De inzet van veen in substraatmengsels staat steeds meer ter discussie. Ook Cornelis Bremmer van Bremmer Boomkwekerijen denkt dat zijn klanten op termijn een duurzamere teeltmethode zullen eisen. Daarom experimenteert hij sinds afgelopen winter met veenvrije substraatmengsels. De eerste resultaten zijn veelbelovend.

Veen vormt al jarenlang het hoofdbestanddeel van de diverse substraatmengsels die worden ingezet bij Bremmer Boomkwekerijen in Waddinxveen. Het bedrijf kweekt ruim honderdvijftig soorten coniferen in pot, op een oppervlak van 12,5 ha waarvan 1,1 hectare foliekas. Deze worden geleverd aan tuincentra in met name Scandinavië, Oost-Europa en Duitsland.

Stabiel en bufferend element

“Veen vormt een stabiel en bufferend element in substraatmengsels, wat betreft vocht en pH. En een goede pH-buffering is weer cruciaal voor een goede opname van nutriënten”, zegt Cornelis Bremmer, die samen met zijn neef Paul aan het roer staat van de kwekerij. “Maar feit is dat het afgraven van veen veel impact heeft op het milieu en de omgeving; daarom staat het gebruik hiervan steeds meer onder druk. Onze klanten vragen nog niet om producten gekweekt op veenvrij substraat, maar mocht dit er in de toekomst wel van komen, dan willen we voorbereid zijn. Of in ieder geval een goed verhaal hebben en kunnen onderbouwen waarom kweken op veenvrij substraat al dan niet mogelijk is.”

Experiment met twee mengsels

Om die reden, en om klanten te laten zien dat duurzaam werken de aandacht heeft, experimenteert Bremmer sinds afgelopen winter met veenvrije substraatmengsels. “We doen dit op kleine schaal: ik heb bij twee leveranciers een big bag met een veenvrij mengsel besteld. Hiermee zijn in februari enkele honderden potten met Juniperus chinensis ‘Stricta’ gevuld. Deze staan tussen de potten met de reguliere mengsels, en draaien dus gewoon mee in de reguliere teeltstrategie. Dat we voor deze coniferensoort hebben gekozen, is overigens geen toeval: als de bemesting niet optimaal is, zie je dit meteen aan het gewas. Wanneer deze conifeer goed gedijt in veenvrije mengsels, moet het met de meeste andere soorten ook lukken.”

Vochtgehalte en pH stabiel en op peil houden

De twee veenvrije mengsels zijn verschillend van samenstelling: het ene mengsel bevat vooral kokosproducten en perliet, het anders mengsel is op basis van kokos en houtvezels. “Het stabiel en op peil houden van het vochtgehalte en de pH, zodat nutriënten goed kunnen worden opgenomen, vormt de grootste uitdaging bij het telen op veenvrij substraat. Bij het mengsel met kokos en perliet gaat dit beter dan bij het mengsel op basis van kokos en houtvezels: hierbij fluctueert het vochtgehalte en is het substraat aan het einde van de dag te droog. Dit verhoogt ook het risico op schimmels als Phytophthora. Maar het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken; ik ben heel benieuwd hoe beide mengsels zich deze en volgende maand houden.”
Bremmer merkt wel dat de pH in de monsters van het kokos-perlietmengsel aan de hoge kant is. “Daar krijg ik het wat benauwd van, maar ik zie het nog niet terug in de gewasgroei. De ontwikkeling van het gewas blijft vooralsnog niet achter ten opzichte van de teelt op veensubstraat. Maar wellicht zijn naar de toekomst toe wel kleine aanpassingen nodig in de samenstelling van het mengsel.”

Opschalen proef

Samenvattend valt het telen op veenvrij substraat de kweker niet tegen; hij had verwacht dat het ingewikkelder zou zijn. “De resultaten zijn tot nu toe veelbelovend: de gewasgroei en de wortelontwikkeling zijn goed. We zijn er nog niet – er komen nog twee belangrijke maanden aan voor de gewasgroei –, maar telen op veenvrij substraat lijkt vooralsnog zeker kansen te bieden. Wanneer deze lijn zich doorzet, schalen we de proef volgend jaar wellicht op en breiden we deze uit naar meerdere gewassen. Maar daarover hak ik pas komende winter een definitieve knoop door.”

Tekst: Ank van Lier