Vochtige kaslucht levert duurzame warmte voor fossielvrije teelt tomaat

Vochtige kaslucht levert duurzame warmte voor fossielvrije teelt tomaat

Als opstap naar een fossielvrije teelt zijn vanuit Kas als Energiebron meerdere proeven opgezet met systemen die kaslucht intern ontvochtigen en de daarbij vrijkomende energie (latente warmte) beschikbaar stellen voor kasverwarming. Projectbegeleiders Lisanne Helmus-Schuddebeurs en Ruud Kaarsemaker geven een update van een proef in een zwaar belichte tomatenteelt, die gestart is op 11 augustus.

De opzet van het project ‘Totaalconcept HNT, toegepast in de belichte tomatenteelt’ is al beknopt beschreven in het decembernummer van Onder Glas, waar diverse concepten de revue passeerden.

Voor wie het heeft gemist: de planten staan op een experimenteel houtvezelsubstraat van Cultilene in gesloten kunststof bakken, onder de teeltgoten hangen luchtslurven en er zijn drie schermen geïnstalleerd (energiescherm Luxous 1147 FR, diffuus zomerdoek Harmony 1315 O FR en lichtscherm Obscura 9950 FR W). Er wordt belicht met een hybridesysteem van SON-T en LED boven het gewas en LED tussen het gewas. Om intensief te kunnen schermen en de energie-input te verlagen is gekozen voor actief ontvochtigen met het AVS Systeem van Van Dijk Heating, waarvan meerdere units in de gevel zijn geplaatst.

De units beschikken over twee warmtewisselaars: een koelblok gevoed door koud water (5°C) waarop vocht uit de aangezogen kaslucht kan condenseren en een verwarmingsblok dat de gekoelde lucht weer op de gewenste temperatuur brengt om via de luchtslurven in de kas te worden gebracht. Dit verwarmen gebeurt met de vrijgekomen condensatiewarmte, die met behulp van een warmtepomp wordt opgevoerd. De warmtepomp is aangesloten op een etmaalbuffer, omdat de oogst van latente warmte niet altijd samenvalt met de vraag naar warmte. Het condensatievocht wordt afgevoerd en opgeslagen voor later gebruik als gietwater.

Leerproces

“Het is altijd een leerproces als je met nieuwe systemen gaat werken, zoals deze ontvochtigingsinstallatie én het nieuwe substraat”, vertelt Lisanne Schuddebeurs van Delphy IC in Bleiswijk. “Hierbij doel ik vooral op het inzetten van de ontvochtiging in de verschillende teeltfasen en het realiseren van de juiste regelingen met de klimaatcomputer. Dat ging gepaard met de nodige kleine en enkele grotere aanpassingen tijdens de teelt. Zo hielden we aanvankelijk de groeibuis aan als primaire verwarming, maar is die rol al gauw toebedeeld aan de onderbuis om een egalere lucht- en temperatuurverdeling te realiseren. Toch heeft de teelt daar in de eerste fase niet merkbaar onder geleden. Het gewas kwam goed uit de startblokken, is mooi in balans en ligt qua opbrengst en vruchtkwaliteit goed op koers.”

De inzet van buisverwarming is in deze proef sowieso erg bescheiden, getuige de energiebalans die door Feije de Zwart van Wageningen University & Research wordt bijgehouden (zie kader). Dit doet vermoeden dat het ontvochtigen in combinatie met warmtewinning een interessante optie is voor het inrichten van volledig fossielvrije teeltsystemen.

Bladrandjes

“Eind december zagen we bladrandjes verschijnen”, vervolgt Ruud Kaarsemaker. De tomatenexpert van Groen Agro Control verzorgt diverse metingen aan en in het gewas, zoals de nutriëntenopname, bladoppervlakte, blad- en vruchtgroei. “In deze kengetallen kon ik echter geen afwijkingen vinden.”

Helmus: “Ons vermoeden was dat we de AVS anders moesten afstellen. Wij zijn bewust wat gaan variëren in het AV-verschil tussen de lucht die wordt ingeblazen en de kaslucht en in de ventilatorstand. Het effect van deze aanpassingen volgden we via de verticale temperatuur- en vochtgradiënt, in combinatie met het meten van de luchtbeweging en de temperatuurgradiënt. Uiteindelijk is besloten om de uitgeblazen lucht iets vochtiger te houden en de ventilatiecapaciteit te verhogen. De bladrandjes zijn flink afgenomen, maar we realiseren ons ook dat deze aanpassingen samenvielen met beter wordende buitencondities. De begeleidingscommissie was vanmiddag in elk geval zeer tevreden.”

