Lichtbesparing vrijwel niet mogelijk zonder in te leveren op kwaliteit

Lichtbesparing vrijwel niet mogelijk zonder in te leveren op kwaliteit

De troschrysant heeft een enorme honger naar assimilaten. Dat stellen onderzoekers die de snijbloem tot in detail onder de loep namen op zoek naar de optimale klimaatomstandigheden voor groei, kilo’s, verdamping en kleur in alle seizoenen met verschillende plantdichtheden en teeltduur. Conclusie: lichtbesparing is vrijwel niet mogelijk zonder in te leveren op kwaliteit.

Het was tien weken lang ambachtelijk meetwerk. Met twee man liepen ze vier dagen in de week door het proefveld in de kas. Planten afknippen, het lospeuteren van bladeren, stengels en knoppen. Vervolgens alle plantorganen wegen, in de droogstoof en weer wegen om de biomassa te kunnen bepalen. En dat was nog maar een onderdeel van de proef. “Ik heb het in het begin ook meteen aangegeven”, zegt Sander Hogewoning van Plant Lighting die de proef begeleidt, samen met collega Stefan van den Boogaart. “Het wordt een proef van lange adem.”

Losse eindjes

Eind 2016 benaderde de gewascoöperatie Chrysant van Glastuinbouw Nederland hem met de vraag of hij de optimale klimaatomstandigheden kon bepalen voor groei, kilo’s, verdamping en kleur in alle seizoenen met verschillende plantdichtheden en teeltduur. “Dat is een complexe vraag. Het vergt detailonderzoek met heel veel metingen. Dat vraagt commitment voor de lange termijn.”

Dat commitment en daarmee de financiering kwam er, van de telers en van Kas als Energiebron onder de voorwaarde dat er wel enig zicht op energiebesparing moest zijn. De onderzoekers zijn daarom begonnen met een voorstudie. Met kennis uit de literatuur hebben projectpartners EcoCurves en Photosyntax een nog niet volledig geparameteriseerd model opgezet. Dat gaf zicht op mogelijke energiebesparing gedurende een gedeelte van de teelt, maar het gaf ook nog veel losse eindjes.

Balans tussen source en sink

Een van de complexe dingen was het feit dat de chrysant een gedetermineerde groei kent. Dat betekent dat de vraag naar assimilaten varieert gedurende de groei. In het ene groeistadium heeft de plant veel meer suikers nodig dan in het andere. Die vraag naar suikers (sink) is niet noodzakelijkerwijs in overeenstemming met de productie van suikers via de fotosynthese (source).

“Bij een plant met een ongedetermineerde groei, zoals een trostomaat, is het makkelijker”, zegt Hogewoning. “Wanneer er een tros afgaat, komt er ook een bij. De vraag naar assimilaten is in balans. Bij de chrysant werkt het niet zo. Die begint met een stekje, dat gaat wortelen, er ontstaan jonge bladeren, een knop, en dan is de groei een tijdje geremd. Wij gingen ervan uit dat in die periode, rond dag 40 na planten, de vraag naar assimilaten lager is. Vervolgens begint de plant zijtakken te maken, waardoor de vraag naar assimilaten weer sterk stijgt. De balans tussen source en sink varieert dus.”

Virtuele kas

Hogewoning en de betrokken partners wilden weten: is er, wanneer de vraag naar assimilaten laag is en de plant dus suikers over heeft, kans op energiebesparing? Hoeft de teler op dat moment minder te belichten? En wat doet de plant met de suikers die hij over heeft? Worden die als reserves opgeslagen, en zo ja, waar in de plant en zijn ze ook beschikbaar als de plant ze in een later stadium kan gebruiken?

EcoCurves en Photosyntax namen het modelleerwerk voor hun rekening met behulp van de Virtuele Kas, die zij in de afgelopen twaalf jaar hebben ontwikkeld. Dit is een geïntegreerd rekenprogramma, waarin kasklimaat, fotosynthese, groei en gewasontwikkeling tegelijkertijd en in samenhang worden gesimuleerd.

Opvallend plantgewicht

Van den Boogaart dook de kas in bij Botany, waar twintig proefveldjes met twee rassen troschrysanten, Bacardi en Baltica, werden aangelegd met vijf verschillende plantdichtheden en bij twee temperaturen (18 en 22ºC). Daar voerde hij het ambachtelijk handwerk uit. Hij bracht de fotosynthese in kaart door op verschillende planthoogtes metingen te verrichten en in verschillende plantstadia. Daarnaast bekeek hij hoe de bladeren reageerden op onder andere kasklimaat, CO2 en licht. “Een lagere plantdichtheid bleek geen remmende werking te hebben op de lichtbenutting voor de fotosynthese”, zegt hij. “Dat is een indicatie dat de plant zijn suikers nog redelijk goed kan benutten voor groei.”

Wat verder opviel waren de plantgewichten. Een Baltica tak groeide bij een lage plantdichtheid uit tot wel 295 gram, terwijl normaal gesproken 80 tot 100 gram al voldoende is. De plantafstand bleek een gigantisch effect te hebben op het plantgewicht, waarbij de investering van de plant in bloemen het sterkst toenam. Temperatuur had weinig effect op het plantgewicht.

Ook zorgde de lage plantdichtheid ervoor dat deze planten al in een veel vroeger stadium zijtakken gingen ontwikkelen. Zo maakten planten die met zeventien stengels per m2 waren geplant, na twintig dagen al zijtakken aan. Vooral de zijtakken met de daaraan ontwikkelende bloemen verklaarden de enorme toename in plantgewicht.

Minder belichting kost kwaliteit

Parallel voerden de onderzoekers een tweede proef uit, waarbij de planten in potten gedurende veertig dagen in verschillende plantdichtheden werden geteeld en daarna werden overgeplant naar een kas, waar alles op 52 stengels per m2werd gezet. “We verwachtten dat de planten die van een lage dichtheid kwamen, een koolhydratenvoorraad over zouden hebben rond dag 40”, zegt Van den Boogaart. “Daarom is gemeten hoeveel koolhydraten waren opgeslagen bij de verschillende plantdichtheden.”

Een plant kent verschillende soorten koolhydraten. De onderzoekers hebben gekeken naar de meervoudige koolhydraten, fructaan en zetmeel. “Dit zijn de opslagreserves. Het bleek dat deze reserves zich vooral middenin de stengel bevinden en bovenaan de plant in de jonge volgroeide bladeren.”

Opvallend was dat die opslagreserves helemaal niet zo groot zijn. “Bij een lage, in de praktijk niet-realistische plantdichtheid van zeventien stengels per m2, bleek de opslagcapaciteit maar 5 tot 10% te zijn”, zegt Van den Boogaart. “Bij hogere dichtheden was dat percentage nog lager. Ook bleek na een nieuwe meting op dag 53 dat de koolhydraten later weer werden benut. Dat is een belangrijk gegeven.”

“Hieruit en uit het feit dat de plant zoveel meer zijtakken ontwikkelt bij een grotere beschikbaarheid aan assimilaten, kunnen we concluderen dat de troschrysant vrijwel nooit genoeg aan assimilaten heeft”, zegt zijn collega. “Er is geen plateau. De groei van zijtakken en bloemen gaat altijd door. Dat betekent dat wie bespaart op belichting, vrijwel altijd inboet op kwaliteit.”

Troschrysant is onverzadigbaar

Daarnaast is het minder belichten in het laatste deel van de teelt, juist geen goed idee, stelt Hogewoning. “Ook dan doet de plant nog veel met de suikers die ze genereert. Zolang de bloemen nog niet te veel licht van het blad wegschermen, loont het dus om de lampen aan te houden.”

Dat is wellicht geen positief verhaal vanuit de gedachte achter Kas als Energiebron. “Maar dit is nu eenmaal de realiteit. De troschrysant is onverzadigbaar. Voor een pluischrysant, waarbij telers alle zijtakken verwijderen, kan het overigens een heel ander verhaal zijn.”

Uiteindelijk was het doel van de uitgebreide kasproeven om data te verzamelen voor de modelstudie met de Virtuele Kas. “Ook daaruit blijkt dat er weinig te besparen valt op belichting”, zegt Hogewoning. “Alleen met een vaste daglichtdrempel (390 W/m2) is er een kort moment waarop het aanbod aan assimilaten hoger is dan de vraag, maar in de praktijk wordt vaker gewerkt met een variabele daglichtdrempel. Dan valt dat overschot al snel weg.”

Enorme database

Dat het resultaat niet het gewenste antwoord geeft in het kader van energiebesparing, betekent niet dat het allemaal verspilde moeite is geweest en dat telers er weinig mee kunnen. “Wie wil overstappen van SON-T naar LED bijvoorbeeld, kan nu precies laten berekenen wat dat doet met de warmtebalans in de kas”, zegt de onderzoeker. “Daarnaast kunnen telers met behulp van berekeningen met de Virtuele Kas veel preciezer sturen. Als een afnemer een bloem van 90 gram vraagt, is het zonde om bloemen van 95 gram te telen. Wellicht kan je dan dus meer stelen op een vierkante meter kwijt.”

