Vorig jaar konden gerberabedrijven gebruik maken van een proefontheffing voor feromoonverwarring, om met deze techniek de voortplanting van Turkse mot te verstoren. Dick Kooij van Gerbera United uit Zevenhuizen is enthousiast over de resultaten. Voor het eerst sinds jaren hoefde hij niet chemisch in te grijpen tegen rupsen van deze plaag. “De preventieve werking in combinatie met biologische bacteriepreparaten is goed, dus wij gaan er graag mee door.”
De proefontheffing voor feromoonverwarring in gerbera’s kwam tot stand op verzoek van Glastuinbouw Nederland en de Gewascoöperatie Gerbera, en loopt door tot het einde van 2026. “Telers hebben er goed gebruik van gemaakt en de verwachting is dat het gebruik dit jaar oploopt van 70 naar de maximaal toegestane 100 hectare”, vertelt gewasbeschermingsspecialist Wouter Mooij, die de inzet en monitoring op de bedrijven begeleidde. Hij werd daarin bijgestaan door stagiair Yuri Droog, die er zijn afstudeeropdracht voor de studie Tuinbouw & Agribusiness bij Hogeschool Inholland aan wijdde.
Rupsen lastig te bestrijden
Feromonen zijn vluchtige chemische verbindingen, die door insecten worden afgegeven aan de omgevingslucht om potentiële partners te lokken en de kans op succesvolle voortplanting te vergroten. Iedere soort scheidt een soort eigen feromoon af.
“Wanneer de lucht met een feromoon is verzadigd, kunnen de mannelijke motten de bron niet meer traceren”, verklaart Mooij. “Zij weten dan niet waar de vrouwtjes zitten, wat de kans op succesvolle voortplanting verkleint. Voor de gerberateelt is dat een aantrekkelijk perspectief, omdat rupsen in dit gewas lastig zijn te bestrijden. Ze zijn in een dicht gewas lastig te raken met contactmiddelen en er zijn weinig chemische middelen over, zeker nu ook Nocturn en Runner niet meer gebruikt mogen worden. Dat was afgelopen jaar nog wel het geval.”
In maart geïntroduceerd
Dick Kooij van Gerbera United bevestigt dat de voortgaande versmalling van het middelenpakket een belangrijke drijfveer was om de mogelijkheden van feromoonverwarring tegen Turkse mot te beproeven. Dat gebeurde op meerdere bedrijfslocaties met behulp van navulbare dispensers, afkomstig van de feromoonproducenten HortiPro (Chrysodeixis chalcites) en SEDQ (Chrysotec).
Op de locatie in Zevenhuizen introduceerde Kooij op 10 maart Chrysotec in een niet afgegaasde kas, waar 300 dispensers per ha werden geplaatst. “Dat was preventief, omdat we toen nog geen motten of nieuwe rupsenvraat hadden waargenomen”, vertelt hij. “De eerste invliegers zagen we in week 16. Dat was tamelijk vroeg, wat waarschijnlijk samenhangt met de zachte winter.”
Mooij vermoedt dat Kooij het gelijk aan zijn zijde heeft. “De laatste vier jaar zien we gevallen die al vanaf week 14 de eerste invliegers krijgen, terwijl dat voorheen meestal week 18 was. We hebben deze winter vaker koude periodes met vorst gehad dan vorig jaar, dus ik ben benieuwd welk beeld we dit voorjaar te zien krijgen.”
Biologische bacteriepreparaten
Terug naar de ervaringen in de kassen van Gerbera United. Heeft Kooij het gevoel dat de feromoonverwarring de rupsenbestrijding ten goede kwam? “Ja, daar ben ik vrij zeker van”, antwoordt hij.
Mooij vult aan dat er voor monitoring ook gebruik wordt gemaakt van deltavallen en vanglampen. Turkse mot vormt de grootste bedreiging, omdat die minder gevoelig lijkt voor BT’s (biologische bacteriepreparaten) en chemische middelen dan de gamma-uil. “Desondanks adviseren wij om standaard BT’s in te zetten zodra er motten gesignaleerd zijn”, zegt de adviseur. “Vooral jonge rupsen zijn daarmee goed te bestrijden, waardoor je de kans op chemisch corrigeren met minder goed integreerbare middelen verkleint. Feromoonverwarring kan een nuttige aanvulling zijn om voortplanting tegen te gaan.”
Niet chemisch gecorrigeerd
Kooij: “Het versterkt onze systeemaanpak, waarin BT’s ook een belangrijke rol spelen. Met die biologische middelen en de feromoondispensers hebben we deze tuin goed vrij kunnen houden van rupsen, terwijl we voorheen altijd meerdere keren chemisch bij moesten sturen.”
Op de andere bedrijfslocatie werden de andere feromoondispensers beproefd. Ook daar waren de ervaringen positief, maar minder uitgesproken. “Het gekke is dat die kas is afgegaasd, waardoor er geen motten via de luchtramen binnenkomen”, merkt Kooij op. “Ik vermoed dat er op die tuin wat motten hebben overwinterd, dat er mogelijk wat rupsjes zijn meegekomen met plantmateriaal en dat de spuittechniek minder effectief was dan op deze locatie. Daar is wel chemisch ingegrepen, maar we zijn er ook doorgegaan met de verwarringsproef. De situatie is nu op orde en we hopen dat vast te houden.”
Bijtijds vervangen
Collega Dirk van Mil van EveryD Flowers deed op één van hun bedrijfslocaties ervaring op met de feromoondispensers van HortiPro. “Wij zijn begonnen in week 15 in één afdeling, toen we daar motten zagen, mogelijk overwinteraars. Een paar weken later hebben we ook in de twee andere afdelingen dispensers geplaatst.” De luchtramen zijn afgegaasd, waardoor de kans op invliegers klein is. “Via plantmateriaal en openstaande deuren kunnen ook motten binnenkomen, dus je moet goed blijven opletten en BT’s blijven inzetten”, zegt Van Mil.
“Vanaf het begin van de zomer liep de rupsendruk op, mogelijk door de versnelde afname van de feromoonconcentratie door de hoge temperaturen. De opgegeven werkingsduur is ongeveer 16 weken, daarna zijn ze toe aan vervanging. Afgelopen zomer hebben we ondanks de inzet van feromonen niet kunnen besparen op BT’s en chemische middelen. Toch heeft het wel gewerkt; in vergelijking met voorgaande jaren hadden we duidelijk minder bloemschade als gevolg van rupsenvraat en dat is winst. Dit jaar hopen we met dezelfde techniek nog wat vooruitgang te boeken door vroeger te starten en de feromoonconcentratie in de kas op niveau te houden.”
Positief oordeel
Beide telers oordelen dat feromoonverwarring bijdraagt aan beheersing van het rupsenprobleem. Om die reden gaan zij door met deze nieuwe techniek. Dat geldt ook voor Wouter Mooij, die de proef dit jaar opnieuw begeleidt.
Yuri Droog: “Ik heb ervaren hoe interessant dit werkveld is en wil mij daar graag verder in ontwikkelen. Het was interessant om in deze materie te duiken en een bijdrage te leveren aan de monitoring, dataverwerking en rapportage. Het zou mooi zijn als de ontheffing wordt omgezet in een definitieve toelating.”
Tekst en beeld: Jan van Staalduinen en Michel Heerkens















