Sinds eind april rijdt in Naaldwijk een bladsnijrobot in een demokas. Na een half jaar testen is Roy Verbeek positief over de resultaten. “Wij zien deze robot wel zitten. Hij – we noemen hem Lars – is heel gebruiksvriendelijk en presteert constant. Perfect is de robot nog niet, maar de ontwikkeling gaat hartstikke snel. Het voordeel van de samenwerking met de leverancier is dat de robot met al onze rassen leert bladsnijden.”
Op dit moment verwijdert de robot, die op 1.000 m² wekelijks zijn rondjes in de demokas van Axia Seeds draait, naar schatting 80 tot 85% van de bladeren. Op zijn weg komt de robot maar liefst 18 verschillende tomatenrassen tegen, die elk een andere gewasopbouw hebben. Het voordeel daarvan is dat de robot van al die rassen gewasdata verzamelt, waardoor het bladsnijden met elke software update steeds sneller en beter gaat.
Roy Verbeek verantwoordelijk voor datacollectie en -verwerking bij het veredelingsbedrijf: “Je hebt er weinig omkijken naar. Hij kan weleens een stompje laten staan, er kan weleens een blad in een stengel blijven hangen. Nu nog wel, maar hoe dat in de toekomst is: de ontwikkeling gaat hartstikke snel.”
Verschillende rassen
De firma Aisprid is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de robot, die naar eigen zeggen al op 20 verschillende tomatenbedrijven in Nederland, België en West-Frankrijk draait. Totaal draaien er nu in totaal iets meer dan 50 robots in de praktijk. Het gaat om een commercieel product, al wordt nog wel dagelijks gewerkt aan verbeteringen. Een team van 35 mensen, dat in Saint-Malo in Frankrijk is gevestigd, is daarvoor verantwoordelijk. “De robot kan worden gekocht tegen betaling van een abonnementsvergoeding of worden geleased via een Robot-as-a-Service (RaaS)-contract. De ambitie is om volgend jaar 100 machines te verhuren”, aldus oprichter Nicolas Salmon.
Het idee achter de samenwerking met Axia Seeds is dat de robot met hun rassen getraind wordt en de overgang voor telers naar een bladplukrobot soepeler verloopt, zegt Verbeek. “De software van de robot is in onze kas getraind. De robot leert hier van verschillende rassen. Wij zijn dit jaar voornamelijk bezig met grof tros, middelgrof tros en pruimtomaat. Volgend seizoen willen we het ook in onze mini plums, cherries en cocktails gaan doen. Die hebben meer stengels per vierkante meter, dus zal de robot meer blad moeten gaan snijden.”
Robot werkt autonoom
Verbeek: “De robot werkt autonoom van voor naar achter en kan ook zelf van pad wisselen, al werkt dat bij ons niet perfect. Dat komt door slijtage aan het betonpad. Wij hebben een vrij oud betonpad, waardoor de machine soms moeite heeft een pad in te rijden. De voorbumper wordt weleens geraakt door de buisrail waar die op moet rijden. Dat geeft een storing. Dan krijg ik een berichtje op mijn telefoon. Dan zie je waar de robot stil staat en moet je er even heen. Als het betonpad bij ons vlak zou zijn, heeft de robot geen moeite om op de buisrail te komen. Die is daar 100 procent klaar voor.”
De robot wordt gestart om 16 uur als de medewerkers naar huis gaan en maakt dan tot in de nacht het werk op de geselecteerde paden af. “Op een app kan ik bijvoorbeeld zien hoeveel bladeren hij gedaan heeft, en dat vergelijken met de dag of week daarvoor.”
“Je ziet ook wat de status van de accu is. Het opladen daarvan kost twee uur. Daarna kan hij weer 20 uur draaien. Dat werkt allemaal goed. Er zit ook een bedieningspaneel op de robot zelf, je kunt instellen op welke hoogte hij moet gaan snijden; is er net gezakt of niet. De minimale hoogte is 1,20 meter, de maximale hoogte is 2 meter. Hoe groter de range is die je instelt hoe langer het bladsnijden duurt.”
Snelheid
Een medewerker kan het bladsnijden relatief snel leren. Planten laten zakken, indraaien, snoeien en oogsten is lastiger: daar is feeling voor nodig. “Maar een robot zeurt niet, heeft geen slechte dag en presteert constant. Hij kan dag en nacht doorgaan en ook in de weekends draaien. Ik ben gewoon positief. Ook omdat het een veel eenvoudiger taak is dan het oogsten van trossen. Hij is al heel gebruiksvriendelijk. Het enige ding is: hij moet concurreren met een ervaren bladsnijder.”
De robot sneed in het begin 130 bladeren per uur en haalt nu rond 160 bladeren per uur. Dat is een groot verschil met een ervaren bladplukker, die tussen 1.200 en 2.000 bladeren haalt, erkent Verbeek. “De planten zijn lang en hangen soms wat in elkaar wat vertraging geeft. Ik ben benieuwd wat Lars in het nieuwe teeltseizoen gaat presteren.” Volgens de fabrikant is het doel om uiteindelijk met 1 robot 1 hectare tomaten te bedienen.
Medewerker blijft nodig
Het nalopen van de geplukte paden blijft nodig, omdat de robot ondanks alle geavanceerde technologie niet overal bij kan. De robot zal dan ook nooit de mens volledig vervangen, zegt Verbeek.
“Misschien dat hij sneller kan werken met een extra arm aan boord. Mensen hebben in hun ene hand een mesje en met de andere hand halen ze het blad weg. Nu moet de robot steeds het blad in het midden op de grond gooien. Als de robotarm met elke handeling vlak bij de plant blijft, kan hij misschien twee keer zo snel worden. Ik praat daar ook met Aisprid over, ze zijn druk bezig om het proces te versnellen. Maar om concurrentieredenen zijn ze daar niet heel open over, dat is logisch.”
Rasverschillen
Hebben robotvriendelijke rassen de toekomst? Verbeek denkt van wel: “Daar werken we al aan. We zien nu al rasverschillen: de robot kan weleens een tros laten vallen of afscheuren. Het ene ras is daar gevoeliger voor dan het andere. Daarom zijn we ook met dit bedrijf gaan samenwerken en die samenwerking loopt heel goed.”
“Ik zit in een groepsapp met de directie en de monteurs. Als er wat is gooien we dat in de app, we sturen een filmpje en zij reageren erop. Zij zitten op ons wifi-netwerk en kunnen meekijken wat er aan de hand is. Er zit een camera aan boord die dat mogelijk maakt en ze kunnen de robot ook op afstand besturen. Als er een storing is wordt dat eigenlijk direct opgelost.”
Tekst en beeld: Mario Bentvelsen















