Fossielvrije teelt tomaat groeit generatiever dan verwacht

Fossielvrije teelt tomaat groeit generatiever dan verwacht

Het afgelopen belichtingsseizoen sijpelden steeds positieve berichten naar buiten over het leerproces met fossielvrij telen bij de belichte tomatenteelt. Het verraste zowel onderzoekers als telers dat het gewas zo goed presteerde bij een veel rustig temperatuurverloop dan in de praktijk gebruikelijk is. De lichte kas, de drie schermen, de hybride belichtingsinstallatie en de actieve ontvochtiging houden het energieverbruik binnen de perken.

Negen maanden na de aanvang van het onderzoek naar Het Nieuwe Telen (HNT) bij de belichte tomatenteelt bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk zit de stemming er goed in. Onderzoekster Lisanne Helmus-Schuddebeurs en adviseur Henk Kalkman voelen zich gesteund door de begeleidingscommissie, waaraan tomatentelers actief deelnemen. Zo levert iedere verandering van het gewas steevast een levendige discussie op. Samen met Paul Arkesteijn, productmanager bij Svensson en Stéphane André, consultant bij Hortilux, blikken zij terug op het belichtingsseizoen.

Energiedoelstelling

In de 1.000 m2 grote afdeling startte de teelt (50 weken) met het ras Merlice al vroeg, op 11 augustus. De afdeling is uitgerust met een actief ventilatiesysteem (AVS) met luchtslurven en een warmtepomp om energie te ‘oogsten’ uit vochtige kaslucht. De verwachting is om met 10 m3/m2 aardgas equivalenten deze belichte teelt uit te voeren.

De hybride belichtingsinstallatie die is aangelegd bestaat uit 110 µmol/m2/s SON-T-lampen, 55 µmol/m2/s LED-toplicht, aangevuld met 60 µmol/m2/s LED tussenlicht. In de afdeling ligt een experimenteel substraat, namelijk kunststof boxen met een houtvezelmat. Er is in deze proef veel aandacht voor de waterbalans, met een aangepaste voedingsoplossing. Kortom, deze proef kent veel nieuwe uitdagingen en dat is inmiddels ook gebleken.

Rustig temperatuurverloop

Van die uitdagingen springt de klimaatstrategie het meeste in het oog. Kalkman: “In een normale belichte teelt ben je gewend om dynamisch te telen. De temperatuurinstelling wisselt sterk gedurende het etmaal met als doel de juiste balans in het gewas te brengen. Om het AVS-systeem optimaal te benutten zoeken we in deze proef juist naar een rustig temperatuurverloop, waarbij we uiteindelijk op dezelfde etmaaltemperatuur uitkomen. Bovendien geven we veel water, het hele etmaal en passen de EC aan op instraling.”

Telers die op afstand de klimaatinstellingen volgen, voorspelden een sterke vegetatieve groei. De verrassing is dus groot dat eigenlijk het tegenstelde gebeurde. Zij troffen bij hun bezoeken steeds een vlot, generatief gewas aan met een relatief sterke tros. De proefnemers zoeken de verklaring in de vroege plantdatum en de generatieve opbouw in het najaar. Die situatie buig je niet snel om in de winter.

Vochtverdeling

Niet alles liep echter even voorspoedig. In de aanloop van de teelt waren er wat problemen met het ontvochtigingssysteem, waardoor de warmteterugwinning tegenviel. Dit technische probleem werd al snel opgelost.

In de winter was het optreden van bladrandjes aanleiding om het ventilatiesysteem iets anders aan te sturen. “Misschien zijn we iets te zwaar belast de winter in gegaan”, denkt Kalkman. Ook was de vochtverdeling in de kas niet helemaal homogeen. Bovenin was de kaslucht vochtiger dan beneden. “Daarom hebben we de ventilatorcapaciteit teruggebracht met iets minder debiet”, legt Helmus uit. “De temperatuur die we inblazen ligt 1ºC boven de stooktemperatuur. De afrijping en uitgroeiduur van de vruchten bleef daardoor goed.” Alle maatregelen leverden uiteindelijk een productie van 60 kg per m2 op tot en met week 18. Het gasverbruik is steeds onder 1 m3/m2 per week gebleven.

