Panasonic demonstreert robot die tomaten kan plukken

Panasonic demonstreert robot die tomaten kan plukken

In december heeft het Japanse bedrijf Panasonic een robot gedemonstreerd die tomaten kan plukken. Volgens Panasonic kan de robot de zachte rode vruchten plukken met een snelheid van ongeveer 10 per minuut, of een tomaat elke zes seconden.

Hoewel de snelheid op dit moment niet hoger ligt dan wanneer een mens dezelfde taak uitvoert, kan de robot de efficiëntie van de mens verbeteren omdat hij continu kan werken. Dit betekent dat hij in nachtdiensten en vakanties doorwerkt en geen ziekteverzuim heeft of vakantiedagen opneemt.

Speciale eind-effector

De nieuwe robot van Panasonic werkt volgens een combinatie van camera, bereikbeeldsensor en kunstmatige intelligentie. Het betekent dat hij herkent welke tomaten rijp genoeg zijn om te worden geplukt. Hiervoor is een speciale ‘eind-effector’, het uiteinde van de robotarm, ontwikkeld die de positie, kleur en vorm van tomaten scant en herkent. Vervolgens voert de robot een nauwkeurige pluk-en-vangtechniek toe om elke tomaat van de tros in de opvangbak te verplaatsen. Maar dat dit nog niet altijd goed gaat, tonen de laatste seconden van de video.

Marktintroductie is onbekend

De robot kan over een (buis)rail rijden, zodat hij stap voor stap langs alle tomatenplant beweegt. Panasonic heeft tot nu toe alleen de oogstrobot gedemonstreerd. Het bedrijf heeft nog geen aankondiging gedaan voor wat betreft het tijdstip waarop de robot marktrijp is of wat hij moet gaan kosten. Maar omdat hij nu wordt gedemonstreerd kan het betekenen dat de toepassing in proefprojecten de volgende stap zal zijn.

Parallel met aardbeiplukrobot

Volgens insiders vertoont de robot van Panasonic parallellen met een robot die het Belgische ingenieursbureau Octinion ontwikkelde (zie video 2). Hun product kan bepalen wanneer aardbeien rijp zijn en ze vervolgens plukken zonder schade aan te richten. Panasonic heeft naar verluidt al enige tijd aan zijn tomatenplukrobot gewerkt. In die periode is het bedrijf erin geslaagd de snelheid en nauwkeurigheid van de arm van de robot aanzienlijk te verbeteren. Daardoor plukt hij de tomaten niet alleen sneller maar ook op een manier die de minste schade veroorzaakt.

Bron en foto: Panasonic en DigitalTrends.com







Gerelateerd

‘Trouw aan onze vaste partners en samen verder groeien’

‘Trouw aan onze vaste partners en samen verder groeien’

Een goed bouwteam, betrouwbare partners en een visie om stabiel door te groeien liggen ten grondslag aan de uitbreiding van Schenkeveld Tomaten. Wie langs de A4 van Den Haag naar Schiphol rijdt ziet inmiddels rechts langs de weg de lampen branden. Dat is een goed teken, want zeer binnenkort worden de eerste trostomaten van de nieuwe locatie geoogst. “We willen graag alles perfect doen”, legt Richard Schenkeveld uit.

Op Google Maps is al goed te zien hoe de nieuwe locatie van kwekerij van Schenkeveld Tomaten er uit komt te zien. “Een mooie, vierkante kavel van 55 hectare”, vertelt Richard Schenkeveld, die de algemene leiding heeft van het familiebedrijf waarvan de wortels in Den Hoorn liggen.
In week 42/43 is de eerste belichte teelt van start gegaan in afdeling ‘Noord’. Voor deze afdeling ligt een kantine, die nu bijna klaar is. Bedrijvigheid alom. De watertechnische ruimte en de energieruimte zijn inmiddels opgeleverd, maar aan de verwerkingsruimte wordt nog hard gesleuteld. Het machinepark staat al op afroep klaar. Begin januari moeten de eerste rijpe trostomaten het bedrijf verlaten.

Positie versterken

Tot vorig jaar had het familiebedrijf drie locaties van ieder 10 ha in De Lier, Schipluiden en Den Hoorn én een aandeel in kwekerij De Kabel in De Lier. De afzet loopt al jaren via Prominent en coöperatie Door. Het was voor Schenkeveld duidelijk dat het bedrijf in omvang moet groeien om daarmee haar positie te versterken. Maar ver van huis wilde hij niet. Samen met Rob van Leeuwen van Yeald, die ondernemers begeleidt met strategische beslissingen, onderzocht hij de mogelijkheden.
“We hebben meerdere locaties onderzocht, waaronder Middenmeer, maar het gevoel was er niet. Wij willen de afstand tussen onze locaties beperken tot een half uur reistijd”, legt hij uit. Zo kwam tuinbouwgebied PrimA4a in beeld, oorspronkelijk bedoeld voor de uitbreiding van sierteelt in de regio Aalsmeer/Rijsenhout. Die uitbreiding bleef uit, omdat met name rozentelers opschalen met locaties in het buitenland. Daarom was er onvoldoende interesse vanuit die hoek.
Nadat Looye Tomaten als eerste glasgroentebedrijf in de Haarlemmermeer neerstreek was het vervolgens de beurt aan Schenkeveld. De familie kocht in 2016 een perceel van 55 ha land aan, waarop 45 ha kas zal verrijzen.

Bouwteam

Voor aanvang van de bouw heeft de ondernemer een bouwteam gevormd. Hij benaderde daarvoor Peter Zwinkels, die zijn bedrijf Technokas heeft overgedragen aan zijn opvolgers. Zwinkels was beschikbaar voor iets nieuws. Dus werd hij technisch coördinator van de nieuwbouw. “Dat had ik van tevoren niet kunnen bedenken”, vertelt hij. “Maar ik vind Richard een interessante ondernemer. Nu zit ik aan de andere kant van de tafel, niet als aannemer maar als opdrachtgever.”
Andere leden van het bouwteam zijn Pieter van der Wel, Arthur van der Meijs, Berry Baruch, Leon Schenkeveld, Eddy Poot en uiteraard Richard zelf. Van der Wel was al energiemanager bij bQurius, het faciliterend bedrijf van enkele Prominent-telers. Samen met Van der Meijs (teelttechniek) is hij verantwoordelijk voor Schenkeveld Schiphol.

Klaverblad

Het bouwteam maakte schetsen van de nieuwbouw en indeling van de kavel. “Die was natuurlijk afhankelijk van lichtinval en windrichting. We hebben wel vijftig schetsen gemaakt, voordat we er uit waren”, vertelt Schenkeveld. “Uniek aan ons bouwteam is dat we het project in onderdelen hebben verdeeld, met als doel om maximaal kennis naar binnen te halen. Denk daarbij aan kas, verwarming, schermen, bedrijfsruimte, belichting, water, techniek en elektra. Maar we hebben ook het intern transport tot op het laatste boutje en moertje uitgezocht. Uiteindelijk kwam de vorm van een klaverblad, met vier afdelingen van elk 11 ha en de verwerkingsruimte en technische ruimte in het midden er voor ons als beste uit.”
Om zo min mogelijk overlast te bezorgen aan het dorp Rijsenhout kozen ze voor een uitrit naar de Bennebroekerweg. “We willen in goede harmonie samenleven met de omwonenden. Zo doen we dat in het Westland, dus ook hier.” Om dezelfde reden komt langs de kavel een groenstrook met bomen, zodat mensen die niet zo gecharmeerd zijn van kassen ze ook niet hoeven te zien.

Vertraging door bommen

Volgens de oorspronkelijke planning zouden er op dit moment al twee afdelingen klaar moeten zijn, maar het liep anders. Van oudsher is bekend dat er vliegtuigbommen uit de tweede wereldoorlog in het voormalige akkerland liggen. Zo’n tien, was de verwachting. Maar onderzoek wees uit dat het er meer dan veertig waren. Die bommen werden één voor één opgegraven en tot ontploffing gebracht.
De vondst leidde tot een forse vertraging van een paar maanden.
Schenkeveld: “Het is ons dus niet gelukt om voor het belichtingsseizoen twee afdelingen in productie te krijgen, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. De materialen voor de tweede afdeling zijn wel allemaal ingekocht. We gaan er nu mee verder.”

