Prima resultaten met biologische bestrijding

Prima resultaten met biologische bestrijding

Drie jaar geleden schakelde potrozenkwekerij Nolina radicaal over van chemische naar biologische plaagbestrijding. “Een spannende periode, maar het is al met al bijzonder goed verlopen”, blikt productiemanager Peter Verhoogt terug. Eén van de basismiddelen in hun ‘bio-schema’ is Flipper. “Daarmee bestrijden we 95 tot 98 procent van alle luis en pakken we ook nog wat spintmijt mee.”

“Tien jaar geleden leunden we bij de ziekte- en plaagbestrijding nog voor meer dan 90 procent op chemische middelen. Nu is dat nog hooguit vijf tot tien procent en zijn de resultaten er zeker niet minder op geworden.” Peter Verhoogt schetst in twee zinnen de enorme metamorfose die het Zuid-Hollandse potrozenbedrijf op het gebied van de gewasbescherming heeft doorgemaakt. “Vooral de laatste twee, drie jaar hebben we enorme stappen gemaakt op het gebied van duurzaam telen. Maar dat is maar bij heel weinig mensen doorgedrongen.” Het liefst zou hij daarom zien dat deze wapenfeiten eens wat meer in de algemene media zouden verschijnen. “Want daar leeft nog teveel het idee dat we maar wat aanrommelen.”

Tijdens een rondje door de kassen is te zien dat er allesbehalve maar ‘wat aangerommeld wordt’. De productieprocessen zijn verregaand geautomatiseerd, met als hoogtepunt de stekrobot, die het plantmateriaal volledig automatisch knipt en in de potten steekt. “Automatisering zorgt niet alleen voor uniforme planten met een constante kwaliteit; het zorgt er ook voor dat onze honderd vaste medewerkers prettig kunnen werken. Ook dát is voor een grote regionale werkgever als Nolina een heel belangrijke productiefactor”, benadrukt de productiemanager.

Best even spannend

Ook in de teelt probeert Nolina vooruit te kijken en voor de lange termijn te gaan. Om die reden werkt het bedrijf sinds 2016 zo goed als biologisch bij de bestrijding van luis, trips en spintmijt. De ‘basisingrediënten’ hiervoor zijn Azatin® en Flipper, twee middelen van natuurlijke oorsprong die niet alleen prima werken, maar elkaar ook goed aanvullen. Azatin is vooral effectief tegen trips en spintmijt; Flipper vooral tegen luizen, maar heeft ook wat nevenwerking tegen spintmijt. “Met deze combinatie hebben we de rozen langdurig schoon kunnen houden, zelfs tot ver in de zomer”, vertelt Verhoogt, “Afgelopen seizoen hebben we slechts drie correctie-bespuitingen uit hoeven voeren; daarmee hebben we de inzet van chemie enorm teruggebracht.”

De productiemanager erkent dat het eerste echte seizoen zonder chemie best even spannend was, vooral omdat er nauwelijks ervaring was met volledig biologische plaagbestrijding in potrozen. “In de aanloop naar 2017 hebben we weliswaar veel tests en proeven gedaan met Azatin en Flipper, maar dat is toch iets anders dan met het hele bedrijf in één keer omschakelen naar dit systeem. Gelukkig is alles super verlopen, ik mag zelfs wel zeggen: boven alle verwachtingen.”

Schema consequent aanhouden

Om de combinatie Azatin – Flipper optimaal te laten werken, moet de plaagdruk voortdurend laag worden gehouden. Daarom zet het bedrijf sterk in op preventieve maatregelen, zowel op het gebied van klimaatbeheersing als op de inzet van middelen. Verhoogt: “Vooral bij biologische middelen – of middelen van biologische oorsprong – is de werking en effectiviteit erg afhankelijk van de klimaatomstandigheden. En die kunnen per locatie ook nog eens heel verschillend zijn. Het draait dus allemaal om balans en afstemming; dat is de belangrijkste puzzel die je als bedrijf moet maken.”

Ook belangrijk is dat het preventieve schema strak en consequent wordt aangehouden. Biologisch middelen zoals Flipper hebben namelijk een kortere duurwerking dan chemische alternatieven, waardoor een of twee dagen later spuiten vervelende gevolgen kan hebben. Verhoogt: “Een vaste frequentie is essentieel om druk laag te houden. Zelf spuiten we daarom – vanaf 14 dagen na de snoei tot een week voor afleveren – consequent om de zeven dagen met Azatin en Flipper. Dit betekent dus dat elke afdeling precies wekelijks behandeld wordt. Qua planning en logistiek werkt dit aanzienlijk makkelijker dan voorheen, toen er nog twee spuitmomenten per week waren – met vaak ook nog verschillende middelen. Vergissingen lagen daardoor altijd op de loer. Verder is een wekelijkse spuitfrequentie ook arbo-technisch weer een mooie vooruitgang.”

Chemie achter de hand

Hoewel de resultaten met Azatin en Flipper tot nu toe goed zijn – en Verhoogt graag meer biologische middelen zou gebruiken – houdt hij toch graag enkele chemische correctiemiddelen achter de hand. “We zitten weliswaar op het gewenste duurzame spoor, maar dat spoor is nog niet zo stabiel dat we helemaal geen chemie meer nodig hebben. Door de kortere duurwerking van Flipper kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er een extra luisje op de planten zit. Tot nu toe kunnen we dat prima uitleggen en is er begrip van onze afnemers. Maar dat moet natuurlijk wel zo blijven… Bovendien verhoogt de biologische plaagbestrijding de kostprijs; ook daar zullen retailers hun aandeel in moeten blijven nemen.”

Azatin® is een geregistreerd handelsmerk van Certis Europe.


Flipper: nieuw, groen en zeer breed toepasbaar

Flipper is een product van plantaardige oorsprong op basis van carbonzure kaliumzouten. Het is een snelwerkend contactmiddel dat onder de regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (RUB) mag worden toegepast ter bestrijding van insecten en mijten in de bedekte en onbedekte teelt van land- en tuinbouwgewassen en openbaar groen. Flipper kan worden ingezet ter bestrijding van witte vlieg, spintmijt, trips, bladluis, bladvlo, wol-, dop- en schildluis.

Belangrijk om te weten

  • Gebruik voldoende vloeistof. Raken van het insect is essentieel voor een goed resultaat. Flipper is niet systemisch of translaminair.
  • Gebruik zacht water (bij voorkeur regenwater of leidingwater niet harder dan 16,8°dH met een PH van minimaal 7). In gevallen waarin alleen hard water beschikbaar is, kan een buffermiddel worden toegevoegd aan het water om neerslaan te voorkomen.
  • Vul de spuittank voor de helft en voeg het middel toe. Flipper mengt zich met water tot een volledige oplossing. Roeren van de spuitoplossing is verder niet vereist.
  • In geval van tankmixen met andere producten, dient Flipper altijd als laatste aan de tankmix te worden toegevoegd.
  • Flipper nooit mengen met uitvloeiers, hulpstoffen, bladmeststoffen of gewasbeschermingsmiddelen op basis van zwavel, fosetyl-aluminium of metaalionen (zoals zink, koper en ijzer).
  • Een roerinstallatie kan schuimvorming bevorderen.
  • Dosering: 1%.
  • Afhankelijk van de plaagdruk de behandeling zo nodig om de 7 dagen herhalen, echter niet meer dan 3 wekelijkse behandelingen achter elkaar uitvoeren.
  • Opslag bij kamertemperatuur; onder 10°C kan namelijk kristallisatie plaatsvinden. Dit effect is volledig omkeerbaar en heeft geen invloed op de kwaliteit van het product.

Eigenschappen van Flipper

  • Product van plantaardige oorsprong op basis van carbonzure kaliumzouten
  • Bestrijdt wittevlieg, spintmijt, trips, bladluis, bladvlo, wol-, dop- en schildluis.
  • Veilig voor bestuivers en de meeste natuurlijke vijanden.
  • Toegestaan in bedekte en onbedekte teelt van land- en tuinbouwgewassen.
  • Geen residuen en dus geen MRL.
  • Mag in biologische teelt gebruikt worden.

Gerelateerd

Spuitrobot met cruise control maakt volautomatisch kilometers in chrysant

Spuitrobot met cruise control maakt volautomatisch kilometers in chrysant

Rustig verricht de automatische spuitrobot zijn werk, hangend aan de buisrailverwarming boven de chrysanten. Terug bij het middenpad koppelt de robot zich vast aan de moederwagen, een transportwagen die aan een monorail boven het middenpad hangt. Deze verplaatst de spuitrobot over het middenpad. Dan koppelt de spuitrobot zich weer los en vervolgt zijn weg boven het gewas in het volgende vak chrysanten. Wekelijks legt de spuitrobot zo’n 20 à 25 km per week af bij Janity Flowers in Bruchem.