Samenspel schermen

De afdeling met ultra low haze glas en dubbele AR coating heeft drie klimaatschermen. Dit zijn het lichtuitstootscherm Obscura 9950 FRW, het energiescherm Luxous 1147 FR en het nieuwe, licht diffuse scherm Harmony 1315 O FR.

Het lichtuitstootscherm is uiteraard gebruikt op de momenten dat er werd belicht. Het mocht iets ‘kieren’ als het te warm werd in de afdeling. In de winterperiode is het samen met het energiescherm in totaal 3.400 uur gebruikt. In de voornacht ging het energiescherm dicht om uitstraling tegen te houden, of overdag als het erg koud was.

“Het nieuwe diffuse zomerscherm laat door een lage schermingsgraad veel diffuus licht toe in de kas”, vertelt Arkesteijn. Vanwege de open structuur kan het volledig dicht, zodat het alle planten beschermt tegen te intense instraling. De proefnemers zoeken naar een samenspel tussen het scherm en het ultralichte kasdek, dat meer stralingswarmte in de kas toelaat. Dit scherm gaat dicht zodra de instraling boven 700 watt komt. Het is in de eerste weken na het planten gebruikt en vanaf april.

De combinatie van de drie schermen heeft er mede voor gezorgd dat de ramen langer dicht bleven. Samen met de ontvochtiging van de kaslucht leveren ze een grote bijdrage aan de energiebesparing die inmiddels is behaald.

Standaard versus verrood

Voor André is de proef zeer leerzaam. “In de winter konden we de stralingswarmte van de SON-T-lampen goed benutten. In de lente was het mogelijk langer door te belichten met de koelere LED’s.” Vanaf begin april zijn de SON-T-lampen niet meer gebruikt.

De LED-installatie in deze afdeling heeft rode en blauwe LED’s in de verhouding 95% rood en 5% blauw. In één tralie is bij wijze van proef 9% verrood licht toegevoegd aan het toplicht. Het verrode licht heeft dus steeds meegelopen met de totale belichtingstijd. De proefnemers hebben geen verschil kunnen ontdekken tussen beide behandelingen, noch in cumulatieve productie, noch in brixwaarde van de vruchten.

De juiste plaats voor het tussenlicht is regelmatig onderwerp van gesprek. De fabrikant heeft armaturen die schuin naar beneden zijn gericht, met als doel om de bovenkant van de bladeren optimaal te belichten. André: “Je moet ze dus iets hoger hangen dan armaturen die horizontaal schijnen.” Het is steeds zoeken naar het juiste bladpakket en dat valt niet mee met planten die 22 cm per week groeien. Zeer gelijkmatig laten zakken van het gewas is dus nodig.

Sapstroommeting

Vooral de intensieve monitoring maakt het project interessant. In de afdeling wordt sapstroommeting en stengeldiktemeting gedaan. De proefnemers proberen daarmee een relatie te leggen tussen wateropname en belichting.

De teelt met het experimentele klimaatregime verloopt naar wens. Kalkman: “We hebben ondervonden dat deze nieuwe benadering veel voordelen biedt. Een aandachtspunt is het water geven. De omloopsnelheid van de voedingsoplossing in dit substraat is hoog, waardoor je ook meer proceswater moet ontsmetten.”

Dit gezamenlijke project van Delphy, Groen Agro Control en Wageningen University & Research komt tot stand met een bijdrage van Kas als Energiebron (Ministerie van LNV), Saint-Gobain Cultilene, Hortilux, Hoogendoorn Growth Management, Svensson en Wireless Value.

Samenvatting

Het project ‘Totaalconcept HNT in belichte tomatenteelt’ is inmiddels op driekwart van de totale teeltduur. Het behalen van de energiedoelstelling van 10 m3 aardgas per m2 is geen grote opgave, zo blijkt. Dat komt mede door de combinatie van de drie schermen waardoor de ramen langer dicht blijven. De gewasgroei, productie en houdbaarheid van de vruchten zijn goed. Wel zijn er veel leerpunten die om verdere verdieping vragen.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.

