De energievoorziening verduurzamen en de arbeidsbehoefte minimaliseren. Dat zijn volgens snacktomatentelers Bas en Ton van Leeuwen de belangrijkste voorwaarden om in de toekomst bestaansrecht te houden. Door te investeren in drijvende zonnepanelen en een batterij voor de opslag van elektriciteit − om in de toekomst een warmtepomp aan te drijven − hebben zij recent flinke stappen gezet richting een energieneutrale teelt. Daarnaast draaien er sinds augustus vijf oogstrobots op het bedrijf.

Toekomstbestendig worden. Dat is de stip op de horizon voor de broers Bas en Ton van Leeuwen. Zij runnen een snacktomatenbedrijf van 14 ha in Grubbenvorst. Energieneutraal worden is één van de belangrijkste voorwaarden om toekomst te houden, onderstreept Bas van Leeuwen.
“Maar dit is geen eenvoudige opgave voor een teler in Noord-Limburg. Geothermie is voorlopig geen optie in deze regio. We experimenteerden de afgelopen jaren wel met de afname van restwarmte van een datacenter, maar dat bleek te complex en lastig te matchen. Op dit moment zijn we voor onze warmtevoorziening dan ook nog aangewezen op vier WKK’s, met een totaalvermogen van 9,5 MW.”

Zonnepanelen en batterij

De ondernemers zien wel kansen in het verwarmen van de kassen met een warmtepomp. Om een dergelijke pomp van stroom te voorzien, investeerden zij recent in 3.600 zonnepanelen van New Energy Systems. Bijna 2.000 panelen drijven op het bassin, de anderen liggen op de verpakkingshal en de corridor richting de kas.
“De panelen leveren samen 2 MWp aan zonne-energie. Deze elektriciteit wordt ingezet om onze bedrijfsprocessen te laten draaien, de rest slaan we op in de batterij waarin we hebben geïnvesteerd. Deze heeft een opslagcapaciteit van 6,88 MWh en was − toen we deze eind 2024 aanschaften − de grootste accu die tot dan toe was geplaatst op een glastuinbouwbedrijf. De stroom uit de batterij van New Energy Systems zetten we in op ons eigen bedrijf of bieden we aan op de markt voor regelvermogen. Omdat zo’n accu na twee uur leeg is, staat er een WKK achter als back-up. Die kan de levering indien nodig overnemen.”

Zwaardere netaansluiting

Met de gedane investering wisten de ondernemers hun elektriciteitsvoorziening al fors te verduurzamen. Daarnaast sorteren zij hiermee voor op de aanschaf van een warmtepomp. “Die kan straks deels draaien op stroom van de zonnepanelen en uit de batterij”, zegt Van Leeuwen.
“Daarnaast zal nog netstroom nodig zijn. Wij hebben enkele jaren geleden al een zwaardere netaansluiting geregeld om dat mogelijk te maken. Dat blijkt achteraf een goede beslissing: volgens de netbeheerder moet je in deze regio nu vijftien jaar wachten op een verzwaring van je netaansluiting.”
Op welke termijn de warmtepomp er precies gaat komen, kan de snacktomatenteler nog niet zeggen. “Door de stijgende kosten voor de inzet van fossiele brandstoffen zal een dergelijke investering binnen een paar jaar economisch interessant worden. Daarnaast zullen we grotere buffers moeten gaan neerzetten om de warmte in op te slaan. Maar we gaan niet alles tegelijk realiseren, dat doen we stap voor stap.”

Robuust energieplaatje

De telers oriënteren zich daarnaast op de inzet van waterstof. Zij onderzoeken of ze wellicht zelf waterstof kunnen gaan maken. “Dat is complex, maar we zien hierin wel mogelijkheden voor de toekomst. Dat moet ook, want je kunt qua verduurzaming van de energievoorziening niet op één paard wedden. Deze transitie moet, naar onze mening, over meerdere sporen lopen. Dan creëer je een robuust energieplaatje richting de toekomst en kun je zo goedkoop mogelijk voorzien in je warmte- en elektriciteitsbehoefte. We willen zo flexibel mogelijk zijn en blij worden van zowel hoge als lage energieprijzen. Bij hoge prijzen kunnen we stroom terugleveren aan het net, bij lage prijzen slaan we energie op.”

Vloeibare groene CO₂

Door de aanschaf van de zonnepanelen worden de WKK’s vaker afgeschakeld. Om de CO₂-voorziening te waarborgen, kopen de Van Leeuwens vloeibare groene CO₂ in. “Dit is duurder, maar geen CO₂ kost nog meer geld. Daarnaast oriënteren we ons samen met collega’s op het afvangen van CO₂ uit de buitenlucht. Dat is nog niet makkelijk rond te rekenen, maar kan wel een interessante back-up gaan vormen richting de toekomst.
“Al met al is de transitie richting energieneutraal telen zeker niet eenvoudig, het is een flinke puzzel. Maar de tijd tikt door en stilstaan is geen optie. Ik ben er desondanks van overtuigd dat de WKK niet uitgerangeerd zal raken. De WKK houdt zonder meer een rol. Er is een back-up nodig voor het elektriciteitsnet en WKK’s blijven nodig om het net in balans te houden. Wind en zon zijn immers niet altijd beschikbaar.”