“Het geeft rust op het bedrijf. De robot doet het zoals wij het willen”, zegt chrysantenteler Jarno van Wijk over de volautomatische spuitrobot. Sinds 1 januari 2019 is hij verantwoordelijk voor de 4,8 ha grote jaarrond chrysantenkwekerij Janity Flowers in Bruchem. Zijn ouders hebben een stap terug gedaan, hoewel ze nog regelmatig op het bedrijf te vinden zijn. Op de vraag hoe lang hij al meewerkt in het bedrijf, gaat hij ver terug. “Als kind was ik al bezig met plantjes poten. Van het geld dat ik verdiende kon ik een legotrein kopen”, lacht de teler die sinds zijn opleiding MBO Plantenteelt echt aan de slag ging in het bedrijf.
De kas stamt uit 2005. Het bedrijf moest weg uit Zaltbommel vanwege een geplande nieuwbouwwijk. “We hebben hier toen nieuw gebouwd en lopen voorop met nieuwe ontwikkelingen”, zegt Van Wijk. Het is een lijn die hij graag voortzet. “Met de nieuwbouw, van 14 jaar geleden, konden we al stroom terug leveren aan het net. We waren de eerste met een machine waarbij de bloemen verwerkt konden worden zonder het bloemscherm te beschadigen, doordat de band aan de kant van de kop naar beneden klapte. We schaften als eerste 1.000 watt lampen aan in plaats van 600 watt lampen en nu zijn we met LED-belichting bezig”, geeft hij als voorbeeld van die nieuwe ontwikkelingen. In dat rijtje past ook de volautomatische spuitrobot.

Samenwerking

“We gebruikten de oude spuitboom om te spuiten met remstof en correctiemiddelen en voor de verspreiding van natuurlijke vijanden, zoals Amblyseius montdorensis, Phytoseilus persimilis en Aphidius colemani via een bioverdeler. Toen de spuitboom twee jaar geleden aan vervanging toe was, zijn we op zoek gegaan naar een degelijke spuitrobot, die voldoet aan de laatste eisen qua techniek en ook nog betaalbaar is. Als teler ben je altijd op zoek naar hoe iets beter kan”, vertelt Van Wijk. Hij koos voor een volautomatische robot voor het werkgemak. “Spuiten is altijd lastig inplannen. Vaak moet er ’s avonds iemand voor terugkomen of juist ’s ochtends vroeg. Het is fijn dat dat nu wat gemakkelijker is.”
De spuitboom was niet kant en klaar te koop bij zijn leverancier Royal Brinkman, maar moest nog worden ontwikkeld. Bij deze ontwikkelingen waren drie partijen betrokken: naast de toeleverancier ook machinebouwer Pullens en teler Jarno van Wijk zelf. Eerder was dit drietal al betrokken bij de ontwikkeling van de bioverdeler op de spuitboom, die zorgt voor de gelijkmatige verdeling van natuurlijke vijanden. De machinebouwer richtte zich al voor 80 á 90% op de agrarische sector, maar is nog relatief kort in de glastuinbouw actief.

Wensenlijstje

De teler en de vijf mechanisatiemonteurs van de leverancier hebben op basis van hun voorgaande ervaringen met de oude Alumaster spuitboom een wensenlijstje opgesteld, waaraan een goede boom moet voldoen. Michael Visser, product specialist mechanical equipment en Piet Koijen servicemonteur bij Royal Brinkman geven als voorbeeld: “Het is belangrijk dat de spuitrobot onderhoudsvriendelijk is, goede loopeigenschappen heeft – soepel lopende wielen met voldoende grip – en een laag energieverbruik. De accu mag niet te zwaar zijn, maar moet wel zo lang meegaan dat de spuitboom met één keer opladen de hele kas door kan.” Een van de wensen van de teler was aansturing via de telefoon of tablet. “We wilden geen aansturing meer op een beeldscherm op de robot zelf, omdat deze gevoeliger is voor schade.”
William Pullens: “Met dit wensenlijstje op basis van de ervaringen uit het verleden en de kennis van nu zijn we aan de slag gegaan om een duurzaam product te ontwikkelen, dat eerdere problemen uitsluit.”

Van tekentafel naar kas

Eind 2016 kwam de vraag om een automatische spuitrobot te bouwen. De betrokken partijen name plaats aan de tekentafel om gezamenlijk en in nauw overleg met het teeltbedrijf het ontwerp te maken voor een concept van de spuitboom in 3D. Anderhalf jaar later, in juni 2018, was de vernieuwde spuitrobot klaar voor gebruik. “We hebben hem opgehangen en de software getest. Het kostte ons nog een maand om de puntjes op de i te zetten”, zegt de fabrikant.
De ervaringen van de chrysantenteler zijn goed. De robot is gemiddeld drie dagen per week aan het werk. “Hij doet hetzelfde als de oude spuitboom, maar dan efficiënter. We hebben er veel minder omkijken naar. De oude moesten we nog met de hand van kap naar kap verplaatsen. Nu kun je gewoon via je tablet aanvinken welke kappen de robot moet doen en wanneer. Je kunt het daardoor gemakkelijk inpassen in de huidige planning. Stel dat je een bespuiting wilt doen in tien kappen, dan is dat 45 minuten werk voor de robot. In die tijd kun je ander werk doen of je kunt het in de pauzetijd laten doen. Dat werkt veel flexibeler.”
De spuitboom is beveiligd door sensoren die het apparaat kunnen blokkeren als dit nodig is, wanneer de spuitboom zich van kap naar kap verplaatst.

