In de lisianthusteelt vormen brandkoppen een hardnekkig probleem. Eerder onderzoek liet zien dat een lage luchtvochtigheid en extra luchtbeweging de schade kunnen voorkomen, maar daardoor verdampt het gewas meer en is meer energie nodig voor vochtafvoer.
Nieuw onderzoek van Plant Lighting laat nu zien dat lisianthus vooral tijdens de korte fase gevoelig is voor het ontstaan van brandkoppen. Dat biedt kansen om het klimaat veel gerichter én energiezuiniger te sturen. De resultaten zijn gepubliceerd in een nieuw deelrapport van het lopende onderzoek ‘Lisianthus sturen per teeltfase: de weg naar fossielvrij’.
Gevoelige fase tussen 1,5 en 3 weken
Uit het onderzoek blijkt dat brandkoppen ontstaan tijdens een duidelijk afgebakende periode van ongeveer 1,5 tot 3 weken na het uitplanten. Is de verdamping in deze fase onvoldoende, dan neemt het risico op brandkoppen toe. Voor en na deze periode blijkt het klimaat nauwelijks invloed te hebben op het ontstaan ervan.
Dat is een belangrijk inzicht. Als je als teler alleen tijdens deze kritische fase extra hoeft te sturen op verdamping, kan daarbuiten mogelijk vochtiger en daarmee energiezuiniger worden geteeld. Ook blijken brandkoppen relatief snel na het ontstaan zichtbaar. Bij de eerste symptomen kan dus nog worden ingegrepen met aanpassingen in het klimaat om verdere schade te beperken.
Verdamping is bepalend
Hoe de extra verdamping tijdens de gevoelige fase wordt gerealiseerd, blijkt minder belangrijk. Zowel een lagere relatieve luchtvochtigheid als extra luchtbeweging rond het groeipunt werkt. Ook het moment van de dag waarop de extra verdamping plaatsvindt, maakt weinig verschil. Vooral de hoeveelheid verdamping telt: hoe hoger de verdamping, hoe minder brandkoppen.
Meer licht geven blijkt hiervoor geen effectieve oplossing. Ook aanpassingen in daglengte en lichtspectrum hadden nauwelijks of geen effect op het ontstaan van brandkoppen.
Lagere temperatuur biedt tweede mogelijkheid
Het onderzoek bracht nog een andere kansrijke strategie naar voren: het tijdelijk vertragen van de gewasontwikkeling. Een verlaging van de etmaaltemperatuur van 28ºC naar 25ºC tijdens de gevoelige fase zorgde voor een sterke afname van het aantal brandkoppen, zelfs bij een relatief lage verdamping.
De brandkoppen ontstonden later in de teelt ook niet alsnog. Daar staat tegenover dat de lagere temperatuur de teelt met ongeveer vier dagen vertraagt.
Op weg naar fasegerichte klimaatsturing
De resultaten bieden perspectief voor fasegerichte klimaatsturing in lisianthus. In plaats van gedurende de hele teelt omstandigheden aan te houden die veel verdamping veroorzaken, kan mogelijk alleen tijdens de korte gevoelige fase gericht worden gestuurd. Daarvoor is in de praktijk wel een teeltsysteem nodig waarin verschillende groeistadia afzonderlijk zijn aan te sturen, bijvoorbeeld met compartimentering of gerichte luchtbeweging.
Het onderzoek ‘Lisianthus sturen per teeltfase: de weg naar fossielvrij’ bestaat uit twee werkpakketten. Na het onderzoek naar de gevoelige fase voor brandkoppen volgt een kasproef bij Delphy Improvement Centre. In twee proefkassen wordt onder full LED een standaardteelt vergeleken met een klimaatstrategie gericht op het voorkomen van brandkoppen én het besparen van energie.
Financiering en coördinatie
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Plant Lighting in samenwerking met Delphy Improvement Centre. Het project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Medegefinancierd door de gewascoöperatie Lisianthus, Takii, Sakata, Florensis, Van Egmond Lisianthus, Svensson Nederland en Signify. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers.
Tekst: Jasper van Diemen, beeld: Plant Lighting










