Prima resultaten met biologische bestrijding

Prima resultaten met biologische bestrijding

Drie jaar geleden schakelde potrozenkwekerij Nolina radicaal over van chemische naar biologische plaagbestrijding. “Een spannende periode, maar het is al met al bijzonder goed verlopen”, blikt productiemanager Peter Verhoogt terug. Eén van de basismiddelen in hun ‘bio-schema’ is Flipper. “Daarmee bestrijden we 95 tot 98 procent van alle luis en pakken we ook nog wat spintmijt mee.”

“Tien jaar geleden leunden we bij de ziekte- en plaagbestrijding nog voor meer dan 90 procent op chemische middelen. Nu is dat nog hooguit vijf tot tien procent en zijn de resultaten er zeker niet minder op geworden.” Peter Verhoogt schetst in twee zinnen de enorme metamorfose die het Zuid-Hollandse potrozenbedrijf op het gebied van de gewasbescherming heeft doorgemaakt. “Vooral de laatste twee, drie jaar hebben we enorme stappen gemaakt op het gebied van duurzaam telen. Maar dat is maar bij heel weinig mensen doorgedrongen.” Het liefst zou hij daarom zien dat deze wapenfeiten eens wat meer in de algemene media zouden verschijnen. “Want daar leeft nog teveel het idee dat we maar wat aanrommelen.”

Tijdens een rondje door de kassen is te zien dat er allesbehalve maar ‘wat aangerommeld wordt’. De productieprocessen zijn verregaand geautomatiseerd, met als hoogtepunt de stekrobot, die het plantmateriaal volledig automatisch knipt en in de potten steekt. “Automatisering zorgt niet alleen voor uniforme planten met een constante kwaliteit; het zorgt er ook voor dat onze honderd vaste medewerkers prettig kunnen werken. Ook dát is voor een grote regionale werkgever als Nolina een heel belangrijke productiefactor”, benadrukt de productiemanager.

Best even spannend

Ook in de teelt probeert Nolina vooruit te kijken en voor de lange termijn te gaan. Om die reden werkt het bedrijf sinds 2016 zo goed als biologisch bij de bestrijding van luis, trips en spintmijt. De ‘basisingrediënten’ hiervoor zijn Azatin® en Flipper, twee middelen van natuurlijke oorsprong die niet alleen prima werken, maar elkaar ook goed aanvullen. Azatin is vooral effectief tegen trips en spintmijt; Flipper vooral tegen luizen, maar heeft ook wat nevenwerking tegen spintmijt. “Met deze combinatie hebben we de rozen langdurig schoon kunnen houden, zelfs tot ver in de zomer”, vertelt Verhoogt, “Afgelopen seizoen hebben we slechts drie correctie-bespuitingen uit hoeven voeren; daarmee hebben we de inzet van chemie enorm teruggebracht.”

De productiemanager erkent dat het eerste echte seizoen zonder chemie best even spannend was, vooral omdat er nauwelijks ervaring was met volledig biologische plaagbestrijding in potrozen. “In de aanloop naar 2017 hebben we weliswaar veel tests en proeven gedaan met Azatin en Flipper, maar dat is toch iets anders dan met het hele bedrijf in één keer omschakelen naar dit systeem. Gelukkig is alles super verlopen, ik mag zelfs wel zeggen: boven alle verwachtingen.”

Schema consequent aanhouden

Om de combinatie Azatin – Flipper optimaal te laten werken, moet de plaagdruk voortdurend laag worden gehouden. Daarom zet het bedrijf sterk in op preventieve maatregelen, zowel op het gebied van klimaatbeheersing als op de inzet van middelen. Verhoogt: “Vooral bij biologische middelen – of middelen van biologische oorsprong – is de werking en effectiviteit erg afhankelijk van de klimaatomstandigheden. En die kunnen per locatie ook nog eens heel verschillend zijn. Het draait dus allemaal om balans en afstemming; dat is de belangrijkste puzzel die je als bedrijf moet maken.”

Ook belangrijk is dat het preventieve schema strak en consequent wordt aangehouden. Biologisch middelen zoals Flipper hebben namelijk een kortere duurwerking dan chemische alternatieven, waardoor een of twee dagen later spuiten vervelende gevolgen kan hebben. Verhoogt: “Een vaste frequentie is essentieel om druk laag te houden. Zelf spuiten we daarom – vanaf 14 dagen na de snoei tot een week voor afleveren – consequent om de zeven dagen met Azatin en Flipper. Dit betekent dus dat elke afdeling precies wekelijks behandeld wordt. Qua planning en logistiek werkt dit aanzienlijk makkelijker dan voorheen, toen er nog twee spuitmomenten per week waren – met vaak ook nog verschillende middelen. Vergissingen lagen daardoor altijd op de loer. Verder is een wekelijkse spuitfrequentie ook arbo-technisch weer een mooie vooruitgang.”

Chemie achter de hand

Hoewel de resultaten met Azatin en Flipper tot nu toe goed zijn – en Verhoogt graag meer biologische middelen zou gebruiken – houdt hij toch graag enkele chemische correctiemiddelen achter de hand. “We zitten weliswaar op het gewenste duurzame spoor, maar dat spoor is nog niet zo stabiel dat we helemaal geen chemie meer nodig hebben. Door de kortere duurwerking van Flipper kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er een extra luisje op de planten zit. Tot nu toe kunnen we dat prima uitleggen en is er begrip van onze afnemers. Maar dat moet natuurlijk wel zo blijven… Bovendien verhoogt de biologische plaagbestrijding de kostprijs; ook daar zullen retailers hun aandeel in moeten blijven nemen.”

Azatin® is een geregistreerd handelsmerk van Certis Europe.


Flipper: nieuw, groen en zeer breed toepasbaar

Flipper is een product van plantaardige oorsprong op basis van carbonzure kaliumzouten. Het is een snelwerkend contactmiddel dat onder de regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (RUB) mag worden toegepast ter bestrijding van insecten en mijten in de bedekte en onbedekte teelt van land- en tuinbouwgewassen en openbaar groen. Flipper kan worden ingezet ter bestrijding van witte vlieg, spintmijt, trips, bladluis, bladvlo, wol-, dop- en schildluis.

Belangrijk om te weten

  • Gebruik voldoende vloeistof. Raken van het insect is essentieel voor een goed resultaat. Flipper is niet systemisch of translaminair.
  • Gebruik zacht water (bij voorkeur regenwater of leidingwater niet harder dan 16,8°dH met een PH van minimaal 7). In gevallen waarin alleen hard water beschikbaar is, kan een buffermiddel worden toegevoegd aan het water om neerslaan te voorkomen.
  • Vul de spuittank voor de helft en voeg het middel toe. Flipper mengt zich met water tot een volledige oplossing. Roeren van de spuitoplossing is verder niet vereist.
  • In geval van tankmixen met andere producten, dient Flipper altijd als laatste aan de tankmix te worden toegevoegd.
  • Flipper nooit mengen met uitvloeiers, hulpstoffen, bladmeststoffen of gewasbeschermingsmiddelen op basis van zwavel, fosetyl-aluminium of metaalionen (zoals zink, koper en ijzer).
  • Een roerinstallatie kan schuimvorming bevorderen.
  • Dosering: 1%.
  • Afhankelijk van de plaagdruk de behandeling zo nodig om de 7 dagen herhalen, echter niet meer dan 3 wekelijkse behandelingen achter elkaar uitvoeren.
  • Opslag bij kamertemperatuur; onder 10°C kan namelijk kristallisatie plaatsvinden. Dit effect is volledig omkeerbaar en heeft geen invloed op de kwaliteit van het product.

Eigenschappen van Flipper

  • Product van plantaardige oorsprong op basis van carbonzure kaliumzouten
  • Bestrijdt wittevlieg, spintmijt, trips, bladluis, bladvlo, wol-, dop- en schildluis.
  • Veilig voor bestuivers en de meeste natuurlijke vijanden.
  • Toegestaan in bedekte en onbedekte teelt van land- en tuinbouwgewassen.
  • Geen residuen en dus geen MRL.
  • Mag in biologische teelt gebruikt worden.