Voor telers die willen investeren of strategische keuzes moeten maken, is dit erg interessant, concluderen beiden. “We hebben nu zo’n enorme database voor de chrysant, het is zonde om dat te laten liggen.”

Samenvatting

Onderzoekers bekeken de optimale klimaatomstandigheden voor groei, kilo’s, verdamping en kleur in alle seizoenen met verschillende plantdichtheden en teeltduur voor troschrysanten. Het uitgangspunt was het besparen van energie op belichting, maar na uitvoerige proeven en een modelstudie kunnen ze concluderen dat lichtbesparing vrijwel niet mogelijk is zonder in te leveren op kwaliteit. Er is een grote database opgebouwd, die telers kan helpen bij het nemen van strategische keuzes en bij toekomstige investeringen.

Tekst: Marjolein van Woerkom.
Beeld: Studio G.J. Vlekke en Sander Hogewoning.

Gerelateerd

Andere benadering van het klimaat doet piekverbruik afnemen

Andere benadering van het klimaat doet piekverbruik afnemen

De luchtramen hoeven niet permanent dicht te liggen als je energie wilt besparen. Planten kunnen heel efficiënt met energie omgaan als je ze beter leert begrijpen. Het praktijkonderzoek in Bleiswijk richt zich steeds meer op optimale groeiomstandigheden, die ook nog eens de zo gewenste energiebesparing opleveren. Maar pas je één element in een bestaande strategie aan, dan verandert alles mee.

De gesloten kas van Themato passeert nog regelmatig de revue in discussies over klimaatregeling en energiebesparing. De kas, die vlak na de eeuwwisseling werd ingericht, is een ijkpunt geworden. Voor maximale warmteoogst moesten de ramen altijd gesloten blijven. Daarvoor was een koelvermogen van ongeveer 600 watt per m2 per uur nodig. In januari 2006 meldden de telers van Themato dat zij in paprika een meerproductie behaalden van 20% bij 35% energiebesparing. Inmiddels zijn dergelijke resultaten ook op andere manieren bereikt.

Lisanne Helmus-Schuddebeurs en Rick van der Burg leggen uit hoe klimaat- en energiebesparingsonderzoek, veelal gefinancierd vanuit Kas als Energiebron, vandaag de dag wordt aangevlogen. Bij het Delphy Improvement Centre is een deel van de afdelingen ook ingericht met koeling of beter gezegd actieve ontvochtiging, waarbij de vermogens liggen rond de 40-50 watt per m2 per uur. Er zijn namelijk veel verschillende manieren om het piekverbruik zowel in energie intensieve gewassen als in relatief koude teelten naar beneden te brengen.

Altijd schermen

“Of we nu onderzoek doen naar belichte of onbelichte teelten, iedere afdeling is standaard voorzien van twee schermen”, legt Helmus uit. In belichte teelten gebruiken we een lichtuitstootscherm in combinatie met een energiescherm, in onbelichte teelten twee energieschermen. Soms voegen we een derde scherm toe. Dat kan een diffuus scherm zijn om te veel zonlicht weg te schermen.” Voor sommige teelten is dat nog een ‘ver van mijn bed show’, waar vaak met één scherm of soms zelf geen scherm wordt gewerkt.

Het goed toepassen van de schermen is vaak nog een zoektocht, weet de onderzoekster. “Het is een afweging tussen toelaten van licht, klimaat en warmtebalans. En soms moeten ze gewoon open, zoals bij tomaat waar onvoldoende buitenlicht in combinatie met (LED) belichting ervoor zorgt dat de hommels niet goed bestuiven.

“De discussies over klimaatregeling zijn veranderd. We praten nu over de warmtebalans gedurende het etmaal en zoeken daarbij naar de meest efficiënte energie-input. Daarbij stellen we de plant centraal”, vult van der Burg aan.

Loslaten minimumbuis

Was in het verleden het gebruik van de minimumbuis een vaststaand feit, inmiddels is dat principe losgelaten. De proefnemers gebruiken de buiswarmte alleen als dat echt nodig is. De minimumbuis is onlosmakelijk verbonden met vochtbeheersing, maar met de huidige kennis en technieken is deze manier van warmte-input niet meer nodig.

