De BOM Group heeft zich de afgelopen 50 jaar ontwikkeld van een innovatieve kassenbouwer, verwarmingsinstallateur en schermspecialist tot een internationale turn-key speler van formaat. Rond de jaarwisseling verhuisden ze van Naaldwijk naar een fris, modern pand in Hoek van Holland. Een locatie die vooral qua logistiek beter past bij de internationale klantenkring van BOM Group. We spreken met directeur Martin van Zeijl en blikken zowel terug als vooruit.

Het innoveren en continu verbeteren van producten en systemen loopt als een ‘rode draad’ door de geschiedenis van de Bom Group. De oprichter van de BOM Group, Piet Bom, is al lang geen eigenaar meer, maar zijn inventieve geest is nog voelbaar, zelfs – of misschien wel juist – in het nieuwe pand aan de Kulkweg. Van Zeijl: “Wij hebben in 2001 de zaak van hem overgenomen en in 2004 was hij er helemaal uit. Hij is nu bijna 80, maar hij denkt nog steeds met ons mee. Hij is ook nog steeds bezig met uitvinden, alleen nu voor de golfbaan. Zo heeft hij een golfkarretje bedacht met zonnepanelen er op voor de elektrische aandrijving en een inklapbare golfkar die je mee kan nemen in een vliegtuig… Daar kan hij ongelooflijk enthousiast over praten.”

“De overgang van stalen naar aluminium goot was een hele belangrijke, die wereldwijd navolging kreeg. Maar de lijst is veel langer.”

Piet Bom was verantwoordelijk voor de meeste innovaties van de BOM Group. “De overgang van stalen naar aluminium goot was een hele belangrijke, die wereldwijd navolging kreeg. Maar de lijst is veel langer. Op onze website hebben we een timeline met de belangrijkste innovaties gezet. Denk aan rolgevelschermen, de lage nok en APS-schermen tot aan de SunergyKas 2.0, een nieuwe generatie semi-gesloten kassen. Piet was en is een echte Willie Wortel. Nu zijn wij dat zelf. We hebben een aanzienlijke R&D-afdeling, die bovenop de nieuwste ontwikkelingen zit.”

Succesfactoren

De slimme innovaties van Piet Bom zijn bepalend geweest voor de groei van het bedrijf in de vorige eeuw. Nu die innovaties elkaar steeds sneller opvolgen, is technisch innoveren alleen niet meer voldoende. “We hebben een ongelooflijk strakke organisatie. We hebben een klein vast team van 30 mensen. We hebben verwarming en scherminstallaties in eigen huis. Ketels en andere installaties maken we niet zelf, we hebben wel een eigen verwarmingsafdeling die alles engineert, de inkoop verzorgt, de planning regelt et cetera. Voor water en elektro werken we samen met vaste partners. Zodat we met maximaal 3 of 4 bedrijven een turn-key project kunnen leveren. Je hebt daardoor korte lijnen, strakke afspraken, je bent ook flexibeler. Daarnaast werken we zoveel mogelijk samen met lokale partners. Daar zijn wij heel goed in: het organiseren van ons partnernetwerk. Ik zie het als een van onze belangrijkste succesfactoren.”

“Nu zitten we op nagenoeg 100 procent export. Dat heeft een enorme impact gehad op onze organisatie.”

Toen Van Zeijl in 1999 aan zijn loopbaan bij de BOM Group begon bestond de klantenkring vooral uit Nederlandse en Belgische tuinders. De omslag kwam met de crisis in 2008. “Nu zitten we op nagenoeg 100 procent export. Dat heeft een enorme impact gehad op onze organisatie. Vorig jaar waren we actief in elf landen. Vooral Duitsland, Noord-Amerika en Canada zijn belangrijke afzetmarkten. We hebben het afgelopen jaar ook projecten gedaan in Japan en China. In Polen en Rusland verkopen we ook goed, al loopt het in die laatste markt nu wat terug.”

Waterbesparende kassen

Welke technologische ontwikkelingen verwacht Van Zeijl voor de toekomst?  “Wij verwachten heel veel van het concept van de water saving greenhouse. Zo hebben wij in Riad (in Saoudi-Arabië, red.) net het grootste testcenter van het Midden-Oosten gebouwd. Minister Kamp was bij de opening aanwezig. Het complex is 8.500 m2 groot en bestaat uit 15 verschillende afdelingen, waarvan er 4 hightech (gesloten kassen met alle denkbare voorzieningen), 7 midtech (met verschillend dek, schermdoek en/of pad&fan-systeem) en 2 lowtech (plastic kassen) zijn. De mensen daar gebruiken nu 10.000 liter water per m2 en dan oogsten ze 30 kilo tomaten. Elke kilo tomaat kost dus 330 liter water. En dat in een land waar water schaars is en steeds schaarser wordt.”