Standaardisatie en optimalisatie

Het bouwteam had veel vrijheid om de nieuwe kavel optimaal in te richten. “We hebben van tevoren de insteek gekozen om te standaardiseren en te optimaliseren”, legt de tomatenteler uit. Uitgangspunt was om met bewezen materialen en technieken te werken. Zo is gekozen voor een kastype dat momenteel de standaard is: een 8 meter tralie met 5 meter vakmaat en een poothoogte van 7 meter. Die standaard is bewust gekozen voor het geval zich calamiteiten voordoen en nieuwe materialen nodig zijn.
Op het dek ligt diffuus glas met 50% haze en dubbele antireflectie (AR) coating. Dit is voor het tomatenbedrijf de eerste locatie met een diffuus kasdek. “We hebben verschillende glasfabrieken bezocht om het fabricageproces te zien en uiteindelijk gekozen voor de meest betrouwbare in onze ogen.” Het glas voor de tweede afdeling staat op afroep klaar. Het staat nog niet vast dat afdeling drie en vier dezelfde glassoort krijgen. Dat is afhankelijk van de eerste resultaten in de teelt.

Achteraan in de eerste wagon

“Wij kiezen altijd voor de meest betrouwbare methode”, legt Schenkeveld uit. “We zijn geen grote voorlopers, maar zitten wél achteraan in de eerste wagon.” Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de inrichting van de kas. Er is gekozen voor een traditionele belichting met SON-T lampen, 185 µmol/m2/s en een enkel energiescherm. De kas is nog niet ingericht met verticale ventilatoren, zoals je al regelmatig ziet bij tomatentelers die Het Nieuwe Telen (HNT) toepassen. “Als we die weg op gaan doen we dat met de middelen die we nu hebben.”

Hart van het bedrijf

In het centrum van het klaverblad ligt de 1,1 ha grote bedrijfsruimte die het hart vormt van het bedrijf. Vooraan komen de dockshelters met daarachter de verwerkingsruimte. De vier afdelingen draaien straks volledig autonoom, met eigen personeel. Iedere afdeling krijgt een eigen kantine. Dat is niet alleen vanuit fytosanitair oogpunt belangrijk, maar ook om het groepsgevoel binnen de teams te stimuleren.
In de bedrijfsruimte komt het product van alle afdelingen samen. Daar worden de dozen gevouwen en komt de verpakkingslijn te staan.

Centrale technische ruimte

Achter de bedrijfsruimte ligt de watertechnische ruimte, die inmiddels volledig is ingericht. Loop je door deze ruimte verder naar achteren, dan kom je in de energieruimte. Links staan al twee WKK’s met ieder een vermogen van 4,4 MW voor afdeling noord en oost. Als de nieuwbouw van afdeling zuid en west van start gaat, dan is er nog ruimte voor uitbreiding.
Voor extra elektriciteit heeft het bedrijf een aansluiting van 20 MW, want iedere afdeling wordt belicht. Schenkeveld: “In principe gaan we op deze manier werken, maar het ketelhuis is zo ingericht dat er ruimte is voor alternatieve energiebronnen in de toekomst.”
Zwinkels: “Op andere bedrijven kom je nogal eens tegen dat de technische ruimtes per blok gescheiden liggen. De ondernemer is slim geweest door alles bij elkaar te houden.”

