Bij Botany is onlangs een onderzoek gestart naar CO₂-besparing in de komkommerteelt. Doel van de proef is om efficiënter met CO₂ om te gaan en tegelijkertijd een hogere productie te realiseren, vertelt onderzoeker Conny Vervoort. “CO₂ is duur en schaars. Het wordt steeds belangrijker om hier zo zuinig mogelijk mee om te gaan.”
Voorafgaand aan het praktijkonderzoek heeft Plant Lighting een modelstudie uitgevoerd. Daaruit bleek dat het theoretisch mogelijk is om 40% op CO₂ te besparen in combinatie met een meerproductie van 5% bij een dosering van 150 kg/ha/uur. In het praktijkonderzoek moet nu blijken of die resultaten haalbaar zijn, zeker omdat de CO₂-dosering in de praktijk tegenwoordig lager ligt: tussen de 60 en 90 kg/ha/uur, zegt Vervoort. “Daarnaast is dit een theoretische benadering, het houdt geen rekening met hoe de plant reageert. Dat gaan we nu onderzoeken.”
Fotosynthese
In het onderzoek worden twee afdelingen met elkaar vergeleken. In de referentiekas wordt de praktijkconforme strategie gehandhaafd. In de andere afdeling wordt de zogenoemde RTA-strategie toegepast. Normaliter wordt er geteeld volgens de RTR-strategie, zegt Vervoort. “Die houdt rekening met de ratio tussen de hoeveelheid licht en de temperatuur, maar niet met de hoeveelheid CO₂ die beschikbaar is. Maar CO₂ is een belangrijke component voor fotosynthese.”
In de RTA-strategie blijven de ramen meer gesloten en worden hogere temperaturen in de kas toegelaten (1ºC hogere etmaaltemperatuur). “Daardoor houd je meer CO₂ binnen en heb je minder nodig om de gewenste concentratie te realiseren. De verwachting is dat met een hogere temperatuur en de hogere concentratie de totale assimilatie sneller verloopt. Zo kun je meer productie realiseren met minder CO₂.”
Belangrijke vragen
Een belangrijke vraag binnen het onderzoek is hoe het gewas op deze warmere omstandigheden reageert en of het net zo lang mee kan als het gewas in de referentiekas. Een andere vraag is of de theoretische berekeningen van Plant Lighting in de praktijk ook zo uitkomen. “We voeren deze proef uit in komkommer, omdat het gewas snel reageert en er snel effect wordt verwacht van de aangepaste strategie”, verklaart Vervoort.
Het gewas is op 22 april geplant. Er is voor gekozen om in het begin nog geen verschil te maken in strategie, om in beide kassen eerst een sterke plant neer te zetten. Vervoort: “Twee weken na het planten zijn we verschil gaan maken tussen de klimaatstrategieën in beide afdelingen. We hopen nu langzaamaan verschillen te gaan zien, zowel in gewasgroei als productie.”
Coating op kasdek
Op de kassen is een ReduFuse IR coating aangebracht, om de praktijk van de komkommerteelt zo goed mogelijk na te boosten. “Dat hebben we in een verlaagde concentratie van 10 emmers per hectare op het kasdek aangebracht. Omdat we in de zomer daar nog een extra laag op willen aanbrengen van ReduHeat, een product dat extra infraroodstraling buiten de kas houdt. Daardoor kunnen we hopelijk in de zomer de ramen in de proefkas wat meer gesloten houden”, vervolgt de onderzoeker.
“Als de kastemperatuur te hoog oploopt en je moet volop luchten, raak je CO₂ kwijt. Door een extra coating op het kasdek aan te brengen, kun je de infraroodstraling voor een groot deel buiten houden. Daardoor blijft de kastemperatuur beter beheersbaar en hoeven de ramen minder open om de temperatuur te handhaven.”
De proef wordt zoveel mogelijk met biologie en groene middelen uitgevoerd, tenzij er grote problemen ontstaan. Dan wordt er wel ingegrepen, zegt de onderzoekster. Als substraat wordt zowel steenwol als een organisch product gebruikt, om de verschillen te kunnen zien. Ook worden twee rassen getest, om de raseffecten zichtbaar te maken.
Paprika en tomaat
De telers van de BCO komen één keer in de drie weken de proef bezoeken. Daar zitten ook tomaten- en paprikatelers bij, omdat CO₂ tuinbouwbreed een belangrijk thema is, aldus Vervoort. “De principes die we in komkommer testen, zijn waarschijnlijk ook bruikbaar voor paprika en tomaat, mogelijk zelfs voor aardbei.”
Slimme doseerstrategieën
Doordat we minder aardgas willen gebruiken is er meer externe CO₂ nodig, zegt Mark Meijers, netwerkcoördinator van Glastuinbouw Nederland. “De zoektocht naar nieuwe bronnen gaat heel moeizaam. Daarom is het van groot belang om zo zuinig mogelijk met CO₂ om te gaan en te kijken naar slimme doseerstrategieën zonder productieverlies. Die CO₂ hoef je dan niet in te kopen. Daarom vinden we dit project heel belangrijk, om uiteindelijk te werken naar een klimaatneutrale glastuinbouw.”
Het project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, het innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland.
Tekst: Annemarie Gerbrandy














