Door Wageningen Social & Economic Research wordt voor 2025 het gemiddelde bruto-inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) voor land- en tuinbouwbedrijven geraamd op € 129.000. Dat is € 11.000 hoger dan het gemiddelde inkomen van 2024. Het inkomen uit bedrijf in 2025 wordt voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf geraamd op 280.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Dit is 57.000 euro lager dan in 2024 en circa 12.000 euro boven het gemiddelde inkomen voor de periode 2020-2024.

Tussen en binnen bedrijfstypen in de land- en tuinbouw zijn de verschillen in inkomens ieder jaar groot, ook in 2025. Dit blijkt uit de jaarlijkse inkomensraming van Wageningen Social & Economic Research onder leiding van agrarisch bedrijfseconoom Harold van der Meulen: “In de glastuinbouw dalen de inkomens doordat de opbrengsten uit de verkoop van groenten, bloemen en planten minder toenemen dan de hiermee gepaard gaande productiekosten waaronder energie door hogere prijzen.”

Onbetaalde arbeidsjaareenheid

Wageningen Social & Economic Research berekent het agrarisch inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Agrarische ondernemers en hun gezinsleden verrichten in de meeste sectoren vaak het merendeel van de arbeid zelf, maar krijgen meestal geen salaris. Een arbeidskracht die in een jaar 2.000 uur of meer werkt, wordt gezien als één aje. Wie minder werkt, telt voor minder dan één aje. Wageningen Social & Economic Research deelt het inkomen uit bedrijf in deze situatie door het aantal onbetaalde aje. Op deze manier zijn de inkomens van verschillende bedrijfstypen beter met elkaar te vergelijken. Het gemiddeld aantal onbetaalde aje per bedrijf verschilt namelijk sterk per bedrijfstype.

Lagere inkomens in de glastuinbouw

Het inkomen uit bedrijf in 2025 wordt voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf geraamd op € 280.000 per onbetaalde aje. Dit is € 57.000 lager dan in 2024 en circa € 12.000 boven het gemiddelde inkomen voor 2020-2024. De toename van de opbrengsten met ruim 8% was onvoldoende om de stijging van de betaalde kosten en afschrijvingen met 13% te compenseren. Zowel binnen als tussen de drie onderscheiden subtypen is er een grote spreiding in de inkomensontwikkeling.
De lagere temperaturen ten opzichte van vorig jaar en een verdere terugkeer naar een meer regulier teeltplan (eerder planten, meer belichting, intensiever telen), zorgden voor een toename van het energieverbruik op een markt met hogere gasprijzen. Bedrijven zijn steeds flexibeler in het invullen van hun energiebehoeften en daardoor is deze raming ook met de nodige onzekerheid omgeven. Individuele keuzes hebben een sterke invloed op de uitkomsten. Uiteindelijk draait het voor de teler om het verschil tussen energiekosten en -opbrengsten (netto-energiekosten). In de raming is gerekend met een toename van de netto-energiekosten.

Groenteteelt

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van glasgroentebedrijven wordt in 2025 geraamd op € 210.000, € 75.000 euro lager dan in 2024 doordat de kosten sterker stegen dan de opbrengsten. De opbrengsten uit gewassen stegen met gemiddeld 8%. Door het zonnige weer zijn de volumes (kg-opbrengsten) bij alle gewassen gestegen. Daarnaast nam de opbrengst uit energieverkoop ook toe voor teruggeleverde elektriciteit. De kosten voor energie zijn echter harder gestegen, onder meer door hogere energieprijzen. Daarnaast namen ook de kosten van uitgangsmateriaal, arbeid en materiële activa (onder andere afschrijvingen en onderhoud) toe. De hoogte van het inkomen is sterk afhankelijk van het type product, hoe de afzet op het bedrijf is georganiseerd en de posities op de energiemarkt.
Wat de gewassen betreft, in de tomatenteelt (het belangrijkste gewas in areaal gemeten in de Nederlandse glasgroenteteelt) liggen de gemiddelde prijzen licht hoger dan vorig jaar bij een groter productievolume. Mogelijk is een lager tomatenaanbod uit Spanje een van de redenen dat de prijzen goed zijn gebleven. Uitbreiding van het areaal paprika’s en een mooi zonnig jaar zorgen voor een hogere productie en flink lagere prijzen. Voor komkommertelers hebben de hogere productie en licht dalende prijzen in vergelijking met vorig jaar geleid tot een stijging in de opbrengsten voor het gemiddelde glasgroentebedrijf.

Snijbloementeelt

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van snijbloemenbedrijven wordt voor 2025 geraamd op € 370.000: dit is een beperkte daling van € 15.000 ten opzichte van 2024. De betaalde kosten en afschrijvingen (+11%) namen sterker toe dan de opbrengsten (+8%). De opbrengsten uit verkoop van bloemen namen toe door veelal licht hogere prijzen bij lagere volumes.
Bedrijven die over een WKK beschikken, hebben opbrengsten uit energieverkoop gehaald. Deze waren iets hoger dan vorig jaar. Daar stond tegenover dat de energiekosten sterker toenamen door hoge gasprijzen aan het begin van het jaar en aflopende langetermijncontracten die opnieuw moesten worden afgesloten. Ook andere kostenposten zoals voor uitgangsmateriaal, meststoffen, gewasbescherming en arbeid (door gestegen cao-lonen) namen fors toe.

Pot- en perkplantenteelt

Het gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van pot- en perkplantenbedrijven wordt voor 2025 geraamd op € 263.000 per onbetaalde aje, een afname van € 75.000 ten opzichte van 2024. Het inkomen fluctueert de laatste jaren sterk. Het voor 2025 geraamde inkomen bevindt zich nog wel € 25.000 boven het gemiddelde inkomen van de afgelopen 5 jaar (2020-2024).
De totale kosten stegen gemiddeld met 10% door een toename van de gemiddelde bedrijfsomvang en over de hele linie gestegen kosten van productiemiddelen zoals energie, arbeid en plantmateriaal. De totale opbrengsten stegen gemiddeld met 6%.
Met name de opbrengsten uit perkplanten namen toe door een zonnig voorjaar met goede verkoopcijfers. Bij kamerplanten was de omzetstijging beperkt.