Cruise control

Een belangrijk voordeel is de constante snelheid van de boom boven de vakken en het gelijkmatige spuitpatroon. Door deze combinatie krijgt iedere plant even veel actieve stof of natuurlijke vijanden. In het verleden was de heengaande baan langzamer, omdat de slang werd afgerold en terug sneller door de hulp van de oprollende slang. Dat scheelde een halve tot driekwart minuut per pad bij een rijsnelheid van 45 meter per minuut. Nu wordt de snelheid continu gemeten en gecorrigeerd via een plc. “Vergelijk het met de cruise control op een auto”, zegt Koijen.
Dat betekent dat de chemie en biologie beter verdeeld op het gewas terecht komen. Iets wat volgens de teler in deze tijd essentieel is, omdat alles gewoon 100% goed moet gaan om een zo goed mogelijk product te kunnen leveren. Ander pluspunt is dat de slang nu bovenlangs over het middenpad wordt geleid. In het verleden lag de slang op het middenpad in de weg.

Samenvatting

Sinds juni 2018 werkt chrysantenteler Jarno van Wijk naar volle tevredenheid met een volautomatische spuitrobot. Deze werkt beter dan de vorige versie dankzij een constante rijsnelheid, die zorgt voor een gelijkmatiger verdeling van chemie of biologie. Slangen die op het pad liggen, behoren tot het verleden, omdat ze nu bovenlangs lopen. Het voordeel van volautomatisch werken is een efficiëntere planning voor de chemische of biologische gewasbeschermingswerkzaamheden. De boom is beveiligd met sensoren en kan worden bediend via een tablet of telefoon.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.

Gerelateerd

‘Tegen trips moet je voortdurend je best blijven doen’

‘Tegen trips moet je voortdurend je best blijven doen’

“Trips is en blijft een heel lastig beestje, maar we krijgen hem wel steeds beter onder controle’’, zegt chrysantenkweker Maurice van Os in Maasland. Een nieuw hulpmiddel tegen trips is het biologische middel Flipper. Van Os past het toe tijdens de voorbespuiting, de eerste twee weken na binnenkomst van het plantmateriaal.

“Kijk, hier heb je er één. Als je goed kijkt zie je dat er vleugeltjes aan zitten; dan is de kans groot dat het om trips gaat.’’ Maurice van Os wijst met zijn vinger op een van de gele vangplaten in het gangpad. Er zitten meerdere insecten op; de allerkleinste – nauwelijks zichtbaar met het blote oog – is trips. Een vlotte telling leert dat er een paar exemplaren op de vangplaat zitten. “Dat valt mee”, zegt Van Os. “Een paar jaar geleden zaten er meestal enkele tientallen op.”

Meer en beter scouten

De laatste jaren heeft het bedrijf steeds minder problemen met trips. Dat is vooral te danken aan beter en intensiever scouten. “Voorheen liepen we eigenlijk alleen langs de paden om de vangkaarten te controleren. Maar sinds een jaar of twee kijken we ook om en om in de paden en markeren we op een plattegrond waar we trips vinden. Hierdoor kunnen we veel gerichter en ook goedkoper werken dan we eerder deden. De kosten voor de tripsbestrijding zijn daardoor teruggelopen van €6 naar €3,5 per vierkante meter.” Van Os geeft de credits voor dit succes graag aan zijn dochter, die een groot deel van het scoutwerk voor haar rekening neemt. “Zij doet dit werk rationeler en onafhankelijker dan dat ik dat kan. Bovendien zet zij alles in de scouting-app en bespreekt de resultaten met adviseurs van Van Iperen. Dat werpt nu toch zijn vruchten af.” Ook bij de start van de teelt wordt er meteen scherp op trips gelet. Als het plantmateriaal aankomt, worden de kisten uitgeklopt en gecontroleerd op trips. “Zit er wat in, dan zetten we meteen de spuit erop”, zegt Van Os. Sinds kort wordt er in het voorspuitprogramma – grofweg de eerste twee weken van de teelt – naast NeemAzal T/S® ook het biologische middel Flipper ingezet. Dat gebeurt twee keer per week, dus in totaal vier bespuitingen. Daarna – van week 3 t/m week 7 – moet vooral de cucumeris-roofmijt (via biolinten en verblazen) de strijd tegen trips over gaan nemen. Het afspuiten – zo’n twee weken voor aflevering – gebeurt met Sumicidin® Super en Batavia.

