Wanneer niet op tijd wordt ingegrepen bij een besmetting, kan het TSWV-virus ernstige schade berokkenen in paprikateelten. Omdat het virus alleen door trips kan worden overgedragen, is een goede tripsbestrijding van primair belang. In combinatie met een resistent ras biedt dat de beste bescherming. Het gen dat resistentie biedt tegen TSWV is echter in mediterrane landen doorbroken. Hygiëne, biologische bestrijding en alert scouten blijven daarom van groot belang, ook met een resistent gewas.

De problematiek rond het tomatenbronsvlekkenvirus of Tomato Spotted Wilt Virus (TSWV) is al jaren hetzelfde: zodra trips in een kas verschijnt en zich in juni en juli bij warm weer explosief vermeerdert, kan de biologische bestrijding de invasie soms niet meer bolwerken en is extra alertheid geboden.
Een enkele trips die het virus draagt kan TSWV snel door de kas verspreiden, zegt teamleider Phytopathology Research Daniel Ludeking van Rijk Zwaan. Het virus kan verschillende waardplanten zoals groentegewassen paprika, tomaat en sla en siergewassen als chrysant infecteren. Het virus komt ook voor op onkruiden buiten de kas. De belangrijkste vector, de Californische trips (Frankliniella occidentalis), voedt zich ook op tal van andere gewassen en is helemaal niet kieskeurig.

Besmette planten verwijderen

Hygiënemaatregelen tijdens de teeltwisseling dragen bij om de plaagdruk in het begin van het paprikaseizoen laag te houden. Ondanks dat het TSW-virus zich niet langs mechanische weg kan verspreiden, blijft ontsmetten van messen en handen van belang vanwege de reductie van verspreiding van andere ziekten.
TSWV zelf is instabiel en kan niet lang buiten de plant in leven blijven. Maar in trips of in de plant is het virus goed beschermd. Geïnfecteerde planten kunnen een bron zijn voor TSWV. Infectie kan leiden tot typische concentrische bladvlekken, mozaïek, vergeling van het groeipunt en verkleuring en misvorming van vruchten. Verwijderen van besmette planten is daarom belangrijk.

Tripsbestrijding centraal

Maar de beheersmaatregelen moeten bij een besmetting met TSWV vooral gericht zijn op de bestrijding van trips. Ludeking: “Wanneer de larven uit de eieren komen en zich gaan voeden met geïnfecteerde cellen van een waardplant, zijn ze vanaf dat moment drager van het virus. Het virus zal zich in de trips vermeerderen tot het volwassen stadium om het virus te kunnen overdragen.
“Eenmaal geïnfecteerd kan trips gedurende de rest van hun leven virus overbrengen. Dat is anders dan bij bijvoorbeeld de meeste luizenvirussen. De periode van opname en afgifte is daar relatief kort. Bij TSWV wordt het virus eerst opgenomen en vermeerdert het zich ook in de trips zelf en kan, als die van plant A naar B naar C hopt, telkens weer dat virus overdragen.”

Snelkookpan

Het tomatenbronsvlekkenvirus kan in alle paprikatypes voorkomen, zowel blok-, punt- of snackpaprika als pepers. Het kan ook in chrysant zitten of in petunia. Dat maakt het gevaar van het virus des te groter.
“Het kan dus bijvoorbeeld van de buurman komen, die misschien potplanten teelt waar trips in zit. Trips vindt dat allemaal ook heel erg smakelijk. Dat maakt het een hele spannende combi. Je hebt dus een virus dat een enorme hoeveelheid plantensoorten kan infecteren, met een vector die ook een hele brede waardplantentreeks heeft. Dan heb je dus een soort snelkookpan.”

Goed scouten en testen

Vooral als de temperatuur oploopt in de kritische zomermaanden blijft goed scouten dus geboden en bij twijfel: testen. Telers kunnen zelf planten die besmet lijken testen, zodat ze weten met welk virus ze te maken hebben. Wanneer je weet welk virus in de kas aanwezig is, kun je de juiste maatregelen treffen.
Ludeking: “Er bestaan immuno-strips waarmee je verdachte planten zelf kunt testen op de aanwezigheid van het virus, deze strips lijken op de bekende coronatests. Je kunt eerst een bladmonster nemen van een verdachte plant en daar zelf van vaststellen of er TSWV in zit of niet. Dat geeft je de mogelijkheid om bij symptomen zelf vast te stellen wat er nu eigenlijk aan de hand is.
“Het is belangrijk om te weten met welk virus je te maken hebt; op basis daarvan kun je je strategie om erger te voorkomen bepalen. Het maakt nogal uit of je CMV (komkommermozaïekvirus) of TSWV aantoont. Komkommermozaïekvirus wordt door luis overgedragen, dan moet je dus andere maatregelen treffen.”

Nieuwe resistenties

Er komen dit jaar twee resistente paprikarassen beschikbaar die de opvolgers worden van de paprikarassen Alzamora RZ en Lavreyzen RZ. Ludeking: “Dat zijn rassen die goed blijven produceren bij een iets lagere temperatuur. Dan kun je gas en dus energie besparen.” De opvolgers van deze rassen hebben nog een introductienummer, respectievelijk 35-BR2068 RZ en 35-BR2069 RZ. Beide rassen zijn resistent tegen TSWV. “Deze resistentie biedt meer zekerheid, zeker in combinatie met een effectieve tripsbestrijding.”
Bij Rijk Zwaan wordt er voortdurend onderzoek gedaan naar nieuwe resistenties. Een resistentie-gen dat een brede werking heeft tegen tospovirussen zou een extra verzekering en een mooie toevoeging zijn aan het resistentiepallet tegen het virus. Deze resistentie-ontwikkeling is een langdurend proces.
Het identificeren van een resistentie in een wilde variant, het begrijpen van de resistentie en de genetische achtergrond, en het inbrengen van de bewuste resistentie is een tijdrovende klus. Want alleen resistentie is niet genoeg, nieuwe rassen moeten ook voldoen aan alle andere essentiële raseigenschappen zoals kleur, vorm, smaak en productie. Hoelang het duurt voordat een breedwerkende resistentie in commerciële rassen is ingebouwd, durft Ludeking niet te zeggen. “Het veredelen van een ras met een nieuwe resistentie kost al gauw tien jaar.”

Diversiteit in virussen

Uit onderzoek gepubliceerd in het mei-nummer van het vakblad Virology (2026) blijkt dat het Tsw-gen dat bescherming biedt tegen TSWV, zowel in tomaat als paprika, in Italië is doorbroken. Het virus heeft zich aangepast en is in staat de resistentie te omzeilen. Ook in Spanje en Turkije zijn isolaten van TSWV aangetroffen die resistentie kunnen doorbreken. Resistente rassen kunnen door een nieuwe variant van het virus via trips worden besmet.
Er is altijd diversiteit in virussen, maar die worden nog evengoed herkend door het resistentie-gen, vervolgt Ludeking. “Het Tsw-gen geeft een vrij generieke resistentie. Nieuwe varianten zullen ook veelal worden herkend door het bestaande resistentie-gen en daarmee het gewas beschermen. Voor die gevallen waarbij dat niet meer opgaat, zoals in de mediterrane landen, zou het mooi zijn als er een alternatief is. Maar voor nu zijn er rassen beschikbaar met een hoge mate van bescherming.”
Hij besluit: “Met een resistentie ben je beter beschermd, in Nederland sowieso. Dan zit je aan de veilige kant. Mijn advies zou zijn om altijd voor een resistent ras te kiezen. Better safe than sorry.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen