Vochtvreter geeft generatiever gewas, minder ziektedruk en energieverbruik

Vochtvreter geeft generatiever gewas, minder ziektedruk en energieverbruik

Een reuzenvochtvreter in de kas bij cherrytomatenteler Robert van Koppen in Kwintsheul zorgt ervoor dat de RV niet meer boven de kritieke waarde van 95% komt. Het principe is simpel: wanneer vochtige kaslucht langs de koude ribben van de ontvochtiger wordt gezogen, condenseert de waterdamp. Net als het condens dat zich vormt op een koud flesje bier wanneer je dit uit de koelkast pakt. De behandelde droge en iets warmere lucht gaat de kas weer in.

Robert van Koppen teelt op 4 ha tros-cherrytomaten. “Ik ben qua oppervlak maar een kleine teler, dus wil ik me onderscheiden met mijn bedrijf. We telen ‘Delight’ cherrytomaten. Die zijn extra lekker. Ze hebben een vruchtgewicht van 8 gram en een doorsnede van 30 mm. We zijn voortdurend op zoek naar klimatologische verbeteringen en energiebesparing. Maar voorop staat dat de kwaliteit en smaak gewaarborgd moeten zijn. Energiebesparing betekent vocht tolereren, omdat de schermdoeken meer gesloten blijven. De Drygair luchtontvochtiger voorkomt dat de luchtvochtigheid te hoog oploopt.”
De tomatenteler hoorde van zijn toeleverancier Royal Brinkman over het apparaat en besloot vanaf januari dit jaar een apparaat te huren en daarmee een proef op te zetten in een afdeling van 1.500 m2, die hij apart kan luchten en stoken.
De teler is enthousiast. “We onttrekken iedere dag 1.000 liter van een oppervlak van 1.500 m2. De RV is daardoor 6 procent lager en het verschil van voor naar achter in RV en temperatuur is minder dan 1 procent.” Maar voor een duidelijk kostenplaatje is het nog te vroeg.

RV-curves

Volgens Eef Zwinkels, technical accountmanager bij Royal Brinkman is het apparaat dé oplossing om af te komen van het teveel aan vocht dat ontstaat door verdamping van planten in de kas. In dat licht bezien, past deze techniek prima in Het Nieuwe Telen, waar met minder energie en meer schermen wordt gewerkt.
Hij laat het zien in het Mollier-diagram, zoals dat ook in de cursus Het Nieuwe Telen aan bod komt. Op de onderste horizontale as staat de hoeveelheid water in de lucht in g/kg. Op de verticale as staat de temperatuur. In de grafiek staan de verschillende RV-curves aangegeven van 10 tot 100%. Uit het diagram is af te lezen hoeveel absoluut vocht de lucht bevat bij een bepaalde temperatuur. Gaan in de namiddag de schermen dicht, dan stijgen de RV en het AV. “Door actief ‘absoluut’ vocht uit de kas te onttrekken, stijgt de RV niet bij een dalende temperatuur en kom je niet in de gevarenzone.”

Condenswater

Het advies is om een unit per 1.500 tot 5.000 m2 te plaatsen, afhankelijk van de hoeveelheid verdamping door het betreffende gewas en de ruimte hierboven. Het spreekt voor zich dat een volgroeid tomatengewas meer verdampt dan een potchrysant op een eb-vloed vloer.
Behalve dat de units actief water uit de lucht onttrekken, circuleren ze 22.000 m3 kaslucht per uur. Dit zorgt voor een uniform klimaat. Dat vertaalt zich in een gelijkmatig gewas. Bovendien zorgt de luchtbeweging voor plantactiviteit zodat de opname van calcium mogelijk blijft.
Zwinkels heeft de ontvochtiger het afgelopen jaar naar zijn zeggen op heel wat bedrijven met uiteenlopende teelten geïnstalleerd, zoals terrasplanten, potplanten, tomaten, moerplanten geraniums, sla op goten en anthuriums. De units werken optimaal tussen de 10 en 30°C.