In meerdere afdelingen is apparatuur aanwezig om de kaslucht actief te sturen. In de afdelingen met rozen en chrysanten wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van OPAC (Ovalen Pijp Air Conditioner) warmtewisselaars en bij tomaten en komkommers is een Actief Ventilatie Systeem (AVS) met luchtslurven geïnstalleerd. Met deze systemen proberen de onderzoekers het klimaat ‘actief’ te houden zonder inzet van buiswarmte. Deze systemen winnen warmte terug en verlagen het energieverbruik, omdat de schermen beter gesloten kunnen blijven met behoud van het gewenste klimaat.

Pieken wegnemen

Eenvoudig is de energiebesparing niet. “Dergelijke systemen roepen nog veel vragen op”, legt Helmus uit. “Ze houden de kaslucht in beweging, maar we weten nog niet precies welke impact dat heeft op de gewasgroei.” Zowel in het onderzoek naar chrysant als tomaat treden bepaalde gewasreacties op, die misschien iets te maken hebben met luchtbeweging. “Krijgen we hier meer grip op, dan hebben we een stuurmiddel in handen om het microklimaat te beïnvloeden. Het lijkt erop dat gewassen meer generatief reageren. Soms is dat gewenst, soms niet. Wanneer we deze techniek eenmaal beheersen biedt dit mogelijkheden om te sturen.”

In de zwaar belichte teelten ligt de uitdaging in het terugdringen van de warmteoverschotten. In de onbelichte teelten vraagt het piekverbruik extra aandacht. De aardbeienteelt staat bijvoorbeeld bekend als een relatief energiearme teelt, maar het totale verbruik ligt nog steeds op 20 m3 gas per m2 per jaar. Juist in de winter zitten er flinke pieken in het gasverbruik, ook binnen het etmaal. Met behulp van energieschermen en een vlakker temperatuurregime passen de onderzoekers Het Nieuwe Telen (HNT) bij dit gewas toe.

45% energiebesparing

HNT bij Zamioculcas heeft al verrassende resultaten opgeleverd. In een afdeling met dubbele energieschermen, verneveling en luchtbeweging met Nivolatoren is het gelukt om 45% op energie te besparen, waarbij de teelt met vier weken is versneld. Van der Burg: “We kunnen bij gewassen waarbij nog relatief weinig onderzoek is gedaan grote stappen maken, door vanaf het begin een goed plan van aanpak te kiezen.”

Kritisch kijken naar het inrichten van de etmaaltemperatuur krijgt bijvoorbeeld ook aandacht in het onderzoek bij tomaat. Daar wordt geëxperimenteerd met een relatief klein verschil tussen dag- en nachttemperatuur in combinatie met ontvochtigen.

Nog veel kansen

Kijkend naar de toekomst denken de proefnemers dat er nog veel kansen liggen om het klimaat aan te sturen en de teelten verder te optimaliseren. Energiebesparing lijkt daarbij eerder een logisch gevolg dan een uitgangspunt. De opkomst van sensoren zorgt er bijvoorbeeld voor dat telers meer op zoek gaan naar achterliggende oorzaken van plantreacties en daardoor gerichter gaan sturen.

Van der Burg: “Ook het lichtspectrum gaat een rol spelen. Door gebruik van de juiste lichtkleuren zal het straks mogelijk zijn om de klimaatstrategie zo aan te passen dat gewassen ook goed groeien met minder warmte-input.”

“Basale kennis over plantengroei is daarvoor nodig. Nog steeds hebben we beperkte kennis over de interactie tussen kasklimaat en verdamping van de plant en de gevolgen die dat heeft op de groei. De watergift moet zijn afgestemd op het klimaatregime, zodat alle voedingselementen op de juiste plaats in de plant komen”, voegt Helmus toe. “Steeds als je één element aanpast in een bestaande strategie, verandert alles mee. Daarom zijn demonstratieproeven belangrijk om de verzamelde kennis samen met de praktijk te ontwikkelen en te delen. De grote variatie in gewassen zorgt ervoor dat we die kennis verdiepen. Wat je bij het ene gewas leert kun je weer bij het andere gewas toepassen.”

Samenvatting

Piekverbruik in energie speelt niet alleen in gewassen die veel warmte vragen, maar tevens bij energie extensieve teelten. Juist het afvlakken van pieken door schermen en ontvochtigen brengt fossielvrij telen dichterbij. Het onderzoek verschuift van hoge energiebesparingsdoelstellingen naar klimaatregimes waarbij planten optimaal groeien. Juist die aanpak levert energiebesparing op.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.


Klimaatneutraal telen centraal tijdens Energiek Event

Wat is het antwoord van de glastuinbouwsector op het klimaatakkoord? Kan de sector eigenlijk wel klimaatneutraal worden en wat is daarvoor nodig?