Alstroemeriateler op zoek naar juiste combinatie van factoren

Alstroemeriateler op zoek naar juiste combinatie van factoren

Jaren geleden werd er op het bedrijf van alstroemeriateler Dick Hoogenboom uit Nieuwe Wetering een praktijkproef met buitenluchtaanzuiging gehouden. Het doel was om te onderzoeken of het microklimaat kon worden beïnvloed door de toevoer van droge buitenlucht of met luchtbeweging. Dat moest de problemen met afgroeiers en schimmelkoppen tegen gaan. De proef mislukte. Vochtblaadjes en schimmelkoppen bleven terugkomen.

“Misschien omdat we de proef onder een kap hadden uitgevoerd en niet in een afgesloten ruimte”, blikt de teler terug. Samen met zijn broer teelt hij op 29.000 m2 acht rassen alstroemeria.
Sindsdien is Hoogenboom zich wel meer bewust geworden van Het Nieuwe Telen en hij volgt sinds kort een cursus hierover. “Je steekt er altijd wat van op. Momenteel ben ik bezig met het bekijken van de optie van een dubbel scherm. Het zou goed passen als ik een diffuus scherm samen met een lichtuitstootscherm zou kunnen plaatsen.”

Energiebesparing

Meer LED, verneveling, CO2, het valt naar zijn mening allemaal onder HNT. “Er is niet één weg te volgen. Het gaat erom de juiste combinatie van al die factoren te vinden en zo een optimalisatie in je teelt te bereiken”, zegt hij. “Daar ben ik naar op zoek.”
Hij werkt nu voor een derde seizoen met LED’s. Er hangt momenteel 100 µmol SON-T en 50 µmol LED in zijn kas. Veel productie per vierkante meter, met minder watt per vierkante meter, dat is zijn doel. Of hij over zal gaan op full LED is nog de vraag: “Het is financieel interessant gezien de energiebesparing in vergelijking met SON-T, maar er moet wel mee te werken zijn.”

Tekst: Marjolein van Woerkom.

Gerelateerd

Nieuwe simulatietool ontwikkeld voor praktijk en onderwijs

Nieuwe simulatietool ontwikkeld voor praktijk en onderwijs

Om leerlingen een helder inzicht te geven in de processen die spelen in de kas en het gewas, maakt het groene onderwijs al jarenlang gebruik van verschillende simulatietools. Maar de vele ontwikkelingen in de tuinbouw vroegen om een update. Die is er nu, het model toont de effecten van onder ander Het Nieuwe Telen op het kasklimaat en de verdamping van het gewas en geeft antwoord op vele vragen op het gebied van klimaatregeling.

De vraag om een update van bestaande tools te ontwikkelen, kwam van Frank van der Helm, tuinbouwdocent bij Hogeschool InHolland. “Hij merkte dat de tools die werden gebruikt niet meer goed aansloten bij de hedendaagse tuinbouwpraktijk”, vertelt Gert-Jan Swinkels, onderzoeker bij Wageningen University & Research businessunit Glastuinbouw. “In Glassim, een model dat een hele tijd geleden is ontwikkeld door WUR, is een aantal recente ontwikkelingen in de tuinbouw onvoldoende meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan de principes van Het Nieuwe Telen: het gebruik van LED-verlichting en tussenbelichting, het inblazen van buitenlucht en de inzet van meerdere schermen. Daarnaast was het wenselijk dat een model de gewastemperatuur, -verdamping en -groei kon berekenen voor verschillende zones in het gewas. Tot slot kon het gebruiksgemak van de bestaande programma’s worden verbeterd.”

Bestaand model als basis

Swinkels en Van der Helm schreven daarop samen een projectvoorstel voor de ontwikkeling van een up-to-date onderwijstool. Aanvankelijk was er alleen geld beschikbaar vanuit het programma Wageningen UR Knowledge Share, later deed ook Kas als Energiebron een duit in het zakje. “Voorwaarde hierbij was dat het model tevens toegankelijk wordt voor telers, voor gebruik in studiegroepen en bij trainingen op bedrijven. Dit om de uitrol van de principes van Het Nieuwe Telen verder te kunnen versnellen.”

De onderzoekers startten afgelopen zomer met de ontwikkeling van het model. Ze begonnen niet helemaal bij nul. “Wij maken nu gebruik van het simulatiemodel KASPRO om de effecten van innovaties op het gebied van klimaatbeheersing en energievoorziening te onderzoeken”, licht Swinkels toe. “Dit model heeft een klimaatregelaar die nauw aansluit bij de hedendaagse praktijk en is in de loop der jaren steeds geüpdatet. Nieuwe technieken en ontwikkelingen zijn hierin geïntegreerd. KASPRO is in feite verantwoordelijk voor al het rekenwerk en vormt de motor achter het huidige model. We hoefden het wiel dus niet uit te vinden.”

Inzicht in processen

Volgens de onderzoeker hebben alle onderdelen die vandaag de dag relevant zijn voor het kasklimaat en de energiebalans een plek gekregen, met name Het Nieuwe Telen. In dit kader is er in de tool ook veel aandacht voor de energie- en vochtbalans van de plant. “Telers, leerlingen en docenten die werken met het nieuwe programma KASSIM zien een dwarsdoorsnede van een kas met daarin alle relevante gegevens. We hebben geprobeerd om deze grafisch gezien zo aantrekkelijk mogelijk vorm te geven”, licht onderzoeker Alexander Boedijn toe.

Hij voerde het project samen met Swinkels uit. “Gebruikers kunnen zelf de kas vullen met apparatuur. Ze hebben bijvoorbeeld keuze uit verschillende gewassen, diverse schermen en SON-T-, LED- of tussenbelichting. Door met deze zaken te ‘spelen’ krijgen gebruikers meer gevoel over hoe het werkt in een kas en inzicht in fysische en plantfysiologische processen. Je kunt namelijk heel makkelijk de instellingen aanpassen en meteen zien welk effect bijvoorbeeld het aanzetten van de verneveling of het dichttrekken van het scherm heeft op de fotosynthese, de verdamping, de gewastemperatuur en het energiegebruik. De tool laat, naast het temperatuur- en verdampingsprofiel, het lichtprofiel over het gewas zien. Dit geeft telers nog meer inzicht in het effect van bepaalde maatregelen.”

Spelen met kasklimaat

Voor docenten biedt het de mogelijkheid om specifieke opdrachten klaar te zetten en stapsgewijs een lespakket op te bouwen, waarin gaandeweg steeds meer aspecten worden meegenomen. “Wil je leerlingen meer gevoel geven bij het begrip energiebalans, dan kun je ze bijvoorbeeld zelf de verwarmingsbuizen en de lampen aan en uit laten zetten of laten spelen met het openen en sluiten van schermen. Zij zien dan meteen wat het effect is op de energiebalans. Eenzelfde oefening is mogelijk voor bijvoorbeeld de CO2– of de vochtbalans.”

Beschikbaarheid

De huidige onderwijstool is gratis beschikbaar. Het is te benaderen via een speciale portal, die ook binnen het project werd ontwikkeld. “Het is de bedoeling dat op termijn meerdere simulatiemodellen in deze portal worden ondergebracht”, vertelt Swinkels. “Denk daarbij aan modellen op het gebied van gewasgroei en -ontwikkeling en waterstromen. Het moet een verzamelplek worden van tools voor het tuinbouwonderwijs en de tuinbouwsector.”

Daarnaast is de tool te benaderen via Groen Kennisnet, waar ook een zogeheten ‘wiki’ te vinden is “Je kunt dat zien als een soort handleiding”, zegt Boedijn. “Hierin wordt uitleg gegeven over de verschillende grootheden die een rol spelen in de energie- en vochtbalans en over de begrippen die hierbij horen. Verder bevat de wiki enkele voorgedefinieerde opdrachten. Op deze manier helpen we docenten, leerlingen en telers om het maximale uit KASSIM te halen.”

Swinkels voegt toe dat het een onlinemodel is, dat overal en altijd te benaderen is. “En doordat het online draait, kunnen we dit in de toekomst eenvoudig aanpassen en updaten op basis van de laatste ontwikkelingen.”

