De voedselproductie stijgt te langzaam om de wereldbevolking in 2050 te kunnen voeden. Er is dus een productiesprong nodig en dat is in principe ook mogelijk. De inzichten in bijvoorbeeld fotosynthese zijn namelijk sterk gegroeid de afgelopen jaren. Europese wetenschappers slaan de handen ineen en roepen op tot actie. De tijd begint te dringen: aanpassing van gewassen kost immers veel tijd.

De gewassen van nu zijn niet de gewassen van de toekomst. Er is een voortdurende ontwikkeling maar die gaat te langzaam. “De productiestijging bedraagt nu 1,5% per jaar. Maar tegen 2050 heb je een verdubbeling van de huidige productie nodig om alle mensen te voeden en dat red je zo niet. Bovendien is er extra teeltareaal nodig voor de productie van biomassa. Je moet het bestaand areaal dus efficiënter benutten anders moet je alle oerwouden kappen.
Bovendien is het nodig gewassen bestand te maken tegen klimaatverandering”, schetst René Klein Lankhorst de uitdagingen. Hij is programmaontwikkelaar bij Wageningen Plant Research, onderdeel van Wageningen University & Research. Samen met Europese collega’s heeft hij een onderbouwde oproep tot actie geschreven, die in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Biology is verschenen.
Ze hebben deze stap genomen omdat ze merken dat het gevoel van urgentie ontbreekt; 2050 is immers nog ver weg. “Maar veredeling van nieuwe gewassen gaat niet snel, ook niet als je alle beschikbare genetische technieken in kunt zetten. Dan moet je nog met twintig jaar rekenen. Over dertig jaar heb je echt een probleem als we niet tot versnelling komen”, zegt hij.

Alle gewassen aanpassen

Het gaat erom over de hele linie gewassen aan te passen, zodat ze veel productiever worden, beter bestand zijn tegen stress (die door klimaatverandering toeneemt), een hogere voedingswaarde hebben en duurzamer te telen zijn. Dat wil zeggen: met een efficiënter gebruik van water, meststoffen en energie.
In principe is dat goed mogelijk. De laatste jaren regent het inzichten hoe de fotosynthese te verbeteren valt zodat de productie met tientallen procenten omhoog kan. Ook Onder Glas heeft regelmatig aandacht besteed aan doorbraken op dit gebied. Verder groeien de inzichten in stress-resistentie en efficiënt gebruik van grondstoffen.
Maar het gaat vaak om het bewijs dat het kan: proof of principle in het Engels. Vervolgens moeten de ontdekte principes ingebouwd worden in alle gewassen, van aardappel en rijst tot groenten en fruit. Dat vergt een enorme investering. En dat is de reden dat Europese plantenwetenschappers de handen ineenslaan.

Prioriteiten

De afgelopen drie jaar is op een rij gezet hoe het zou kunnen. Dat is gebeurd binnen het programma CropBooster-P, waarbij de P staat voor preparatory (voorbereidend). Klein Lankhorst: “Het eerste jaar hebben we besteed aan een wetenschappelijke inventarisatie. Waar staan we nu, wat kunnen we allemaal en hoe zou je het kunnen uitvoeren? Daar komt een routekaart uit voort: een blauwdruk voor de aanpak.”
Het tweede jaar is besteed aan verwerving van draagvlak onder alle relevante partijen in de keten. “We hebben gepraat over de prioriteiten. Het blijkt dat ze inspelen op klimaatverandering het meest urgent vinden, gevolgd door opbrengstverbetering en daarna de voedingswaarde van de producten”, vertelt hij.
Momenteel, in het derde jaar, loopt een meningspeiling onder het grote publiek. Via opiniepeilingen op internet en via zogenaamde burgerjury’s. “Dat is een intensieve aanpak waarbij we mensen vier dagen lang bijpraten over de problematiek en mogelijke oplossingen, waarbij we het, samen met maatschappelijke partijen, van alle kanten belichten”, vertelt hij.
De verrassende uitkomst: de burgerjury’s vinden nieuwe genetische technieken, zoals Crispr-Cas acceptabel als die voor maatschappelijke doelen ingezet worden en er toezicht is. Dat is dus een duidelijke kanttekening bij de Europese stop op zulke technieken. Over een paar weken vindt een soortgelijke peiling plaats in het Verenigd Koninkrijk. Klein Lankhorst: “De deelnemers aan de burgerjury zeiden: we stemmen nu vóór nieuwe genetische technieken. Maar als we die informatie niet gekregen hadden, hadden we tégen gestemd. Het helpt dus echt om voorlichting te geven.”

Een miljard nodig

Na deze voorbereiding staan de wetenschappers in de startblokken voor het echte CropBooster programma: alle gewassen productiever, efficiënter en gezonder maken in een Europa-brede aanpak met de medewerking van meer dan 100 instituten uit alle Europese lidstaten. Geschatte investering: een miljard euro.
Dat is een flink bedrag, maar de Europese Unie heeft eerder soortgelijke investeringen gedaan op terreinen waar gezamenlijk actie nodig werd geacht.  Dat gebeurde binnen zogenaamd flagship programma’s. Voorbeelden zijn het in kaart brengen van het menselijke brein, de quantum computer en het onderzoek naar de mogelijkheden van grafeen (koolstof in een bepaalde structuur).
Klein Lankhorst: “Er zijn dus precedenten van forse investeringen in zo’n gezamenlijke aanpak. Geld is niet het struikelblok. De Covid-crisis heeft laten zien dat er grote bedragen vrijgemaakt kunnen worden, zodra het gevoel van urgentie er maar is.”

Tekst: Tijs Kierkels