Die vragen staan centraal tijdens het plenaire deel van het Energiek Event op 21 april 2019 in Bleiswijk. Deelnemers kunnen interactieve workshops volgen over verschillende onderwerpen, zoals (LED) belichting, CO2-voorziening en Het Nieuwe Telen. Het programma biedt ruimte voor een bezoek aan de lopende proeven bij Delphy Improvement Centre en Wageningen University & Research.

Het definitieve programma is te vinden op de websites van Kas als Energiebron en Glastuinbouw Nederland. De inschrijving is op 20 maart gestart. De organisatie is in handen van WUR, Delphy, Glastuinbouw Nederland en het Ministerie van LNV.


Gerelateerd

Robuuste BEST-kas brengt het goede van glas en noppenfolie samen

Robuuste BEST-kas brengt het goede van glas en noppenfolie samen

De verschuiving van buitenteelten naar een beschermde teeltomgeving brengt een nieuwe discussie op gang. Hoe ga je bijvoorbeeld om met het toenemende energieverbruik in deze teelten? Daarom is in Bleiswijk een bijzondere kasconstructie verrezen. De kas met half gebogen overspanning is een hybride van de welbekende folie tunnelkas en een glazen breedkapper. Binnen staan inmiddels frambozen te groeien, maar dat zou net zo goed prei, sla of rabarber kunnen zijn.

Noppenfolie, hét ideale isolatiemateriaal waarmee in het verleden de gevels van kassen werden geïsoleerd, kan rekenen op hernieuwde belangstelling. Op het terrein van Wageningen University & Research in Bleiswijk is in de nazomer van 2018 een nieuwe kas van 400 m2 gebouwd, waar het noppenfolie is toegepast in het kasdek. De onderzoekers hebben deze kas de naam BEST meegegeven. Deze afkorting staat voor Bubble Energy Saving Technology.

“De Nederlandse tuinbouw maakt vooral gebruik van glas, maar foliekassen kunnen ook interessant zijn”, legt onderzoeker Frank Kempkes van het onderzoekscentrum uit. “Ze zijn goedkoper en hebben een grote ventilatiecapaciteit.”

WUR ziet een algemene trend dat akkerbouwmatig geteelde buitengewassen worden verplaatst naar een beschermde teeltomgeving. Deze intensivering heeft tot gevolg dat het energieverbruik in de toekomst gaat toenemen. “Daarom denken wij na over nieuwe teeltconcepten, maar ook kasconcepten, waarmee telers met beperkte investering het productieseizoen kunnen verschuiven of verlengen. Dat is interessant voor de Nederlandse markt, maar ook in het buitenland.”

Deskstudie

Voorafgaand aan de bouw van de kas is een deskstudie gedaan, waarin het teeltconcept is beschreven en een ontwerp is gemaakt. Uitgangspunt was het toepassen van hoog isolerend, licht doorlatend en mechanisch sterk noppenfolie met noppen ter grootte van een 2 euro muntstuk. Het materiaal heeft een goede lichttransmissie (67% hemisferisch, 80% loodrecht), een hoge isolatiewaarde (u-waarde 3,3), verspreidt diffuus licht en heeft een levensduur van meer dan vijftien jaar. Dit sterke folie is hagel- en stormbestendig.

“Zachtfruitgewassen worden steeds vaker bedekt geteeld, maar dat hoeft niet altijd in een kas met glazen dek”, legt de onderzoeker uit. “Foliekassen met één laag plastic hebben als nadeel dat ze snel afkoelen. Het folie laat langgolvige straling door, dus het houdt bijvoorbeeld de uitstraling niet tegen. Energetisch is dat slecht, maar voor de groei van bepaalde gewassen is het juist gunstig. Noppenfolie heeft door de dubbele laag plastic minder warmteverlies en zit tussen enkel folie en glas in. Dit kan voor een aantal teelten interessant zijn.”

Aparte maatvoering

De kasconstructie, die nu is bedacht, bestaat nog niet in de praktijk. Voortborduren op een bestaand concept was niet mogelijk door de materiaalkeuze. In de ontwerpfase moesten de onderzoekers rekening houden met meerdere voorwaarden. Zo wilden zij dat de kas voldoende ventilatiecapaciteit heeft, dus is gekozen voor luchtramen aan twee kanten van de nok en een vouwsysteem in de gevel. Noppenfolie in de luchtramen is technisch goed uitvoerbaar, maar oprollen van een dik pak folie in de gevel is niet logisch. Daarom is de gevel gedeeltelijk bekleed met kanaalplaten en is een vouwsysteem bedacht voor het folie ertussen.

