Kwekerij Hein van Hemert uit Ammerzoden is al dertig jaar gespecialiseerd in de opkweek en teelt van strelitzia’s. Het betreft zowel de variant die als groene kamerplant aftrek vindt (S. Nicolai) als de variant die opvallende snijbloemen produceert (S. reginae), die in de volksmond bekend staan als paradijsvogelbloem. “Moederdag is voor onze producten, met name de snijbloem, een belangrijk verkoopmoment, maar we hebben jaarrond veel vaste afnemers”, vertelt bedrijfsleider Robert van Oers.

De grootste producent van strelitzia’s in ons land heeft de bedrijfsactiviteiten geografisch gespreid over binnen- en buitenland. Die keuze is vooral gebaseerd op klimaatfactoren en de daarmee samenhangende energiebehoefte. Strelitzia houdt namelijk van warmte en licht. Van Oers: “Reginae verlangt minder warmte dan nicolai, waardoor we de temperatuur in de winterperiode iets verder terug kunnen laten zakken. Beide soorten staan hier in Ammerzoden, de bloemen komen voor een groot deel ook van onze locatie op Tenerife en plaatselijke collega’s. Via ons hebben zij een goede ingang in West-Europa. Het voordeel van geografische spreiding is ook dat we jaarrond een vrij constante aanvoer van bloemen hebben.”
De opkweek van zaailingen tot halfwas planten besteedt het bedrijf deels uit aan collega’s in Zuid-Europa, waarmee een hechte en langdurige samenwerking is opgebouwd. “Zo weten we dat we jonge planten van goede kwaliteit krijgen voor de doorteelt in eigen land.”

Lange teeltduur

Volgens de bedrijfsleider is het productareaal redelijk constant, mede vanwege de lange teeltduur. “Vanaf zaailing tot leverbare kamerplant heb je minimaal drie jaar nodig, voor de grotere potmaten zelfs vijf jaar. De kost gaat dus lang voor de baat uit, maar het is nog steeds een rendabele teelt. De vraag naar de kamerplant, die prachtige grote bladeren heeft, zit in een opwaartse trend. Daarvan komt ongeveer 30 procent voor de klok, bij de bloemen is dat wel 60 tot 70 procent. Ook de verhouding tussen klokverkoop en rechtstreekse verkoop aan groothandelaren is vrij stabiel.”

Vergroening gewasbescherming

De teelt van strelitzia is niet eenvoudig, maar heeft voor de doorgewinterde bedrijfsleider en zijn werkgever geen geheimen meer. De gewasbescherming is, deels noodgedwongen door het wegvallen van vertrouwde middelen, ook op dit bedrijf onderhevig aan vergroening. “Ziekten vormen geen issue, voor de plaagbeheersing hebben groene middelen en natuurlijke vijanden meer nadruk gekregen”, vervolgt Van Oers.
“Spint en luizen, variërend van zwarte en groene bladluizen tot de lastiger te bestrijden wolluis, zijn de voornaamste bedreigingen. Daartegen zetten we onder andere de roofkever Cryptolaemus in. Die doet goed werk, al is het opbouwen van een populatie best uitdagend. Toch hebben we de plagen goed onder controle, misschien ook omdat we met biostimulanten de natuurlijke weerbaarheid van de plant ondersteunen. Kortom, we hebben nog steeds veel plezier in dit gewas. Strelitzia is en blijft een prachtig product met veel trouwe afnemers, niet alleen in de aanloop naar Moederdag.”

Tekst: Jan van Staalduinen