Vaste partners

Bij de nieuwbouw is het bouwteam uitgegaan van vaste uitgangspunten. Zo heeft de nieuwbouw een standaard inrichting om het bedrijf niet onnodig complex te maken. De filosofie daarachter is dat bouw en uitbreiding vlot moeten gaan. “We willen graag alles perfect doen. Daar gaat alle tijd en energie in zitten”, legt de ondernemer uit.
Bij de nieuwbouw geeft het bedrijf de voorkeur aan vaste partners, zoals voor belichting en schermen. De aanbesteding voor elektra ging naar een regionale partij. Voor de bouw van de kas is een nieuwe partij gevonden, omdat de vaste partner niet meer actief is. Daar hebben we een goed alternatief voor gevonden. “Wij zijn trouw aan onze leveranciers en willen met onze vaste relaties verder groeien. Ik denk dat dit project goed is geslaagd. Wat we in april hebben gepland, konden we op tijd realiseren. De juiste specialisten verzamelen en bij elkaar brengen, dat is het sleutelwoord voor schaalvergroting. Wij willen namelijk niet de grootste worden, maar wel de beste zijn”, geeft hij aan.

Bijzondere ervaring

Voor Zwinkels was en is dit project een bijzondere ervaring. “Ik heb in het verleden zeker complexere projecten gerealiseerd. Dit project is minder gecompliceerd, maar kenmerkt zich door de goede voorbereiding. Schenkeveld heeft zich vooraf zeer zorgvuldig georiënteerd. Hij wist precies wat hij wilde en heeft dat goed gedocumenteerd. Voor mij was het prettig om ondersteunend te zijn; een duidelijk andere rol dan ik in het verleden gewend was. Daardoor kon ik me meer focussen op de uitvoering. Fijn dat ik mijn kennis op deze manier kan inbrengen.”

Samenvatting

Schenkeveld Tomaten heeft in 2016 een kavel aangekocht in Rijsenhout. Voorafgaand aan de nieuwbouw is een bouwteam samengesteld dat het ontwerp heeft gemaakt en de bouw begeleidt. Na wat vertraging is inmiddels de eerste van vier afdelingen in productie. Het bedrijf kiest voor optimalisatie en standaardisatie, door met moderne, bewezen technieken te werken. Het tomatenbedrijf kiest bewust voor vaste partners om samen door te groeien.

Tekst: Pieternel van Velden. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.





Gerelateerd

Mooie groenten naar smaak van computer

Mooie groenten naar smaak van computer

Wanneer een consument tomaten koopt waarom vindt hij of zij dan het ene specifieke exemplaar aantrekkelijker dan het andere? Welke visuele eigenschappen zijn doorslaggevend?

Wat is het verband tussen visuele eigenschappen en aantrekkelijkheid? Is het mogelijk om de keuze van de consument te reproduceren en te voorspellen? Sinds eind 2016 werkt de Smaakonderzoeksgroep samen met de Vision en Robotics groep uit Wageningen. We zoeken naar kenmerken en eigenschappen, die verband houden met de voorkeur van consumenten qua smaak en kwaliteit. De belangrijkste uitdaging in de eerste fase van dit onderzoek was om een aantal eigenschappen te definiëren, die naar een kwantitatieve, voor de computer begrijpelijke, vorm konden worden vertaald.

Consumenten beoordeelden verschillende tomatentrossen op visuele aantrekkelijkheid. Deze resultaten zijn gekoppeld aan de gemeten visuele eigenschappen van de tomaten, zoals kleur en trosvorm. We ontwikkelen een automatisch visueel systeem, die gekleurde beelden opleveren en waarmee de verschillende visuele eigenschappen kunnen worden geïndividualiseerd en gekwantificeerd.

Foto: Wageningen University & Research.





Gerelateerd

Betrouwbare bestuiving is meer dan ‘een doos met hommels’

Betrouwbare bestuiving is meer dan ‘een doos met hommels’

De literatuurstudie ‘Bloei, bestuiving en vruchtzetting van tomaten’ moet tomatentelers meer handvatten geven om hun teelt beter te sturen. De oorzaak van bestuivings- of zettingsproblemen ligt niet altijd bij de hommel, stellen productspecialisten en onderzoekers. De introductie van hommels tientallen jaren geleden was een doorslaand succes, maar door innovaties in de kas zijn de omstandigheden voor de insecten veranderd.