Gerelateerd

‘Serenade heeft bedrijfsbreed een plek’

‘Serenade heeft bedrijfsbreed een plek’

De familie Bernard in Luttelgeest teelt op 22 hectare rozen, orchideeën en tuinplanten. Over welk gewas je met Simon Bernard ook praat: in alle teelten staat de aandacht voor een weerbaar gewas centraal. “Het hele plaatje moet kloppen, van techniek tot biologie. Serenade speelt daarin een ondersteunende rol.”

Een bord naast de kruising van de doorgaande weg wijst de route naar de vier bedrijfslocaties van de familie Bernard. Op steenworp afstand van elkaar staan hier twee rozenkwekerijen van elk 3 hectare, een orchideeëntuin van 6 ha en een productielocatie met 10 ha tuinplanten. Simon Bernard runt het bedrijf samen met zijn broer Bram. Mede dankzij hun eigen transporttak, lukt het de broers om zich hoofdzakelijk te richten op het hogere segment, waarbij ze zowel de groothandel als de retail rechtstreeks bedienen. “Een klant die tien Deense karren tegelijk bestelt, is voor ons best groot”, geeft Simon Bernard aan.
Voor de klanten zijn een goede kwaliteit en een duurzame teelt belangrijk. Vandaar dat ze veel aandacht besteden aan de gewasbescherming. Stap voor stap werken ze aan een verdere verduurzaming van hun teelten, waarbij ze het liefst zo min mogelijk ingrijpen. “Bij de insectenbestrijding werken we nu 80 procent biologisch. Dat gaat goed, al is bijvoorbeeld trips hier in de zomer wel een groot probleem. We zitten midden in een akkerbouwgebied, waardoor de druk vrij hoog is. Toch houden we vast aan ons doel om de bestrijding voor 95 procent biologisch te doen.”

Sterkere roos

Afgelopen zomer startten ze met een nieuwe teeltcyclus in hun Avelanche rozen. Ze grepen de teeltwissel aan om het teeltklimaat verder te optimaliseren. “We hebben onder meer de verlichting aangepast met hoogrendementslampen en houden een hoger lichtniveau aan dan voorheen. Het doel daarvan is in de eerste plaats een stabielere kwaliteit, met kleinere verschillen tussen zomer en winter. Maar het moet ook een sterker gewas opleveren. We verhogen de lichtsom niet, maar geven het gewas meer uren rust”, geeft Bernard aan. Verder verhoogden ze de teeltbedden, wat onder in het gewas voor een beter microklimaat moet zorgen.
In de ziektebeheersing is alles gericht op het gezond houden van het gewas. Meeldauw is in de regel goed onder de duim te houden, in de winterperiode is vooral Botrytis een punt van aandacht. “We zitten daar bovenop. Nederland vraagt een perfecte roos, dat is uiteindelijk ons bestaansrecht”, zegt Bernard. Samen met zijn teeltmensen en zelfstandig adviseur Jan Hoogstrate evalueren ze wekelijks of de vooraf afgesproken aanpak moet worden bijgestuurd. Een van de hulpmiddelen daarbij is de uitbloeiruimte op het bedrijf waar ze rozen op de vaas beoordelen. Het geeft ze inzicht in het effect van hun handelen en daarmee een extra handvat in de teelt.
Regelmatig maakt het groene middel Serenade onderdeel uit van de bespuitingen. “Het is gewaszacht en heeft een brede werking op de belangrijkste schimmelziekten. Vaak is het voldoende om ziekten onder de duim te houden. Wordt het echt spannend, dan vervang ik Serenade door bijvoorbeeld Luna Privilege. In de loop der jaren hebben we steeds meer geleerd over wat er wel en niet kan, al zit er altijd een stukje onvoorspelbaarheid in een ziekteontwikkeling.”

