Lange tijd stond teeltmanager Peter van Ninhuys sceptisch tegenover de inzet van biostimulanten. Vorig jaar besloot hij toch de proef op de som te nemen en te gaan experimenteren met een biostimulant. De resultaten overtroffen zijn verwachtingen: het komkommergewas neemt voedingselementen beter op, is sterker en vitaler en minder vatbaar voor ziekten en plagen. Hierdoor hoeft hij minder bespuitingen uit te voeren. “Ik zet de biostimulant nu standaard in op het hele bedrijf.”
Dat Peter van Ninhuys vorig jaar besloot om in zijn winterteelt komkommers het product PlantiPower All12 te gaan inzetten, kwam puur en alleen doordat hij vertrouwen had in de ondernemers achter het product. “Ze kwamen hier uit de buurt, spraken ook Limburgs dialect en kwamen serieus en betrouwbaar over”, zegt de teeltmanager van Van Gog Kwekerijen in Helmond. “Ze wilden graag een proef doen in onze komkommerteelt en hoefden daar geen geld voor. Mijn gevoel was goed, ik besloot het een kans te geven. Ondanks dat ik tot die tijd heel wantrouwend was ten opzichte van biostimulanten; ik vond het maar niks.”
Geen chemische bestrijding nodig
De inzet in de winterteelt liet meteen een positief resultaat zien. “In de afdeling waar ik de volledige dosering meegaf, bloeiden de planten twee dagen eerder. Daarnaast kon ik tot het einde van de teelt geen stipje meeldauw ontdekken en had ik ook geen last van spint. Sterker nog: we hoefden geen enkele chemische bestrijding uit te voeren gedurende de teelt. Ook lieten bladmonsters zien dat de nutriëntenopname beduidend beter was dan bij het gewas dat het zonder de biostimulant moest doen.”
Beter bestand tegen hitte
Dit deed Van Ninhuys besluiten om de biostimulant ook in te gaan zetten in de andere afdelingen. Inmiddels druppelt hij deze standaard mee in iedere teelt, op het volledige areaal van 14 ha. “We druppelen het middel één keer per maand mee met het gietwater en hanteren daarbij een dosering van 50 liter per hectare. That’s it.”
De eerdergenoemde voordelen ervaart hij nu nog steeds. “We hebben het hele jaar nog weinig chemie hoeven in te zetten; meeldauw en spint zijn nauwelijks een ding. Ik weet natuurlijk niet zeker of dit door de biostimulant komt, maar deze speelt waarschijnlijk wel een belangrijke rol. Het is geen wondermiddel, maar wel een steuntje in de rug op momenten dat de plant veel stress heeft. Hierdoor is het gewas sterker en weerbaarder en slaan ziekten en plagen minder snel toe.”
Van Ninhuys ervaart ook dat de planten beter bestand zijn tegen hitte. “Dat zagen we bijvoorbeeld tijdens de gigantisch hoge temperaturen van eind juni. In één afdeling had ik het middel toevallig niet meegedruppeld en daar waren de planten veel geler. Ook laten bladsapmonsters zien dat de planten meer calcium en silicium opnemen en ook meer suikers aanmaken.”
Minder chemie-inzet
Van Ninhuys weet niet of het middel ook concrete productiewinst oplevert. “Maar aangezien iedere bespuiting geld kost, is het heel aannemelijk dat we ook op dat vlak voordeel behalen.”
Nadelen kan hij niet echt benoemen. “Ja, zo’n middel kost natuurlijk geld. Maar veel chemische gewasbescherming inzetten, is nog duurder. Daar bespaar ik nu flink op. Hoeveel precies is moeilijk te zeggen. Dat verschilt ook van jaar tot jaar.”
Zijn wantrouwen ten opzichte van biostimulanten is in ieder geval weggenomen. “Ik ben niet meteen van plan om ook nog andere biostimulanten te gaan beproeven, maar zo’n middel kan écht een verschil maken. Dat heb ik wel ervaren.”
Tekst: Ank van Lier, beeld: Mario Bentvelsen










