Trotse winnaars van de GreenTech Innovation Awards 2019 aan het woord

Trotse winnaars van de GreenTech Innovation Awards 2019 aan het woord

De jury heeft gesproken, de winnaars van de GreenTech Innovation Awards werden afgelopen dinsdag tijdens de opening van de vakbeurs in Amsterdam RAI bekend gemaakt. Uit 18 verschillende nominaties werden drie winnaars gekozen: Natutec Scout (categorie Innovation) van Koppert Biological Systems, Ridder NoNa+ (categorie Sustainability) van Ridder Group en e-Gro (winnaar Concepts) van Grodan. In de categorie Impact werd geen prijs toegekend.

Peter van Duijn van Koppert Biological Systems is als projectmanager verantwoordelijk voor Natutec Scout, de winnaar in de categorie Innovation. De Natutec Scout is een mobiele applicatie die tuinders en adviseurs helpt bij het arbeidsintensieve scouten van ziekten en plagen en ook adviezen geeft over de gewasbescherming, zowel biologisch als chemisch.

Voor wie is het? “We zijn vorig jaar juni begonnen met een aantal tuinders en consultants om te kijken: wat zijn nou de wensen op het gebied van monitoring in de kas. Daar zijn we nog steeds druk mee bezig. Het is eigenlijk een platform, waar mensen een account aan kunnen maken: ze geven aan hoeveel locaties ze hebben, hoeveel afdelingen per locatie, wie daarvoor verantwoordelijk is, et cetera. Denk aan de teeltmanager, de scouts en de mensen die mogen meekijken, zoals de crop consultants bijvoorbeeld.”

Vangplaten scannen

Hoe werkt het? Na een stukje authenticatie volgt een lijst, waarin hij kan zien welke ziekten en plagen voor hem relevant zijn, en kan hij zelf aangeven welke hij in het scoutproces wil gaan gebruiken. De klant kan zijn scouts gewoon de kas in sturen, die tikken het rij- en pootnummer op hun smartphone in en scannen met behulp van de app de vangplaten. Dat gaat veel sneller dan manueel scouten. Daarna analyseren wij de data en zetten we deze om in adviezen voor de teler: wat moet ik waar inzetten. De tuinder die met de app werkt kan heel snel zien in welke afdeling hij met een overschrijding te maken heeft. Bijvoorbeeld: bij witte vlieg in tomaat is 5 waarnemingen code geel (acceptabel), 10 is code oranje (kritiek) en boven de 15 is het code rood (alarm). Consultants kunnen ook inloggen en meekijken op het account van de tuinder. Als hij moet spuiten, dan kan hij gewoon het middel in de app invoeren en in de grafieken wordt dan ook zichtbaar wanneer het is toegepast, en zijn ook de effecten te zien op de plaag. De gewasbeschermingsdata kun je ook heel eenvoudig uploaden in het kader van MPS of Global-GAP of wat dan ook.”

Wat zijn de voordelen? “We willen toe naar een objectivering van scouting. We kunnen met de huidige app witte vlieg, trips en mineervlieg, sciara’s en beneficials die ook tegen een vangplaat aanvliegen scannen. Met schimmels, virussen en nutriëntentekorten houden we ons niet bezig, daarom willen we ook samenwerken met Hortikey (Berg Hortimotive) en Ecoation (van de scoutrobot/red.). De data die zij verzamelen willen wij kunnen inladen in ons platform. Als een tuinder drie verschillende apps voor gewasbescherming moet gaan gebruiken dan wordt het niks. De app is afgestemd op onze vangplaten, maar op termijn is het mogelijk om de app ook te laten werken met andere merken. We zijn ook bezig met NFC-tags in de vangplaten, zodat je de locatie niet meer hoeft in te tikken.”

Waar kan ik het krijgen? “We zijn de app momenteel bij vijf telers aan het testen. Het is nu nog een prototype, we maken elke twee weken een update. We willen naar een versie 1.0 toe per 1 september. Die is dan ook in de Apple Store verkrijgbaar.”


Stefan Schuyleman en Boy de Nijs van Ridder Group zijn nauw betrokken bij de introductie van Ridder NoNa+, de winnaar in de categorie Sustainability. Ridder NoNa+ is een compacte waterunit die op een kostenefficiënte manier overtollig natrium uit recirculatiewater kan verwijderen met behulp van membraantechnologie en capacitieve elektrodialyse.