Phalaenopsis

Sinds dit voorjaar is de toelating van Serenade uitgebreid naar andere sierteeltgewassen onder glas. Voor Bernard reden om de mogelijkheden van het middel ook in de teelt van Phalaenopsis te onderzoeken. Ook in deze teelt draait het om de juiste combinatie van maatregelen. De juiste uitgangssituatie en een goed teeltklimaat zijn cruciaal, benadrukt Bernard. “Niet te nat en niet te droog telen en zorgen voor goed uitgangsmateriaal. Dat is meer dan de helft van het hele verhaal.” Ze merken dat het grote aantal variëteiten een extra handicap is in de geïntegreerde aanpak van de gewasbescherming. “We zijn daarom vier jaar geleden overgestapt naar segmenteren op verschillen in groei. We hebben vier groepen die we apart monitoren en water geven. Daarmee kom je al iets dichter bij een optimale vochthuishouding, zodat bijvoorbeeld potworm en schimmelziekten minder kans krijgen. Nu willen we nog een stap verder gaan. We willen minder soorten telen. Op dit ogenblik zijn dat er nog 300. Maar onze doelstelling is om 80 procent van de productie met 80 soorten te gaan doen.” De inzet van Serenade kan een verdere ondersteuning zijn voor het onderdrukken van Fusarium, Rhizoctonia en bacterieziekten.

Bacterieziekten

In het perkgoed hebben de verbeteringen in de teelt zich de afgelopen jaren vooral gericht op een betere ventilatie en de inzet van natuurlijke vijanden. Bij een goede kwaliteit uitgangsmateriaal zijn de meeste ziekten en plagen goed beheersbaar, is hun ervaring. De komst van Serenade zou echter een goede aanvulling kunnen zijn, vanwege zijn brede werking en het ontbreken van een re-entrytermijn. “Door het middel aan het begin van de teelt een plek te geven, kan het helpen om de ontwikkeling van Botrytis of bacterieziekten de kop in te drukken. We willen de druk vanaf de start van de teelt zo laag mogelijk houden.”
Bernard is er heilig van overtuigd dat ze de komende jaren nog verder kunnen komen met de geïntegreerde benadering. “Wij geloven in het totaalconcept. Het is een optelsom van het juiste klimaat, de juiste biologie, goede techniek, op tijd scouten, de inzet van groene middelen, correctiemiddelen en gezond uitgangsmateriaal. Stiekem zijn we in de loop der jaren behoorlijk teruggegaan in middelengebruik.”


Etiket van Serenade verder uitgebreid

Het etiket van Serenade is dit jaar uitgebreid met een bladtoepassing in de bedekte teelt van bloemisterijgewassen en een grondbehandeling in grondgebonden bloemisterijgewassen. Voor een optimale werking van Serenade zijn de volgende zaken van belang:

Bladtoepassing in bedekte teelt
• Zet Serenade altijd preventief in. Dat betekent: spuiten voordat de schimmel aanwezig is of nadat de schimmels eerst door curatieve middelen zijn bestreden.
• Zorg voor een optimale verdeling van Serenade over het blad. Spuittechniek, waterhoeveelheid en uitvloeier zijn daarvoor uitermate relevant.
• Spuit Serenade altijd in combinatie met een uitvloeier die de spuitvloeistof goed over het blad verdeelt.
• Serenade kan zowel solo als in combinatie met een fungicide worden ingezet. Door chemie in het schema te vervangen door Serenade wordt de milieubelasting van de ziekten- en plagenbestrijding gereduceerd.
• De werkingsduur van Serenade is in snelgroeiende gewassen rond de 7-10 dagen. Serenade is veilig voor nuttige insecten of bestuivers. Grondbehandeling in grondgebonden teelt
• Pas Serenade vlak voor zaaien of planten toe en werk het in de bovenste laag van de bodem. De kolonisatie van de wortels begint al binnen enkele uren.
• Pas Serenade toe vlak voor of bij actieve groei van de wortels. Kolonisatie is onafhankelijk van de bodem of vochtcondities in de bodem. Gekoloniseerde Bacillus spoelt niet af van de wortels. Serenade is gebaseerd op een unieke, van nature in de bodem voorkomende bacteriestam, Bacillus amyloliquefaciens (voorheen subtilis) QST 713. Serenade heeft een brede werking tegen schimmels en bacteriën.
In de bodem zorgt Serenade voor een snelle kolonisatie van de wortels of knollen. Hierdoor beschermt het de wortel tegen diverse grondgebonden schimmels, zoals Pythium, Rhizoctonia. Bacillus amyloliquefaciens QST713 wordt gevoed door de wortelexudaten en groeit met de wortel mee. Zolang de wortels groeien, gaat Serenade door met kolonisatie van de wortels. Een grondtoepassing van Serenade zorgt voor een betere vertakking van de wortel en meer biomassa.

