Door zaadteelt en LED duurzame aardbeienteelt binnen handbereik

Door zaadteelt en LED duurzame aardbeienteelt binnen handbereik

Even buiten Andijk ligt Holland Strawberry House: een opvallend bedrijfspand in Kaaps-Hollandse stijl. Hier legt een aardbeienveredelingsbedrijf zich toe op de veredeling van aardbeien uit zaad en komen bezoekers uit de hele wereld langs om de nieuwe rassen te bekijken. Het bedrijf is sterk in de sierteeltsector, maar heeft als speerpunt de voedingstuinbouw. De tijd voor rassen uit zaad is rijp nu de vraag naar duurzaam geteelde aardbeien duidelijk op de agenda staat.

Gé Bentvelsen, veredelaar en directeur van het aardbeienveredelingsbedrijf ABZ Seeds vertelt over de mogelijkheden van F1-aardbeienrassen uit zaad. Er staat uitnodigend een schaaltje met aardbeien klaar om zijn verhaal over de smaakvolle, zoete Delizzimo’s te ondersteunen. Buiten ligt 6,5 ha proefveld met een kas van 2.000 m2 en een veld van 1.800 m2 voor stellingenteelt.

’s Winters zijn er vooral binnenactiviteiten. In het showgedeelte van de proefkas staat het lopende tuinplantenassortiment opgeplant, dat onder andere rond de Spring Trials van 30 april tot 3 mei te zien zal zijn. Prachtige aardbeienplanten met bloemen in een scala aan rozetinten van wit tot en met diep roze. Ze zijn enkelbloemig of gevuld als kleine roosjes en in kleinere of grotere potten opgeplant, afhankelijk van het gekozen marktsegment. Ook zijn er proefgoten te zien, met daarin plantenrassen en -nummers die bestemd zijn voor de aardbeienteelt.

Drie marktsegmenten

De aardbeienveredelaar startte zijn carrière in 1984 bij de Zaadunie als veredelaar van bloemzaden. Samen met compagnon Jasper Veldhuijzen van Zanten richtte hij in 1993 een veredelingsbedrijf op dat zich volledig toelegt op de ontwikkeling van F1-hybride aardbeirassen uit zaad. Zij namen het in 1976 gestarte, lopende veredelingsprogramma van de Zaadunie mee. “In de afgelopen 26 jaar hebben we meer dan 25 rassen geïntroduceerd. We exporteren zaden naar 35 landen, verdeeld over zes continenten.”

Het bedrijf richt zich op drie marktsegmenten: de verse markt, de tuinplantenmarkt en de kleinverpakking ofwel zakjes zaad waarmee consumenten hun eigen aardbeienplanten kunnen zaaien. “De marktsegmenten hebben ieder eigen veredelingsprogramma’s, hoewel er van oorsprong overeenkomsten zijn. Het ras ‘Elan’ bijvoorbeeld was een ras ontwikkeld voor de productieteelt, maar wordt nu vooral gebruikt als plant voor in een hanging basket.”

Voordelen aardbeien uit zaad

Bentvelsen kan enthousiast vertellen over de voordelen van aardbeien uit zaad in vergelijking met de gangbare aardbeienteelten uit stek. “Wij gaan uit van een grootvruchtig gewas – Fragaria x ananassa. Onze rassen zijn daglengteneutraal. Dat betekent dat het doordragers zijn”, vertelt de veredelaar.

Op de eerste plaats is er een groot voordeel qua opkweek. “De opkweek van planten uit stek neemt meer dan een jaar in beslag. Ze worden in de koelcel opgeslagen in kuubskisten en daarna gaan ze pas naar de teler. Dat betekent bijvoorbeeld dat de stekken die in maart van het ene jaar als moerplant worden geplant, pas vanaf oktober van het jaar erop hun eerste oogst hebben. In ons geval begint de plantenkweker met zaad. Na drie maanden zijn de planten groot genoeg. Na een maand kan de aardbeienteler ervan plukken.”