Aanwinst tegen trips

Van Os vertelt de afgelopen winter al volop met Flipper geëxperimenteerd te hebben. “Aanvankelijk moesten we wel even wennen aan dit middel, dat als een soort sopje op het blad blijft zitten. Maar schade hiervan hebben we tot nu toe niet gezien. Tegelijkertijd merkten we dat de tripspopulatie bij gebruik van Flipper voortdurend laag is gebleven. Ik durf daarom wel te zeggen dat het middel een aanwinst is tegen trips.” De spuittechniek en het spuittijdstip zijn belangrijk bij het gebruik van Flipper, zo weet Van Os. “Bij de jonge stekken verstopt de trips zich meestal in de koppen. Om de trips goed te kunnen raken moet het hart van de bloem open staan. Je kunt daarom het beste rond negen uur ‘s ochtends spuiten, dan staan de harten het verst open’’, zo weet Van Os. Ook de spuittechniek is belangrijk. Behalve voldoende water – 100 liter per 1000 m² – moeten de spuitdoppen recht naar beneden spuiten, in de harten. “Als je dit allemaal goed op orde hebt, dan kun je met Flipper prima resultaten behalen”, zo besluit Van Os.

NeemAzal® T/S is een geregistreerd handelsmerk van Nufarm.
Sumicidin® Super is een geregistreerd handelsmerk van BASF.

‘Serenade heeft bedrijfsbreed een plek’

‘Serenade heeft bedrijfsbreed een plek’

De familie Bernard in Luttelgeest teelt op 22 hectare rozen, orchideeën en tuinplanten. Over welk gewas je met Simon Bernard ook praat: in alle teelten staat de aandacht voor een weerbaar gewas centraal. “Het hele plaatje moet kloppen, van techniek tot biologie. Serenade speelt daarin een ondersteunende rol.”

Een bord naast de kruising van de doorgaande weg wijst de route naar de vier bedrijfslocaties van de familie Bernard. Op steenworp afstand van elkaar staan hier twee rozenkwekerijen van elk 3 hectare, een orchideeëntuin van 6 ha en een productielocatie met 10 ha tuinplanten. Simon Bernard runt het bedrijf samen met zijn broer Bram. Mede dankzij hun eigen transporttak, lukt het de broers om zich hoofdzakelijk te richten op het hogere segment, waarbij ze zowel de groothandel als de retail rechtstreeks bedienen. “Een klant die tien Deense karren tegelijk bestelt, is voor ons best groot”, geeft Simon Bernard aan.
Voor de klanten zijn een goede kwaliteit en een duurzame teelt belangrijk. Vandaar dat ze veel aandacht besteden aan de gewasbescherming. Stap voor stap werken ze aan een verdere verduurzaming van hun teelten, waarbij ze het liefst zo min mogelijk ingrijpen. “Bij de insectenbestrijding werken we nu 80 procent biologisch. Dat gaat goed, al is bijvoorbeeld trips hier in de zomer wel een groot probleem. We zitten midden in een akkerbouwgebied, waardoor de druk vrij hoog is. Toch houden we vast aan ons doel om de bestrijding voor 95 procent biologisch te doen.”

Sterkere roos

Afgelopen zomer startten ze met een nieuwe teeltcyclus in hun Avelanche rozen. Ze grepen de teeltwissel aan om het teeltklimaat verder te optimaliseren. “We hebben onder meer de verlichting aangepast met hoogrendementslampen en houden een hoger lichtniveau aan dan voorheen. Het doel daarvan is in de eerste plaats een stabielere kwaliteit, met kleinere verschillen tussen zomer en winter. Maar het moet ook een sterker gewas opleveren. We verhogen de lichtsom niet, maar geven het gewas meer uren rust”, geeft Bernard aan. Verder verhoogden ze de teeltbedden, wat onder in het gewas voor een beter microklimaat moet zorgen.
In de ziektebeheersing is alles gericht op het gezond houden van het gewas. Meeldauw is in de regel goed onder de duim te houden, in de winterperiode is vooral Botrytis een punt van aandacht. “We zitten daar bovenop. Nederland vraagt een perfecte roos, dat is uiteindelijk ons bestaansrecht”, zegt Bernard. Samen met zijn teeltmensen en zelfstandig adviseur Jan Hoogstrate evalueren ze wekelijks of de vooraf afgesproken aanpak moet worden bijgestuurd. Een van de hulpmiddelen daarbij is de uitbloeiruimte op het bedrijf waar ze rozen op de vaas beoordelen. Het geeft ze inzicht in het effect van hun handelen en daarmee een extra handvat in de teelt.
Regelmatig maakt het groene middel Serenade onderdeel uit van de bespuitingen. “Het is gewaszacht en heeft een brede werking op de belangrijkste schimmelziekten. Vaak is het voldoende om ziekten onder de duim te houden. Wordt het echt spannend, dan vervang ik Serenade door bijvoorbeeld Luna Privilege. In de loop der jaren hebben we steeds meer geleerd over wat er wel en niet kan, al zit er altijd een stukje onvoorspelbaarheid in een ziekteontwikkeling.”