Milieubelasting door gewasbescherming glastuinbouw drastisch verlaagd

Milieubelasting door gewasbescherming glastuinbouw drastisch verlaagd

De milieubelasting van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op het waterleven is in de periode 2004-2016 met 90-95% verminderd. Dat blijkt uit een recente studie van Wageningen Economic Research (WUR) en CLM Onderzoek en Advies. De afname van de milieubelasting op het waterleven door gewasbeschermingsmiddelen komt vooral door een vermindering van de inzet van insecticiden.

Glastuinbouw Nederland verwacht dat de emissie naar het oppervlaktewater de komende jaren nog verder afneemt, door de verplichte zuivering van lozingswater die sinds 1 januari 2018 van kracht is.

‘Inspanningen betalen uit’

Voorzitter van Glastuinbouw Nederland Sjaak van der Tak is blij met de verlaging van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen uit de glastuinbouw. “De vele inspanningen van de sector op het gebied van duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de toepassing van biologische maatregelen komen nu ook in de cijfers naar voren.”

Werkzame stof

Uit het onderzoek van WUR en CLM komt ook naar voren dat de hoeveelheid werkzame stof van gewasbeschermingsmiddelen in kg per ha weinig zegt over de milieubelasting. Binnen de glasgroenteteelt nam het gebruik van de werkzame stof (kg/ha) in de periode 2004-2016 met 40% af, terwijl deze in de snijbloementeelt met 60% toenam.

Milieubelastingpunten

Deze toename komt deels doordat de gewasbeschermingsmiddelen zijn vervangen door stoffen met een hoger kg-verbruik, maar met een aanzienlijk lagere milieubelasting. Voor het berekenen van de milieubelasting combineerden WUR en CLM daarom het middelengebruik in kg gecombineerd met milieubelastingpunten. Beide onderzoekspartijen hielden daarbij ook rekening met de hoeveelheid spui.

Milieubelasting eenheid product

De milieubelasting per eenheid product is ook onderdeel van het onderzoek. Tussen 2004 en 2012 nam de productie per ha redelijk snel toe, maar in de periode 2012 tot 2016 nam de productie voor de hoofdproducten af. Naar verwachting heeft dit te maken met de overgang naar nieuwe, duurzame producttypen.

Transitietraject

De bijdrage van de productieverhoging aan de milieubelasting per eenheid product is naar verhouding klein volgens Glastuinbouw Nederland. De overstap naar middelen met een lage milieubelasting draagt uiteraard meer bij aan de verlaging van de milieubelasting per eenheid product. “De sector wil graag de overstap maken naar meer laag-risico middelen”, aldus Van der Tak. “Lange toelatingstrajecten en hoge kosten zijn hierbij helaas een belemmering. Een transitietraject is daarom noodzakelijk voor verdere verduurzaming.”

Bron: Glastuinbouw Nederland.

Gerelateerd

WUR onderzoekt motivatie vermindering gebruik gewasbeschermingsmiddelen

WUR onderzoekt motivatie vermindering gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Wageningen University & Research (WUR) onderzoekt de motivatie van boeren en telers om te minderen in het gebruik van milieubelastende gewasbeschermingsmiddelen. Op 20 februari ontvangen circa 7500 agrariërs een uitnodiging om een online vragenlijst in te vullen.

Via het onderzoek hoopt WUR de kansen en belemmeringen in kaart te brengen die telers ondervinden wanneer zij binnen twee jaar minder gebruik willen maken van deze middelen.

Vergroening

“Het terugdringen van het gebruik van de meest milieubelastende gewasbeschermingsmiddelen – middelen die onkruid, ziekten en plagen in de landbouw beheersen – kan bijdragen aan de vergroening van de land- en tuinbouw”, aldus Lieneke Bakker, promovendus bij Farming Systems Ecology van Wageningen University. Bakker erkent dat vermindering van het gebruik van milieubelastende gewasbeschermingsmiddelen niet altijd eenvoudig is hoopt via het onderzoek kansen te identificeren om telers te ondersteunen in dit proces.