Voordelen

Van Koppen heeft in de enkele maanden dat hij draait een aantal teeltvoordelen gezien. “Door te ontvochtigen hebben we een generatievere gewasstand, waar we letterlijk meer van kunnen oogsten. Wij proberen de lekkerste troscherrytomaten te maken. We gaan niet voor de bulk maar voor de inhoud. Ook de meer generatieve gewasstand draagt bij aan een betere smaak.”
Door de lagere luchtvochtigheid daalt de ziektedruk en met name de aantasting door schimmels. “De laatste vijf jaar zijn we steeds verder omlaag gegaan in energieverbruik, waardoor het gevaar op schimmelaantasting toenam. Vandaar dat ik gefocust ben op het terugdringen van vocht. Je ziet dat er nu minder vocht in de lucht zit.”
Een bijkomend voordeel is dat de teler de CO2 gemakkelijker binnenhoudt, doordat hij minder hoeft te luchten. Dat bevordert het groeiproces. En doordat het gewas slanker is, ontstaat er een betere balans tussen wortels en de bladeren en heeft Van Koppen geen last van een te hoge worteldruk. De teler gaat door met de ontvochtiger, maar het is nog open hoeveel units hij gaat aanschaffen en wanneer.

Samenvatting

Cherrytomatenteler Robert van Koppen doet een proef met een luchtontvochtiger in een kasafdeling van 1.500 m2. Warme, vochtige kaslucht condenseert tegen de koude ribben in de ontvochtiger. Niet alleen haalt hij dagelijks 1.000 liter vocht uit de lucht, waardoor de RV 6% lager is. Ook de RV en temperatuur zijn gelijkmatiger verdeeld. Andere voordelen van de lagere RV zijn onder andere een generatievere gewasstand, daling van de ziektedruk en een lager energieverbruik.


Potchrysantenteler Ruud Nederpel:

‘Efficiënte ontvochtiger maakt minimum raamstand en droogstoken overbodig’

De broers Theo en Ruud Nederpel uit Wateringen telen potchrysanten op 4 ha. Dit doen ze op eb-vloed betonvloeren. De teelt duurt 9 à 10 weken, waarbij het gewas 7,5 week lang 13 uur wordt verduisterd. Omdat de RV in de winter snel oploopt onder het verduisteringsdoek en energiedoek besloot hij om sinds begin december 2016 een ontvochtiger te huren voor een afdeling van 8.000 m2 om deze uit te testen.

“In ons geval liep de RV in de winter op tot meer dan 93%. Dit geeft problemen met ziekten, zoals Botrytis en roest, omdat de plant niet meer actief is. Tot op heden gebruiken we in de andere afdelingen een minimumbuis van 45ºC, kieren we met het schermdoek en verduisteringsdoek en luchten we af. Dit kost energie. In de testafdeling met luchtontvochtiging is de RV nog maar 83 tot 86 procent en hoeven we geen vocht meer af te voeren”, vertelt Ruud Nederpel. Hij voert ongeveer 54 liter water per uur af. Vooral in de herfst- en wintermaanden, met veel donker en ‘doods’ weer, is het voordeel naar verwachting het grootst.

Kostenplaatje

Ook over het gebruiksgemak is hij positief. “Hij is makkelijk aan te brengen. Je hoeft alleen de stekker in het stopcontact te steken en de condensor voert het water af. Dat water kun je eenvoudig in het retourwater van het eb-vloedsysteem laten lopen en hergebruiken in de teelt.”
Vanwege de positieve ervaring hebben de broers de eerste, gehuurde ontvochtiger inmiddels aangeschaft. Nu de winter voorbij is, gaan ze zich beraden of ze in het najaar ook voor de andere afdelingen gaan investeren in ontvochtigers. “Het gaat puur om de luchtvochtigheid in de herfst en winter. In de zomer is het droger en warmer. Het is een kostenplaatje: Hoeveel energie moet ik erin stoppen om vocht af te voeren? Hoeveel ziekten en plagen kan ik daarmee voorkomen? Hoeveel kwaliteitsverbetering levert het op? Dat ligt voor ieder bedrijf anders. Voor ons is het een interessante oplossing, omdat we de kas in de winter helemaal dicht willen houden. Door de vochtafvoer blijven de planten actiever. En een actieve plant is weerbaarder dan een plant met stress.”
Voor Gebr. Nederpel ligt de terugverdientijd op drie à vier jaar. “Dit is een aanname. We weten nog niet wat de energiebesparing is ten opzichte van andere jaren.”


Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.

Gerelateerd

Analysecijfers potplanten schetsen niet altijd het juiste beeld

Analysecijfers potplanten schetsen niet altijd het juiste beeld

De verplichtingen op hergebruik van gietwater en zuivering van afvalwater komen steeds dichterbij. Het is daarom goed de bemesting nog eens kritisch tegen het licht te houden. Teeltadviseur Bonte de Jong schetst de belangrijkste aandachtspunten voor potplantenteelten en geeft praktische tips voor bemonstering en een juiste interpretatie van analysecijfers.

Ook potplantenbedrijven ontkomen niet aan strengere emissienormen en de zuiveringsplicht die op 1 januari 2018 van kracht wordt. Een flink aantal bedrijven voldoet al aan de emissienorm voor stikstof. De nulnorm voor residuen van gewasbeschermingsmiddelen vergt nog de nodige investeringen en inspanningen.

“In gesloten teeltsystemen is het zaak om de kwaliteit van het uitgangs- en gietwater hoog te houden en daar goed op te sturen”, zegt teeltadviseur Bonte de Jong van FytoConsult. In het algemeen gebeurt dat door de voedingsschema’s te corrigeren voor de hoeveelheden voedingsstoffen die met het retourwater terugkomen. Deze zijn niet opgenomen door het gewas en kunnen dus nog een tweede keer dienst doen. Door het drainwater op gezette tijden te laten analyseren – in groeirijke perioden wat vaker dan in de winter – houdt de teler daar zicht op en kan hij overmaat of tekorten van voedingselementen voorkomen.

Bemonsteren

Alertheid loont bij bemesten. Goed meten begint bij een consequente manier van bemonsteren. Afhankelijk van het type substraat, de wijze van water geven, teeltwijze en teeltduur kan een bepaalde methodiek de voorkeur hebben. “In de phalaenopsisteelt zijn lage EC’s gebruikelijk en gebruiken telers meestal een luchtig substraat met weinig buffercapaciteit”, zegt De Jong. “In deze teelt kun je daarom volstaan met bemonstering van het drainwater. Dat geldt overigens voor de meeste orchideeën.”

In de meeste overige containerteelten wordt het substraat bemonsterd en vindt analyse plaats na verdunning met water volgens de 1:1½ volume-extractie methode. Hierbij is het van belang dat er voldoende potten worden bemonsterd en dat dit voldoende diep gebeurt. “In grotere potmaten, zeker bij druppelirrigatie, komen vaak vochtkegels voor”, voegt de adviseur toe. “Als dat het geval is dien je in de kegel te bemonsteren. En voor teelten die wat langer duren, kan het geen kwaad om af en toe eens bewust in de bovenlaag te bemonsteren om te zien of er sprake is van verzilting.”

Eb/vloedsystemen

Bij gebruik van eb/vloedsystemen en een lage gietfrequentie adviseert hij om altijd twee dagen na het water geven te bemonsteren. Bij een dergelijk grof watergeefsysteem heeft het voedingswater tijd nodig om zich in het wortelmilieu te verspreiden en de plant de gelegenheid te geven om er iets mee te doen.

Vanwege het belang van een zorgvuldige manier van bemonsteren beveelt Bonte de Jong tenslotte aan om dat tot een vaste taak te maken van een of twee medewerkers die daarin zijn onderlegd of bereid zijn zich de noodzakelijke basiskennis eigen te maken. “Het is niet heel ingewikkeld, maar de medewerker moet het wel serieus en consequent uitvoeren”, vervolgt hij. “Alleen dan krijg je betrouwbare informatie en kun je doelgericht bijsturen.”

Gewasanalyses

Het kan voorkomen dat bepaalde elementen slechts in beperkte mate beschikbaar zijn voor de plant. Bijvoorbeeld omdat ze in het wortelmilieu zijn vastgelegd, in niet-opneembare vorm zijn omgezet of omdat de opname wordt belemmerd door relatief hoge concentraties van antagonistische elementen. Gewasanalyse maakt duidelijk wat de plant precies heeft opgenomen en of er van sommige elementen een tekort of juist overmaat is.