Phalaenopsis

Sinds dit voorjaar is de toelating van Serenade uitgebreid naar andere sierteeltgewassen onder glas. Voor Bernard reden om de mogelijkheden van het middel ook in de teelt van Phalaenopsis te onderzoeken. Ook in deze teelt draait het om de juiste combinatie van maatregelen. De juiste uitgangssituatie en een goed teeltklimaat zijn cruciaal, benadrukt Bernard. “Niet te nat en niet te droog telen en zorgen voor goed uitgangsmateriaal. Dat is meer dan de helft van het hele verhaal.” Ze merken dat het grote aantal variëteiten een extra handicap is in de geïntegreerde aanpak van de gewasbescherming. “We zijn daarom vier jaar geleden overgestapt naar segmenteren op verschillen in groei. We hebben vier groepen die we apart monitoren en water geven. Daarmee kom je al iets dichter bij een optimale vochthuishouding, zodat bijvoorbeeld potworm en schimmelziekten minder kans krijgen. Nu willen we nog een stap verder gaan. We willen minder soorten telen. Op dit ogenblik zijn dat er nog 300. Maar onze doelstelling is om 80 procent van de productie met 80 soorten te gaan doen.” De inzet van Serenade kan een verdere ondersteuning zijn voor het onderdrukken van Fusarium, Rhizoctonia en bacterieziekten.

Bacterieziekten

In het perkgoed hebben de verbeteringen in de teelt zich de afgelopen jaren vooral gericht op een betere ventilatie en de inzet van natuurlijke vijanden. Bij een goede kwaliteit uitgangsmateriaal zijn de meeste ziekten en plagen goed beheersbaar, is hun ervaring. De komst van Serenade zou echter een goede aanvulling kunnen zijn, vanwege zijn brede werking en het ontbreken van een re-entrytermijn. “Door het middel aan het begin van de teelt een plek te geven, kan het helpen om de ontwikkeling van Botrytis of bacterieziekten de kop in te drukken. We willen de druk vanaf de start van de teelt zo laag mogelijk houden.”
Bernard is er heilig van overtuigd dat ze de komende jaren nog verder kunnen komen met de geïntegreerde benadering. “Wij geloven in het totaalconcept. Het is een optelsom van het juiste klimaat, de juiste biologie, goede techniek, op tijd scouten, de inzet van groene middelen, correctiemiddelen en gezond uitgangsmateriaal. Stiekem zijn we in de loop der jaren behoorlijk teruggegaan in middelengebruik.”


Etiket van Serenade verder uitgebreid

Het etiket van Serenade is dit jaar uitgebreid met een bladtoepassing in de bedekte teelt van bloemisterijgewassen en een grondbehandeling in grondgebonden bloemisterijgewassen. Voor een optimale werking van Serenade zijn de volgende zaken van belang:

Bladtoepassing in bedekte teelt
• Zet Serenade altijd preventief in. Dat betekent: spuiten voordat de schimmel aanwezig is of nadat de schimmels eerst door curatieve middelen zijn bestreden.
• Zorg voor een optimale verdeling van Serenade over het blad. Spuittechniek, waterhoeveelheid en uitvloeier zijn daarvoor uitermate relevant.
• Spuit Serenade altijd in combinatie met een uitvloeier die de spuitvloeistof goed over het blad verdeelt.
• Serenade kan zowel solo als in combinatie met een fungicide worden ingezet. Door chemie in het schema te vervangen door Serenade wordt de milieubelasting van de ziekten- en plagenbestrijding gereduceerd.
• De werkingsduur van Serenade is in snelgroeiende gewassen rond de 7-10 dagen. Serenade is veilig voor nuttige insecten of bestuivers. Grondbehandeling in grondgebonden teelt
• Pas Serenade vlak voor zaaien of planten toe en werk het in de bovenste laag van de bodem. De kolonisatie van de wortels begint al binnen enkele uren.
• Pas Serenade toe vlak voor of bij actieve groei van de wortels. Kolonisatie is onafhankelijk van de bodem of vochtcondities in de bodem. Gekoloniseerde Bacillus spoelt niet af van de wortels. Serenade is gebaseerd op een unieke, van nature in de bodem voorkomende bacteriestam, Bacillus amyloliquefaciens (voorheen subtilis) QST 713. Serenade heeft een brede werking tegen schimmels en bacteriën.
In de bodem zorgt Serenade voor een snelle kolonisatie van de wortels of knollen. Hierdoor beschermt het de wortel tegen diverse grondgebonden schimmels, zoals Pythium, Rhizoctonia. Bacillus amyloliquefaciens QST713 wordt gevoed door de wortelexudaten en groeit met de wortel mee. Zolang de wortels groeien, gaat Serenade door met kolonisatie van de wortels. Een grondtoepassing van Serenade zorgt voor een betere vertakking van de wortel en meer biomassa.