Kruisbesmetting voorkomen

Een tweede voordeel is dat het plantmateriaal schoon en betrouwbaar is. “De zaadproductie vindt in Nederland plaats, onder glas en onder toezicht van Naktuinbouw qua bedrijfshygiëne. De plantenopkweek gebeurt bij bestaande groenteplantenkwekers en is ook goed op steenwol mogelijk. Zij hebben zaai-apparatuur, een hoog hygiëneniveau en géén materiaal uit stek zodat we eventuele kruisbesmetting voorkomen.”

Niet voor niets is er een link met het onderzoeksproject Groene Gewasbescherming (zie ook Onder Glas, september 2018), waarbij nieuwe duurzame teeltsystemen worden ontwikkeld voor verschillende teelten, waaronder aardbei. “De hygiëne, de korte teeltcyclus in combinatie met de opkweek op steenwol maken een meer duurzame aardbeienopkweek mogelijk”, vat Bentvelsen samen. Hij zit in de klankbordgroep bij dit project.

Ondersteunend onderzoek

Het bedrijf richt zich bij de veredeling op rassen met grote vruchten, die goed smaken in combinatie met een goede opbrengst. De Delizzimo is op dit moment het boegbeeld: donkerrood, zoet-aromatisch met een brix van 9-12. Bij Proeftuin Zwaagdijk laat Bentvelsen al zeker tien jaar rassenonderzoek doen, waarbij het vruchtgewicht, de productie en smaak belangrijke aandachtspunten zijn. De smaaktesten gebeuren bij Wageningen University & Research in Bleiswijk.

“We willen onder andere aantonen dat er een robuust teeltsysteem mogelijk is in de belichte winterteelt en goede teeltprotocollen ontwikkelen voor de verschillende teeltomstandigheden. Ons advies is dat de hele teelt onder een minimale daglengte van 14 uur plaatsvindt, maar liever nog met 16 tot 18 uur licht. In Zwaagdijk bereiken we dit op twee manieren: met stuurlicht en groeilicht. De laatste bestaat uit een hybride belichting van SON-T (80 micromol) en LED (120 micromol) met rood/blauw licht in de verhouding 95 en 5%.”

Door een combinatie met LED wordt de teelt nog duurzamer. Qua productie zijn in de loop der jaren belangrijke stappen gemaakt. Deze ligt nu op 10 kg/m2.

Ook test hij nieuwe kandidaatrassen voor het label Delizzimo. De aardbeienveredelaar kan zich daarnaast voorstellen dat er een segmentatie van de markt mogelijk is met ruimte voor aardbeien die nog bijna even lekker zijn, maar ook een hogere productie hebben en in grote hoeveelheden via een private label kunnen worden verkocht.

Verschuiving in de aardbeienteelt

Bentvelsen schat het areaal aardbei onder glas en/of tunnels op dit moment op 450 ha. Daarvan is 30 ha belicht. Dat is minder dan 10%. In de tomatenteelt is het belichte areaal 40%.

Hij ziet een verschuiving van vollegrond naar stellingenteelt en van stellingenteelt naar glasteelt. “Meestal gaat het ’s winters in een onbelichte doorteelt om eenmaal dragende rassen met twee productiepieken in oktober en april. De tussenliggende periode kan in principe worden ingevuld met belichte teelt. Nu nog kiezen telers voor eenmaal dragende rassen, synchroon in meerdere teelten. Hier liggen duidelijk kansen voor doordragende rassen die de gehele winterperiode in productie blijven.”

Dit speelt in op de trend dat aardbeientelers in de kas willen telen om jaarrond goede aardbeien te kunnen oogsten. Op deze manier willen zij de Spaanse aardbeien, die wel goed tegen transport zijn bestand maar de consument teleurstellen, uit de schappen verdringen.

Wel of niet

Op dit moment wordt de teelt van aardbeien uit zaad niet tot nauwelijks in de praktijk opgepakt. Een van de redenen is dat de teelt uit stek en zaad slecht te combineren zijn binnen een bedrijf. Dit werpt een drempel op voor telers die voorzichtig met een hoekje willen starten. Verder gebeurt de opkweek van het plantmateriaal uit zaad bij groenteplantenkwekers onder geconditioneerde omstandigheden en niet bij de traditionele aardbeienplantenkwekers.

In het onderzoek van de Groene Gewasbescherming wordt wel uitgegaan van planten vanuit zaad, omdat hier een meer duurzame teelt mogelijk is. “We werken aan een systeem waarmee er niet alleen in de winter, maar ook in de zomer een product mogelijk is, afkomstig van betrouwbaar plantmateriaal. Mijn toekomstvisie is dat we in de winter een teelt met licht krijgen en in de zomer de kas benutten voor een koelere teelt dan buiten.”

Samenvatting

Een aardbeienveredelingsbedrijf uit Andijk legt zich toe op de teelt van F1-aardbeirassen uit zaad voor de sierteelt en voedingstuinbouw. Sterke punten van de teelt uit zaad zijn schoon en betrouwbaar plantmateriaal, doordat er een snelle opkweek van plantmateriaal onder geconditioneerde omstandigheden mogelijk is. In combinatie met LED-belichting kan dit bijdragen aan een duurzame aardbeienteelt in Nederland, in de concurrentie met Spaanse aardbeien, die steeds minder populair zijn bij de consument.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.

Voortdurend nieuwe opties voor teeltoptimalisatie

Voortdurend nieuwe opties voor teeltoptimalisatie

Optie: eerste betekenis ‘vrije keus’. Optimisme: ‘wijsgerig stelsel dat beweert dat deze wereld, ondanks al haar schijnbare onvolkomenheid, toch zo volmaakt is als zij maar zijn kan’. Optimaliseren: ‘het in de meest gunstige omstandigheden brengen’. Teeltoptimalisatie: ‘het zo breed mogelijk kijken naar en verbeteren van hetgeen allemaal speelt in de moderne tuinbouwkas’.

Drie definities uit de Dikke van Dale, aangevuld met een omschrijving die daar, gezien het toenemende belang en de voortdurende innovatiedrang van de glastuinbouw, eigenlijk een plekje in verdient.

Schotjes verdwijnen

Maar wat zeggen die begrippen uit het woordenboek over onze sector? Feit is dat het aantal opties om tot een verdere optimalisatie te komen voortdurend toeneemt. Nieuwe technieken, maar vooral ook nieuwe inzichten liggen daaraan ten grondslag. De schotjes tussen specifieke aandachtsgebieden verdwijnen stilaan. Teeltoptimalisatie – het thema van de april-editie van vakblad Onder Glas – is inmiddels meer dan de juiste temperatuur en luchtvochtigheid en wel of niet schermen.

Integrale aanpak

De inzet van biologie moet ziekten en plagen onder controle houden; een gezonde teelt in een gezonde kas. Energie, gewasgezondheid, water, het moet allemaal op hetzelfde moment kloppen. Met groeiende aandacht voor de wortel en het wortelmilieu is ook de volgende fase al ingezet. De inspanningen op gebied van veredeling volgen en zullen komende tijd ook beter zichtbaar worden. Alle aspecten verdienen aandacht om tot een optimale en integrale aanpak te komen. Optimaliseren kent immers geen eindstadium, het is het toewerken naar de meest gunstige omstandigheden. Utopia bestaat niet, maar moet wel de stip op de horizon zijn. Hoe goed de atleet ook is, de lat kan altijd weer een stukje hoger.

Uitdagend proces

Moet je een geboren optimist zijn om de stappen naar verdere teeltoptimalisatie te maken, of volstaat realisme, gezond verstand? Het is een uitdagend proces, dat is een feit. Oude gewoontes moeten overboord, nieuwe visies omarmd; eeuwenoude natuurkundige begrippen combineren met de kracht van de biologie en ruim honderd jaar hoogwaardige teeltkennis. Kennis delen is essentiëler dan ooit: geen optie, maar noodzaak.

Roger Abbenhuijs.

Gerelateerd

Wiebes vindt subsidieregeling SDE+ niet gepast voor DaglichtKas

Wiebes vindt subsidieregeling SDE+ niet gepast voor DaglichtKas

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat schrijft in reactie op Kamervragen dat de DaglichtKas momenteel niet in aanmerking komt voor SDE+ subsidie. De investering is volgens hem niet goed in te passen omdat er onvoldoende bekend is over het product en “de kans op overstimulering reëel is”.