Voor wie is het? Telers zeggen tegen ons: we kunnen gewasbeschermingsmiddelen en biociden uit ons drainwater verwijderen, maar die natriumopbouw in de kas: dat blijft een probleem. Continu recirculeren gaat niet, we moeten uiteindelijk toch een keer spuien. Dat levert een extra belasting op en het kost extra meststoffen, want die spoel je ook weg. Het is dus een perfecte oplossing voor alle recirculerende tuinders, maar ook voor bedrijven die geen drainwater meer willen of mogen lozen. De waterhuishouding staat wereldwijd sowieso onder druk.”

Hoe werkt het? Dankzij de unieke combinatie van membraanfiltertechniek en capacitieve elektrodialyse-techniek is de Ridder Nona+ in staat om 95% van de het natrium in het drainwater selectief te verwijderen. Het is een recirculatie-unit; je haalt het zout er in meerdere beurten uit. De unit is bedoeld als behandeling voor de ontsmetter; hij haalt daar het water eruit en pompt dat weer terug om het totale zoutniveau omlaag te brengen. Je kunt het daardoor minder makkelijk gebruiken als doorstroom op het ingangswater. Er zijn landen waar dat nodig is. Door hier de Ridder NoNa+ te gebruiken in combinatie met andere recirculatiesystemen zoals UV-ontsmetting zijn telers in deze landen nu ook in staat om het zoutgehalte in hun irrigatiewater omlaag te brengen.”

‘Emissievrij’ telen

Wat zijn de voordelen? “De Ridder NoNa+ is de ontbrekende schakel in de waterhuishouding om naar ‘emissievrij’ telen – tussen aanhalingstekens – te gaan. Het is niet volledig emissievrij, dat bestaat nu nog niet. Maar dit is wel een belangrijke stap in het verlagen van je water-footprint, de kosten van meststoffen en de gewasschade die makkelijker ontstaat bij een verhoogd natriumniveau. Daardoor loop je minder risico’s. Het voordeel is dat het feilloos te integreren is in een bestaand recirculatiesysteem. Het biedt ook een uitkomst in steeds vaker voorkomende periodes van extreme droogte, zoals bijvoorbeeld afgelopen zomer. Juist in zo’n periode willen telers zo min mogelijk spuien en krijgen ze eerder last van oplopende natriumgehalten en moeten ze meer gaan lozen. Dat kan straks niet meer.”

Waar kan ik het krijgen? We bieden de machine aan via onze dealers en installateurs. We kregen tot nu toe veel positieve reacties en de eerste productierun is al in gang gezet. We rekenen met een terugverdientijd van 1,5 tot 3 jaar, afhankelijk van de teeltoppervlakte.”


Paulina Florax van Grodan is als productmarketeer nauw betrokken bij de ontwikkeling van de e-Gro, winnaar in de categorie Concept. E-Gro is een gebruiksvriendelijk platform dat op termijn alle data van de kas wil integreren op een beslissingsondersteunend systeem voor de tuinder. Het integreert en analyseert op dit moment al data van het wortelmilieu, gewas, klimaat, watergift en oogst met behulp van kunstmatige intelligentie.

Voor wie is het? “E-Gro is een web en cloud based applicatie voor telers wereldwijd. Het is een open source platform dat kan communiceren met andere systemen, zoals de klimaatcomputer van de tuinder, maar ook met sensoren of andere databronnen. Dat integreren is echt wel nieuw, want dat is niet makkelijk.”

Hoe werkt het? “Je kunt e-Gro zien als een extra buddy in de kas die inzicht geeft in wat er allemaal gebeurt met het gewas, hoe het groeit en hoe het erbij staat. Het is een app die data analyseert en deze omzet in adviezen. Denk aan data van de klimaatcomputer en aan data van sensoren, bijvoorbeeld in de mat, die meten wat het watergehalte is en de worteltemperatuur en bijvoorbeeld hoe het waterniveau verloopt. Daar gebruiken we ook algoritmes voor. We hebben bijvoorbeeld een model gebouwd waarmee je voorspellingen kunt doen over de water intake, hoe het watergehalte afneemt in de mat en hoeveel water jij nog moet geven voordat de zon onder gaat. We hebben ook een module die aangeeft of je gewas vegetatief of juist meer generatief groeit. Het control proces, dus het aanpassen van de instellingen in de kas doen we niet via e-Gro. Als tuinder bepaal je nog altijd zelf wat je gaat doen met je data en wat je wilt aanpassen in de kas. Het platform draait via een webbrowser, en werkt dus op alle besturingssystemen.”

Datagedreven precisieteelt

Wat zijn de voordelen? “Je kunt meer datagestuurd gaan telen; e-Gro kun je gebruiken om een model te bouwen en aan data-analyse te doen en kan adviezen geven op basis van data, als ondersteuning voor het nemen van teeltbeslissingen. We gebruiken bij Grodan de slogan ‘The more you know, the better you grow’ en met e-Gro gaan we meer richting datagedreven precisieteelt. Meten is weten. Daarbij gaat het veel verder dan alleen de data van de wortelzone of het klimaat. Het gaat bijvoorbeeld ook om arbeidsdata, energiedata en fertilizerdata. Die meten we nu nog niet, maar in de toekomst willen we dat wel gaan meenemen. Dat is het grote onderscheid ten opzichte van andere systemen in de markt, die gaan niet zo breed. E-Gro kan adviezen of berekeningen maken als een tuinder daar niet aan denkt, hij moet al aan zoveel andere dingen denken. Data kunnen daaraan bijdragen. E-Gro wil ook bijdragen aan een klimaatneutrale, duurzame en efficiëntere tuinbouw.”

Waarom ontwikkelen jullie dit? “We zagen in de markt dat een tuinder teveel systemen heeft in de kas en vaak door de bomen het bos niet meer ziet. We willen voorkomen dat een tuinder straks te maken heeft met 15 verschillende systemen voor 15 verschillende processen door een platform te maken en te kijken of we met andere partijen kunnen samenwerken. Daarvoor hebben we het langetermijn commitment van Grodan, dat onderdeel is van Rockwool. Want zo’n platform is natuurlijk nooit uitontwikkeld.”

Waar kan ik het krijgen? “We hebben de eerste versie al op de HortiContact gelanceerd en het is dus al operationeel. We hebben verschillende gebruikers in Canada, Australië, Benelux, UK en Frankrijk, en op basis van hun feedback passen we het steeds aan.”

Tekst en foto’s: Mario Bentvelsen.

Gerelateerd

Hoe toekomstbestendig is de tuinbouwtoeleverancier?

Hoe toekomstbestendig is de tuinbouwtoeleverancier?

De afgelopen weken haalden berichten over fusies, samenwerkingen en overnames met regelmaat de vakmedia. Teeltbedrijven bereiden zich voor op hun toekomst en schaalvergroting is daarbij in veel gevallen het devies. Dat oogst bewondering, soms ook verbazing en vervolgens ligt de focus weer op het eigen bedrijf. Wanneer een belangrijke tuinbouwtoeleverancier echter ingrijpende en onverwachte veranderingen aankondigt, staat de glastuinbouw even stil. Hoe gaat het groothandelslandschap er nu uitzien?

‘Horticoop zet in op ontwikkeling en productie en verkoopt haar groothandelsactiviteiten’, zo luidde de kop boven het persbericht. De regie was strak geregeld, want vrijwel gelijktijdig meldden de overnemende partijen hun aandeel in de handelsverschuiving: eerst Van Iperen, even later Koppert Biological Systems, gevolgd door Mertens. De aankondigingen op een rij:

Ontwikkeling en productie

Horticoop verlegt haar bedrijfsfocus naar ontwikkeling en productie. Om die reden verkoopt het coöperatieve bedrijf het grootste deel van haar Nederlandse groothandelsactiviteiten per 1 november aanstaande. Het betreft de in- en verkoop van meststoffen, chemische- en biologische gewasbescherming en de daarbij behorende logistiek en distributie. Voor de verkoop van die groothandelsactiviteiten is gezocht naar gerenommeerde bedrijven. De continuïteit van de activiteiten mag niet in het geding raken; want het gaat niet alleen om verkoop van activiteiten, de medewerkers verhuizen mee en krijgen een ander logo op hun bedrijfskleding. “Daarmee blijft de door onze medewerkers opgebouwde kennis en expertise behouden voor de sector”, zegt algemeen directeur Igo Janssen, die dat een belangrijke voorwaarde voor de verkoop noemt.