‘Helft minder verbruik aan gewasbescherming door elektrostatisch spuitsysteem’

‘Helft minder verbruik aan gewasbescherming door elektrostatisch spuitsysteem’

In de fruitteelt kennen ze de techniek al: elektrostatisch spuiten. Nu is de glastuinbouw aan de beurt. Er lopen inmiddels diverse projecten en aanvragen voor dit ‘nieuwe’ spuitsysteem. Het oogt interessant. Door spuitvloeistof elektrisch te laden, ontstaat een betere hechting aan het blad en kan met minder middel eenzelfde resultaat worden geboekt. De techniek voldoet in verschillende gewassen. Na goede ervaringen in roos, gebruikt Ruud Olij van Olij Trading het spuitsysteem nu ook in framboos.

De cijfers liegen er niet om. Door elektrostatisch te spuiten, zou de teler 50% middel, 80% water en 60% tijd besparen. De werking ontstaat door verschillende technieken te combineren in één apparaat. De X-bust is een ULV-systeem (Ultra Low Volume), ondersteund door een elektrostaat en een ventilator. Dick Scholtus van leverancier KWH Holland: “Anders dan bij het conventionele recht toe recht aan spuiten, verspreidt dit systeem het gewasbeschermingsmiddel in een fijne, elektrostatisch geladen waas; kleine druppeltjes die worden vastgehouden in twee contra-roterende luchtlagen, totdat ze zich hechten aan het gewas.”

Gunstige MRL

Scholtus, vooral werkzaam in de hardfruitsector, krijgt steeds vaker aanvragen vanuit de sierteelt- en glasgroentehoek. “Logisch, ook hier hebben ondernemers te maken met strenge eisen vanuit de milieuwetgeving en retail.” Onlangs leverde hij een X-bust aan Solyco in Bleiswijk. De tomatentelers wilden hun gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terugdringen. “Als je ongeveer 1.500 liter per ha spuit, waarvan een groot deel bovendien in de paden terecht komt, dan ben je als teler niet blij. Zeker niet wanneer dat middel ook nog eens je nauwkeurig opgebouwde biologie verstoort.

Scholtus adviseerde de telers daarom over te stappen op elektrostatisch spuiten. “Door de betere verdeling en hechting kunnen ze uit met veel minder vloeistof en dus gunstigere MRL’s en minder grondwatervervuiling. In tomaat is het tevens zo dat het vele spuitmiddel ingedroogde zwaveldruppels op de vruchten kan veroorzaken, met afkeur tot gevolg.”

Beter spuitbeeld

Op dit moment wordt het spuitsysteem nog beproefd door de tomatentelers, over hun ervaringen praten ze nog niet. Wel laat onderzoek door Wageningen University & Research businessunit Glastuinbouw zien dat de techniek in tomaat veel potentie heeft. Testresultaten tonen aan dat reductie van het middelengebruik (chemisch en biologisch) mogelijk is tot 280 liter per ha. Het spuitbeeld is zowel boven als onder het blad homogeen en de druppelintentie ligt rond 70 druppels/cm2. Tevens blijkt er door de gerichte luchtondersteuning geen spuitmiddel op de grond of in een andere rij terecht te komen.

Exact deze kenmerken deed teler Ruud Olij in 2016 besluiten tot aanschaf van zo’n apparaat voor zijn rozenbedrijf in De Kwakel. “We waren op zoek naar een alternatief spuitsysteem tegen schimmels en insecten. Precies ten tijde dat ons bedrijf toetrad tot Dümmen Orange stapten we over op elektrostatisch spuiten. In no-time verbruikten we nog slechts 50 liter per hectare, een flinke reductie. Het was vooral leuk om te zien hoe die reductie ook direct op de werkvloer werd opgemerkt. Van een sceptisch ‘dat kan helemaal niet’ naar een ‘verdraaid, het werkt echt’.”

