kijkrichting. “Het is een deeloplossing en iets tijdelijks”, zegt Born, “want misschien hebben we over 50 jaar geen schoorsteen meer en halen we CO2 uit de buitenlucht, maar het is goed dat de innovaties er zijn. Niets doen is geen optie.” Medema beaamt dat: “Het is een belangrijke randvoorwaarde voor de verdere verduurzaming van de glastuinbouw.”


Grote ambities en groot potentieel afvalbedrijven

De afvalsector heeft grote ambities als het gaat om klimaat en duurzaamheid. CO2 afvangen en hergebruiken past goed in de visie van de Vereniging Afvalbedrijven.

“Er is een groot potentieel. Het is technisch mogelijk en we hebben goede afzetmogelijkheden, waaronder de glastuinbouwsector”, zegt beleidsmedewerker Liane Schoonus. “Hiermee dragen we als sector bij aan recycling, verduurzaming en het realiseren van de klimaatdoelen.”

De afvalenergiecentrales verwerken jaarlijks ongeveer 7,8 miljoen ton brandbaar restafval. Een ton afval komt overeen met een ton CO2. Bijna twee derde daarvan heeft een biogene en dus duurzame oorsprong. “Dat maakt ons een interessante partner voor de glastuinbouw”, zegt Schoonus. “Allebei hebben we de ambitie om bij te dragen aan de klimaatdoelen.”

Olievlekwerking

De verwachting is dat CO2-afvang en -levering aan de glastuinbouw binnen een paar jaar te realiseren is. “Dat heeft ook te maken met het feit dat we het samen doen. Binnen onze brancheorganisatie is er een werkgroep, die de ontwikkelingen op de voet volgt. Samen met LTO Glaskracht zijn we daardoor een stevige partij naar de overheid toe. Innovatie begint bij de leden, maar we zien nu al een olievlekwerking ontstaan.”
Diverse afvalverwerkers zijn bezig met afvang. Zo past Twence de koolstofdioxide intern toe voor het reinigen van rookgassen. GFT-vergisters van onder meer Indaver, ARN en Attero produceren vloeibare CO2. Slibverwerking Noord-Brabant (SNB) in Moerdijk haalt al ruim 10 jaar CO2 uit haar rookgassen en levert dat aan kalkproducent OMYA. AEB, AVR, HVC en Twence doen haalbaarheidsstudies naar het afvangen en hergebruiken in de glastuinbouw.


Samenvatting

HVC Alkmaar is de eerste bio-energiecentrale die een pilot is gestart omtrent het afvangen van CO2 uit afvalverbranding. Deze koolstofdioxide wordt geleverd aan de glastuinbouw. Het lijkt een mooi alternatief voor CO2 uit aardgas via de WKK. De vraag vanuit de sector matcht met het aanbod van de afvalbedrijven. Daarnaast liggen afvalbedrijven mooi verspreid over Nederland ten opzichte van glastuinbouwgebieden. Toch is het niet zomaar gerealiseerd. Zonder subsidie is deze voorziening nog te duur voor de glastuinbouw. De overheid zal dus moeten bijspringen.

Tekst: Marjolein van Woerkom
Beeld: HVC Alkmaar




Glastuinbouw heeft veel hogere verduurzamingsambitie dan de regering

Glastuinbouw heeft veel hogere verduurzamingsambitie dan de regering

Zo vlak voor de kerstdagen presenteerde Ed Nijpels het concept Klimaatakkoord en ging het parlement akkoord met de Klimaatwet. Deze nieuwe ‘klimaatmaatregelen’ schetsen de contouren voor de nationale CO2-reductie tot en met 2030. De Glastuinbouw denkt echter dat zij veel méér kan doen dan de wensen van de regering

“Wij kunnen én willen verder komen dan de 1 Mton extra CO2-reductie in het Regeerakkoord. Onze ambitie is ruim het dubbele”, zegt Sjaak van der Tak, voorzitter van Glastuinbouw Nederland (voorheen LTO Glaskracht Nederland). Om dat te realiseren, ontwikkelde Glastuinbouw Nederland, met steun van de milieubeweging, concrete plannen. Die plannen gaan onder meer uit van de inzet van geothermie, restwarmte, energiebesparing en elektrificatie.

Samenwerking met lokale overheden

De tuinbouworganisatie vertrouwt daarbij op de succesvolle samenwerking met de Rijksoverheid in het programma Kas als Energiebron. Deze wil men verbreden naar een intensieve samenwerking met de Greenports. Op die manier kunnen alle gemeenten en provincies met glastuinbouw participeren in een gebiedsaanpak. “Overal in Nederland waar ik ondernemers spreek hoor ik dezelfde drive om energie te verduurzamen. Met de lokale overheid slaan wij de handen ineen om dat gezamenlijk te realiseren,” aldus Van der Tak.

Voorwaarden voor verduurzamingsambitie

Een voorwaarde voor de glastuinbouw om haar verduurzamingsambitie waar te maken, is toekomstgericht en consistent overheidsbeleid. Zo moet de overheid bestaande regelingen tot en met 2030 voort zetten. En voor restwarmte, CO2-voorziening en elektrificatie is behoefte aan ondersteuning en aangepaste regelgeving. Van der Tak: “Ook de glastuinbouw moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Op definitieve standpunten van de politiek moeten we echter helaas nog wachten tot komend voorjaar.”

Veel nieuwe concrete projecten

De komende maanden gaat Glastuinbouw Nederland bij naar leden navragen wat haar positie in dit dossier moet zijn. “Maar ondertussen zitten we niet op onze handen. Ik denk dat we begin 2019 weer vele nieuwe concrete projecten bekend kunnen maken in de dynamische glastuinbouwsector”, aldus Van der Tak. De belangenbehartiger voor de glastuinbouw ziet tot haar spijt dat de vakbonden zeer negatief zijn. Zij waren afwezig aan de klimaattafel van de tuinbouw. Wel meldt Glastuinbouw Nederland dat zij met hen in gesprek gaat over de werkgelegenheid in een duurzame én economische sector.

(Bron: Glastuinbouw Nederland, Foto: Rob van Mil)





Gerelateerd