Substraat en voeding

Nu de teelt het voorjaar ingaat en de condities buiten verder verbeteren, staat de AVS gedurende de dag regelmatig stil. “Boven een vochtdeficit van 6 wordt de actieve ontvochtiging afgeschakeld, omdat het anders te droog wordt”, licht de onderzoekster toe. “Meer instraling en verdamping betekent echter ook dat de watergift een grotere uitdaging wordt, vanwege de beperkte buffer in het kleine substraatvolume. Daarnaast gaan we bij hoge instraling het diffuse scherm toepassen. Er zitten dus tal van innovatieve aspecten aan dit project, dat zijn naam als totaalconcept daarmee eer aandoet.”

Zelfs het voedingsschema wijkt af van wat in de praktijk gebruikelijk is. Ook dat is niet zonder reden, legt Kaarsemaker uit. “Wij zitten wat schraler in stikstof. Hierdoor beperken we de vegetatieve groei, blijven de bladeren kleiner en investeert de plant meer in vruchtgroei. Bijkomend voordeel is dat de plant bij een dergelijke opbouw en een normale LAI iets minder verdampt, waardoor de warmtevraag en ontvochtigingsbehoefte afnemen en het energieverbruik van de kas daalt.”

Productie en kwaliteit naar wens

Ondanks het leerproces, de bladrandjes en het later aanhouden van een extra stengel – als gevolg van een schrale gewasstand – loopt de productie (ras: Merlice) volledig in de pas met de praktijkbedrijven. Op 10 maart bedroeg de cumulatieve productie 42 kg/m2 en de vruchtkwaliteit was, afgezien van wat probleempjes in de inregelfase, over het algemeen goed.

“Qua productie liggen we zelfs iets voor op de praktijk en zoals het gewas er nu bijstaat, zie ik geen beren op de weg in de maanden die voor ons liggen”, zegt Schuddebeurs. “Mijn voorlopige conclusie is dat het totaalconcept goed functioneert, zowel energetisch als teelttechnisch. Het is een uitgebreid systeem, dat de teler extra stuurmogelijkheden biedt. Met de kennis die tot nu toe is opgedaan, weten we ook dat er in sommige fases nog veel is te winnen.”

Samenvatting

Een totaalconcept voor Het Nieuwe Telen, dat is afgestemd op zwaar belichte teelten, lijkt perspectief te bieden voor een fossielvrije teelt. Dat is de voorlopige uitkomst van een proef in tomaat in Bleiswijk. Van de totale warmte-input tussen 11 augustus en 10 maart was de helft afkomstig uit latente warmte die bij het ontvochtigen van kaslucht in de luchtbehandelingsinstallaties werd geoogst. De teelt, waarin ook andere nieuwe systemen worden beproefd, houdt tot op heden gelijke tred met de praktijk.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen.


Prognose: Minder dan 10 m3/m2 aardgas per jaar

Tot 10 maart draaide de kasverwarming voor de helft op warmte die in de kas is geoogst, blijkt uit de energiemonitor van Feije de Zwart.

Na 30 weken telen (plantdatum 11 augustus) was de warmtevraag 21,9 m3 a.e. per m2 en kwam de warmte-oogst in de kas uit op 11 m3 a.e. per m2.

Omdat de warmtepomp bij het opwerken van de temperatuur van de geoogste warmte elektrische energie toevoegt (3,5 m3 a.e. per m2), bedraagt de warmteproductie van de warmtepomp 14,5 m3 a.e. per m2. De ketel heeft tot nu toe dus 21,9 – 14,5 = 7,4 m3 aardgas verbruikt.

“Het is nog even wachten op warmer weer”, merkt de Wageningse onderzoeker op. “Dan kun je met ditzelfde systeem overdag warmte oogsten om de kas te koelen en die warmte ’s nachts benutten om de kas te verwarmen. De ketel kan dan helemaal uit blijven. Mijn verwachting is dat het uiteindelijke gasverbruik voor een zwaar belichte tomatenteelt in deze configuratie onder de 10 m3/m2 per jaar kan blijven.”