“Als zich ergens problemen voordoen, wil je dat bij voorkeur weten voordat de plant zichtbare gebreken krijgt”, zegt De Jong. “Een gewasanalyse kan snel duidelijk maken waar je dat probleem moet zoeken”, verklaart hij. “Je ziet precies wat de plant heeft opgenomen en je weet ook wat er via het gietwater is aangeboden.”

Voor gewasanalyse is er keuze uit twee methoden: sapanalyse en drogestofanalyse van volgroeide bladeren. Sapanalyse is de snelste methode, maar is ook minder compleet en geeft een beperkt inzicht. Vanwege de snelheid wordt hij echter toch vaak toegepast. Drogestofanalyse graaft dieper, maar duurt doorgaans enkele dagen langer. Los van de gekozen methode geldt ook hier dat het bemonsteren consequent moet gebeuren.

IJzer

IJzer is een element waarop het zicht niet altijd even scherp is. Afhankelijk van het bij de teelt passende pH-regime wordt het via een specifiek chelaat meegegeven om het te behoeden voor oxidatie, in suspensie gaan of andersoortige fixatie die het kation ongeschikt maakt voor opname door de wortels. Toch kan dit in het wortelmilieu wel degelijk plaatsvinden.

“Na enige tijd worden chelaten instabiel en breken ze af, waardoor het ijzerion niet langer is beschermd”, aldus De Jong. “In recirculatiesystemen loopt het ijzergehalte daarom vaak snel terug. Anderzijds komt ook het doseren van veel ijzer voor terwijl er in de grondanalyse niets van is terug te vinden, terwijl het gewas toch voldoende ijzer bevat. Daar is eveneens een goede verklaring voor. Direct rond de wortels is het vaak net wat zuurder dan daarbuiten, waardoor het daar net zuur genoeg is om ijzer in opneembare vorm beschikbaar te maken.”

Zink

Is er van ijzer soms een tekort, bij zink dient men juist alert te zijn op oplopende concentraties. De adviseur: “Zink wordt door de meeste gewassen slecht opgenomen en dat is ook niet erg, want ze hebben er heel weinig van nodig. Belangrijker is dat dit eveneens tweewaardige kation de opname van ijzer en mangaan door de plant kan frustreren.

De meeste kassen bevatten verzinkte onderdelen en een flink aantal potplantenkwekerijen gebruikt rolcontainers met verzinkte gaasbodems. Via deze zinkhoudende materialen komt er telkens wat van dit element terug met het retourwater. In gesloten teeltsystemen kan zinkovermaat een serieus probleem worden, want je raakt het niet snel kwijt.”


Ureumfeed voor orchideeën, Netfeed voor overige gewassen

Netfeed is een algemeen bemestingsprogramma. Telers kunnen hiermee online hun eigen schema’s invoeren en aanpassen. Ureumfeed is speciaal ontwikkeld voor phalaenopsis en andere orchideeën.

In orchideeënteelten wordt relatief veel stikstof gegeven in de vorm van ureum. Dat zie je normaliter niet terug in de analyses. Ureumfeed houdt daar in tegenstelling tot andere programma’s rekening mee en compenseert daar automatisch voor bij het advies. Bedrijven die dit programma gebruiken, houden daardoor de concentratie van het omzettingsproduct ammonium beter in de hand.

De Jong wijst in dit verband wel op de tendens om over te stappen op substraatmengsels die minder en fijnere bark bevatten en daardoor beter bufferen. Daar passen doorgaans ook lagere ureumgiften bij.


Samenvatting

Gesloten teeltsystemen dwingen telers om de kwaliteit van het water hoog te houden en extra aandacht te besteden aan de bemesting. Goed meten begint bij frequente en vooral consequente bemonstering van het substraat, drain- en/of retourwater. Aanvullende gewasanalyses kunnen meer duidelijkheid bieden in probleemsituaties.

Tekst en foto’s: Jan van Staalduinen.