De meststoffen en chemische gewasbescherming worden per 1 november overgenomen door Van Iperen in Westmaas, dat ook het distributiecentrum in De Lier gaat gebruiken. Op dezelfde datum verhuist de biologische gewasbescherming naar Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs. De verkoop en levering van Substrafeed vloeibare meststoffen worden overgenomen door Mertens.

Positie versterken

De nieuwe Horticoop stoot de groothandelsactiviteiten af, om nadrukkelijk te kunnen investeren in de ontwikkeling van moderne tuinbouwtechniek en de productie van hoogwaardige substraten. De focus moet liggen op specialisme met toegevoegde waarde. Dat is het waarom, het hoe moet de komende maanden duidelijk worden. Dat geldt ook voor de ontwikkelscenario’s voor de coöperatie, die – volgens Janssen – de geschetste bedrijfsontwikkeling versterken. De groothandelsactiviteiten in bedrijfsbenodigdheden worden wel voortgezet. Op dit moment wordt onderzocht wat de best passende vorm en plaats is voor deze activiteit. De kritische lezer trekt daar wellicht de conclusie uit dat die oplossing op termijn ook kan liggen in verkoop.

Van Iperen en Koppert zien de overnames vooral als versteviging van hun positie als specialisten in respectievelijk meststoffen en biologische gewasbescherming. Dirk-Jan Bakker, algemeen directeur van Van Iperen: “Met deze overname kunnen wij onze positie als groeispecialist verstevigen. Met het distributiecentrum in De Lier en het afhaaldepot in Klazienaveen verkrijgen wij daarbij een eigen locatie in twee voor de tuinbouw belangrijke regio’s. Daardoor kunnen we onze klanten nog beter van dienst zijn.” Het bedrijf neemt 28 medewerkers over.

Speelveld verandert

Koppert gaat door de overname de nieuwe klanten beleveren vanuit de hoofdvestiging in Berkel en Rodenrijs en gaat daarmee, meer dan in het verleden, ook een belangrijke groothandelsfunctie vervullen. 32 medewerkers verhuizen mee. Het transitietraject hiervoor is al in een ver gevorderd stadium en zal voor de klant nauwelijks merkbaar zijn, meldt Arne van Aalst, directeur Noordwest-Europa: “De teler behoudt zijn vertrouwde consultant die intensief zal samenwerken met onze consultants en collega’s van R&D. Met de uitbreiding van het team van specialisten halen we nog meer kennis in huis om in te zetten voor het verder ontwikkelen van nieuwe en bestaande markten.”

De overname betekent niet dat het bedrijf haar beleid wijzigt omtrent de overige distributeurs. “Die vormen een belangrijke schakel in ons netwerk. Wij hebben een jarenlange loyale relatie met ze opgebouwd en hebben ze hard nodig om onze telers dagelijks bij te staan en ontwikkelingen op de voet te volgen”, aldus Van Aalst.

Voorlopige conclusie: het speelveld verandert, grote specialisten worden nog grotere spelers, de inkoopmogelijkheden voor telers kleiner. Algemeen gegeven is dat de marges op groothandelsactiviteiten klein zijn. De meerwaarde moet derhalve komen uit advies en begeleiding; wordt de teler daarmee op termijn de winnaar van deze verandering?

Tekst: Roger Abbenhuijs.





Horticoop stoot groothandelsactiviteiten grotendeels af

Horticoop stoot groothandelsactiviteiten grotendeels af

Tuinbouwcoöperatie Horticoop heeft het grootste deel van zijn Nederlandse groothandelsactiviteiten per 1 november verkocht. Het betreft de in- en verkoop van meststoffen, chemische en biologische gewasbescherming en de daarbij behorende logistiek en distributie. De strategiewijziging heeft tot gevolg dat zestig medewerkers bij andere bedrijven komen te werken.

De overnemende partijen zijn Van Iperen, Koppert Biological Systems en Mertens. De overname betreft niet alleen de groothandelsactiviteiten van Horticoop, maar ook van alle bijbehorende medewerkers. Dit was volgens Igo Janssen, algemeen directeur van Horticoop, een belangrijke voorwaarde voor de verkoop. “Daarmee blijft de door onze medewerkers opgebouwde kennis en expertise behouden voor de sector.”

Transacties

De meststoffen en chemische gewasbescherming, inclusief de logistiek en distributie, worden overgenomen door Van Iperen. Het gaat bij deze transactie om klanten, personeel en voorraden. In totaal gaan 28 Horticoop-medewerkers over naar Van Iperen. Ook gaat Van Iperen het distributiecentrum van Horticoop in De Lier gebruiken. De biologische gewasbescherming, inclusief logistiek en distributie, wordt overgenomen door Koppert Biological Systems. Hierbij gaat het om het klantenbestand, patenten, merkrechten en voorraden. 32 medewerkers, waaronder de consultants, maken de overstap naar Koppert. De verkoop en levering van vloeibare meststoffen gaan over naar branchegenoot Mertens.

Koerswijziging

Horticoop heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een toonaangevende leverancier en ontwikkelaar van tuinbouwtechniek en producent van substraten. Horticoop wil de komende jaren meer investeren in de ontwikkeling van deze producten en diensten. Als gevolg van de koerswijziging stopt de coöperatie met zijn groothandelsactiviteiten in gewasbescherming en meststoffen. De groothandelsactiviteiten in bedrijfsbenodigdheden worden wel voortgezet. Op dit moment wordt onderzocht wat de best passende vorm en plaats voor deze activiteit is.

Bron: HortiCoop/FD.





Gerelateerd

Invasieve roofwants bezorgt tomatentelers kopzorgen

Invasieve roofwants bezorgt tomatentelers kopzorgen

Tomatentelers maken zich in deze warme, droge zomer minder zorgen om hun watervoorziening dan om plaagbestrijding. De in Zuid-Europa zeer nuttige roofwants Nesidiocoris tenuis richt schade aan in hun gewassen. Chemische bestrijding van deze ongenode gast is geen optie, omdat daardoor ook de verwante Macrolophus pygmaeus wordt gedood.

“Macrolophus is de basis van het biologische systeem dat we in het gewas opbouwen. Deze levert een belangrijke bijdrage aan de bestrijding van wittevlieg, rupsen en Tuta absoluta”, vertelt onafhankelijk adviseur Astrid van der Knaap van Agro Guide. Zij adviseert tomatentelers bij de biologische bestrijding van ziekten en plagen. Niet alleen zij, maar iedereen die zich met gewasbescherming bezighoudt, ziet de populatie Nesidiocorus in Nederland toenemen. De warmte van deze zomer zal niet bijdragen aan de verspreiding, maar eenmaal aanwezig zal het insect zich sneller ontwikkelen en dus sneller schade toebrengen aan het gewas, denkt zij.
Onder Glas besteedde in april al aandacht aan het onderzoek van Wageningen University & Research, waarin een drietal soorten roofwantsen zijn getest die mogelijk de populatie Nesidiocorus kunnen terugdringen. Dit is een lichtpuntje voor de toekomst, maar niet de enige weg om de invasieve exoot een halt toe te roepen.

Vooral in de kop

“De aandacht gaat ook uit naar mechanische methoden om de roofwants uit het gewas te krijgen, bijvoorbeeld door wegblazen naar vangplaten of wegzuigen”, legt ze uit. “In tegenstelling tot Macrolophus houdt Nesidiocorus zich graag op in de kop van de plant. Je zou dit insect op deze manier voor een deel kunnen bestrijden.”
Een andere manier om de plaag een halt toe te roepen is het plaatselijk inzetten van chemische middelen, die helaas een lange nawerking hebben op andere biologische bestrijders. Dit kan bijvoorbeeld met een handspuit. Maar hoe je het wendt of keert, deze methode zal arbeidsintensief zijn. Goed scouten is hierbij essentieel.

Broze stengels

Niet iedere teler heeft last van de roofwants. Koppert Biological Systems meldde in maart van dit jaar dat ongeveer 60% van de bedrijven is besmet, de een wat meer dan de ander. Het bedrijf waarschuwde telers om geen onbezonnen maatregelen te nemen tegen het insect.
Een tomatenteler in Zevenhuizen, die niet bij naam wil worden genoemd, heeft lang vrij kunnen blijven van een aantasting, maar trof het insect dit seizoen toch aan. Hij maakt zich zorgen om de zoveelste plaag die de tomatenteelt treft. De vraatschade lijkt in eerste instantie mee te vallen, maar de stengels en koppen van de plant worden er broos van. “Je merkt het bij het indraaien, als er koppen breken. Volgende week gaat bij ons de kop uit de belichte teelt. Dan moeten we overwegen om chemisch in te grijpen, ook in de onbelichte teelt. Maar liever doen we dat niet, vindt hij.”

