Sinds drie jaar doet phalaenopsisteler OK Plant mee aan het project 100% Groen Geteeld in potorchidee. Eén van de technieken die hierbij wordt ingezet, is de drone. Dit om planten te scouten op schade door trips. Teeltspecialist Friso van der Kruk is enthousiast. “Doordat de drone een plaag eerder detecteert, kun je biologie of groene middelen gerichter inzetten.”

Het hoofdproduct van de phalaenopsiskwekerij in Naaldwijk, met in totaal 10 ha glas, is de 9 cm potorchidee; op 1,5 ha wordt de 12 cm potmaat geteeld. “We leveren het complete product af, met pot en al”, vertelt Friso van der Kruk. Het project 100% Groen Geteeld past in de visie van het bedrijf om groener te gaan telen. “Er vallen steeds meer middelen weg. Dan kun je afwachten en pas het wiel uitvinden als een middel echt niet meer beschikbaar is of je zorgt van tevoren dat je een alternatief voorhanden hebt. Het is een mooi project om een preventieve strategie te ontwikkelen.”

Flinke reductie chemie

De grootste uitdagingen in phalaenopsis zijn trips, dopluis en Fusarium. Voorheen werd trips chemisch bestreden, nu zet de teler biologie en groene en witte middelen in. En met succes. Sinds de start van 100% Groen Geteeld in 2023 tot aan dit jaar heeft OK Plant 80% gereduceerd op de inzet van chemische middelen (werkzame stof), alleen het laatste stukje van de teelt vraagt om gangbare gewasbescherming. “We kunnen geen groene middelen over een bloeiende plant spuiten. Dan verbrandt de bloem. Maar tot het bloeistadium hebben we volledig biologisch gewerkt”, aldus Van der Kurk.

Extra biologie inzetten

Een van de technieken die OK Plant inzet, is de drone voor het scouten van trips. “Dit is het derde jaar dat we met een drone werken”, aldus de teeltspecialist. “Het helpt ons om het schadebeeld van een tripsaantasting te detecteren. Trips zelf zie je niet, maar de schade aan het blad wel. Bij groen telen is scouten van cruciaal belang, maar dat is een vak apart. Bovendien kan een drone vaker over het gewas vliegen dan een gewasscout erdoor kan lopen. Als het apparaat een schadeplek vindt, kunnen we sneller ingrijpen, door planten weg te halen of extra biologie in te zetten.”

Software goed trainen

Belangrijk is wel dat de drone goed wordt getraind om schade door trips te detecteren. Het eerste jaar van het apparaat was er nauwelijks tripsschade, waardoor er ook geen data konden worden verzameld, vertelt Van der Kruk. “Inmiddels hebben we zoveel afbeeldingen van schade, dat de drone het in 70 procent van de gevallen bij het juiste eind heeft. In de andere gevallen gaat het om andere bladschade. We zijn nu bezig om de software te finetunen, om de ruis eruit te halen. We zien dat drones steeds slimmer worden, de techniek gaat heel snel. Je moet er aan de voorkant wel energie insteken, maar ik zie een rooskleurige toekomst voor het apparaat.”

Vliegen op QR-codes

De drone van Corvus Drones vliegt twee keer per week over de potorchideeën. Dat is genoeg, zegt Van der Kruk, phalaenopsis is een langzaam groeiend gewas. Het apparaat vliegt normaal gesproken op gps, maar dat lukt in de kas niet vanwege de kasconstructie. De toeleverancier heeft om de 5 meter een QR-code op de poten van de kas geplaatst, zodat de drone weet waar hij zich bevindt.
“In een kas kan van alles in de weg zitten”, aldus de teeltspecialist. “Er is een bepaalde routing in de software ingeleerd, waardoor de drone weet hoe hij moet vliegen. Als het apparaat in de lucht blijft, heb je er geen omkijken naar.” Dat was in het begin wel anders. “Dan lag hij soms aan het einde van de dag ergens in het gewas. Ga hem dan maar eens in het donker zoeken”, lacht hij.
De drone kan wel last hebben van het rode licht in het LED-spectrum. Daarom laat Van der Kruk het apparaat overdag vliegen, tussen 9 en 15 uur. “Dan wordt het meeste buitenlicht met het kaslicht gemengd.”

Zelf blijven monitoren

De drone wordt op dit moment op 1 ha open ruimte in de kas ingezet. Van der Kruk verwacht dat de techniek op termijn een groot deel van het scouten kan overnemen. “We doen nu zelf ook nog een deel van het scoutwerk. We moeten toch scouten op zieke planten door Fusarium. Dan nemen we trips gelijk mee. We kunnen ons nog niet helemaal blindstaren op de drone, je moet ook zelf blijven monitoren. Maar hoe beter het gaat, hoe meer we kunnen uitbreiden.”

Belangrijk puzzelstuk

“Het project met de drones is een mooi voorbeeld van ontwikkelingen die versneld worden door het project 100% Groen Geteeld”, aldus Astrid van der Helm, procescoördinator bij Glastuinbouw Nederland. Vier van de zes pilotbedrijven met phalaenopsis nemen deel aan het traject om de drone door te ontwikkelen. Naast Corvus en ADI investeren de bedrijven hier zelf in; vanuit de gewascoöperatie Potorchidee wordt ook een financiële bijdrage geleverd.
Het vroegtijdig signaleren van plagen is een belangrijk puzzelstuk om te komen tot een 100% groene teelt, zegt zij. “Daarom is het draagvlak groot. De drone heeft inmiddels op enkele bedrijven een beginnende aantasting van Vandatrips eerder gesignaleerd dan de medewerkers. Hiermee kan de plaag vroegtijdig in de kiem worden gesmoord. Een belangrijke ontwikkeling dus richting de toekomst.”
Het project 100% Groen Geteeld – Sierteelt van de Stichting Versnellers Sierteelt wordt medegefinancierd door de Europese Unie en provincie Zuid-Holland.

Tekst: Annemarie Gerbrandy