Ook de maat van het folie zelf beïnvloedde het ontwerp. Het gebruikte noppenfolie is twee meter breed en wordt (nog) niet breder gemaakt. In het ontwerp is daarmee rekening gehouden. Het dek bestaat daarom uit een licht gebogen constructie van in totaal acht meter met aan weerszijde goten. Er liggen dus links en rechts van de nok twee banen folie. De kapbreedte is daardoor 7,5 meter geworden. “Dat is geen standaardmaat, maar voldoende geschikt om onderzoek te doen”, legt Kempkes uit. Rovero, een specialist in foliekassen en tunnels, heeft deze constructie ontwikkeld en gebouwd. Het bedrijf moest daarbij speciale aandacht geven aan het opspannen van de folie, omdat dit weinig tot niet rekt.

Robuuste kasconstructie

Over de ondergrond is folie en antiworteldoek gelegd, zodat de teelt los van de ondergrond plaatsvindt. Daarop is een buisrailsysteem geïnstalleerd, zodat het mogelijk is de kas te verwarmen. In foliekassen worden meestal nog geen (energie)schermen gebruikt. In deze kas is wel een scherminstallatie aangelegd, waarbij is gekozen voor een enkel scherm (Harmony 2047 FR). De onderzoekers kozen voor dit scherm om naast energiebesparing ook te hoge instraling tegen te gaan. Het eerste proefgewas in deze kas is namelijk framboos en deze plant is enigszins schaduw minnend.

Het goed aanleggen van deze installatie was geen standaardprocedure, omdat de onderbouw van een foliekas nu eenmaal iets buigzamer is dan van een standaard kas. De opstand is ook sterk genoeg om hangende goten te gebruiken om de waterkringloop te kunnen sluiten. Kempkes: “We hebben een robuuste kas gebouwd. Het is inmiddels geen simpele foliekas meer, maar een hybride. Met deze uitrusting moeten we in staat zijn om emissieloos te telen, want dat is wel een voorwaarde voor de toekomst.”

Halvering energieverbruik

De noppenfoliekas laat minder licht door dan een kas met glazen dek. Toch is deze speciaal ontwikkeld om onderzoek te doen naar onbelichte teelten. Volgens de onderzoeker is dat met de gekozen folie goed mogelijk. “We richten ons op gewassen die van buiten naar binnen gaan, waarbij je in eerste instantie aan seizoensverlenging werkt. Mocht deze kas in de winter te donker zijn, dan pas ga je denken aan belichten. Maar dan ga je weer aan jaarrond productie werken en eigenlijk is dat wel een dure oplossing, terwijl we naar een eenvoudig concept zoeken.”

Doelstelling is om het energieverbruik te halveren ten opzichte van bedekte teelten in de praktijk. Het is daarom beperkt tot 8-10 m3/m2. Begin januari is de eerste teelt frambozen geplant van het ras ‘Diamond Jubilee’. Deze teelt zal doorgaan tot medio juni. “In de frambozenteelt onder glas is een energieverbruik van 16-17 m3/m2 gebruikelijk. Wij willen dit halveren”, legt Kempkes uit. “Ons doel is nu om de energetische huishouding te testen én een zo goed mogelijk teeltresultaat behalen.”

Dit project is gefinancierd door het programma Kas als Energiebron. Participanten zijn Rovero, RKW/Hyplast, PDI, Svensson, FormFlex, Modiform, BerryWorld en Genson.

Samenvatting

Wageningen University & Research test een nieuw kasconcept uit, dat het midden houdt tussen een glazen kas en een folietunnel. In deze kas, die bedekt is met noppenfolie, staat onderzoek naar energiebesparing centraal, waarbij verwarming en schermen hulpmiddelen zijn. Er is nog niet veel bekend over de werkelijke energiebehoefte van buitengewassen die in een geschermde teeltomgeving worden geteeld, zoals frambozen. Deze kas moet daarbij een hulpmiddel zijn.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.

Gerelateerd

Cris Oostveen, vermeerderaar terrasplanten, heeft baat bij cursus Het Nieuwe Telen

Cris Oostveen, vermeerderaar terrasplanten, heeft baat bij cursus Het Nieuwe Telen

Vennoot Cris Oostveen van kwekerij De Zonnebloem Jonge Planten uit De Kwakel, gespecialiseerd in de vermeerdering van terrasplanten, nam het afgelopen jaar deel aan de basiscursus Het Nieuwe Telen, die binnen het programma Kas als Energiebron is opgezet. Hij zegt veel te hebben geleerd en past die kennis nu toe binnen het eigen bedrijf. “Ik weet niet of we veel energie besparen, maar het kasklimaat is verbeterd en dat zie je aan het gewas.”