Dertig jaar geleden was de ontdekking dat hommels de beste bestuiver van de tomaat zijn, een van de grootste innovaties in de tomatenteelt. Dozen vol hommels gingen naar tomatentelers en belandden in de kas. “Het was een grote doorbraak”, zegt productmanager Remco Huvermann van Koppert Biological Systems, “maar door de innovaties in de sector en externe ontwikkelingen, zoals klimaatveranderingen, veranderden de omstandigheden voor de hommels in de kas.”

Belichting

Telers liepen in de loop der tijd tegen verschillende zaken aan. Soms kampten ze met een verminderde kwaliteit van de bloem, plant of tros of hadden andere problemen. De hommel kreeg algauw de schuld van verminderde bestuiving: het insect deed zijn werk niet goed.
De issues waren aanleiding voor Koppert om meer kennis te ontwikkelen over de toepassing en hoe problemen te voorkomen. Zo ontwikkelde het bedrijf in 2003 een zogeheten Wireless Bee Home system, dat ervoor zorgde dat hommels hun nestkasten konden terugvinden. “Dit was een probleem geworden na de introductie van belichting in tomaat. Hommels hebben namelijk minimaal 28 watt per vierkante meter of meer daglicht nodig om actief te worden”, stelt Huvermann. Vooral het licht tussen 370 en 420 nm is van groot belang voor de hommels.
Ondanks de inspanningen kwamen problemen met bloemkwaliteit, zoals misvormde of fletse bloemen, met enige regelmaat terug. “We weten wel dat er bepaalde spelregels zijn om ervoor te zorgen dat de bestuiving soepel verloopt, maar we kregen geen vat op de details van wat er nu precies gebeurt”, zegt de specialist. “Er was een gebrek aan gegronde kennis.”

Complexere omstandigheden

Het gebrek aan kennis was de reden voor het bedrijf uit Berkel en Rodenrijs om vorig jaar contact te zoeken met Wageningen University & Research, business unit Glastuinbouw. “In de loop der jaren is de tomatenteelt erg veranderd. We houden in vergelijking met vroeger meer stengels per vierkante meter aan en telen soorten met veel meer bloemen per stengel. De plantdichtheid per kubieke meter en het aantal bloemen per vierkante meter is daardoor omhooggeschoten”, zegt Huvermann. “Daarbij zijn er veel technologische innovaties in de tomatenteelt voorbijgekomen, waardoor er beter op productie kan worden gestuurd en waardoor de omstandigheden in de kas veranderden. Dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat de omstandigheden voor hommels ook steeds complexer worden.”
Betrouwbare bestuiving is meer dan ‘een doos met hommels’, vervolgt hij. “Het gaat om het vinden van de optimale balans tussen teelt en bestuiving, waardoor onze klant maximale zekerheid krijgt richting optimale producties van hoge kwaliteit. Een tomaatje missen kan in de huidige marktomstandigheden niet meer. Vandaar dat we WUR hebben ingeschakeld. We wilden alle kennis omtrent bestuiving op een rijtje hebben, waardoor de invloeden van verschillende variabelen beter in kaart zijn gebracht. Hierdoor krijgen telers meer handvatten om te sturen en om hun teelt te optimaliseren waar mogelijk.”

Grote invloed kastemperatuur

Het resultaat is de literatuurstudie ‘Bloei, bestuiving en vruchtzetting van tomaten’, het ‘handboek van de tomatenplant’, zoals Huvermann het noemt. In diverse hoofdstukken heeft WUR-onderzoeker Jan Janse het proces van kieming, bestuiving en vruchtzetting tot in detail uiteengezet. Zo heeft hij de vorming van het stuifmeel en de vorming van eicellen minutieus beschreven. “Inzicht in deze kennis is van groot belang. Het heeft uiteindelijk allemaal invloed op de kwaliteit van de algehele teelt en dus op de rentabiliteit”, stelt Janse.
Ook heeft hij een aantal belangrijke richtlijnen naar boven weten te halen. De belangrijkste is dat de kastemperatuur veel meer invloed heeft dan gedacht. “Als de etmaaltemperatuur te hoog is, daalt de bloemkwaliteit aanzienlijk. Vooral de vorming van stuifmeelkorrels is erg gevoelig voor een hoge temperatuur”, stelt de onderzoeker. “De reductiedeling, die ongeveer negen dagen voor de bloei plaatsvindt, en de periode tot vijf dagen voor de bloei, zijn gevoelige periodes. Hoge temperaturen, bijvoorbeeld enkele uren 40°C of etmaaltemperaturen boven de 25°C, kunnen het ontwikkelingsproces van stuifmeelkorrels sterk verstoren. De effecten hiervan zijn onder meer vorming van minder stuifmeelkorrels, een slechte vitaliteit of zelfs loos stuifmeel en bloem misvormingen.”

Licht-temperatuur

De vorming van zaadknoppen is minder temperatuurgevoelig, stelt hij. “Maar hoge temperaturen kunnen daar schade geven, zeven tot vijf dagen voor de bloei en zelfs ook nog een tot drie dagen na de bevruchting. De teler moet goed beseffen van wat vandaag gebeurt, invloed heeft op morgen.”
Een verkeerde verhouding licht-temperatuur kan ook tot problemen leiden met de bloemkwaliteit. “Zo kan een stijl door weinig licht in combinatie met een hoge temperatuur te veel boven de koker uitgroeien, waardoor de bloem slecht wordt bestoven”, zegt Janse. “Het is dus niet altijd de schuld van de hommel.”

Diffuus glas

De onderzoeker geeft toe dat het lastig is om hier als teler op in te spelen. “Door klimaatverandering krijgen we steeds meer te maken met extreme hitte, die de stuifmeelvorming niet ten goede komt. Om de kas te koelen kan je dakberegening of luchtbevochtiging toepassen of eventueel zonlicht wegschermen.”
Dat laatste wordt veelvuldig gedaan in de tomatenteelt in het buitenland, maar in Nederland komt het nauwelijks voor. Licht wegnemen gaat bij tomaat vrijwel altijd ten koste van de productie. “Diffuus glas is een goede optie”, stelt Janse. “Je hebt dan geen of nauwelijks lichtverlies, een betere horizontale en verticale lichtverdeling in de kas en een lagere temperatuur in de kop. Dat kan zo 3 tot 4 graden schelen in vergelijking met helder glas.”
“Uit ervaring blijkt dat hommels en bestuiving het beter doen in teelten met diffuus glas”, voegt Huvermann eraan toe. “Het is allemaal het gevolg van een meer stabiele bloemkwaliteit onder diffuus glas, ook als het extremer weer is.”

Nieuwe innovaties

Voor Janse zit het werk er dus nog niet op. Er staat nog een vervolgstudie op de rol: Wat zijn de effecten van diffuus glas en lichtspectrum op bestuiving, zetting en insecten? “We weten dat licht en lichtkleuren invloed hebben op de fotosynthese en onder andere op de activiteit van hommels en dus op de productie en groei van een plant”, zegt Janse.
Huvermann vult aan: “Het bundelen en vastleggen van de kennis is belangrijk, zeker in de dynamische markt waarin we werken. Waar klimatologische veranderingen ons dwingen tot het nemen van aanvullende maatregelen, terwijl we het natuurlijke proces in onze teelten ook in balans willen houden. Wie weet wat voor nieuwe innovaties we naar aanleiding van deze studie ontdekken.”

Samenvatting

Samenwerking tussen gespecialiseerde leveranciers en onderzoekers heeft geleid tot de literatuurstudie ‘Bloei, bestuiving en vruchtzetting van tomaten’. Dit handboek moet de tomatenteler handvatten geven om zijn productie beter te sturen en zijn teelt te optimaliseren waar mogelijk. Teelt- en technische innovaties als belichting en diffuus licht hebben immers geleid tot veranderde omstandigheden voor de hommels in de kas. Een vervolgstudie ligt in het verschiet.

Tekst en foto’s: Marjolein van Woerkom.





Gerelateerd

Promovendi en onderzoekers werpen zich op tuinbouwprojecten

Promovendi en onderzoekers werpen zich op tuinbouwprojecten

Uit de vele aanvragen voor promotieonderzoeken zijn uiteindelijk vier promotieplekken toegekend in het vakgebied tuinbouw. Daarnaast heeft het bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiering beschikbaar gesteld voor zes nieuwe projecten in land- en tuinbouw.

In het programma Graduate School Tuinbouw & Uitgangsmaterialen gaan vier nieuwe aio’s aan de slag. Excellente masterstudenten konden zelf, in samenwerking met kennisinstellingen en bedrijven, een voorstel voor promotieonderzoek indienen. Het programma valt binnen de topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. In totaal kwamen er bij de beoordelingscommissie 17 aanvragen binnen.

Clavibacter resistente tomaten

De vier onderzoeken die zijn geselecteerd, gaan over uiteenlopende onderwerpen. Een van de onderzoekers werpt zich op de resistentie van tomaten tegen een specifieke bacterie. Het gaat in dit onderzoek om Clavibacter michiganensis subsp. Michiganensis (Cmm), een Q-organisme dat bacteriekanker in tomaat veroorzaakt en veel schade kan geven in de tomatenteelt. De onderzoeker kijkt hierbij naar een nieuwe strategie in resistentiekweek, die de aantasting van genen voor plantgevoeligheid (S) omvat. De studie is gericht op het identificeren en begrijpen van de rol van tomaten S-genen in resistentie tegen Cmm. Met beter gekarakteriseerde S-genen kunnen veredelaars mogelijk resistente tomatenrassen ontwikkelen.

Echte oranje petunia’s

Een ander onderzoek, Oranje Boven, richt zich op het creëren van een oranje kleur in petunia’s. Veel consumenten houden van de oranje bloemkleur. Helaas ontbreekt een mooie oranje kleur bij een aantal siergewassen, zoals petunia. In 2017 kwam aan het licht dat alle oranje petunia’s op de markt GMO’s zijn. In petunia komen anthocyanen (voornamelijk paars en roze pigmenten) meer voor dan carotenoïden (geel en oranje), zonder overlap. Dit kan wijzen op een mechanisme dat overlap blokkeert. Dit project onderzoekt wat de accumulatie van carotenoïden in petunia tegengaat. Met deze kennis kunnen echte oranje petunia’s worden gekweekt, maar je kunt het ook toepassen in andere siergewassen.

Zwavelverwerking en productiebossen

Een andere aio onderzoekt zwavelopname en –regulering in planten. In de toekomst gaan we waarschijnlijk steeds meer C4 planten, zoals mais, verbouwen. En er is nu nog weinig kennis over zwavelregulatie beschikbaar voor C4 planten. Daar wil het onderzoek verandering in brengen. De vierde aio kijkt naar de ecologische draagkracht van productiebossen, omdat die in de toekomst onder druk komt te staan door een toenemende vraag naar biomassa. Verhoging van biomassa-oogst kan leiden tot nutriëntenuitputting en afname in productiviteit en weerbaarheid van productiebossen. Deze studie wil wetenschappelijke richtlijnen ontwikkelen voor het duurzaam oogsten van biomassa uit productiebos.

Grensverleggende onderzoek

Ook de zes toekenningen voor grensverleggend onderzoek in land- en tuinbouw gaan over zeer uiteenlopende onderwerpen. Ze gaan over weerbaarheid en herstel en over de inzet van slimme technologie. Zo onderzoekt iemand de microbiologische gewasverbeteraars, maar een ander kijkt naar de rol van led-verlichting voor duurzame teelt in de tuinbouw. Daarnaast gaan mensen aan de slag met bodemprotozoa die plantengroei en plantengezondheid bevorderen, de mengcultuur in de champignonkwekerij middels termietenonderzoek, en bloeiregulatie in tulpen voor een duurzame bollenteelt.

Bron: NWO, foto: Rob van Mil.





Gerelateerd