Richard Duijvesteijn van Kwekerij Brasil is een van de chrysantentelers van Zentoo die experimenteert met datagestuurd telen. Zijn wens is om beter het oogstmoment te kunnen voorspellen, zodat hij ook exact weet wanneer hij zijn nieuwe stekken nodig heeft. Hij gebruikt de extra data nu als controlemiddel, autonoom telen is nog een stap te ver.

Om zich te onderscheiden van de vele Duijvesteijnen in het Westland besloten Richard en zijn broer Michel ooit om hun bedrijf Kwekerij Brasil te noemen. Dat klinkt goed en staat voor positieve associaties, vonden ze. De naam is er nog altijd, al is er veel veranderd. Inmiddels runt Richard Duijvesteijn het bedrijf alleen en is hij volledig overgestapt op het santini-segment. Zijn bedrijf is lid van chrysantencollectief Zentoo, waarbinnen afgestemd wordt welk assortiment wordt gekozen.

Vier santiniprogramma’s

Kwekerij Brasil is te vinden in Poeldijk en bestaat uit twee aparte kassen van 1,8 en 2,5 ha groot, waartussen centraal gelegen de verwerkingsruimte, kantoor, kantine en ketelhuis liggen.
“Bij Zentoo hebben we vier santiniprogramma’s, twee staan er bij mij. Binnen elk programma kiezen we soorten met een vergelijkbare groeisnelheid. Het collectief inventariseert de marktvraag en vervolgens maken we met elkaar een teeltschema. Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk soorten, kleuren en types chrysant te hebben”, legt Duijvesteijn uit.
Per programma teelt Kwekerij Brasil zo’n vijf verschillende soorten in teeltcycli van acht à tien weken. Het hele bedrijf is belicht, op dit moment hybride. “Ik wacht nog even met de stap naar full LED. Wat je vandaag ophangt is morgen immers weer ouderwets, en ik kan met hybride belichting goed bloemen maken.” Vorige winter lukte het overigens ook, toen vanwege de energiekosten alleen de LED’s brandden.

Nauwkeurig groeimodel

Om een nauwkeuriger groeimodel te krijgen ontstond bij Zentoo de wens om meer teeltdata te verzamelen. Enkele jaren geleden startte de telersvereniging met het project ‘Chrysant digitaal’. Onder begeleiding van meststoffenleverancier Van Iperen, veredelaar Deliflor en adviesbureau Delphy en met teler Sander Middelburg als voorloper in de praktijk.
“Chrysant is een vraag gestuurde teelt en de telers willen graag op een vastgesteld oogstmoment een bepaalde kwaliteit, lengte en gewicht kunnen leveren. Als je grip hebt op het groeiverloop, dan kun je dat beter realiseren”, stelt teeltengineer Klaas van Egmond van het adviesbureau. Van Egmond begeleidt de telers op hun weg met datagericht telen en onderhoudt het contact met de technische partners.
Hij vervolgt: “In de chrysantenteelt heb je allerlei knoppen om aan te draaien. Telers sturen voor het groeiverloop vooral op de plantdichtheid en de lichtinput. Nu maken telers veel keuzes nog op basis van hun groene vingers en ervaring. Door structureel data te verzamelen en te analyseren kun je keuzes echter beter onderbouwen.” In het project gebruiken de Zentoo-telers de data om de toekomstige groei te voorspellen en te zien of de praktijk in lijn ligt met het gestelde doel.

Knopgrootte

“Dat is belangrijke marktinformatie, waarmee je het oogstmoment kunt afstemmen op de vraag die er op dat moment is. Voor mijzelf is kennis over de knopgrootte nog belangrijker. Daaraan kan ik het exacte oogstmoment aflezen, waardoor ik ook weet wanneer het nieuwe stekmateriaal besteld moet worden.”
Hij benoemt twee voordelen daarvan. De beste kwaliteit stek en een optimale teeltplanning. “Telkens als een vak leegkomt wil je als teler het liefst dezelfde dag nog poten. Met de ideale stekplanten, die rechtstreeks van het opkweekbedrijf komen en niet al drie dagen in de koelcel hebben gestaan. Om de optimale kwaliteit te kunnen leveren, heeft een stekbedrijf ook eerder een opdracht nodig, want het vraagt ook bij hen het nodige van de planning.”
Hij wil ook meer grip krijgen op de lengtegroei met behulp van het data verzamelen. “Neem de overgang van de winter naar het voorjaar. Dat is een lastige periode, waarin de groei opeens kan versnellen en je te veel lengte krijgt. Wanneer moet je dan remstof spuiten en hoeveel? Met goede data-analyses kun je korter op de bal spelen. Dat geldt ook weer in het najaar, maar dan andersom.”

Vision technologie

Volgens Van Egmond ontbrak het vooraf aan data over de groeisnelheid van de plant. “We meten in de tuinbouw al jaren allerlei omgevingsfactoren, met name klimaatgegevens. Maar we meten niet hoe de plant groeit. Dat beoordeelt de teler op gevoel en ervaring. Om dit ontbrekende digitale puzzelstukje te krijgen kwamen we uit bij vision technologie.”
Met camera’s van ADI maken de deelnemende telers wekelijks opnamen van het gewas, van bovenaf. Tegelijkertijd meten zij ook nog handmatig hoe de planten zich ontwikkelen. Van Egmond: “De camera maakt foto’s van bovenaf en meet zo de voetafdruk van elke plant, de lengte en de breedte, het aantal bloemknoppen en de diameter daarvan.”
Bij Duijvesteijn is het verzamelen van de data met de hypermoderne camera nog wel een handmatig klusje. De camera is gemonteerd aan een losse spuitboomarm, inclusief elektromotor voor de voortbeweging. De teler moet deze arm met een handbediende lift op de monorail hangen, bij elke kap opnieuw. Hangt het apparaat eenmaal, dan glijdt deze razendsnel over het gewas heen en weer. “Twee keer per week monitoren we het gewas, ongeveer vijftien keer per teelt. Hij monitort één bed per kap.” Hij geeft aan dat de uitvoering nog wat provisorisch is. “Bij de andere deelnemers zit de camera vast aan de spuitrobot die geregeld over het gewas rijdt.”

Data gebruiken

De data uit de vision software worden geïmporteerd en gepresenteerd in het teeltmanagementsysteem QMS van Delphy. De teler kan hier per foto het groeibeeld zien maar ook de data in grafieken bekijken. Hij vindt het waardevol dat hij deze data ook in één grafiek kan vergelijken met de groeicurves van teelten uit het verleden. “Bij verschillen kan ik nagaan wat ik destijds anders heb gedaan.”
Op dit moment ziet de teler de extra digitale data vooral als hulpmiddel. “Ze geven wel eyeopeners. Het gewas staat er soms bijvoorbeeld wisselvalliger bij dan dat je met het blote oog ziet. Dan blijkt er een kier in het scherm te zitten, of dat de grond op een plek wat natter is. Je ziet in een oogopslag aan de datavergelijking hoe het zit.”
Maar hij gebruikt de informatie toch vooral ter controle. “Uit ervaring sta ik al goed, de teelten verlopen scherp volgens schema. Vorige winter was het erg prettig om die controle erbij te hebben, omdat we toen vanwege de energiekosten alleen met LED’s belicht hebben. Een nieuwe situatie is dus extra goed te monitoren.”

Toekomstbeeld

Duijvesteijn meet zelf de planten ook nog handmatig met de duimstok, iets dat hij naar eigen zeggen nog moeilijk kan loslaten. Toch is hij gretig en heeft hij een toekomstbeeld voor ogen.
“De stip aan de horizon is dat de spuitrobot ’s nachts bewerkingen uitvoert en ondertussen de gewassen meet. Die data zijn de volgende ochtend geanalyseerd en het systeem geeft specifieke opdrachten door. Bijvoorbeeld dat de teler meer of minder moet belichten, dat de salesafdeling een andere kwaliteit of gewicht moet verkopen dan gepland en dat het stekbedrijf opdracht voor levering van de vervolgteelt doorkrijgt.”

Tekst en beeld: Koen van Wijk