Het Nieuwe Telen leeft. Dat blijkt onder andere uit het voortdurende succes van de cursussen over dit thema voor zowel telers als adviseurs. Oostveen doorliep de training van november 2017 tot november 2018 en heeft er naar eigen zeggen veel van opgestoken.
“Normaal gesproken duurt het leertraject korter, maar op verzoek van de acht cursisten is het over een heel jaar uitgesmeerd”, zegt hij. “Op die manier konden we gedurende het hele teeltjaar vragen stellen aan cursusleider Jan Voogt en met elkaar discussiëren. Ik vond zowel de theorie als de vragen en ervaringen van mijn collega’s erg leerzaam. Die kwamen zowel uit de groente- als uit de sierteelt en dan merk je goed dat elk bedrijf anders is en dat ook elk gewas zijn eigen wensen en eisen heeft.”

Extra meetapparatuur

Al tijdens de cursus besloot Oostveen om te investeren in extra meetapparatuur, zodat hij het klimaat nauwkeuriger kon sturen. “We hebben meetboxen boven het scherm geplaatst om de vochtafvoer te optimaliseren en we hebben een uitstralingsmeter laten plaatsen”, legt hij uit. “Een beperkte uitstraling is beter voor de gewasgroei en dat realiseren we door het energiescherm langer dicht te laten. In het begin stelden sommige medewerkers daar vragen over, maar ook zij zien nu dat het goed uitpakt.

Positieve effecten

De teler zegt niet te weten of hij veel energie bespaart, maar vindt dat het gewas baat heeft bij de aangepaste klimaatsturing. “Ik heb het idee dat HNT meer voordelen biedt voor vruchtgroentetelers dan voor potplantentelers. In de potplantenvermeerdering streef je meestal naar een compacte plant en dan heeft HNT net wat meer haken en ogen dan in de groenteteelt. We pakken het daarom voorzichtig aan en proberen de grens stap voor stap te verleggen. Ik ben nog niet klaar met experimenteren en het is goed dat we nu al positieve effecten zien.”

Tekst: Jan van Staalduinen.

Gerelateerd

‘Klimaatgelijkheid in de kas is dankzij luchtontvochtiging meer in balans’

‘Klimaatgelijkheid in de kas is dankzij luchtontvochtiging meer in balans’

Gerberatelers Dirk-Jan en Laurens Oudijk van Jac. Oudijk uit Moerkapelle hebben als proef een luchtontvochtigingssysteem boven 9.000m2 kas hangen. Dat bevalt zo goed, dat ze de intentie hebben om dit uit te breiden naar 3,5 ha. “Het is vooral de energiebesparing die ons triggert.”

Acht ontvochtigingskasten hangen sinds februari dit jaar verdeeld over de 9.000 m2 kas, waar de meest gevoelige soorten germini’s groeien. De breedte van de kas, 225 meter, maakt de teelt niet makkelijk. De kou trok altijd enorm naar de gevel toe. De temperatuur aan de gevels was bij een grote doekkier enkele graden lager dan de temperatuur in het midden van de kas. Nu, met het nieuwe luchtontvochtigingssysteem, ziet teler Dirk-Jan Oudijk duidelijk verschil. “Als het buiten 5 graden vroor, was het middenin de kas wel 15ºC, maar aan de gevels lag de temperatuur meestal rond de 12ºC, beduidend lager dus. Daarnaast moesten we altijd flink kieren, dat leidde tot grote temperatuurverschillen. Dat is nu verleden tijd. Met dit systeem heerst er in deze afdeling een egaal kasklimaat.”

Energiebesparing

Samen met zijn broer Laurens is Dirk-Jan eigenaar van teeltbedrijf Jac. Oudijk in Moerkapelle. Ze groeiden op tussen de gerbera’s van hun vader. Nu telen ze in twee kassen van 3,5 ha ruim zestig verschillende soorten germini’s. De grootbloemigen zijn er twaalf jaar geleden uitgegaan, toen de broers investeerden in automatische verwerkingsmachines en zich specialiseerden in mini-gerbera’s.

De reden voor de broers om over luchtontvochtiging na te gaan denken, had vooral te maken met het feit dat ze energie wilden besparen en minder risico wilden lopen op Botrytis. “We hadden niet heel veel last van Botrytis, maar als je twee keer in hetzelfde soort deze schimmel aantreft, maak je klanten boos. Dat wilden we dus niet meer”, legt Oudijk uit. “Daarnaast waren we benieuwd hoe de verwachte energiebesparing zou uitpakken. In de wintermaanden produceert onze WKK niet voldoende warmte, dus we moeten altijd nog wat met de ketel bij stoken. Energie besparen vinden we dus noodzakelijk.”

Het bedrijf verbruikt zo’n 30 kuub gas per vierkante meter aan warmte per jaar. “Is dat veel? Dat weet ik niet, maar als we zouden kunnen besparen, levert dat alleen maar winst op. Niet alleen in de kosten, maar ook waar het gaat om milieu en duurzaamheid.”

In balans

De broers kozen voor een makkelijk te installeren luchtontvochtigingssysteem. Het onttrekt zo’n 125 liter water per uur aan de kaslucht op 9.000 m2. Omgerekend komt dat neer op 13,8 gram per uur per vierkante meter. Een gerbera verdampt zo’n 15 gram per uur in de nacht. “Uiteindelijk lijken we vanwege de ontvochtigingskasten een derde aan gas te besparen”, zegt Oudijk. “Voorheen gebruikten we op die afdeling 10% meer gas vergeleken met de andere afdelingen. Nu besparen we 30% ten opzichte van de andere afdelingen. Dat is dus een verschil van 40%.”

Minder kieren is een tweede effect. “We hoeven minder vaak de ramen open te zetten en besparen dus op energie. De klimaatgelijkheid in de kas is daardoor meer in balans. Doordat er nu enorm veel luchtbeweging plaatsvindt, zijn de plaatselijke temperatuurverschillen ook opgelost.”

Dat is niet alleen iets dat de teler constateert, onderzoekers van Wageningen University & Research hebben dat tevens onderzocht in zijn kas. “We hadden door dit systeem afgelopen zomer nagenoeg geen buiswarmte meer nodig in deze afdeling. De komende wintermaanden zal het systeem zich verder moeten gaan bewijzen.”

Oudijk heeft de intentie om in de rest van de kas ook een dergelijk systeem te installeren. Om een helder beeld te krijgen van de mogelijkheden heeft de teeltman twee nachten lang het aantal liters en het elektriciteitsgebruik gecheckt bij de buurman, een anthuriumteler die een ander systeem in zijn kas heeft hangen. Het systeem komt in een kas te hangen met een teeltoppervlak van 3,5 ha. De terugverdientijd is vier jaar.

Invloed op plant zelf

Of het luchtontvochtigingssysteem ook daadwerkelijk invloed heeft op de teelt en plant zelf, vindt de teler moeilijk te zeggen. “Het zijn licht en CO2 die de kilo’s maken en daar verander je met dit systeem niets aan. Pas als je bijvoorbeeld kan meten dat je hierdoor 10% minder uitval hebt door Botrytis, kan je stellen dat je indirect een hogere productie hebt.”

Oudijk vindt het lastig om te zeggen of hij meer of minder last heeft van de schimmel. “De afdeling waar het ontvochtigingssysteem nu hangt, was altijd het meest gevoelig, dus als hij ergens zou opduiken, zou je het daar verwachten. Dat is nog niet gebeurd. Op andere afdelingen hebben we evenmin last van het probleem, dus het lijkt in zijn algemeenheid mee te vallen.” Wel was hij bang voor meer meeldauw, omdat hij dacht dat door meer luchtverplaatsing de schimmel sneller zou worden verspreid, maar ook dat is nog niet voorgevallen.

Noodzaak groot

“Het is allemaal mooi meegenomen, maar de grootste voordelen zie ik toch in de energiebesparing”, stelt de teler tot besluit. “Omdat onze WKK in de wintermaanden niet voldoende warmte leverde, was de noodzaak tot besparing groot. Ik hoop nu met de luchtontvochtiging zodanig te besparen dat we in ieder geval niet meer met de ketel hoeven bij te springen.”

Samenvatting

Gerberatelers Dirk-Jan en Laurens Oudijk uit Moerkapelle hebben veel baat bij een begin dit jaar geïnstalleerd luchtontvochtigingssysteem in de kas. Hoewel ze niet kunnen stellen dat het daadwerkelijke invloed heeft op de teelt en de plant zelf, lijkt het wel de kans op Botrytis te verminderen en ze besparen sowieso een hoop energie. Komend jaar komen op nog eens 3,5 ha ontvochtigingskasten te hangen.

Tekst en beeld: Marjolein van Woerkom.





Gerelateerd