Kansen in samenwerking

Van Leeuwen is ervan overtuigd dat energieneutraal telen mogelijk is voor zijn bedrijf. “Wij hebben het geluk dat we onze netaansluiting tijdig hebben laten verzwaren. Is je netaansluiting niet zwaar genoeg, dan wordt het behoorlijk ingewikkeld in deze regio en ben je sterk afhankelijk van externe ontwikkelingen. Denk aan de mogelijke realisatie van een netwerk voor groene waterstof. Maar ook samenwerking tussen telers onderling kan mogelijk een oplossing bieden: niet iedere ondernemer benut immers op elk moment zijn volledige netcapaciteit. Op dat vlak liggen ook kansen.”

Arbeid niet negeren

Een energieneutrale bedrijfsvoering is volgens de ondernemer niet voldoende om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Hij wil ook minder afhankelijk worden van seizoensmedewerkers. “Energie en arbeid zijn de belangrijkste thema’s die we als glastuinbouw bij de kop moeten pakken”, stelt Van Leeuwen. “En zeker snacktomatentelers moeten aan de slag met robotisering, aangezien de oogst van ons product relatief veel arbeid vergt. Wij hebben gemiddeld 120 fte aan het werk op ons bedrijf. Robotisering kan helpen om grip te houden op de kostprijs, ook richting de toekomst.”
“Ook is dit nodig vanwege de demografische ontwikkelingen – er worden steeds minder kinderen geboren – en er omdat er steeds meer discussie komt rond de inzet van arbeidsmigranten. Kortom: het thema arbeid kunnen we niet negeren.”
Het bedrijf voerde vorig jaar de eerste testen uit met een oogstrobot van het Amerikaanse bedrijf Four Growers. Deze zomer werden vijf van deze robots in gebruik genomen, die ieder één hectare voor hun rekening nemen. “Wij zetten het eerste commerciële project op met deze robots. De robots − die op stroom rijden en handmatig in de volgende rij moeten worden geplaatst − zuigen de tomaatjes in de juiste hoek van de tros en plaatsen deze in kleine kratjes, die in een krattenkar gaan.”

Nauwkeurigheid en snelheid

Van Leeuwen is er eerlijk over: de robots werken nog niet probleemloos. “Dat zagen we al bij de testen van vorig jaar. We zijn toen in gesprek gegaan met de leverancier en zij zijn, op basis van onze input, verder gaan programmeren. Binnen twee uur zetten we op deze manier flinke stappen voorwaarts. Dat gaf ons voldoende vertrouwen om hiermee door te gaan. De robot is nog lang niet uitontwikkeld, maar we zien de potentie. Er is heel veel mogelijk.”
De kwaliteit van de snacktomaten die de robot oogst is gelijk aan die van het handmatig geoogst product, blijkt uit hardheidsmetingen en bewaarproeven. “Naoogsten blijft voorlopig wel nodig; de robots halen niet alle snacktomaten van de planten. Daar is nog een flinke slag te slaan, net zoals op het vlak van nauwkeurigheid en snelheid. We pakken die zaken stap voor stap aan. En zoals gezegd: we zien verbeterruimte. Maar dat neemt niet weg dat dit een heel spannend proces is.”
Van Leeuwen kan niet zeggen hoeveel arbeid hij op dit moment al bespaart met de robots. “Voor ons is vooral belangrijk dat inzet van de robots niet duurder is dan mensenhanden. Dat is nu niet het geval. En het kan alleen maar beter worden.”

Verschillende schaakborden

2026 wordt een belangrijk jaar: dan gaan de ondernemers voor het eerst een heel seizoen draaien met de robots. Wellicht schaffen de broers dan ook nog extra robots aan. “We willen ons team dan ook meer in dienst laten werken van de robots en niet andersom, zoals nu nog het geval is. Verder is de juiste rassenkeuze belangrijk om robots optimaal te kunnen inzetten. Ook daar gaan we kritisch naar kijken. Heel veel puzzelstukjes zijn nodig om robotisering mogelijk te maken. Maar we móeten deze weg wel inslaan om in Nederland te kunnen blijven produceren en concurrerend te blijven.”
De teler is er zoals gezegd van overtuigd dat investeren in robotisering en een energieneutrale bedrijfsvoering noodzakelijk zijn om ook in de toekomst bestaansrecht te houden. “Ik denk dat we de weg naar fuure-proof hebben gevonden met de keuzes die we nu maken. We schaken op verschillende borden en het is uitermate spannend en uitdagend. Maar we zitten op de juiste weg; zeker weten.”

Tekst en beeld: Ank van Lier

 

  • Bas van Leeuwen bij zijn bijna 2.000 drijvende panelen op het bassin, de andere 1.600 liggen op de verpakkingshal en de corridor.