Op initiatief van Vertify vond onlangs een instapproef plaats voor het bestrijden van kaswittevlieg in tomaat. Hierin werd de werkzaamheid van verschillende synthetisch-chemische en natuurlijke middelen vastgesteld. “De bestrijding met natuurlijke vijanden staat uiteraard aan de basis, maar die schiet vooral in de zomer weleens tekort”, zegt onderzoeker Sergio Harinck over de aanleiding voor de proef, waarin ook enkele nieuwe middelen meedraaiden.

Kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) is in onder andere de tomatenteelt een hardnekkige plaag, die gericht bestreden moet worden. Dat gebeurt primair met biologische bestrijders zoals sluipwespen en Macrolophus, Het gebruik van deze effectieve roofwants in vruchtgroenten loopt echter terug vanwege de opmars van Nesidiocoris. In tegenstelling tot Macrolophus prikt deze van oorsprong Mediterrane roofwants ook plantkoppen aan, wat bestrijding noodzakelijk maakt. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden gebeurt dat vooralsnog met middelen waarvoor ook Macrolophus gevoelig is.
“Bovendien loopt de effectiviteit van biologische bestrijders tijdens dagen met hoge instraling vaak terug, wat gunstig is voor de plaagontwikkeling. Om die redenen blijft de inzet van middelen nodig om kaswittevlieg te onderdrukken”, licht Sergio Harinck toe. “Vanwege de grote mobiliteit van deze vliegende insecten gebeurt dat volvelds. Wij waren benieuwd naar de effectiviteit van de groene en gangbare middelen die hiervoor beschikbaar zijn. Met medewerking van de producenten is daarvoor een proef opgezet.”

Tellingen, residu en gewasschade

De proef vond plaats in een kas met elf gelijkwaardige velden in vier herhalingen voor de verschillende behandelingen; 44 velden in totaal. De planten arriveerden op 21 januari, op 9 maart volgde de introductie van kaswittevlieg.
Nadat de plaag zich had verspreid en voldoende gelegenheid had gekregen om zich te vermeerderen, vond op 19 maart de eerste behandeling plaats (A) conform de bepalingen op de etiketten. Deze zijn, afhankelijk van het aantal toegestane behandelingen, maximaal vier keer (B-E) herhaald met intervallen van zeven dagen, zie figuur 1.
Op twintig bladeren per veld vonden wekelijks tellingen plaats naar de aantallen afgezette eieren, crawlers (kruipers), overige larvenstadia, poppen en uitgekomen poppen. Er vond ook een beoordeling plaats op eventueel aanwezig spuitresidu en gewasschade.

Populatieontwikkeling

De populatieontwikkeling in het onbehandelde veld is weergegeven in figuur 2. In figuur 3 en 4 zijn de bestrijdingseffecten (effectiviteit) per behandeling weergeven volgens de metingen 7 dagen na de tweede en derde toepassingsmomenten.
Hieruit blijkt dat Azatin en Sumifly + uitvloeier Zunira een snelle knockdown-werking hadden. De meerwaarde van de uitvloeier ten opzichte van solotoepassing van Sumifly is significant. Op basis van herhaalde toepassing was de combinatie Azatin + Neudosan het meest effectief, op korte afstand gevolgd door Azatin solo.

Nieuwe middelen vallen tegen

“De meerwaarde van Neudosan in de combinatie is zo gering, dat de solotoepassing van Azatin vanuit kostenoverwegingen voor de meeste telers de voorkeur zal krijgen”, oordeelt Harinck. “Wat in het bijzonder opviel, is dat de groene behandelingen met Azatin, Sumifly en Neudosan het beter deden dan de chemische behandelingen met Sivanto Prime en Closer.”
Code A is een nieuw groen middel dat wordt meegedruppeld, Code B is een experimenteel chemisch middel dat nog niet officieel is toegelaten en in principe één keer mag worden toegepast. Van deze beide producten viel de werking tegen kaswittevlieg vooralsnog tegen.
Al met al spreekt de onderzoeker van een geslaagde proef, die telers bruikbare handvatten oplevert voor een groene aanpak van kaswittevlieg in combinatie met biologische bestrijders.

Tekst: Jan van Staalduinen, beeld: Ward Stepman

 

  • De proef vond plaats in een kas met elf gelijkwaardige velden in vier herhalingen voor de verschillende behandelingen.