Tomaat, roos en framboos

Zoals bekend van Olij, zit de teler bepaald niet stil. In 2016 kocht Olij Trading aan diezelfde Achterweg in de Kwakel een frambozenbedrijf van 1,8 ha. “In het najaar plukken we de vruchten en in het voorjaar worden de moederplanten gestekt. Een mooi, maar fragiel product waarbij succes mede afhankelijk is van een goede gewasbescherming. Gezien de goede ervaring met elektrostatisch spuiten in roos, lag aanschaf van zo’n systeem ook hier voor de hand. We hebben KWH een karretje op accu’s laten maken waarop ze het systeem konden installeren.”

Binnenkort moet het systeem weer vol aan de bak. Vanaf nu is het bedrijf namelijk druk bezig met stekken en voordat de opgepotte plantjes de kas ingaan, worden ze eerst goed bespoten. “Net als bij roos merken we ook in framboos een reductie van spuitmiddel. We kunnen 10 tot 20 keer minder product gebruiken. Mede daardoor voldoen we zonder problemen aan de MPS-richtlijnen.”

Dun laagje middel

Gevraagd naar de belangrijkste voordelen van het spuitsysteem, antwoordt Olij tweeledig: “Ten eerste is er natuurlijk het feit dat je minder water en gewasbeschermingsmiddel hoeft te gebruiken. Ten tweede merken we dat het systeem een veel grotere bladmassa bereikt. De gecombineerde technieken creëren een mooie werveling waardoor de druppels veel dieper in het gewas doordringen. Normaal gesproken spuit je van boven naar beneden en vaak wordt daardoor alleen de bovenkant van het blad goed behandeld. Nu raak je gewoon meer gewas en heb je dus meer profijt van de behandeling.”

Volgens Scholtus speelt de geladenheid van de vloeistof daarbij een belangrijke rol. “Door toepassing van elektrostatische lading stoten de druppels elkaar af en daarmee vermijd je druppeltrekking. Er ontstaat een ultrafijne nevel die de hele plant met een heel dun laagje middel bedekt. Daarmee is het zogenaamde ‘wassen’ van de planten verleden tijd.”

En wie weet kan dat laagje middel nog wel dunner, meldt de ontwikkelaar van het systeem. Dat heeft met psychologie te maken. De gebruiker wil nu eenmaal zien dat het middel daadwerkelijk is aangebracht. Gebruik je minder, dan wordt de laag zo dun dat je het niet meer kunt zien. Voor wat betreft de effectiviteit maakt dat niet uit en kan het, inderdaad, vaak minder zijn.

Inspelen op strengere regelgeving

Minder is goed, stellen Scholtus en Olij unaniem. Scholtus: “Minder middel betekent minder kosten, minder afvalwater dat je moet zuiveren en minder residu op je product. Wat dat betreft kan de glastuinbouw nog wat leren van de fruitteelt. Want daar is de wetgeving volgens mij nog strenger. Daarom is het spuitsysteem in eerste instantie daar ontwikkeld. Met de techniek is in hardfruit een driftreductie van maar liefst 99,7% te behalen. Die hoge driftgetallen zijn nu in de richtlijnen opgenomen. Momenteel geldt dat nog niet in de glastuinbouw, maar de wetgever is ook daar al bezig de richtlijnen aan te scherpen.”

De aanschafkosten zijn volgens de leverancier in een kleine twee jaar terug te verdienen. En in combinatie met de selectieve doseerunit komt het spuitsysteem in aanmerking voor de Milieu-investeringsaftrek en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Zowel verticaal als horizontaal

Het systeem is een modulair gebouwde machine die uit verschillende onderdelen bestaat. Het geheel is eenvoudig samen te stellen en af te stemmen op alle soorten gewassen. Op planten, maar ook bij paprika’s, komkommers, aardbeien en tomaten. Doordat het apparaat zowel verticaal als horizontaal te gebruiken is, zijn smalle doorgangen in kassen geen probleem.

Samenvatting

In navolging van de fruitteelt groeit in de glastuinbouw de interesse voor elektrostatisch spuiten. Deze methode kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk verminderen. Een nieuw systeem, dat een elektrostatisch geladen werveling van kleine druppeltjes creëert, laat goede resultaten zien in de praktijk en in onderzoek. Met dit systeem dringt de vloeistof dieper door in het gewas en hecht het beter aan blad. Er is dus minder spuitmiddel nodig voor eenzelfde resultaat.

Tekst: Jojanneke Rodenburg.
Beeld: LD Photography.

Gerelateerd