Streng Growers in Boskoop biedt jaarrond een breed pakket tuinplanten. Vijf jaar geleden startte het bedrijf testen met telen in een veenvrij substraat. Dit werd ingegeven door de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en hun missie om zo duurzaam mogelijk te telen. Zo ontstond ook het idee om gecoate minerale meststoffen voor een deel te vervangen door organische. Met mooie resultaten tot gevolg.
“Wij willen jaarrond een interessant pakket tuinplanten aanbieden aan onze klanten”, zegt Tom Brand, verantwoordelijk voor verkoop en teelt bij Streng Growers. De variatie in aanbod is groot. Fruitplanten zoals aardbei, kiwi en diverse soorten bessen en klimplanten als clematis, passiflora en hedera. De meeste fruit- en klimplanten worden opgekweekt uit eigen stekmateriaal. Daarbij verrast het bedrijf haar klanten ook regelmatig met nieuwe soorten en producten.
“Ons assortiment is erop afgestemd dat we in alle seizoenen planten kunnen leveren.” Bijvoorbeeld allium en nerine onder het label ‘colourful spring’ en alstroemeria en rudbeckia in de lijn ‘colourful summer’. Het laat zich raden dat die worden aangevuld met colourful autumn en colourful winter. Met de gaultheria en picea als belangrijkste product in de wintermaanden.
De afzet verloopt via diverse afzetkanalen zoals tuincentra, supermarkten, groothandels en exporteurs. Maar de planten vinden ook hun weg naar de klant via Floriday, daghandel en de veiling. De afzetmarkt van Streng Growers is heel Europa, met het grootste aandeel voor het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk.
Duurzaamheid en personeel
Voor Brand betekent duurzaamheid ‘gewoon doen wat goed is’. Dat komt terug in alle facetten van het bedrijf. “We werken veel met machines zoals heftrucks om de planten neer te zetten en weer op te pakken. Alle gasheftrucks zijn vervangen door elektrische. Dat is niet alleen duurzamer, maar ook veel prettiger voor het personeel.” Op de daken van alle loodsen liggen ruim vijfhonderd zonnepanelen. Brand geeft aan dat dat ruim voldoende is om alle elektrische apparaten op te laden.
Het bewustzijn dat biodiversiteit rondom de kas belangrijk is, heeft ertoe geleid dat het afgelopen jaar veel groenstroken op het perceel zijn gezaaid met een bloemenmengsel voor een biodiverse akkerrand. “Vroeger werd het onkruid in de ‘loze’ randen vaak doodgespoten. We zetten steeds een stap verder in duurzame oplossingen.” Om groei van onkruid in de containers tegen te gaan, worden alle potten afgedekt met een laagje strooisel van olifantengras.
Alle planten worden opgekweekt in een ‘koude’ kas. De temperatuur ligt in de winter rond de tien graden. De kas wordt op temperatuur gehouden met behulp van energieschermen en ventilatoren.
SKAL-schema volgen
Ook bij de keuze van hun verpakkingen gaat Streng Growers voor duurzaam. Zo zijn alle containers gemaakt van gerecycled plastic en kunnen de potcovers worden hergebruikt.
Alle inspanningen zijn geborgd middels diverse certificaten zoals SKAL, MPS-A, MPS-GAP en GRASP. Dit maakt de milieuprestaties inzichtelijk voor de buitenwereld. “Wij voeren een aparte biolijn, vandaar ook het SKAL-keurmerk”, zegt Brand. “Hoewel bio maar een klein deel van ons aanbod is, houden we ons bij bijna alle noodzakelijke bespuitingen aan het SKAL-schema. Voor fruit maken we sowieso geen gebruik van chemische middelen. Bij de andere producten moeten we soms ingrijpen. We zien het als een sport om het zo lang mogelijk vol te houden volgens het SKAL-schema.”
Veenvrij substraat
Inmiddels teelt de tuinplantenkweker bijna alles op veenvrij substraat. Compost is een belangrijk onderdeel van het substraat dat wordt gebruikt. “Vijf jaar geleden zijn we gestart met testen of we veen konden vervangen. Drie jaar geleden zijn we bijna helemaal overgegaan. Dat had te maken met vraag vanuit het Verenigd Koninkrijk en zeker ook met onze positieve ervaringen tijdens de testen. We merken dat er sowieso steeds meer vraag is vanuit de markt naar het verhaal achter een product. Duurzaamheid is voor onze afnemers een belangrijk element van dat verhaal.”
Kort na de overstap op veenvrij substraat, kwam Brand in contact met Bas Nieuwesteeg, Business Development Manager bij DCM. Dit bedrijf is onder andere gespecialiseerd in organische en hybride meststoffen voor zowel professionals als consumenten.
Veel minder uitval
“Voorheen werkte we veel met gecoate minerale meststoffen. In overleg met DCM hebben we een test opgezet in de passiflora. Dat hebben we nu in vier rondes gedaan waarbij de laatste ‘schoof’ het moeilijkst is.” De laatste schoof betekent oppotten net voor augustus en halverwege februari uitleveren.
“In de wintermaanden is het donkerder, vochtiger en de planten staan veel langer in de kas dan in het voorjaar. Dat is de moeilijkste periode om de planten goed te houden. Planten die we in het voorjaar oppotten zijn na twee maanden klaar voor aflevering. Dankzij de toevoeging van een deel organische meststoffen, zien we nu veel minder uitval”, aldus Brand.
Bodemverbetering
Nieuwesteeg licht toe dat 25% van de minerale meststoffen is vervangen door organische. “Organische meststoffen doen meer dan alleen planten voeden. Ze zorgen bijvoorbeeld ook voor bodemverbetering en een grotere rijkdom aan microflora in het substraat. De verdeling van meststoffen in het substraat is beter en de stoffen komen makkelijker vrij. En de aanwezigheid van goede schimmels en bacteriën hebben een positief effect op bodem- en plantweerbaarheid. Dit zie je duidelijk terug in een betere wortelgroei en sterkere planten. Veel van onze organische meststoffen zijn RHP-gecertificeerd en bekend bij de substraatleveranciers.”
Het gebruik van hybride bemesting, krijgt dus zeker een vervolg in de teelt van passiflora. De proeven worden zelfs uitgebreid naar pieris en gaultheria. Brand: “Zo ontwikkelen we steeds verder, afhankelijk van de resultaten van de proeven met in ons achterhoofd dat alle aanpassingen die we doen moeten bijdragen aan een duurzaam geteeld product.”
Op kleine schaal testen
De meststoffenleverancier produceert al hun organische meststoffen in België. “Daarbij maken we alleen gebruik van hoogwaardige grondstoffen uit reststromen van de voedingsindustrie: denk bijvoorbeeld aan beendermeel of cacaodoppen. Tachtig procent van onze ruwe grondstoffen kopen wij overigens binnen de Benelux. Dit heeft een gunstig effect op de transportkilometers en uitstoot. Op die manier herwaarderen wij reststromen”, zegt Nieuwesteeg. Hij ziet duidelijk een ontwikkeling waarbij de markt steeds meer overgaat op organische meststoffen. “Het is voor telers goed om nu op kleine schaal testen uit te voeren met hybride bemesting. Zo kunnen ze ervaren hoe de diverse teelten hierop reageren.”
Tekst en beeld: Wilma van den Oever