Gerelateerd

Vochtvreter geeft generatiever gewas, minder ziektedruk en energieverbruik

Vochtvreter geeft generatiever gewas, minder ziektedruk en energieverbruik

Een reuzenvochtvreter in de kas bij cherrytomatenteler Robert van Koppen in Kwintsheul zorgt ervoor dat de RV niet meer boven de kritieke waarde van 95% komt. Het principe is simpel: wanneer vochtige kaslucht langs de koude ribben van de ontvochtiger wordt gezogen, condenseert de waterdamp. Net als het condens dat zich vormt op een koud flesje bier wanneer je dit uit de koelkast pakt. De behandelde droge en iets warmere lucht gaat de kas weer in.

Robert van Koppen teelt op 4 ha tros-cherrytomaten. “Ik ben qua oppervlak maar een kleine teler, dus wil ik me onderscheiden met mijn bedrijf. We telen ‘Delight’ cherrytomaten. Die zijn extra lekker. Ze hebben een vruchtgewicht van 8 gram en een doorsnede van 30 mm. We zijn voortdurend op zoek naar klimatologische verbeteringen en energiebesparing. Maar voorop staat dat de kwaliteit en smaak gewaarborgd moeten zijn. Energiebesparing betekent vocht tolereren, omdat de schermdoeken meer gesloten blijven. De Drygair luchtontvochtiger voorkomt dat de luchtvochtigheid te hoog oploopt.”
De tomatenteler hoorde van zijn toeleverancier Royal Brinkman over het apparaat en besloot vanaf januari dit jaar een apparaat te huren en daarmee een proef op te zetten in een afdeling van 1.500 m2, die hij apart kan luchten en stoken.
De teler is enthousiast. “We onttrekken iedere dag 1.000 liter van een oppervlak van 1.500 m2. De RV is daardoor 6 procent lager en het verschil van voor naar achter in RV en temperatuur is minder dan 1 procent.” Maar voor een duidelijk kostenplaatje is het nog te vroeg.

RV-curves

Volgens Eef Zwinkels, technical accountmanager bij Royal Brinkman is het apparaat dé oplossing om af te komen van het teveel aan vocht dat ontstaat door verdamping van planten in de kas. In dat licht bezien, past deze techniek prima in Het Nieuwe Telen, waar met minder energie en meer schermen wordt gewerkt.
Hij laat het zien in het Mollier-diagram, zoals dat ook in de cursus Het Nieuwe Telen aan bod komt. Op de onderste horizontale as staat de hoeveelheid water in de lucht in g/kg. Op de verticale as staat de temperatuur. In de grafiek staan de verschillende RV-curves aangegeven van 10 tot 100%. Uit het diagram is af te lezen hoeveel absoluut vocht de lucht bevat bij een bepaalde temperatuur. Gaan in de namiddag de schermen dicht, dan stijgen de RV en het AV. “Door actief ‘absoluut’ vocht uit de kas te onttrekken, stijgt de RV niet bij een dalende temperatuur en kom je niet in de gevarenzone.”

Condenswater

Het advies is om een unit per 1.500 tot 5.000 m2 te plaatsen, afhankelijk van de hoeveelheid verdamping door het betreffende gewas en de ruimte hierboven. Het spreekt voor zich dat een volgroeid tomatengewas meer verdampt dan een potchrysant op een eb-vloed vloer.
Behalve dat de units actief water uit de lucht onttrekken, circuleren ze 22.000 m3 kaslucht per uur. Dit zorgt voor een uniform klimaat. Dat vertaalt zich in een gelijkmatig gewas. Bovendien zorgt de luchtbeweging voor plantactiviteit zodat de opname van calcium mogelijk blijft.
Zwinkels heeft de ontvochtiger het afgelopen jaar naar zijn zeggen op heel wat bedrijven met uiteenlopende teelten geïnstalleerd, zoals terrasplanten, potplanten, tomaten, moerplanten geraniums, sla op goten en anthuriums. De units werken optimaal tussen de 10 en 30°C.

Voordelen

Van Koppen heeft in de enkele maanden dat hij draait een aantal teeltvoordelen gezien. “Door te ontvochtigen hebben we een generatievere gewasstand, waar we letterlijk meer van kunnen oogsten. Wij proberen de lekkerste troscherrytomaten te maken. We gaan niet voor de bulk maar voor de inhoud. Ook de meer generatieve gewasstand draagt bij aan een betere smaak.”
Door de lagere luchtvochtigheid daalt de ziektedruk en met name de aantasting door schimmels. “De laatste vijf jaar zijn we steeds verder omlaag gegaan in energieverbruik, waardoor het gevaar op schimmelaantasting toenam. Vandaar dat ik gefocust ben op het terugdringen van vocht. Je ziet dat er nu minder vocht in de lucht zit.”
Een bijkomend voordeel is dat de teler de CO2 gemakkelijker binnenhoudt, doordat hij minder hoeft te luchten. Dat bevordert het groeiproces. En doordat het gewas slanker is, ontstaat er een betere balans tussen wortels en de bladeren en heeft Van Koppen geen last van een te hoge worteldruk. De teler gaat door met de ontvochtiger, maar het is nog open hoeveel units hij gaat aanschaffen en wanneer.

Samenvatting

Cherrytomatenteler Robert van Koppen doet een proef met een luchtontvochtiger in een kasafdeling van 1.500 m2. Warme, vochtige kaslucht condenseert tegen de koude ribben in de ontvochtiger. Niet alleen haalt hij dagelijks 1.000 liter vocht uit de lucht, waardoor de RV 6% lager is. Ook de RV en temperatuur zijn gelijkmatiger verdeeld. Andere voordelen van de lagere RV zijn onder andere een generatievere gewasstand, daling van de ziektedruk en een lager energieverbruik.


Potchrysantenteler Ruud Nederpel:

‘Efficiënte ontvochtiger maakt minimum raamstand en droogstoken overbodig’

De broers Theo en Ruud Nederpel uit Wateringen telen potchrysanten op 4 ha. Dit doen ze op eb-vloed betonvloeren. De teelt duurt 9 à 10 weken, waarbij het gewas 7,5 week lang 13 uur wordt verduisterd. Omdat de RV in de winter snel oploopt onder het verduisteringsdoek en energiedoek besloot hij om sinds begin december 2016 een ontvochtiger te huren voor een afdeling van 8.000 m2 om deze uit te testen.

“In ons geval liep de RV in de winter op tot meer dan 93%. Dit geeft problemen met ziekten, zoals Botrytis en roest, omdat de plant niet meer actief is. Tot op heden gebruiken we in de andere afdelingen een minimumbuis van 45ºC, kieren we met het schermdoek en verduisteringsdoek en luchten we af. Dit kost energie. In de testafdeling met luchtontvochtiging is de RV nog maar 83 tot 86 procent en hoeven we geen vocht meer af te voeren”, vertelt Ruud Nederpel. Hij voert ongeveer 54 liter water per uur af. Vooral in de herfst- en wintermaanden, met veel donker en ‘doods’ weer, is het voordeel naar verwachting het grootst.

Kostenplaatje

Ook over het gebruiksgemak is hij positief. “Hij is makkelijk aan te brengen. Je hoeft alleen de stekker in het stopcontact te steken en de condensor voert het water af. Dat water kun je eenvoudig in het retourwater van het eb-vloedsysteem laten lopen en hergebruiken in de teelt.”
Vanwege de positieve ervaring hebben de broers de eerste, gehuurde ontvochtiger inmiddels aangeschaft. Nu de winter voorbij is, gaan ze zich beraden of ze in het najaar ook voor de andere afdelingen gaan investeren in ontvochtigers. “Het gaat puur om de luchtvochtigheid in de herfst en winter. In de zomer is het droger en warmer. Het is een kostenplaatje: Hoeveel energie moet ik erin stoppen om vocht af te voeren? Hoeveel ziekten en plagen kan ik daarmee voorkomen? Hoeveel kwaliteitsverbetering levert het op? Dat ligt voor ieder bedrijf anders. Voor ons is het een interessante oplossing, omdat we de kas in de winter helemaal dicht willen houden. Door de vochtafvoer blijven de planten actiever. En een actieve plant is weerbaarder dan een plant met stress.”
Voor Gebr. Nederpel ligt de terugverdientijd op drie à vier jaar. “Dit is een aanname. We weten nog niet wat de energiebesparing is ten opzichte van andere jaren.”


Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.

Gerelateerd

Terugwinnen latente warmte technisch haalbaar, economisch nog niet

Terugwinnen latente warmte technisch haalbaar, economisch nog niet

Op weg naar een klimaatneutrale glastuinbouw is het terugwinnen van warmte uit ventilatielucht voor ontvochtiging een interessante optie. Hoewel met de lage gasprijs investeringen niet snel rendabel zijn, is het technisch gezien haalbaar. Technieken met warmtewisselaars worden al in de praktijk toegepast, de toepassing met zouten is vrij nieuw. Een recente studie zet een aantal mogelijkheden op een rij.

Het Nieuwe Telen staat een hogere luchtvochtigheid toe. Daardoor ventileren telers al een stuk minder, wat het energieverlies beperkt. Ontvochtigen blijft nodig, maar daarvoor zijn steeds energiezuiniger technieken voorhanden.
De studie ‘Vochtbeheersing in kassen en terugwinning van latente warmte’ brengt bestaande én nieuwe technieken in beeld. “De meeste liggen op de plank, klaar voor gebruik. Met de huidige gasprijs is de waarde van de energie die dat bespaart over vijf jaar echter niet meer dan € 4 tot € 7 per m2. Dit is onvoldoende om de investeringen te rechtvaardigen. Wanneer de energieprijs hoger wordt, denk aan € 0,30 per m3, worden de besproken technieken wél interessant”, zo is de overtuiging van Feije de Zwart, senior onderzoeker bij Wageningen University & Research Glastuinbouw. Hij is samen met Peter van Weel (voormalig onderzoeker van ‘Wageningen’) en Jan Voogt (Hoogendoorn Growth Management) auteur van deze studie. Het onderzoeksprogramma Kas als Energiebron financierde het.

Alleen voelbare warmte

Het rapport beschrijft eerst de technieken die alleen de voelbare warmte terugwinnen door ontvochtigen. Dat noemt De Zwart de middencategorie, de energiezuinige ontvochtigers. Deze luchtbehandelingskasten besparen hiermee 3 tot 4 m3 aardgas per m2 per jaar.
Het gaat dan meestal om balansventilatie waarbij warme kaslucht via een warmtewisselaar langs de koele buitenlucht wordt geleid, zodat de binnenstromende buitenlucht opwarmt. “Systemen in de praktijk zijn bijvoorbeeld de HortiAir van Recair, AVS-WTW van Van Dijk Heating en het Air&Energy systeem van Maurice Kassenbouw. Cogas Zuid heeft ook een variant op dit principe ontwikkeld.”

Ook latente warmte

Vervolgens gaat het rapport in op de topcategorie, technieken die alle voelbare én latente warmte uit de ontvochtiging terugwinnen. Bij latente warmte gaat het om de energie die is opgesloten in de waterdamp. In een standaard kas met een onbelichte tomatenteelt levert dat in totaal 7,8 m3 per m2 per jaar besparing aan aardgasverbruik op. In extra geïsoleerde kassen is dat nog iets groter: 9,7 m3 per m2 per jaar.
Een kansrijke techniek in deze topcategorie vindt De Zwart allereerst het systeem uit de Next Generation Semi-gesloten kas. Dit is vergelijkbaar met een standaard airconditioningssysteem: mechanische ontvochtiging in een gesloten systeem. Zo’n klimaatinstallatie heeft Lek/Habo in de 2SaveEnergy-kas van het Innovatie- en Demo Centrum Energie in Bleiswijk aangelegd. Ook Bom Kassenbouw bouwt zulke systemen. De Drygair die Royal Brinkman aanbiedt, is eveneens gebaseerd op dit principe.

Direct inzetbaar

De basis is een koelblok waarvan het oppervlak een temperatuur onder het dauwpunt van de kaslucht heeft. Daardoor condenseert het vocht uit de langsstromende lucht en komt de latente energie vrij. De afgekoelde lucht passeert een tweede warmtewisselaar, het verwarmingsblok. Zo wordt deze weer opgewarmd tot de kasluchttemperatuur. Het koelblok wordt koud gehouden met een warmtepomp.
Aan de warme kant geeft de warmtepomp de onttrokken warmte plus de aandrijfenergie voor de compressor af. Die kan de teler direct inzetten voor de verwarming van de kas. Als het minder koud is, produceert het systeem meer warmte dan nodig is. Een eenvoudige etmaalbuffer verbetert de werking aanzienlijk. Uitgebreid met een seizoensopslag (warmte/koude opslag in een aquifer) kan de ontvochtiger uitgroeien tot een belangrijke bron van duurzame energie.

Hygroscopisch ontvochtigen

Een andere techniek in deze topcategorie is het gebruik van zouten om te ontvochtigen (hygroscopisch ontvochtigen). Net als de Next Generation-techniek is deze onafhankelijk van buitencondities. Het systeem werkt niet met warmtewisselaars maar met een zoutwater-oplossing. Dat is vochtaantrekkend en droogt zo de langsstromende lucht.
“Voordeel van deze oplossing is dat er geen dure warmtewisselaars nodig zijn, maar eenvoudiger materialen als plastic en PVC-buizen. Ook houdt dit systeem bij een lage kasluchttemperatuur zijn capaciteit, terwijl een ontvochtiger op basis van een koud oppervlak bij kasluchttemperaturen onder de 17ºC snel capaciteit verliest.” Een nadeel is, volgens De Zwart, dat deze techniek nog niet volledig is uitontwikkeld. “Er bestaat al wel een commerciële variant: Horticoop heeft de Eco Climate Converter in zijn productpakket. In Nederland is er nog weinig ervaring mee opgedaan.”

Andere systemen

De studie beschrijft nog andere systemen voor ontvochtiging met warmteterugwinning, die overigens wél afhankelijk zijn van buitencondities, bijvoorbeeld door de gevel te benutten als condenswand. Die werkt dan als een goedkope warmtewisselaar. Een variatie op dit thema is de dauwpuntskoeling: de gevel heeft een dubbele spouw met twee foliewanden. Ook Ventilation Jets, gecombineerd met een warmtewisselaar in de gevel, kunnen een deel van de ontvochtigingswarmte terugwinnen.
“Al deze technieken zijn mogelijk. Wat interessant is, is voor elk bedrijf anders. En de terugverdientijd hangt uiteindelijk af van de gasprijs”, aldus de onderzoeker.


Rozen telen zonder WKK, het moet kunnen

De techniek om de warmte te ‘oogsten’ is vergelijkbaar met die uit het onderzoek van Wageningen University & Research, maar de insteek is een andere. In de loop van 2017 is de studie ‘All electric roses’ van Ronald-Jan Post, adviseur bij DLVge klaar. De centrale vraag: kunnen rozentelers hun vaak intensieve belichting gebruiken om de kas te verwarmen?

“Die SON-T of LED-lampen geven zoveel warmte, dat het mogelijk moet zijn”, stelt Post. “Dat kwam uit een brainstorm die ik had met rozentelers, Aat Dijkshoorn van Kas als Energiebron en Edwin van der Knaap van Delphy. WKK’s raken verouderd en hebben een minder gunstig rendement. Tegelijkertijd hebben veel telers zuivere CO2 beschikbaar van OCAP. Bovendien zijn technieken uit de gesloten kas beschikbaar, waarop we kunnen voortborduren.”

Alle componenten zijn er

Met behulp van de data van het onderzoek ‘Perfecte Roos’, dat wordt uitgevoerd bij het Delphy Improvement Centre sloeg Post aan het rekenen. “Op basis van die gegevens heb ik de energiebalans op maandbasis en uurbasis berekend. Mijn conclusie? Op papier kan het. Het hele jaar is het warmteoverschot groot genoeg.”
Het mooie is dat aan het teeltproces niet veel verandert, vertelt de energiespecialist. “In deze situatie is een koelblok in de kas van ongeveer 40 watt/m2 voldoende. Door condensatie ‘oogst’ je warmte uit de kas, die je via een warmtepomp inzet voor de buisverwarming. Omdat de lampen niet altijd aan zijn, heb je wel een dagbuffer nodig, maar geen aquifer. Het kan dus bovengronds. Met deze oplossing bespaar je 20 tot 25 m3/m2 aardgasequivalenten, tegen 10 procent meer elektriciteit. Dit is natuurlijk heel gunstig voor de CO2-uitstoot.”
Verschillende rozentelers zien er brood in, bijvoorbeeld omdat hun WKK aan vervanging toe is of omdat ze nieuwe lampen willen ophangen. “Bij een teler ga ik binnenkort aan de slag om hun bedrijfssituatie door te rekenen, zodat er een model uit voortkomt. Vragen zijn er nog genoeg. Hoe moet de omvang van de installatie zijn? Kan het ook bij andere belichte teelten? Die probeer ik te beantwoorden.”


Samenvatting

Ontvochtigen en tegelijk warmte uit de kas terugwinnen is technisch haalbaar. Uit een studie blijkt dat bestaande en nieuwe technieken voelbare én latente warmte kunnen terugwinnen. Met de huidige lage gasprijs zijn die echter nog niet interessant, maar dat kan in de toekomst veranderen. Parallel loopt een proef met als centrale onderzoeksvraag: kunnen rozentelers hun vaak intensieve belichting gebruiken om de kas te verwarmen. Adviseur Ronald-Jan Post denkt van wel.

Tekst: Karin van Hoogstraten. Foto’s: Leo Duijvestijn.





Gerelateerd