Online vragenlijst

Het onderzoeksteam hoopt via een online vragenlijst inzicht te krijgen in welke factoren van doorslaggevend belang kunnen zijn voor de reductie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. WUR is hiervoor op zoek naar telers van vollegrondsgroenten, bloembollen of fruit die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. Onderzoeksbureau Geelen Consultancy stuurt 20 februari een email naar 7500 agrarisch ondernemers met een uitnodiging om deel te nemen aan het onderzoek.

Onderzoeksresultaten

WUR hoopt op een hoge respons bij het onderzoek om zo een representatief beeld te krijgen van de mogelijkheden en barrières voor het terugdringen van milieubelastende gewasbeschermingsmiddelen. Telers die geen uitnodiging ontvangen maar wel aan het onderzoek mee willen doen, kunnen daarom ook meedoen door de vragenlijst in te vullen via deze link. Alle deelnemers aan het onderzoek ontvangen, indien gewenst, een volledig rapport van de onderzoeksresultaten in de tweede helft van 2019. Het invullen van de enquête duurt ongeveer 15 minuten en alle gegevens worden anoniem verwerkt.

Bron: WUR. Foto: Jan van Staalduinen.

Gerelateerd

Groene middelen zijn bezig met een flinke opmars

Groene middelen zijn bezig met een flinke opmars

Groene gewasbeschermingsmiddelen kunnen rekenen op veel belangstelling sinds het gebruik van chemische middelen onder vuur ligt. Diverse leveranciers komen daarover aan het woord in het themanummer Plantvitaliteit van Onder Glas dat volgende week verschijnt. In aanvulling daarop meldt Syngenta dat na de introductie van de biostimulant Hicure zeer binnenkort registratie en toelating van Taegro wordt verwacht, een biologisch fungicide op basis van Bacillus amyloliquefaciens FZB24.

Deze toelating is aangevraagd voor glasgroenteteelten, maar de producent is van plan om het etiket uit te breiden voor de sierteelt, meldt Wesley Akkermans, Crop Advisor Glastuinbouw bij Syngenta.
Deze fungicide past binnen geïntegreerde gewasbeschermingsprogramma’s en werkt optimaal bij preventief gebruik in situaties dat de ziektedruk laag of gemiddeld is. Het heeft een werking tegen schimmels, maar het bedrijf claimt de werking tegen Botrytis en meeldauw in tomaat, paprika en komkommerachtigen.

Plantactivator

“Voor de sierteelt hebben we de elicitor Inssimo geregistreerd. Dit is geen gewasbeschermingsmiddel, maar een plantactivator. Het is een stof die de plant alert maakt op gevaar. Je kunt dit toedienen op bepaalde delen van de plant, waarna er een signaal door de hele plant gaat”, legt Akkermans uit. “Door dit middel preventief toe te passen wordt het SAR-mechanisme van de plant geactiveerd waardoor deze tolerant of resistent is tegen een breed scala pathogenen.” Momenteel heeft dit product een zeer beperkte toelating, maar de producent wil deze op korte termijn verder uitbreiden.

Uitbreiding portfolio

De adviseur meldt dat het Syngenta Biocontrols portfolio verder wordt uitgebreid door middel van licenties, strategische samenwerkingen en overnames. “In de pijplijn zitten onder andere groene middelen, zoals een plantextract met fungicidewerking en een biologisch herbicide.
Voor de langere termijn zijn we een strategische samenwerking aangegaan met DSM voor het ontwikkelen van groene middelen. Daarnaast werken we hard aan de ontwikkeling van nieuwe producten op basis van RNA-interferentie, een baanbrekende nieuwe technologie waarvoor zelfs in 2006 een Nobelprijs is toegekend.”

Graadmeter Groene Gewasbescherming

Brancheorganisatie Nefyto ontwikkelt momenteel de Graadmeter Groene Gewasbescherming. Deze moet de implementatie van groene gewasbescherming inzichtelijk maken. Reden hiervoor is dat er verschillende definities worden gehanteerd voor dit begrip. Zo mag de biologische land- en tuinbouw gewasbeschermingsmiddelen die niet als laag-risico-stof zijn gekwalificeerd niet gebruiken. Ook zijn niet alle laag-risico-middelen van natuurlijke oorsprong. Verder is de afzet van microbiële gewasbeschermingsmiddelen moeilijk meetbaar omdat verschillende eenheden worden gebruikt.

Tekst: Pieternel van Velden.

Gerelateerd