Sinds een kleine twee jaar werkt Kwekerij Daylight in Boskoop samen met een spinnenleverancier. Tot grote tevredenheid van Julia de Pater-Bakhuijzen, teler van vaste planten, is na twee jaar het gebruik van middelen afgenomen tot bijna nul. “We gebruiken nog weleens chemie als de spinnen het niet aankunnen, maar hooguit pleksgewijs. Sinds dit jaar zijn we ook sluipwespen tegen luis gaan inzetten, om de spinnen te ondersteunen. En daar redden we het prima mee.”

De Pater spreekt van een succesverhaal en dankt dit vooral aan de goede samenwerking met hun spinnenleverancier. “In het begin was het nog echt nieuw. Op verzoek van mijn broer, die samen met mijn man de kwekerij runt, zijn we eerst naar een informatiebijeenkomst van de start-up Little Spider geweest. Hun verhaal sprak ons aan en wij wilden sowieso minder spuiten. Dat kost immers veel tijd en remt de groei van biologie en planten. Bovendien wordt het middelenpakket snel kleiner.”

Opbouw spinnenpopulatie

Uitdaging in het begin was om een oplossing te bedenken voor het eb-en vloedsysteem dat op 2 ha wordt gebruikt. De vaste planten, sierheesters en siergrassen worden hoofdzakelijk op containertafels opgekweekt, inclusief stekken. Die tafels bewegen heen en weer tussen een kas en het buitengedeelte. Een relatief klein deel van het brede assortiment telen ze op de grond.
De Pater: “De spinnen moeten voldoende vocht hebben, maar ook weer niet verdrinken. Daarvoor hebben we aparte potjes ontwikkeld om de nestjes droog te houden. Na verloop van tijd verspreiden ze zich over de hele kas waar voldoende vocht te vinden is. Dat opbouwen van een populatie kost minimaal zes weken. De ontwikkeling van de spinnen wordt ook gevolgd door de leverancier, ze komen elke drie tot vier weken op ons bedrijf kijken en adviseren. Dat bevalt prima.”

Twee soorten spinnen

Het gaat om twee soorten spinnen: een webvormende spin en een niet-webvormende roverspin, die wel gebruik maakt van de webdraden van de andere spinnensoort. De spinnen lusten allerlei insecten, van luis tot trips en spint. Bijvoeren is niet nodig, de spinnen verzamelen zelf hun prooi. De Pater: “We krijgen weleens stekmateriaal binnen dat niet helemaal schoon is en dan zie je de spinnen er al binnen een dag opduiken. Dat is heel mooi om te zien.”
Na een jaar gebruikte de teler al veel minder middelen en nu alleen nog bij hoge uitzondering en dan vooral pleksgewijs. De Pater: “Dat is wel het resultaat van twee jaar samenwerking. Verder trek ik voor het monitoren en scouten wekelijks drie uur uit. Ook belangrijk is dat wij bij een teeltwissel alleen water gebruiken en geen chemie, om de populatie zo min mogelijk te schaden. In de winter gaan de spinnen in rust, maar dan zijn er ook veel minder plagen.”

Ondersteuning met sluipwesp

De spinnen kunnen dus een preventieve en curatieve rol vervullen, maar hebben soms ondersteuning nodig bij een invasie van een plaaginsect. Daarom krijgen ze sinds dit voorjaar ondersteuning van een sluipwesp (Aphidius ervi) tegen luis. Die combinatie werkt tot nu toe naar tevredenheid.
Inmiddels tonen ook andere telers in Boskoop belangstelling voor hun werkwijze. “We gebruiken het logo van onze spinnenleverancier op al onze facturen en dat trekt de aandacht. En de handel is er ook blij mee. De webdraden zijn vrijwel onzichtbaar, al sluit ik niet uit dat er weleens een nestje met een pot meeverhuist naar de klant. Maar misschien kunnen ze daar ook nuttig werk doen!”

Tekst: Mario Bentvelsen