Stappen in energiebesparing

Volgens de onderzoeker willen in ieder geval Hogeschool InHolland, maar ook de HAS, Aeres en diverse MBO’s ermee aan de slag. “Voor telers is de tool eveneens waardevol: zij kunnen deze heel eenvoudig inzetten om meer gevoel te krijgen bij de methodiek van Het Nieuwe Telen en bij het effect van bepaalde maatregelen.”

Swinkels noemt als voorbeeld het feit dat sommige telers aarzelen om de schermen helemaal dicht te trekken en daarom altijd een kier laten. “Als ze deze situatie nabootsen zien ze dat bij een gesloten scherm de luchtvochtigheid weliswaar oploopt, maar de verdamping van het gewas desondanks op peil blijft. Daarnaast kan het ze bijvoorbeeld helpen om inzicht te krijgen in de klimaateffecten van een ander type schermdoek of van een grotere of kleinere CO2-aansluiting.

Kortom: dit model kan fungeren als katalysator voor een verdere uitrol van Het Nieuwe Telen, zowel in het onderwijs als in de praktijk. Op deze manier helpt het om verdere stappen te zetten op het gebied van professionalisering en energiebesparing.”

Samenvatting

Omdat de simulatietools die werden ingezet in het tuinbouwonderwijs niet meer voldoende aansloten bij de hedendaagse tuinbouwpraktijk, ontwikkelden onderzoekers afgelopen jaar een update. Alle onderdelen die vandaag de dag relevant zijn voor het kasklimaat en de energiebalans hebben een plek in de nieuwe tool. Ook de principes van Het Nieuwe Telen zijn daarin verwerkt. Het programma is gratis beschikbaar voor het onderwijs en voor telers.

Tekst en beeld: Ank van Lier.


KASSIM is te benaderen via een speciaal ingerichte portal (www.glastuinbouwmodellen.wur.nl/edu/portal) en via Groen Kennisnet, waar ook een handleiding te vinden is (wiki.groenkennisnet.nl/display/G2/Welkom+bij+Kassim)

Gerelateerd

Productie en uitgroeiduur project ‘Totaalconcept HNT belichte tomaat’ liggen op schema

Productie en uitgroeiduur project ‘Totaalconcept HNT belichte tomaat’ liggen op schema

Het project ‘Totaalconcept HNT, toegepast in de belichte tomatenteelt’ bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk ligt goed op schema. “De tomaten van het ras Merlice zijn mooi en voldoende grof. Bovendien loopt de productie exact in lijn met de prognose”, meldt onderzoekster Lisanne Helmus- Schuddebeurs. Wel heeft het gewas sinds eind december bladrandjes, waarvan de oorzaak nog niet exact bekend is.

De uitgroeiduur van de vruchten wijkt met maximaal 70 dagen niet af van de praktijk. Dat vindt de onderzoekster een opsteker, want in deze proef wordt buiswarmte, dus de groeibuis, beperkt ingezet. Een deel van de warmtebehoefte is afkomstig van een warmtepomp. Deze zorgt ook voor ontvochtiging van de kas, samen met het Actief Ventilatie Systeem (AVS), dat actief gedroogde kaslucht via slurven door de kas laat circuleren (zie Onder Glas september 2018). Met intensief gebruik van twee schermen en beperkt openen van de luchtramen kunnen de proefnemers de latente warmte grotendeels terugwinnen en maximaal energie besparen.

Bladrandjes

De telers van de begeleidingscommissie zijn tevreden over de tros- en vruchtontwikkeling. Wel vragen ze aandacht voor de bladrandjes die zijn ontstaan, zeker nu het buitenlicht snel gaat toenemen. Groen Agro Control analyseert daarom de elementen in de bladpuntjes van jonge bladeren en monitort de sapstroom. De oorzaak zou ook kunnen liggen in de luchtbeweging die de verdamping van het gewas en het transport van de voedingselementen beïnvloedt. Helmus: “We zoeken nu naar de juiste verhouding tussen ontvochtigheidscapaciteit en luchtbeweging. Ook het tijdstip van de dag speelt daarbij een rol. De AVS staat bijvoorbeeld in de donkerperiode uit, zodat we de verdamping niet extra stimuleren.”

Fossiel of toch niet

De voorjaarsperiode staat in het teken van het opbouwen van een goed bladpakket, zodat ook de onbelichte periode straks een goed resultaat oplevert. “We halen geen blaadje meer weg uit de kop, zodat de bladmassa omhooggaat”, legt Helmus uit. Het netto energieverbruik in de eerste 24 weken van de teelt (plantdatum 11 augustus) was 5 m3 gas per m2. “Dit had nog een kuub lager kunnen zijn, omdat we in de beginfase wat hebben laten liggen.” De rest van de energievraag voor warmtepomp, AVS en belichting wordt vanuit een andere energiebron ingevuld. Fossielvrij telen komt met deze proefopstelling een stukje dichterbij.
Dit gezamenlijke project van Delphy, Groen Agro Control en Wageningen University & Research komt tot stand met een bijdrage van Kas als Energiebron. De participanten zijn Saint-Gobain Cultilene, Hortilux, Hoogendoorn Growth Management, Svensson en Wireless Value.

Tekst: Pieternel van Velden.

Gerelateerd

Cris Oostveen, vermeerderaar terrasplanten, heeft baat bij cursus Het Nieuwe Telen

Cris Oostveen, vermeerderaar terrasplanten, heeft baat bij cursus Het Nieuwe Telen

Vennoot Cris Oostveen van kwekerij De Zonnebloem Jonge Planten uit De Kwakel, gespecialiseerd in de vermeerdering van terrasplanten, nam het afgelopen jaar deel aan de basiscursus Het Nieuwe Telen, die binnen het programma Kas als Energiebron is opgezet. Hij zegt veel te hebben geleerd en past die kennis nu toe binnen het eigen bedrijf. “Ik weet niet of we veel energie besparen, maar het kasklimaat is verbeterd en dat zie je aan het gewas.”

Het Nieuwe Telen leeft. Dat blijkt onder andere uit het voortdurende succes van de cursussen over dit thema voor zowel telers als adviseurs. Oostveen doorliep de training van november 2017 tot november 2018 en heeft er naar eigen zeggen veel van opgestoken.
“Normaal gesproken duurt het leertraject korter, maar op verzoek van de acht cursisten is het over een heel jaar uitgesmeerd”, zegt hij. “Op die manier konden we gedurende het hele teeltjaar vragen stellen aan cursusleider Jan Voogt en met elkaar discussiëren. Ik vond zowel de theorie als de vragen en ervaringen van mijn collega’s erg leerzaam. Die kwamen zowel uit de groente- als uit de sierteelt en dan merk je goed dat elk bedrijf anders is en dat ook elk gewas zijn eigen wensen en eisen heeft.”

Extra meetapparatuur

Al tijdens de cursus besloot Oostveen om te investeren in extra meetapparatuur, zodat hij het klimaat nauwkeuriger kon sturen. “We hebben meetboxen boven het scherm geplaatst om de vochtafvoer te optimaliseren en we hebben een uitstralingsmeter laten plaatsen”, legt hij uit. “Een beperkte uitstraling is beter voor de gewasgroei en dat realiseren we door het energiescherm langer dicht te laten. In het begin stelden sommige medewerkers daar vragen over, maar ook zij zien nu dat het goed uitpakt.

Positieve effecten

De teler zegt niet te weten of hij veel energie bespaart, maar vindt dat het gewas baat heeft bij de aangepaste klimaatsturing. “Ik heb het idee dat HNT meer voordelen biedt voor vruchtgroentetelers dan voor potplantentelers. In de potplantenvermeerdering streef je meestal naar een compacte plant en dan heeft HNT net wat meer haken en ogen dan in de groenteteelt. We pakken het daarom voorzichtig aan en proberen de grens stap voor stap te verleggen. Ik ben nog niet klaar met experimenteren en het is goed dat we nu al positieve effecten zien.”

Tekst: Jan van Staalduinen.

Gerelateerd