Nesidiocoris tenuis veroorzaakt niet alleen schade in tomatengewassen. Ook in de komkommerteelt heeft deze omnivore wants vaste voet aan de grond gekregen. Adviseur Rens Smith stelt vast dat een definitieve oplossing tegen deze nieuwe plaag nog niet is gevonden. Desondanks ziet hij mogelijkheden om Nesi in toom en de schade beperkt te houden.

Evenals Nezara viridula is Nesidiocoris tenuis een roofmijt, die bij gebrek aan prooidieren jonge plantendelen en vruchten aanprikt om zich met sap te voeden. Beide soorten zijn als gevolg van de klimaatverandering vanuit Zuid-Europa noordwaarts getrokken en hebben zich nu ook in onze contreien gevestigd. In tuinbouwkassen vinden zij een rijk gedekte tafel, waardoor gewassen zoals tomaat en komkommer schade ondervinden.

Overeenkomsten en verschillen

“Natuurlijke vijanden zijn in beide gevallen dun gezaaid en we zitten nog in een leerproces om deze plagen de baas te worden”, zegt Rens Smith van Delphy. “De beide soorten verschillen wat in gedrag. Nezara is iets groter en minder beweeglijk dan Nesi, waardoor hij beter is waar te nemen en de larven en volwassen wantsen en nimfen ook handmatig zijn te bestrijden door ze dood te drukken. Nesi zit vaak goed verstopt in de kop van het gewas. Om ze te lokaliseren, is het belangrijk om op schadebeelden te letten. De prikschade lijkt wat op die van trips en rupsen, vooral op het blad. Daar zie je ook vaak necrotische vlekken ontstaan. Prikschade op de vruchten lijkt veel op die van trips, dus goed zoeken naar wantsen, nimfen en afgezette eieren blijft belangrijk.”

Snel handelen

Zodra de aanwezigheid van Nesidiocoris is vastgesteld, dient er snel gehandeld te worden om de plaag in de kiem te smoren. “Met Spyro kun je de plaag onderdrukken, liefst lokaal. Als dat onvoldoende helpt, kun je eventueel doorpakken met Closer. Dat middel heeft wel als nadeel dat het ook effect heeft op biologische bestrijders. Beperk het gebruik daarom bij voorkeur tot de kop van de planten, waar Nesi zich graag ophoudt.”

Nieuwe opties verkennen

Op de vraag of de inzet van parasitaire aaltjes een optie is, wat volgens Koppert in Frankrijk al succesvol gebeurt, antwoordt de adviseur: “Dat zou kunnen, maar voor zover ik weet is daar in ons land nog weinig ervaring mee en er hangt ook een prijskaartje aan. Je zult de spuitboom voor dat doel ook moeten aanpassen qua filters en doppenkeuze. Maar wellicht loont dat de moeite en is het goed om proeven te doen en nieuwe opties te verkennen. We zien in elk geval dat Nesidiocoris ook in de komkommerteelt een structureel probleem is geworden in het hele land.”

Schoon beginnen, schoon houden

Beheersing van deze plaag begint met een schone start en handhaving van een degelijk hygiëneprotocol, maar daarvan zijn komkommertelers zich al terdege bewust. Insectengaas voor de luchtramen kan het invliegen tegengaan, wat het risico eveneens kan verkleinen. “Bij nieuwbouw lijkt dat een standaard keuze te worden tegen meerdere plagen, in bestaande kassen met een beperkt ventilatievoud is dat niet altijd goed te realiseren”, aldus Smith.
Hij raadt telers aan om tijdens het scouten goed uit te kijken naar Nesi, de populatieontwikkeling scherp te volgen en snel in te grijpen waar die populaties zich ophouden. “Instrueer medewerkers over de schadebeelden en deel je kennis en ervaringen zoveel mogelijk met collega’s. Ook dat is nodig om grip te krijgen op deze plaag.”

Tekst: Jan van Staalduinen