Wiebes vindt dat dit laatste zou blijken uit de projectinformatie bij subsidieaanvragen voor de DaglichtKas. Bij Technokas – die de DaglichtKas ontwikkelde – reageert Hans van Tilborgh zeer teleurgesteld. Van Tilborgh vindt dat de overheid niet zorgvuldig heeft gehandeld. Hij is van mening dat het onderwerp en de techniek inhoudelijk niet goed zijn behandeld en dat er met te weinig deskundigheid naar de ontwikkeling is gekeken.

Afwijkend zonthermiesysteem

De minister schrijft in zijn reactie dat de DaglichtKas sterk afwijkt van de meeste zonthermiesystemen en dat hij de techniek daarom sinds 2018 niet langer binnen de categorie zonthermie toestaat. Wel vindt Wiebes het wenselijk dat innovaties als de DaglichtKas kunnen doorgroeien. Hij schrijft daarom dat hij in de voorbereidingen voor de regeling SDE++ 2020 de toepassing van zonthermie in kassen als specifiek aandachtspunt zal meenemen. Van Tilborgh: “Dit is een toezegging waaraan we de minister zullen houden. We verwachten dan ook dat hij en zijn ambtenaren ons spoedig uitnodigen voor nader overleg.”

Opening voor 2020

Voor Ter Laak Orchids, dat al een DaglichtKas heeft, en voor Glastuinbouw Nederland is de toezegging voor 2020 het positieve element in het antwoord van de minister, waar zij hoop uit putten. Hans van Tilborgh wil de opening als positief zien, maar houdt nog wel een grote slag om de arm. Tot op heden heeft de overheid zich uitsluitend van haar onbetrouwbare kant laat zien. Enerzijds wil zij dat de glastuinbouw verduurzaamt, maar als er dan een duurzame technologie beschikbaar komt, wordt er niet serieus mee omgegaan.

Onderzoek door het PBL

De minister schrijft dat over de definitie van zonthermie in relatie tot de toepassing in kassen onderzoek is gedaan door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dit deed het PBL op basis van informatie die de sector heeft aangeleverd. Het PBL heeft met deze informatie alleen een indicatieve berekening kunnen maken. Wiebes schrijft dat nader onderzoek naar de systeemgrenzen en de onderhoudskosten en verificatie van de aangeleverde data noodzakelijk is om tot een betrouwbaar basisbedrag te komen.

Zonder goede onderbouwing

“De berekening van het PBL gebeurde pas toen al was besloten om de DaglichtKas van de SDE+ lijst te halen en wij daar tegen bezwaar hadden gemaakt. Het PBL heeft dus pas heel recent hiernaar gekeken en niet de tijd gehad om al onze informatie goed te beoordelen. Daarin zit voor ons het onzorgvuldig handelen van deze overheid. Er wordt gemeld dat wij niet voldoende informatie hebben aangeleverd, terwijl zijn ministerie zonder vooraf met onze input rekening te hebben gehouden, al heeft besloten om – zonder onderbouwing – de DaglichtKas als maatregel van de lijst te schrappen”, zegt Van Tilborgh.

Foto: Fotostudio GJ Vlekke/Fotovak B.V.

Gerelateerd

Voortdurend nieuwe opties voor teeltoptimalisatie

Blijft peloton in het spoor van koplopers in energietransitie?

Vanwege een sportieve uitdaging komende zomer, moest ik me onlangs onderwerpen aan een sportmedische keuring. Meten is weten en zweten, in dit geval. Als een vitaal gewas in een moderne kas werd tijdens een fietstest met sensoren vrijwel alles in kaart gebracht: hartritme, longinhoud, zuurstofopname, trapfrequentie en vermogen. Voor het eerst werd wattage in relatie gebracht met mijn hobby. De tijd van ‘gewoon’ veel drinken en regelmatig wat eten, is voorbij. Zo eenvoudig is zelfs het leven van een toerfietser niet meer. Fietsen op data, in plaats van op gevoel. Energie is een complex geheel.

Dat is in de glastuinbouw al decennialang een gegeven, maar de complexiteit neemt in hoog tempo toe. Doseren van energieverbruik in de kas is essentieel, maar op de ontwikkelingen op gebied van energietransitie staat geen rem. Daarom staat Onder Glas van maart – nauwelijks een half jaar na de special Fossielvrij, gemaakt in samenwerking met Kas als Energiebron en het ministerie van LNV – opnieuw in het teken van energie. Het levert alweer nieuwe inzichten op, bovendien worden aangekondigde initiatieven versneld realiteit.

Klimaatakkoord

Er is echter ook een verschil met de genoemde extra uitgave van vorig jaar. Ook nu gaan visie, achtergrond, onderzoek en praktijkervaringen hand in hand, maar daarnaast is enkele telers om hun mening gevraagd over het veelbesproken Klimaatakkoord. Scholieren gaan de straat op om hun zorg en scepsis uit te dragen en zodoende een bijdrage te leveren aan hun eigen toekomst. Maar hoe staat de glastuinbouw daarin?

Mening achterban

Drie stellingen, voorgelegd aan vijf ondernemers – waaronder ook voorlopers op gebied van duurzaamheid – leveren een interessant resultaat op. Alle doelstellingen en ambities van de sector, krachtig verwoord door onder andere Glastuinbouw Nederland, worden met een zekere terughoudendheid ontvangen. Niet het belang, maar vooral het tempo roept weerstand op, zo blijkt. Daar moet de komende tijd extra energie in worden gestoken: het peilen van de mening en betrokkenheid van de achterban. Houdt het peloton de koplopers in het vizier? Meten is weten en zweten, ook in dit geval.

Roger Abbenhuijs.

Gerelateerd

Olifantsgras kan tuinbouw ‘genezen’ van plasticsoep

Olifantsgras kan tuinbouw ‘genezen’ van plasticsoep

Jan-Govert van Gilst van Vibers heeft een milieuvriendelijk alternatief ontwikkeld voor plastic verpakkingen, gebaseerd op vezels van olifantsgras. Hij wil nu Westlandse tuinders ervan overtuigen dat hun duurzaam geteelde tomaten en komkommers ook duurzame verpakkingen verdienen, blijkt uit een interview in het AD. En zo de tuinbouw ‘genezen’ van de plasticsoep. Er is echter een obstakel: de prijs.

Olifantsgras (officieel Miscanthus) is een onderhoudsarme plant die vier keer zoveel CO2 aan de lucht kan onttrekken dan bomen. De stengels kan Van Gilst versnipperen en verwerken in papier, bekers, bakjes en zelfs beton. “De winning van cement is namelijk verschrikkelijk vervuilend”, zegt de voormalige ict-ondernemer uit Hellevoetsluis, die kantoor houdt in het World Horti Center. Inmiddels staan in diverse gemeentes ‘duurzame’ bankjes van beton van olifantsgras.

‘Plastic van de toekomst’

Terwijl Van Gilst begon met een hectare olifantsgras in een Rotterdamse woonwijk, staat er nu op verschillende braakliggende terreinen in Nederland in totaal 20 hectare van het superriet. De rest neemt hij af van andere telers. “Veel boeren hebben namelijk wel een stukje olifantsgras staan.” Voor het verwerken en vermarkten van Vibers heeft hij inmiddels een team om zich heen verzameld, waarvan er twee ironisch genoeg afkomstig zijn van de plasticindustrie. Voor de productie van schalen, bekers en bakjes kunnen overigens dezelfde machines worden gebruikt die in de plasticindustrie voorkomen. “Bij een fabriek hebben we zelfs olifantsgras geteeld en een bord laten neerzetten: ‘Hier maken we het plastic van de toekomst’. Eén nadeel: de spullen kunnen nog niet in de vaatwasser.”

Wereld veroveren

Van Gilst wil dat telers van groenten en fruit hun plastic verpakkingen gaan vervangen door Vibers, wat is toegestaan door de overheid. Vleesverpakkingen zijn dat niet. De reden waarom telers nog terughoudend zijn is de prijs: die is twee keer zo hoog als bij (op aardolie gebaseerde) plastics. Een tomatenteler heeft een stap gezet, maar Van Gilst is nog op zoek naar enkele grote spelers. Het lijkt een kwestie van tijd totdat bioplastics van olifantsgras de wereld gaan veroveren. Van Gilst heeft namelijk de tijdgeest mee. Nu de telers nog.

Bron: AD. Foto: Vibers.

Gerelateerd