Bredefleur teelt in totaal zo’n 22 miljoen stelen snijlelies per jaar. In de teelt, grondbehandeling en schoonmaak van de kas kijkt het bedrijf zo veel mogelijk naar duurzame opties. “Die zijn soms duurder, maar je bent niet alleen voor jezelf op de wereld, je hebt een maatschappelijke verantwoordelijkheid”, vindt mede-eigenaar Peter Evers.
Met vestigingen in Moerkapelle en Luttelgeest van elk 8 ha timmeren de jonge broers Peter, Thomas, Ruben en Levi Evers goed aan de weg. Ze zijn snijlelietelers in hart en nieren. Hun opa stapte als pionier in de lelieteelt in de kas en hun vader breidde dat verder uit met een gerichte markt- en ketenaanpak.
De vier broers vormen gezamenlijk de directie, waarbij Peter en Thomas de nieuwe vestiging in Luttelgeest runnen. De taken zijn helder verdeeld. Peter is verantwoordelijk voor personeel en organisatie, Thomas voor bolleninkoop en teelt, Ruben voor bollenplanning en teeltontwikkeling en Levi voor verkoop & marketing.
Goed zorgen voor je grond
Een bezoek aan de kassen van Bredefleur levert zomer en winter dezelfde taferelen op. In de meeste kappen staat het gewas in alle rust te groeien in alle stadia; van net geplant met de mestkorrels nog op het bed, plantjes van enkele centimeters hoog tot aan oogstbare stelen. Elders liggen kappen leeg. Daar wordt gefreesd, gewasrestanten onder geklepeld en de grond geprepareerd om opnieuw te kunnen planten. Op beide locaties wordt geteeld in een substraat van zo’n 50 cm opgebrachte veengrond.
Peter Evers: “Elke week gaan in ons bedrijf een half miljoen bollen de grond in en uit. Een teeltcyclus duurt acht tot twaalf weken. Bij elke wissel is het van groot belang dat de grond weer zo goed mogelijk geconditioneerd wordt.”
Telen in de grond betekent goed zorgen voor je grond, met die boodschap zijn de broers grootgebracht. Vader Piet deed er alles aan om de grond vitaal te houden en zat altijd met zijn vingers in de grond, vertelt de lelieteler. “Met die houding zijn we opgegroeid. Mijn broer heeft nu een teeltprotocol geschreven voor een gezonde teelt. Hij moet elke week de grond voelen, in elke kap. Dat hoort erbij.”
‘Natuurinclusief’
Op een deel van het bedrijf telen de broers maximaal duurzaam, of ‘natuurinclusief’ zoals Peter het noemt. “Hier bereiden we de nieuwe teelt voor met een mengsel van allerlei natuurlijke middelen, zoals zeewierextracten, biostimulanten, koeienmest, kalk etc. We passen dit op een steeds groter deel van de tuin toe.” Grond stomen hoort daar nog wel bij, vooral tegen Fusarium en Pythium. Die belemmeren de wortelvorming bij de start van een teelt, geeft hij aan.
Tijdens de teeltwisseling wordt de bodem geprepareerd met een serie grondbewerkingen, die Bredefleur in wisselende combinaties toepast. “Loof klappen, frezen, spitten en diepwoelen doen we allemaal, maar niet alles tegelijk. Loof klappen is soms nodig om na het gewasruimen de plantenresten zo klein mogelijk onder te werken. Twee keer frezen doen we standaard en dan eventueel nog spitten. In perioden dat het erg nat is gaan we diepwoelen, om de ondergrond goed waterdoorlatend te maken.”
Waar mogelijk kiezen de lelietelers een duurzame optie. Evers: “We staan behoorlijk progressief in de milieudiscussie. Als familiebedrijf ben je altijd bezig met de volgende generatie. Ik vind dat je een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebt naar je omgeving. Ik heb dat ook zo meegekregen van mijn vader en opa; je bent niet alleen voor jezelf bezig.”
Biologisch schoonmaakmiddel
Duurzaam ondernemen komt ook om de hoek kijken bij de keuze in schoonmaakmiddelen. Voor het afspuiten van het kasdek gebruikt Evers sinds enkele jaren het middel Agrona AG Clean+ van de Agrona Group. “Zij kwamen als beste uit onafhankelijke onderzoeken naar middelen die geschikt zijn om diffuus glas schoon te maken én het is een biologisch afbreekbaar middel”, beargumenteert Evers deze keuze. “Op een deel van onze kassen ligt diffuus glas met een hoge hazefactor van 70: een structuur met grote ribbels. Daardoor krijg je deze ruiten niet schoon met water alleen.”
Elk najaar wordt het kasdek van buitenaf gereinigd. “We spuiten het glas met de spuitboom eerst in met dit middel. Dan kan het vuil inweken en kunnen we het er na een half uur afspoelen met de kasdekreiniger.”
Dat het biologisch afbreekbaar is, is doorslaggevend voor de teler. “Ik vind dat in de hoek van de schoonmaakmiddelen het milieu veel te weinig aandacht krijgt. Er zijn krijt- en reinigingsmiddelen in omloop die na gebruik in de sloot belanden en daar de biodiversiteit veel schade toebrengen. Dan word ik furieus. Een afbreekbaar middel is misschien iets duurder, maar hier heb je als teler ook een rol om de duurzame ontwikkeling bij je toeleveranciers te stimuleren.”
Ketenbenadering
Evers is trots op het familiebedrijf, maar ook op de positie die Nederland in de lelieteelt heeft opgebouwd. “We zijn de leliespecialist van de wereld, hebben op elk vlak alles in huis. De bollen worden hier om de hoek geteeld, de kennis, veredeling, export en logistiek: we hebben alle schakels van de keten op een hoog niveau georganiseerd. Daarom kunnen wij onze producten vers tot diep in Oost-Azië afleveren. Wij hebben daarvoor zelfs onze eigen exportdozen ontwikkeld, waarin de lelietakken goed geconditioneerd blijven.”
Hun vader begon jaren geleden al met de ketenbenadering, door alle schakels intensief te betrekken bij hun productie. Dat model hebben de broers verder verfijnd. “We hebben nauw contact met alle ketenpartners en stemmen alle stappen zo goed mogelijk op elkaar af. Nieuwe cultivars gaan we pas telen als er marktbescherming is en langdurig commitment bij afnemers.”
Ze proberen overproductie te voorkomen. “Overproductie is kapitaalvernietiging. Dat is het grootste probleem in de bollenteelt”, stelt de teler. “Het veredelen kost miljoenen. Als je nieuwe soorten te snel en te veel laat telen, dan gooi je die waarde te grabbel. Daarom beschermen wij het assortiment.”
Kwaliteit en merkontwikkeling
Ook voor de teeltkwaliteit volgen de broers wat er bij de andere schakels gebeurt. “We controleren bijvoorbeeld de bollen die bij onze toeleverende bollentelers in de grond zitten. We steken van elk ras een paar planten af om de kwaliteit te beoordelen. Met de verkoop bemoeien we ons ook actief. Hoe meer kennis exporteurs hebben over onze bloemen, hoe beter ze die kunnen verkopen.”
Bredefleur steekt veel energie in de merkontwikkeling met filmpjes, reclame en social media-activiteiten. “Wij zijn de enige snijlelieteler met alle groepen in het sortiment, zowel LA’s, OT’s, Oriëntals en Longiflorums. We kiezen vooral voor exclusieve soorten en continuïteit in de afzet en zetten sterk in op ons eigen merk. Want we willen graag dat onze klanten ‘Bredefleur lelies’ kopen.”
Tekst en beeld: Koen van Wijk