Tekst: Pieternel van Velden.





Gerelateerd

Veel waardering voor kennisuitwisseling met chrysantentelers in Colombia

Veel waardering voor kennisuitwisseling met chrysantentelers in Colombia

Een open discussie en zoeken naar gezamenlijke belangen en leerpunten. Dat waren volgens de delegatieleden de belangrijke ingrediënten van een handelsreis naar Colombia. In totaal 13 chrysantentelers gingen van 6 tot en met 10 september, samen met vertegenwoordigers van Royal FloraHolland en Koppert Biological Systems, op bezoek in dit Zuid-Amerikaanse land.

De marktpartijen gingen tijdens deze handelsmissie, georganiseerd door Dümmen Orange en Ideavelop, op bezoek bij collega’s in onder meer Medellin en Bogota. Dat het geplande sluitstuk van de reis, een bezoek aan het afzetkanaal in Miami, door de orkaan Irma niet kon doorgaan, was uiteindelijk geen groot bezwaar. Door het min of meer gedwongen langer verblijf in Colombia konden zij nog meer bedrijven bezoeken, wat een duidelijker beeld opleverde van de sierteeltsector in het land.

Verrast door de openheid

De telers en andere delegatieleden waren blij verrast met de openheid waarmee zij werden ontvangen. De gastvrijheid gekoppeld aan de bereidheid om van elkaar te leren, maakten elk bezoek bijzonder. De delegatieleden concludeerden al snel dat de productkwaliteit weliswaar niet vergelijkbaar is met die in Nederland. Maar gegeven de omstandigheden waaronder de Colombiaanse telers de bloemen produceren, overtrof het toch de verwachtingen.

Nauwelijks mechanisatie

De kassen zijn nog zeer eenvoudig en van mechanisatie in de kas is nauwelijks sprake. De paden zijn breed en de vermeerdering en beworteling zijn voor verbetering vatbaar. Toch produceren de telers jaarrond zo’n 80 tot 90% van de productie die in Nederland gangbaar is. Opvallend is dat vrijwel alle bedrijven meer dan 60 rassen telen, in sommige gevallen zelfs ruim 100.

Afzet en logistiek zeer verschillend

Het grote verschil zit hem in de logistiek en de afzet. Veel van de bezochte bedrijven regelen dat zelf. Ze hebben in enkele gevallen eigen boeketterieën en eigen verkoopkantoren in Noord-Amerika. Bij elke investering die de ondernemers doen, is de afweging dan ook anders dan in Nederland. Stop ik mijn geld in consumentenmarketing, zeetransport, naoogstmechanisatie of productieverhoging? Het is dus begrijpelijk dat niet alle verbeteringen die op productieniveau mogelijk zijn, ook worden doorgevoerd. Het geld wordt in Colombia vooral verdiend aan het eind van de keten, niet aan het begin.

Ander investeringsklimaat

Het investeringsklimaat in Colombia is sowieso totaal anders dan in Nederland. De ‘return on investment’ (ROI) mag in de regel niet langer zijn dan 2 á 3 jaar. De ondernemers investeren vooral vanuit de cashflow en beschikbare fondsen worden op productieniveau eerder gestopt in uitbreiding dan in intensivering. Tenslotte waren de (hoge) grondkosten opvallend. Dit alles bracht veel stof tot nadenken met zich mee.

Mogelijkheden voor samenwerking

Het door Ideavelop samengestelde en georganiseerde programma bood uiteindelijk voldoende mogelijkheden tot samenwerking tussen Nederland en Colombia. Een samenwerking die beide sierteeltgiganten kunnen versterken. Wie meer informatie over deze reis wenst kan terecht bij Ed Smit van Ideavelop of bij Maurice Govers van Dümmen Orange. Meer informatie over de tuinbouw in Colombia is beschikbaar bij Ideavelop, in de door hen uitgevoerde sectorstudie ‘Green Opportunities with an Orange Touch – Colombia’.

Bron: Ideavelop. Foto’s: Dümmen Orange.





Gerelateerd