“Wij denken dat ze met onze gesloten kassen 90% water kunnen besparen.”

Een waterbesparende kas kan het waterverbruik per kilo product drastisch verminderen, denkt Van Zeijl. “Wij denken dat ze met onze gesloten kassen 90% water kunnen besparen. Volgens de Universiteit van Wageningen kan de productie in zo’n kas theoretisch omhoog naar 114 kilo per m2. Maar als ze 90 kilo per m2 halen zijn wij al ongelooflijk blij. Dan verdienen ze die hightech kas snel terug. Je hebt daar 45 tot 46 graden buitentemperatuur, koeling met pad&fan kost veel meer energie dan bij ons. Het water pompen ze op uit de ondergrond, ze halen het zout eruit en pompen de brein weer terug. Het grondwater wordt dus steeds zouter. Je moet dus steeds diepere putten boren, dat houdt een keer op natuurlijk. Het kost ook steeds meer energie.”

Nul-emissie en nul-residu

Gaan we toe naar nul-emissie kassen en nul-residu kassen? “Helemaal tot nul kun je de emissies niet reduceren en helemaal nul wordt het residu ook niet. Maar bijna-nul kan wel. Zo werken wij met overdruk, bij ons heten die Air in Control kassen, waarbij je de boel buiten houdt. En wat er toch binnenkomt haal je eerst langs een soort filter, zodat je besmettingen buiten de deur houdt. Daarvan zijn er tot nu toe een paar verkocht. Die kas is vergelijkbaar met de Ultra-Clima kas en de Maxi Air kas, waarbij je met luchtbehandelingskasten in de gevel werkt, wel of niet in combinatie met pad&fan, binnenlucht recirculatie, CO2 dosering et cetera. Dat zien we wel als een groeimarkt, maar het werkt alleen in bepaalde gebieden. Als het buiten wat vochtiger is dan helpt dat soort systemen niet. Je moet wel droge buitenlucht naar binnen kunnen halen.”

“Kassen worden zuiniger, maar kwekers gaan ook zuiniger telen. Er gaat steeds meer techniek en kennis in een kas zitten.”

Hoeveel zuiniger kunnen de kassen nog worden? “Met 40 kuub ben je nu te duur, we gaan naar 20 kuub per m2. Kassen worden zuiniger, maar kwekers gaan ook zuiniger telen. Er gaat steeds meer techniek en kennis in een kas zitten.”

Vertical farming

Vertical farming? “Dat zie ik als nicheproduct. Grootschaligheid is dan natuurlijk weg, en je kostprijs gaat enorm omhoog. Als je boven op een ander pand een kas gaat bouwen, kun je natuurlijk niet bouwen voor de prijs die je kwijt zou zijn in een open gebied. Wij hebben voor een klant in Canada een hightech kas gebouwd die biologisch gaat telen voor Wholefoods. Als proef komt er ook zo’n kas dicht bij een winkel te staan. Als het een succes wordt wil Wholefoods waarschijnlijk bij meerdere winkels een kas gaan neerzetten. Daar zie ik meer in dan een geheel van de buitenomgeving afgesloten teeltsysteem, met meerlagenteelt, LED-verlichting, robots et cetera.”

“Ik denk dat de meeste mensen in de supermarkt toch eerst kijken naar de prijs.”

Hoe groot schat Van Zeijl de markt voor gesloten systemen? “Maximaal 10% van de kopers, verwacht ik. Dan praat je over mensen die het beter dan gemiddeld hebben en bereid zijn om 20% meer voor hun voedsel te betalen. Ik denk dat de meeste mensen in de supermarkt toch eerst kijken naar de prijs. Maar misschien is het voor de hipster die op zijn smartphone wil zien hoe het met zijn krop sla of verse vis gaat een uitkomst.”

No-nonsense

Waar staan jullie over vijf jaar? “Dan zitten we nog steeds in Hoek van Holland, met een hartstikke leuk team van enthousiaste mensen. We zijn een wereldwijd opererende speler. Maar we zeggen nog steeds tegen elkaar: we hoeven niet de grootste te zijn, zolang we maar de beste zijn. Al zullen we dat nooit van de daken schreeuwen. We hebben hier een no-nonsense cultuur. Wij zeggen ook altijd wat we doen en doen ook altijd wat we zeggen. De grootste worden is makkelijk, maar de beste blijven is veel moeilijker. Wij staan op beurzen, maar adverteren niet in de bladen waarin we vertellen hoe goed we zijn. Dat laten we liever aan onze tevreden klanten over.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen